De ouders hebben twee kinderen die sinds 11 augustus 2020 onder toezicht staan van de gecertificeerde instelling (GI). De kinderrechter heeft op 22 juli 2025 de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen verlengd tot 11 augustus 2026. De moeder is tegen deze verlenging in hoger beroep gegaan en verzocht onder meer om een contra-expertise naar haar opvoedvaardigheden.
Het hof stelt vast dat de kinderen sinds mei 2023 bij pleegouders wonen, de grootouders van vaderskant, en dat het noodzakelijk blijft dat zij daar verblijven vanwege ernstige zorgen over de opvoedcapaciteiten van de moeder. Ondanks meerdere hulpverleningspogingen en onderzoeken is de moeder niet in staat gebleken de zorg voor de kinderen op zich te nemen. De moeder heeft onvoldoende probleeminzicht en heeft afspraken niet nagekomen.
Het verzoek van de moeder om een onafhankelijke gedragsdeskundige te benoemen wordt afgewezen omdat het onvoldoende concreet en onderbouwd is, eerdere onderzoeken door haar eigen toedoen niet konden plaatsvinden en het belang van de kinderen zich verzet tegen verder onderzoek. Het hof bekrachtigt de beslissing van de kinderrechter en ziet geen reden om de duur van de uithuisplaatsing te beperken. De kinderen hebben inmiddels stabiliteit en ontwikkeling doorgemaakt bij de pleegouders en accepteren hun situatie.