ECLI:NL:GHARL:2026:560

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
23/132
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak hoger beroep belastingzaak naheffingsaanslag met griffierechtcorrectie

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 27 januari 2026 een hersteluitspraak gedaan ter verbetering van haar eerdere uitspraak van 16 december 2025 in een hoger beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag van de Belastingdienst.

Belanghebbende had erop gewezen dat in de eerdere uitspraak een onjuist bedrag aan betaald griffierecht was vermeld (€ 49 in plaats van € 360). Na ambtshalve inlichtingen is vastgesteld dat het juiste bedrag € 360 bedraagt. Het hof heeft dit gecorrigeerd en de uitspraak dienovereenkomstig aangepast.

De uitspraak bevestigt de vernietiging van de uitspraak van de rechtbank Gelderland, verklaart het beroep gegrond, bevestigt de uitspraak op bezwaar inzake de naheffingsaanslag, en veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van griffierechten, proceskosten en immateriële schadevergoeding aan belanghebbende.

De hersteluitspraak is gedaan door raadsheer R. den Ouden en griffier E.D. Postema en is in het openbaar uitgesproken. De uitspraak is digitaal beschikbaar en wordt per post verzonden indien niet digitaal geprocedeerd wordt.

Uitkomst: Het hof herstelt de fout in griffierechtvermelding, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van kosten en immateriële schade.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
nummer BK-ARN 23/132
uitspraakdatum: 27 januari 2026
Uitspraak van de tiende enkelvoudige belastingkamer
gedaan ter verbetering van de uitspraak van het Hof van 16 december 2025, op het hoger beroep van
[belanghebbende]te
[vestigingsplaats](hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) van 29 november 2022, nummer AWB 21/4837 in het geding tussen belanghebbende en
de
inspecteurvan de
Belastingdienst/Centrale Administratieve Processen/Team auto bpm(hierna: de Inspecteur)
en
de Staat der Nederlanden(Minister van Justitie en Veiligheid; hierna: de Staat)

1.Ontstaan en loop van het geding

1.1.
Het Hof heeft in deze zaak op 16 december 2025 uitspraak gedaan (hierna: de uitspraak).
1.2.
Nadien heeft belanghebbende erop gewezen dat in onderdeel 5.4 van de uitspraak een onjuist bedrag aan voor het beroep betaald griffierecht is vermeld (€ 49 in plaats van € 360). Uit door het Hof ambtshalve ingewonnen inlichtingen blijkt dat belanghebbende in eerste aanleg een griffierecht van € 360 heeft betaald. Beide partijen zijn op de hoogte gesteld omtrent het voornemen van het Hof deze misslag te herstellen.
1.3.
Herstel van deze fout brengt mee dat onderdeel 5.4 van de uitspraak als volgt komt te luiden:
“Het Hof ziet voorts aanleiding voor vergoeding aan belanghebbende van de door haar voor het beroep en het hoger beroep betaalde griffierechten van in totaal € 908 (€ 360 plus € 548), te betalen door de Inspecteur.”
1.4.
Het dictum komt dan te luiden:
“Het Hof:
  • vernietigt de uitspraak van de Rechtbank;
  • verklaart het beroep bij de Rechtbank gegrond;
  • bevestigt de uitspraak op bezwaar inzake de naheffingsaanslag;
  • veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het bezwaar van belanghebbende vastgesteld op € 1.294;
  • veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor het beroep en het hoger beroep van in totaal € 800;
  • veroordeelt de Staat tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade van € 1.000; en
  • gelast de Inspecteur aan belanghebbende te vergoeden de door haar betaalde griffierechten van in totaal € 908.”

2.Beslissing

Het Hof verbetert de bovenvermelde fout in de uitspraak op de wijze als hiervoor in de onderdelen 1.3 en 1.4 omschreven en verstaat dat de uitspraak aldus verbeterd moet worden gelezen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. den Ouden, lid van de tiende enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. E.D. Postema als griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.
De griffier, De raadsheer,
(E.D. Postema) (R. den Ouden)
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.
In de uitspraak van 16 december 2025 is vermeld op welke wijze een rechtsmiddel kan worden aangewend.