Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De verloop van de procedure in hoger beroep
- de moeder met haar advocaat;
- de duomoeder met haar advocaat;
- de bijzondere curator;
- een vertegenwoordiger van de raad.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en de duomoeder hadden een relatie van mei 2021 tot eind 2024 en woonden vanaf april 2022 samen. De moeder beviel in 2024 van een kind, verwekt via kunstmatige donorbevruchting met een onbekende donor. De duomoeder verzocht de rechtbank om adoptie van het ongeboren kind, welke op 6 december 2024 werd toegewezen.
De moeder kwam in hoger beroep en verzocht vernietiging van de adoptiebeschikking wegens gewijzigde omstandigheden die het belang van het kind zouden schaden. De duomoeder verzocht afwijzing van het beroep. Het hof toetste het verzoek aan de wettelijke voorwaarden uit artikel 1:227 en Pro 1:228 BW en stelde vast dat aan alle voorwaarden was voldaan.
Het hof benadrukte het belang van het kind bij duidelijkheid over zijn ontstaansgeschiedenis en de wetgeverlijke bedoeling om de positie van de vrouwelijke partner gelijk te stellen aan die van de mannelijke partner. De omgang tussen het kind en de duomoeder verliep goed. De argumenten van de moeder waren onvoldoende om het belang van het kind te schaden.
Het hof besloot geen raadsonderzoek te gelasten en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 6 december 2024, waarmee de adoptie door de duomoeder in stand blijft.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de adoptiebeschikking van de duomoeder en wijst het beroep van de moeder af.