Belanghebbende kreeg voor het jaar 2019 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd met een belastbaar inkomen van € 19.851. De Inspecteur verklaarde het bezwaar ongegrond en kende een dwangsom toe wegens niet tijdig beslissen. Belanghebbende ging in beroep bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde maar de Staat veroordeelde tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten vanwege termijnoverschrijding.
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Tijdens de procedure voegde belanghebbende stukken toe die leidden tot een ambtshalve vermindering van de aanslag door de Inspecteur. Ter zitting op 14 januari 2026 sloten partijen een compromis waarbij een hogere dwangsom en een proceskostenvergoeding werden toegekend, en het betaalde griffierecht werd vergoed.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, kende een dwangsom van € 1.442 toe, veroordeelde de Inspecteur tot betaling van € 3.736 aan proceskosten en gelastte vergoeding van het griffierecht. Hiermee werd het hoger beroep gegrond verklaard en de belangen van belanghebbende erkend.