Het huwelijk van partijen werd in 2018 ontbonden en zij zijn ouders van twee minderjarige kinderen die sinds 1 februari 2025 uit huis zijn geplaatst en verblijven in een instelling. De man verzocht de rechtbank om de kinderalimentatie te wijzigen naar nihil vanwege de uithuisplaatsing. De rechtbank wees dit verzoek toe en stelde de alimentatie op nihil.
De vrouw ging in hoger beroep omdat zij van mening was dat zij nog steeds kosten maakt voor de kinderen, zoals kleding, schoolspullen en medische kosten, en dat de man nog steeds onderhoudsplichtig is. De vrouw kon echter geen bewijsstukken overleggen van haar uitgaven of haar inkomen, terwijl de man wel bewijsstukken over zijn inkomen en uitgaven aan de kinderen overlegde.
Het hof overwoog dat tijdens een uithuisplaatsing de behoefte van de kinderen wordt begrensd door de daadwerkelijke kosten die de verzorgende ouder maakt. Omdat de vrouw geen concrete en onderbouwde gegevens aanleverde over haar kosten en inkomsten, kon het hof niet vaststellen dat er nog een behoefte is waarvoor de man moet bijdragen. Daarom werd de alimentatie met ingang van 1 februari 2025 op nihil gesteld. Tevens vernietigde het hof de bestreden beschikking en gaf een nieuwe beslissing in lijn met de werkelijke bedoeling van de man.