ECLI:NL:GHARL:2026:640

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
Wahv 200.359.536/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 WahvArt. 14 WahvArt. 6:24 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij bestuursstrafrechtelijke beschikking

Betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk had verklaard wegens het niet stellen van zekerheid.

Het hof oordeelt dat de beroepstermijn van zes weken, zoals voorgeschreven in de Wahv en Awb, is overschreden. De beschikking is op 27 februari 2025 aan betrokkene toegestuurd, waardoor de termijn eindigde op 10 april 2025. Het beroepschrift werd pas op 4 juli 2025 ontvangen, wat te laat is.

Betrokkene voerde aan dat de beschikking nietig zou zijn wegens ontbreken van bevoegde ondertekening en mandaat, waardoor geen beroepstermijn zou kunnen lopen. Het hof verwierp dit verweer en stelde dat de procesregels, waaronder de beroepstermijnen, wel degelijk van toepassing zijn.

Het hof concludeert dat de termijnoverschrijding betrokkene is toe te rekenen en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig instellen van het beroep.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.359.536/01
CJIB-nummer
: 263430083
Uitspraak d.d.
: 4 februari 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 27 februari 2025, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard omdat geen zekerheid is gesteld.
2. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd.
3. De beslissing van de kantonrechter is op 27 februari 2025 aan de betrokkene toegestuurd. De beroepstermijn eindigde dus op 10 april 2025. Het beroepschrift is op 4 juli 2025 per e-mail ontvangen door de Gemeente Haarlem. Het hoger beroep is dan ook niet tijdig ingesteld.
4. De betrokkene voert aan dat de opgelegde beschikking niet voldoet aan de elementaire eisen van artikel 1:3 van Pro de Awb en daarom nietig is. Er ontbreekt bevoegde ondertekening en een geldig mandaat. Over een besluit dat juridisch niet bestaat hoeft überhaupt geen rechtszaak te worden gevoerd. Zonder wilsverklaring bestaat er geen besluit, en zonder besluit geen rechtsgang. Hierdoor kan geen beroepstermijn starten, geen zekerheidsplicht ontstaan en kan geen beroep als niet-ontvankelijk worden beoordeeld.
5. Dat de betrokkene van mening is dat de aan deze procedure ten grondslag liggende beschikking niet voldoet aan de eisen, brengt niet mee dat de beschikking nietig is. De bezwaren die de betrokkene heeft tegen de inleidende beschikking en de verplichting tot het stellen van zekerheid kunnen worden aangevoerd in de procedure die daarvoor openstaat. Mochten de gronden doel treffen, dan kan dit meebrengen dat de inleidende beschikking vernietigd wordt. Er is echter geen sprake van nietigheid van rechtswege en de processuele regels, waaronder de beroepstermijnen, zijn dan ook van toepassing. Het hof komt dan ook tot het oordeel dat niet is gebleken dat de termijnoverschrijding de betrokkene niet is toe te rekenen.
6. Gelet op het voorgaande zal het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

De beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.