ECLI:NL:GHARL:2026:4957

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 juli 2026
Publicatiedatum
29 juli 2026
Zaaknummer
P26/118
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging omzetting terbeschikkingstelling naar verpleging van overheidswege

De terbeschikkinggestelde is in hoger beroep gegaan tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland om zijn terbeschikkingstelling met voorwaarden om te zetten in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Het hof heeft de zaak behandeld op 16 juli 2026, waarbij de advocaat-generaal, de terbeschikkinggestelde met zijn raadsman en een deskundige reclasseringswerker zijn gehoord.

De deskundige en de reclassering hebben geadviseerd de omzetting te handhaven, omdat eerdere behandeltrajecten telkens vastliepen door moeizame behandelrelaties, incidenten met geweldsdreiging en beperkte behandelmotivatie van de terbeschikkinggestelde. Hoewel de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) bereid is tot opname en de terbeschikkinggestelde op de wachtlijst staat, wordt verwacht dat een nieuw traject binnen het huidige kader zal mislukken.

De terbeschikkinggestelde verzet zich tegen de omzetting en stelt dat hij zijn behandelplafond heeft bereikt, geen gevaar vormt en zijn resocialisatie binnen het huidige kader wil voortzetten. De raadsman ondersteunt dit standpunt en wijst op positieve stappen en afbouw van het beveiligingsniveau in het verleden.

Het hof oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de omzetting noodzakelijk is. De vele incidenten, het gebrek aan een werkbare behandelrelatie en de beperkte motivatie maken voortzetting binnen het huidige kader niet haalbaar. De terbeschikkinggestelde weigert opname in de FPK, waardoor een alternatief voor verpleging van overheidswege ontbreekt. Het hof bevestigt daarom de bestreden beslissing met aanvullende gronden.

Uitkomst: Het hof bevestigt de omzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden naar verpleging van overheidswege vanwege herhaalde incidenten en beperkte behandelmotivatie.

Uitspraak

TBS P26/118
Beslissing van 30 juli 2026
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [land van herkomst] op [geboortedatum] 1976,
op dit moment verblijvende in penitentiaire inrichting [P.I.] ,
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 10 februari 2026. Deze beslissing houdt in het bevel dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- de processen-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 23 februari 2026 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
- de Pro Justitia rapportage van GZ-psycholoog [naam] , opgemaakt in het kader van de verlengingsprocedure, van 27 mei 2026;
- het verlengingsadvies van Verslavingsreclassering [reclassing]
(hierna: de reclassering)van 30 juni 2026;
- de aanvullende informatie van de reclassering van 2 juli 2026.
Het hof heeft ter zitting van 16 juli 2026 gehoord de advocaat-generaal, mr. I.M. Muller, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman, mr. B.H.J. van Rhijn, advocaat te Doorn.
Het hof heeft ter zitting tevens als deskundige gehoord: M.C.T. Koenders, reclasseringswerker.

Overwegingen

Het advies van deskundige Koenders
De deskundige heeft het advies van de reclassering om de terbeschikkingstelling met voorwaarden om te zetten in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege gehandhaafd. Zij heeft toegelicht dat de afgelopen jaren meerdere pogingen zijn ondernomen om de behandeling en resocialisatie binnen het kader van de terbeschikkingstelling met voorwaarden vorm te geven. Daarbij is gezocht naar een passend tempo, een geschikte behandelsetting en een geleidelijke afbouw van het beveiligingsniveau. Ondanks de inspanningen van alle betrokkenen zijn deze trajecten telkens vastgelopen. De Pro Justitia rapportage van GZ-psycholoog [naam] is evenwel aanleiding geweest de mogelijkheden voor een voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden opnieuw te onderzoeken en de zaak voor te leggen aan Divisie Individuele Zaken (DIZ). Hoewel daaruit is gekomen dat Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) [instelling] bereid is om de terbeschikkinggestelde op te nemen en hij daar op de wachtlijst is geplaatst, verwacht de deskundige dat een nieuwe poging binnen bet huidige kader opnieuw zal vastlopen. Zij acht een herhaling van zetten niet in het belang van de terbeschikkinggestelde. Naar haar oordeel biedt een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege de meeste rust en de grootste kans op een succesvolle resocialisatie.
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde heeft verzocht de vordering tot het alsnog verplegen van overheidswege af te wijzen. Hij heeft naar voren gebracht dat hij gedurende de terbeschikkingstelling de nodige behandeling heeft gehad en dat hij het behandelplafond heeft bereikt. Hij voelt zich continu niet gezien en gehoord. Volgens hem is elke mogelijkheid om te resocialiseren hem telkens ontnomen, terwijl zijn verloven goed zijn verlopen, er geen gewelddadige incidenten zijn geweest en hij geen gevaar voor de samenleving vormt. De terbeschikkinggestelde wil de kans krijgen zijn resocialisatie binnen het kader van de terbeschikkingstelling met voorwaarden voort te zetten en in de praktijk te laten zien dat hij het geleerde kan toepassen.
De raadsman heeft zich daarbij aangesloten. Volgens de raadsman laat het dossier zien dat de terbeschikkinggestelde gedurende langere periode wel degelijk positieve stappen heeft gezet en dat het beveiligingsniveau in het verleden ook is afgebouwd. Onder verwijzing naar de rapportage van [naam] heeft de raadsman aangevoerd dat de terbeschikkinggestelde nog één kans verdient om zijn resocialisatietraject binnen het kader van de terbeschikkingstelling met voorwaarden af te ronden. Daarbij zijn met name het juiste tempo, een passende voorziening en een ervaren begeleider van belang. Bovendien is FPK [instelling] bereid om de terbeschikkinggestelde opnieuw op te nemen en is hij heel gemotiveerd om samen te werken met de reclassering.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Er is nog steeds sprake van een stoornis en een hoog recidiverisico. Hoewel de terbeschikkinggestelde zichzelf positief beoordeelt en stelt dat hij geen gevaar voor de samenleving vormt, blijkt uit de stukken dat gedurende de gehele maatregel sprake is geweest van moeizame behandelrelaties, weerstand tegen behandeling en het telkens vastlopen van behandeltrajecten. De advocaat-generaal heeft erop gewezen dat de rapportage van [naam] weliswaar aanleiding gaf om de mogelijkheden voor een nieuwe behandelpoging te bezien, maar dat de reclassering na een zorgvuldige afweging tot de conclusie is gekomen dat voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden geen reële kans van slagen meer heeft en slechts zal leiden tot een herhaling van zetten. Gelet op het recidiverisico en de vele eerdere behandelpogingen acht de advocaat-generaal een omzetting naar een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege noodzakelijk.
Het oordeel van het hof
Het hof is onder aanvulling van gronden als hierna weergegeven van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op de juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het hof de beslissing waarvan beroep met die aanvulling bevestigen.
In het kader van een eventueel volgende vordering tot verlenging van de maatregel heeft GZ-psycholoog [naam] op 27 mei 2026 gerapporteerd. Hij is van oordeel dat beëindiging van de terbeschikkingstelling niet aan de orde is, omdat een gedegen resocialisatietraject nog niet heeft plaatsgevonden en beschermende factoren nog onvoldoende zijn opgebouwd. Ook acht hij verlenging van de maatregel met twee jaar aangewezen. Vervolgens gaat hij in op het benodigde risicomanagement en stelt hij vast dat verschillende behandelaren hebben geconcludeerd dat de terbeschikkinggestelde binnen een niveau drie setting zijn behandelplafond heeft bereikt en dat hij niet langer gemotiveerd is voor een klinische behandeling in een hoog beveiligde setting. Volgens de rapporteur maakt die beperkte behandelmotivatie het opnieuw opstarten van een klinisch behandelcontact in het kader van terbeschikkingstelling met voorwaarden weinig heilzaam.
[naam] merkt vervolgens over de mislukking van het begeleid wonen bij [instelling] op dat het slechts van korte duur is geweest en dat de overgang naar begeleid wonen mogelijk te groot is geweest. Naar zijn mening is daarbij te veel van de terbeschikkinggestelde verwacht en is te weinig rekening gehouden met de gevolgen van de langdurige detentie en klinische opnames. Tegen die achtergrond acht de rapporteur een meer geleidelijk resocialisatietraject, met ambulante psychologische behandeling of begeleiding door een ervaren behandelaar binnen het huidige juridische kader, nog het proberen waard. Daarbij benadrukt hij wel dat een dergelijk traject alleen kans van slagen heeft wanneer de terbeschikkinggestelde zich achter dat traject schaart, vertrouwen heeft in de betrokken professionals en abstinent blijft van middelen.
Naar aanleiding van de rapportage van [naam] heeft de reclassering DIZ verzocht opnieuw te kijken of het mogelijk is om de terbeschikkinggestelde binnen de forensische zorg te plaatsen (in het kader van de terbeschikkingstelling met voorwaarden). Dat heeft er volgens het reclasseringsadvies van 2 juli 2026 toe geleid dat betrokkene opnieuw is aangemeld bij [instelling] . Hoewel [instelling] bereid is de terbeschikkinggestelde op te nemen en hem op de wachtlijst voor de FPK heeft geplaatst, heeft de kliniek daarbij tevens aangegeven twijfels te hebben over de haalbaarheid van een nieuw traject en te verwachten dat mogelijk sprake zal zijn van een herhaling van zetten.
De reclassering is, na afweging van de rapportage van [naam] en de reactie van [instelling] , bij haar eerdere advies gebleven. Zij blijft van oordeel dat de eerdere behandelpogingen, de houding van de terbeschikkinggestelde en zijn beperkte behandelmotivatie onvoldoende aanknopingspunten bieden om te verwachten dat een nieuw traject binnen het kader van de terbeschikkingstelling met voorwaarden tot een ander resultaat zal leiden.
De terbeschikkinggestelde heeft ter zitting verklaard dat hij zijn behandelplafond heeft bereikt en dat hij geen behoefte meer heeft aan een nieuwe klinische behandeling. Een nieuw klinisch traject bij FPK [instelling] , waarbij opnieuw zou worden gestart binnen een hoog beveiligingsniveau, acht hij niet nodig en niet wenselijk omdat hij feitelijk direct wil resocialiseren.
Het hof is, zoals al overwogen, van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden moet worden omgezet in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Die gronden vult het hof mede op basis van de zich in het dossier bevindende rapportage nog als volgt aan, mede in het licht van de in beeld gekomen plaatsing in de FPK van [instelling] :
  • Tussen de terbeschikkinggestelde en de hem begeleidende en/of behandelende medewerkers in het huidige juridische kader komt bij herhaling slechts moeizaam een enigszins werkbare relatie tot stand; zelfs in december 2025 wordt in het huis van bewaring zijn houding jegens het personeel nog gekwalificeerd als denigrerend;
  • De uitvoering van de maatregel tot heden is gepaard gegaan met veel incidenten waarbij (dreiging met) geweld op de voorgrond staat. Het is niet de verdienste van de terbeschikkinggestelde dat er geen slachtoffers met fysiek letsel zijn, maar dat lijkt vooral toe te schrijven aan het begrenzende kader waarin de incidenten plaatsvonden;
  • Aan de terbeschikkinggestelde zijn bij herhaling nieuwe kansen geboden; ter illustratie dient dat begin 2024 een vordering omzetting is ingetrokken en de terbeschikkinggestelde is geplaatst in de [instelling] waar hij vervolgens niet deelneemt aan de inhoudelijke behandeling, er ook problemen met zijn toezichthouder van de reclassering ontstaan en vervolgens wordt besloten hem een nieuwe toezichthouder toe te wijzen;
  • De in het kader van de eventuele verlenging van de maatregel ingeschakelde deskundige acht weliswaar voortzetting van het huidige juridisch kader zeker het proberen waard, maar maakt min of meer het voorbehoud dat begeleiding/behandeling dient te geschieden door een ervaren behandelaar; de toezichthouder is na intern overleg stellig en consistent in het oordeel dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden niet uitvoerbaar is;
  • [instelling] is ondanks twijfel en de mogelijkheid van herhaling van zetten bereid de terbeschikkinggestelde te plaatsen op de wachtlijst van de FPK van [instelling] ; die wachtlijst is lang en in een overbruggingsplek kan niet worden voorzien;
  • De verklaring van de terbeschikkinggestelde dat hij opname in de FPK van [instelling] niet wenselijk en nodig vindt.
Een alternatief voor de verpleging van overheidswege is gelet op de moeilijkheden om tot een goede werkrelatie te komen, de vele incidenten en de bij herhaling geboden nieuwe kansen reeds een moeizame optie, mogelijk nog net een optie die – om met de rapporteur te spreken - het proberen waard is. Het voorbehoud van de deskundige (een ervaren begeleider/behandelaar) en twijfel bij [instelling] (mogelijk herhaling van zetten) verkleinen die optie tot een muizengaatje. De toegang tot dat gaatje wordt uiteindelijk afgesloten door de terbeschikkinggestelde zelf die opname in de FPK van [instelling] niet wenselijk en niet nodig vindt.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt met aanvulling van grondenals voormeld de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 10 februari 2026, met betrekking tot de terbeschikkinggestelde,
[terbeschikkinggestelde] .
Aldus gedaan door
mr. O.G. Schuur, voorzitter,
mr. M. Keppels en mr. P.C. Vegter, raadsheren,
en drs. P.K.J. Ronhaar en drs. J. Klumpenaar, raden,
in tegenwoordigheid van mr. I.H. Scharrenberg, griffier,
en op 30 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.