ECLI:NL:GHARL:2026:591

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
200.355.888/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 129 RvArt. 130 lid 3 RvArt. 150 RvArt. 353 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering herstelkosten na gebrekkige dakwerkzaamheden door aannemer

De opdrachtgever gaf in 2019 opdracht aan de aannemer om werkzaamheden aan zijn woning uit te voeren, waaronder herstel van lekkage aan het dak. Na constateringen van schimmel en lekkage, die al bestonden vóór de werkzaamheden, werden herstelwerkzaamheden verricht door de aannemer. De lekkage bleef echter bestaan, waarna de opdrachtgever een derde inschakelde en herstelkosten maakte.

De opdrachtgever vorderde bij de kantonrechter vergoeding van herstelkosten, expertisekosten en buitengerechtelijke incassokosten, maar deze vorderingen werden afgewezen. In hoger beroep werd de eis deels verminderd en deels vermeerderd, waarbij de vermeerdering van de expertisekosten werd geweigerd wegens niet-tijdige betekening aan de niet-verschijnende aannemer.

Het hof oordeelde dat de opdrachtgever onvoldoende had onderbouwd dat de aannemer tekortgeschoten was in zijn werkzaamheden. Hoewel het dampopen doek niet volgens standaardmethode was aangebracht, had de aannemer een gemotiveerde verklaring gegeven die niet weerlegd was. Ook het laten liggen van dakpannen werd niet als tekortkoming aangemerkt. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vorderingen af.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter, waardoor de vorderingen van de opdrachtgever worden afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM- LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden , afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.355.888
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, Leeuwarden 10869331
arrest van 3 februari 2026
in de zaak van
[appellant],
die woont in [woonplaats1] ,
die hoger beroep heeft ingesteld,
en bij de kantonrechter optrad als eiser,
hierna:
[de opdrachtgever],
advocaat: mr. D.D. Senders te Leusden,
tegen
[geïntimeerde],
die woont in [woonplaats2] ,
en bij de kantonrechter optrad als gedaagde,
hierna:
[de aannemer],
niet verschenen.

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.
[de opdrachtgever] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden , op 2 juli 2024 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit de dagvaarding in hoger beroep, zoals hersteld, en de memorie van grieven. [de aannemer] is in hoger beroep niet verschenen en tegen hem is verstek verleend.

2.De kern van de zaak

2.1
[de aannemer] heeft werkzaamheden verricht aan het dak van [de opdrachtgever] . Volgens [de opdrachtgever] heeft [de aannemer] dit niet goed gedaan. [de opdrachtgever] heeft herstelwerkzaamheden laten verrichten en vordert schadevergoeding.
2.2
[de opdrachtgever] heeft bij de kantonrechter veroordeling van [de aannemer] gevorderd tot betaling van de herstelkosten (€ 13.617,75), expertisekosten (€ 2.351,03) en buitengerechtelijke kosten (€ 1.100,12) met de wettelijke rente daarover.
2.3
De kantonrechter heeft deze vorderingen afgewezen. De bedoeling van het hoger beroep is dat de afgewezen vorderingen alsnog gedeeltelijk worden toegewezen.
2.4
Het hof zal de vorderingen echter ook afwijzen en het vonnis van de kantonrechter om die reden bekrachtigen. Hierna wordt uiteengezet hoe het hof tot dit oordeel is gekomen. Maar eerst volgt een opsomming van de voor die beslissing relevante feiten.

3.De relevante feiten

3.1
[de opdrachtgever] is sinds 2019 eigenaar van de woning aan [adres1] . Hij heeft omstreeks augustus 2019 aan [de aannemer] opdracht gegeven om deze woning te verbouwen.
3.2
Tijdens de verbouwingswerkzaamheden is schimmelvorming op de zolder geconstateerd, alsmede lekkage van een dakkapel en van de schoorsteen. De lekkage bestond al voordat [de aannemer] zijn werkzaamheden aanving. [de opdrachtgever] heeft daarop een meerwerkopdracht verstrekt aan [de aannemer] om de lekkage te verhelpen. Onderdeel van de werkzaamheden betrof het verwijderen van dakpannen en panlatten van het dak aan de tuinzijde. Het dak is vervolgens voorzien van tyvek dampopen doek dat over de aanwezige tengels is gelegd, waarna nieuwe panlatten over het doek zijn gelegd en de dakpannen weer zijn teruggeplaatst. De werkzaamheden van [de aannemer] zijn in 2019/2020 uitgevoerd.
3.3
De lekkage is door de werkzaamheden van [de aannemer] niet verholpen, waarna [de opdrachtgever] een derde heeft benaderd om de oorsprong van de lekkage te achterhalen. Ook de derde heeft de lekkage niet weten te verhelpen. Naar aanleiding van de inspectie van het dak door deze derde heeft [de opdrachtgever] te horen gekregen dat het dampopen doek door [de aannemer] niet op een correcte manier is aangebracht en dat daardoor mogelijk de lekkage is ontstaan. [de opdrachtgever] heeft op 18 februari 2023 en op 11 april 2023 een ingebrekestelling gestuurd aan [de aannemer] waarin hij hem sommeert om binnen twee maanden herstelwerkzaamheden te verrichten.
3.4
[de opdrachtgever] heeft vervolgens Expertisebureau Noord (hierna: EBN) opdracht gegeven om een deskundigenrapport op te stellen naar aanleiding van de door [de aannemer] verrichte werkzaamheden. EBN heeft de woning op 22 september 2023 bezocht en op 8 november 2023 haar rapport uitgebracht. Het rapport vermeldt dat het dampopen doek niet correct, want over de bestaande tengels heen, is gelegd, maar dat dit niet de lekkage heeft veroorzaakt. Verder zijn er volgens het rapport panlatten los onder de dakpannen geschoven en ligt het dampopen doek tot in de dakgoot.
3.5
[de opdrachtgever] heeft aan het dak herstelwerkzaamheden laten verrichten door [naam1] B.V. Deze werkzaamheden zijn op 26 november 2023 verricht en bestonden onder meer uit het vervangen van het tyvek, het aanbrengen van panlatten en tengels en het verwijderen en opnieuw aanbrengen van dakpannen.
3.6
Nadat de kantonrechter de vorderingen van [de opdrachtgever] had afgewezen, heeft [de opdrachtgever] opdracht gegeven aan EBN om een aanvullend deskundigenrapport op te stellen. EBN heeft dit gedaan op 31 oktober 2024. Een medewerker van EBN heeft daarnaast op 12 februari 2025 een toelichting gegeven op een aantal vragen van [de opdrachtgever] naar aanleiding van het vonnis:
“Gedeelte uit citaat Rechtbank
4.5
Ook de door [de opdrachtgever] gevorderde kosten voor het herstel van (gestelde) gebreken aan het dak, acht de kantonrechter niet toewijsbaar. Weliswaar volgt uit het rapport van EBN dat het dampopen doek (de tyvek) niet juist zou zijn aangebracht, maar [de aannemer] heeft uitvoerig uiteengezet waarom de door hem gehanteerde werkwijze in het onderhavige geval wel juist is geweest. [de aannemer] heeft daarbij gewezen op de concrete omstandigheden van dit geval, namelijk dat het dakhout ten tijde van de verbouwingswerkzaamheden vochtig was, de werkzaamheden in maart (een vochtige maand) werden uitgevoerd en het dak aan de binnenzijde zou worden geïsoleerd. Om die reden diende er volgens [de aannemer] een luchtlaag te worden gecreëerd zodat het al aanwezige vocht niet zou worden “opgesloten”. De tengels dienden dus niet op de tyvek te worden geplaatst, aldus [de aannemer] . (…)
1.
Wat u vindt van het standpunt van [de aannemer] ?
Dit is een foutief standpunt. EBN kan niet volgen waarom er een luchtlaag zou moeten worden gecreëerd. Het toegepaste dampopen doek is (de naam zegt het al) dampopen. Dat houdt in dat vocht wat tussen het dakbeschot en het doek aanwezig is (of ontstaat) door het doek naar buiten verdampt. Tyvek spreekt zelfs van “extreem dampopen”. Eventueel vochtig dakhout zal dus drogen. Tyvek schrijft ook voor dat het doek direct op het dakhout dient te worden aangebracht. Er is geen enkele reden om een spouw te moeten creëren.
Er wordt ook voorbij gegaan aan de meer dan slordige manier van aanbrengen en de gaten, alsmede de strook onder de dakpannen die onder invloed stond van UV-straling. Allemaal tekenen van een onjuiste montage.
2.
Op welke wijze Tyfek moet worden aangebracht?
Volgens de verwerkingsvoorschriften kan Tyvek direct op het dakhout worden aangebracht (met de goede kant boven). Daarna tengels (verticaal), waarna de panlatten horizontaal dienen te worden aangebracht. Daarna kunnen de pannen worden geplaatst.
3.
Of daar ook richtlijnen voor zijn (van de fabrikant of van een brancheorganisatie o.i.d.)?
Er zijn verschillende verwerkingsvideo’s waarin wordt getoond hoe een dergelijke dampopen folie dient te worden aangebracht o.a. in https://www.youtube.com/watch?v=bLkOmaW9mzQ.
In afbeelding 1 is een gedeelte van een dergelijke video weergegeven. De juiste opbouw is (van binnen naar buiten) dakbeschot of constructie, dampopen folie (bijvoorbeeld Tyvek), tengels, panlatten en dakpannen.
4.
Zouden de dakpannen (ook als voorzichtig wordt gewerkt) niet onbeschadigd van het dak gehaald kunnen worden?
EBN volgt niet waarom de gevelpannen niet van het dak zouden kunnen worden gehaald. Het betreft hier een gevelpan die over een windveer valt. Deze pannen zijn op een eenvoudige wijze van het dak te halen. Dit is ook gewoon bij het herstel toegepast (zie foto 3). Het kan zijn dat de dakpannen van slechte kwaliteit waren, maar dan is laten liggen ook geen optie, schade zal dan na enkele jaren ontstaan, zodat ze alsnog zouden moeten worden vervangen.
Bovenstaande zou nog misschien van toepassing zijn indien de dakpannen in specie waren gezet (dus zonder toepassing van een windveer). Dat is hier niet het geval.”

4.Het oordeel van het hof

Eisvermindering
4.1
[de opdrachtgever] heeft in hoger beroep zijn eis verminderd ten aanzien van de herstelkosten. In hoger beroep vordert [de opdrachtgever] € 9.883,- aan herstelkosten. Op grond van artikel 129 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) kan een eiser zolang de rechter nog geen eindvonnis heeft gewezen, te allen tijde zijn eis verminderen. Op basis van artikel 353 lid 1 Rv Pro is de hiervoor genoemde regel ook in hoger beroep van toepassing. Het hof zal daarom op deze verminderde eis beslissen.
Eisvermeerdering
4.2
[de opdrachtgever] heeft ten aanzien van de expertisekosten zijn eis vermeerderd. Hij vordert in hoger beroep € 3.095,06 aan expertisekosten, waar dat bij de kantonrechter € 2.351,03 was. Volgens artikel 130 lid 3 Rv Pro is een wijziging of vermeerdering van eis uitgesloten tegen een partij die niet in het geding is verschenen, tenzij de eisende partij de wijziging of vermeerdering van eis tijdig bij exploot aan de niet verschenen partij kenbaar heeft gemaakt. Op basis van artikel 353 lid 1 Rv Pro is de hiervoor genoemde regel ook in hoger beroep van toepassing. [de aannemer] is niet in de procedure verschenen. Uit het procesdossier blijkt niet dat de eisvermeerdering aan [de opdrachtgever] is betekend. [de opdrachtgever] heeft geen verzoek ingediend om alsnog de eisvermeerdering te betekenen en het hof ziet ambtshalve ook geen reden om [de opdrachtgever] daartoe in de gelegenheid te stellen. Het hof zal daarom deze eisvermeerdering weigeren en beslissen op de vordering van € 2.351,03 aan expertisekosten.
Geen tekortkoming
4.3
Met zijn eerste grief bestrijdt [de opdrachtgever] het oordeel van de kantonrechter dat [de aannemer] niet aansprakelijk is voor schade die bestaat uit de kosten van het herstel van zijn dak.
4.4
Bij de beoordeling van deze grief stelt het hof voorop dat [de opdrachtgever] in hoger beroep niet volhardt in de stelling dat de lekkage van de woning is veroorzaakt door werkzaamheden van [de aannemer] . [de opdrachtgever] maakt alleen nog aanspraak op herstelkosten die zien op vervanging van het dampopen doek en de daarmee gepaard gaande expertisekosten en buitengerechtelijke incassokosten. Het hof zal daarom ingaan op de vraag of [de aannemer] ten aanzien van deze werkzaamheden is tekortgeschoten.
4.5
[de opdrachtgever] verwijt [de aannemer] dat zijn werk niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk voldoet. Op [de opdrachtgever] rust daarom op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro de stelplicht en zo nodig de bewijslast.
4.6
[de opdrachtgever] stelt met verwijzing naar twee deskundigenrapporten van EBN dat [de aannemer] de werkzaamheden op een slordige en onjuiste manier heeft verricht, waardoor sprake is van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [de aannemer] . Door de tengels die al op het dak lagen niet te verwijderen en daarover tyvek te plaatsen, heeft [de aannemer] geen ruimte gelaten tussen het dampopen doek en de panlatten. Die werkwijze is niet volgens de verwerkingsvideo’s. Na meerdere ingebrekestellingen heeft [de aannemer] nagelaten om deze tekortkoming te herstellen, waardoor [de aannemer] in verzuim verkeert. [de opdrachtgever] heeft het dak laten vervangen. [de opdrachtgever] maakt aanspraak op vergoeding van deze herstelkosten.
4.7
[de aannemer] heeft bij de kantonrechter uiteengezet dat hij bepaalde keuzes bewust heeft gemaakt bij het aanleggen van het tyvek. Zo stelt hij dat hij het dampopen doek over de bestaande tengels heeft neergelegd om een luchtlaag te creëren, zodat het in het dak aanwezige vocht niet zou worden opgesloten. Dat was nodig, want het dakhout was ten tijde van de verbouwingswerkzaamheden vochtig, de werkzaamheden vonden plaats in maart (een vochtige maand) en het dak zou aan de binnenzijde worden geïsoleerd. De twee buitenste dakpanlagen heeft [de aannemer] bewust laten liggen omdat deze moeilijk te verwijderen waren en niet meer leverbaar waren, waarbij bovendien door de aanwezigheid van het doek ook geen koudebrug zou ontstaan, zodat deze dakpannen ook niet verwijderd hoefden te worden. Het doek heeft [de aannemer] bewust laten doorlopen tot in de goot voor het tegengaan van inwatering. Op grond van deze gemotiveerde uiteenzetting heeft de rechtbank de vorderingen van [de opdrachtgever] afgewezen.
4.8
Gelet op de gemotiveerde betwisting van [de aannemer] had het op de weg van [de opdrachtgever] gelegen om nader te onderbouwen waarom de werkwijze van [de aannemer] zodanig in strijd is met de normen van goed en deugdelijk vakmanschap dat dit een toerekenbare tekortkoming oplevert. Uit het aanvullende deskundigenrapport van 31 oktober 2024 volgt dat [de aannemer] heeft afgeweken van de standaardmethode om tyvek aan te brengen, maar [de aannemer] heeft hiervoor een verklaring gegeven. Uit het rapport volgt weliswaar dat EBN van mening is dat hiervoor geen aanleiding was, maar daaruit volgt nog niet waarom deze manier van aanbrengen niet mogelijk zou zijn, althans zodanig onjuist is dat dit een tekortkoming oplevert in de situatie dat, naar door [de aannemer] onweersproken is gesteld, de dakplaten nat en vochtig waren. Daarvoor had [de opdrachtgever] meer moeten stellen dan dat door deze manier van aanbrengen mogelijk vuil en vocht op de panlatten kan overblijven, wat tot aantasting van de panlatten kan leiden. EBN heeft immers ook geconstateerd dat na aanzienlijke regenval het onder de dakpannen en het dampopen doek droog is gebleven. Ook voor de keuze van [de aannemer] om de buitenste dakpanlagen te laten liggen heeft [de aannemer] een duidelijke verklaring gegeven, namelijk dat de dakpannen vastzaten met een roestige spijker en moeilijk konden worden verwijderd. Daarnaast waren deze dakpannen niet meer leverbaar en dus moeilijk te vervangen. Ook was verwijdering volgens [de aannemer] niet noodzakelijk omdat een koudebrug niet zou ontstaan door het aanbrengen van tyvek. In het deskundigenrapport van 31 oktober 2024 staat wel dat de dakpannen onbeschadigd hadden kunnen worden verwijderd, maar wordt niet ingegaan op het verweer van [de aannemer] dat verwijdering niet nodig was. Daarmee is niet komen vast te staan dat het laten liggen van de dakpanlagen als een tekortkoming moet worden aangemerkt. Tot slot stelt [de opdrachtgever] dat [de aannemer] het doek tot aan de goot heeft doorgetrokken, maar voor de stelling dat dit een gebrek/tekortkoming oplevert ontbreekt enige onderbouwing. Dat de werkzaamheden esthetisch gezien beter uitgevoerd hadden kunnen worden, betekent niet per definitie dat sprake is van een tekortkoming, ook omdat het doek na het plaatsen van de dakpannen niet meer zichtbaar is. Nadere afspraken waaruit zou blijken dat de werkzaamheden aan bepaalde (al dan niet esthetische) voorwaarden moest voldoen, zijn door [de opdrachtgever] niet gesteld.
4.9
[de opdrachtgever] heeft zijn stellingen onvoldoende onderbouwd, waardoor niet is komen vast te staan dat [de aannemer] toerekenbaar tekort is geschoten. [de opdrachtgever] heeft wel nadere bewijslevering aangeboden, maar daaraan wordt niet toegekomen, gelet op die ontoereikende onderbouwing. Bovendien is het bewijsaanbod onvoldoende specifiek over de stellingen waarvan bewijs wordt aangeboden.
4.1
Aanvullend wordt nog opgemerkt dat [de aannemer] niet in gebreke is gesteld voor de werkzaamheden waar het hier om gaat, en waardoor beweerdelijk lekkage is ontstaan. Vastgesteld is echter dat [de aannemer] geen werkzaamheden heeft uitgevoerd waardoor lekkage is ontstaan.

5.De beslissing

Het hof:
5.1
bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van 2 juli 2024;
5.2
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.E.L. Fikkers, M.W. Zandbergen en O.E. Mulder, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
3 februari 2026.