ECLI:NL:GHARL:2026:487

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
21-003072-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Openlijke geweldpleging na voetbalwedstrijd tussen twee BVO's met verwerping van het verweer van de verdediging

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 28 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland. De verdachte is beschuldigd van openlijke geweldpleging na een voetbalwedstrijd tussen twee BVO's op 19 februari 2023. Het hof oordeelt dat de verdachte 'in vereniging' heeft gehandeld, ondanks het verweer van de verdediging dat de verdachte niet in groepsverband heeft gehandeld. Het hof legt een taakstraf op van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, waarvan 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Geen stadion- of stadiongebiedsverbod wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde. De uitspraak is gebaseerd op de ernst van de rellen en de bijdrage van de verdachte aan het geweld, waarbij het hof concludeert dat er voldoende bewijs is voor de tenlastelegging van openlijke geweldpleging. De verdediging heeft gepleit voor vrijspraak, maar het hof verwerpt dit verweer en komt tot een andere beslissing dan de politierechter.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003072-24
Uitspraakdatum: 28 januari 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden , zittingsplaats Leeuwarden , gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden , van 12 juli 2024 met parketnummer 18-185261-23 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1977 in ' [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 14 januari 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
  • vernietiging van het vonnis van de politierechter;
  • veroordeling van verdachte voor de laste gelegde openlijke geweldpleging tot een taakstraf van 120 uren of als de taakstraf niet goed wordt uitgevoerd 60 dagen hechtenis waarvan 60 uren taakstraf of 30 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. L.I. Veenstra, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter heeft, zoals volgt uit het hiervoor genoemde vonnis, verdachte voor de ten laste gelegde openlijke geweldpleging veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis waarvan 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aan het voorwaardelijke strafdeel heeft de politierechter ook twee bijzondere voorwaarden verbonden, namelijk een stadion- en locatieverbod.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 19 februari 2023 te [plaats] (na de gespeelde wedstrijd ( [BVO 1] - [BVO 2] ) openlijk, te weten op het (VIP-parkeer)terrein bij het [stadionnaam] gelegen aan of bij [straatnaam] , in elk geval op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer perso(o)n(en) (te weten supporters van [BVO 2] ) en/of een of meer goed(eren) (te weten een hok(je)/gebouw en/of hekken van het [stadionnaam] en/of een of meer op het (VIP-parkeer)terrein van het [stadionnaam] aanwezige containers en/of (een) andere aldaar aanwezige goed(eren),
immers heeft/is verdachte in vereniging met een of meer van zijn mededader(s), deel uitmakende van een (grote) groep personen, (zijnde supporters van [BVO 1] ), meermalen, althans eenmaal, opzettelijk gewelddadig
(op een moment dat een of meer perso(o)n(en) (supporters van [BVO 2] ) uit het zogenoemde gastenvak kwamen en zich richting het (parkeer)terrein voor de gasten begaven (alwaar de bussen waren geparkeerd, waarmee zij naar de wedstrijd waren gekomen en huiswaarts zouden keren), althans zich achter het hekwerk bevonden welke de afscheiding vormt met het (VIP-parkeer)terrein)
- zich al dan niet (gedeeltelijk) onherkenbaar gemaakt, door gezamenlijk (veelal) zwarte kleding te dragen en/of een capuchon/hoodie van een (veelal zwart) kledingstuk over het hoofd te dragen/trekken en/of een sjaal en/of mutsen te dragen, althans (veelal) gezichtsbedekking te dragen,en/of (vervolgens)
- het (door dranghekken afgescheiden) (VIP-parkeer)terrein al rennend, in elk geval lopend, betreden en (vervolgens) zich begeven in de richting van het naastgelegen (parkeer) terrein bestemd voor de bussen en/of auto's van de supporters van de uitspelende voetbalclub (in dit geval [BVO 2] ) en welk terrein middels een hekwerk is afgescheiden van het (VIP-parkeer)terrein en/of (vervolgens) op dat (VIP-parkeer)terrein aldaar,
- een aldaar aanwezig hok(je)/gebouw beklommen en/of een/of meer plank(en) van dat hok(je)/gebouw afgetrokken/afgesloopt en/of (vervolgens)
- die voornoemde plank over het hekwerk in de richting van de voornoemde perso(o)n(en) (supporters van [BVO 2] ) gegooid en/of
- op dat (VIP-parkeer)terrein aanwezig(e) grind en/of freesasfalt en/of ste(e)n(en) over het hekwerk in de richting van de voornoemde perso(o)n(en) (supporters van [BVO 2] ) gegooid en/of
- een balk en/of een (witte) lat en/of een cilindervormige staaf en/of een (houten) plank en/of een of meer (andere) voorwerp(en) over dat hekwerk in de richting van de voornoemde perso(o)n(en) (supporters van [BVO 2] ) gegooid en/of
- een of meer op dat (VIP-parkeer) terrein aanwezige (blauwe)containers en/of (een) de(e)l(en) daarvan tegen en/of op en/of over het hekwerk in de richting van de voornoemde perso(o)n(en) (supporters van [BVO 2] ) gegooid en/of
- met een plastic buis, althans een lang voorwerp, op en/of tegen dat hekwerk geslagen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde openlijke geweldpleging wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde openlijke geweldpleging, nu niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte ‘in vereniging’ geweld heeft gepleegd. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat verdachte pas arriveerde op de plek waar hij de steen gooide nadat de ME de groep geweldplegers had verjaagd, daar alleen stond en geen significante bijdrage heeft geleverd aan het in de tenlastelegging omschreven geweld.
Het oordeel van het hof
Verdachte heeft aangevoerd dat vrijspraak moet volgen. Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Als cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de bewijsmiddelen op in een aanvulling op dit arrest. Het hof acht het volgende van belang.
Beoordelingskader
Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat van het "in vereniging" plegen van geweld sprake is indien de verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt. De rechter zal moeten beoordelen of de door de verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.
Verder volgt uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking in vergelijkbare geldt zin indien het medeplegen een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving, zoals in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht het geval is met "in vereniging". Er zal moeten worden nagegaan of sprake is van nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het openlijk geweld tegen personen of goederen. Daarbij kan van belang zijn dat openlijke geweldpleging in vereniging zich, gelet op de aard van het delict, in verschillende vormen kan voordoen. Er kan sprake zijn van evident nauw en bewust samenwerken, maar deze strafbaarstelling is mede toepasselijk op – en wordt ook frequent toegepast bij – openlijk geweld dat bestaat uit een meer diffuus samenstel van uiteenlopende, tegen personen of goederen gerichte geweldshandelingen en dat plaatsvindt binnen een ongestructureerd, mogelijk spontaan samenwerkingsverband met een eigen – soms moeilijk doorzichtige – dynamiek. De voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking kan dus zeker ook bij dit delict verschillende verschijningsvormen hebben. Een bijdrage van voldoende gewicht kan onder omstandigheden ook geheel of ten dele bestaan uit het verrichten van op zichzelf niet-gewelddadige handelingen.
Openlijke geweldpleging
Voor de beantwoording van de vraag of bewezen kan worden verklaard dat verdachte de ten laste gelegde openlijke geweldpleging heeft begaan, gaat het hof uit van de navolgende feiten en omstandigheden, zoals die uit het dossier en wat op de zitting is besproken naar voren zijn gekomen.
Op 19 februari 2023 vond er in [plaats] een voetbalwedstrijd tussen [BVO 1] en [BVO 2] plaats. Heel kort na de wedstrijd, te weten omstreeks 14:15 uur, vonden er in en rondom het voetbalstadion ernstige ongeregeldheden plaats. Na de wedstrijd kwam achter de Noordtribune van het [stadionnaam] een groep [thuissupporters] in de richting van de uitgang van het uitvak rennen. Deze groep ging richting het hek dat tussen hen en de uitgang van het uitvak stond. Deze ruimte stond vol met [uitsupporters] . Deze twee groepen daagden elkaar uit en vrijwel direct hierop werden verschillende goederen over het hek gegooid. Dit werd over en weer gedaan. Kort hierop reed een ME-bus in de richting van de [thuissupporters] . Leden van de ME stapten uit de bus en dreven de supporters van [BVO 1] weg bij het hek. De [thuissupporters] renden weg in de richting van de Noordtribune. Omstreeks 14:21 uur kwamen twee mannen teruglopen in de richting van de hekken bij de uitgang van het uitvak. Deze twee mannen pakten stenen van de grond en gooiden deze vervolgens over de hekken in de richting van de ruimte bij de uitgang van uitvak. Op dat moment stonden er nog [uitsupporters] achter het hek. Uit het dossier, de beelden en de verklaring van verdachte volgt dat één van deze personen verdachte was.
Verdachte heeft verklaard dat hij mensen met bebloede gezichten zag lopen en hij uit nieuwsgierigheid daarheen is gelopen. Hij liep mee met de groep toen zij weggedreven werden. Hij stond daar later alleen. Hij bleef op een afstand van ongeveer 20 meter vanaf de hekken van het uitvak staan en keek naar wat daar allemaal gebeurde. Hij zag dat er van alles werd gegooid. Op een gegeven moment kwam een grote groep terug lopen vanaf het hek bij het uitvak. Deze personen liepen in de richting van de uitgang. In eerste instantie liep hij met deze groep mee. Op dat moment stond er iemand naast hem die tegen hem zei: "Kom, we gaan terug". Wie dit was weet hij niet. Hij kent deze persoon niet. Hij is met deze persoon mee terug gelopen in de richting van de hekken van het uitvak. Hij bleef op een afstand van ongeveer 20 meter van het hek staan. Die andere persoon liep door naar het hek toe. Volgens verdachte waren zij daar op dat moment als enige. Hij zag dat er grind in zijn richting gegooid werd. Dit grind viel vlak naast hem neer. Hierop pakte hij ook wat grind van de grond en gooide dit in de richting van de [uitsupporters] .
Het hof is van oordeel dat er vanaf het eerste geweld bij de hekken van de uitgang bij het uitvak sprake was van een continu proces van geweld, gericht tegen de supporters van [BVO 2] , politie, politievoertuigen en goederen. Er werd op verschillende plekken over de breedte van het hek met van alles en nog wat gegooid, waaronder behalve met stenen en freesasfalt, ook met planken en een afvalcontainer. Dit alles vond plaats op een geringe afstand van elkaar en in een beperkte tijd en kan dan ook worden aangemerkt als één geheel van aanhoudende geweldshandelingen.
Heel kort na de wedestrijd ontstond een groepsdynamiek waarbij een groot aantal personen binnen de groepen op elkaar reageerden door mee te doen aan de gewelddadigheden. Er ontstond een sfeer van ontremming, waaraan iedereen binnen die groep op enige manier een bijdrage leverde. Het gewelddadige gedrag van de een bevorderde dat de ander mee ging doen of bleef doen met het plegen van geweld, waardoor het geweld escaleerde en bleef voortduren.
Ook verdachte zijn gedrag wordt door het hof op die manier gekwalificeerd. Op grond van de hierboven genoemde feiten en omstandigheden volgt dat verdachte na te hebben staan kijken bij de gewelddadigheden bij het hek aanvankelijk mee weg bewoog bij het hek met de andere mensen die door de ME weg werden geveegd. Ook blijkt uit het dossier dat verdachte, nadat een hem onbekende persoon suggereerde “kom we gaan terug”, hij samen met die persoon terug is gelopen naar de hekken bij de uitgang van het uitvak. Verdachte moet begrepen hebben dat het deze persoon erom te doen was te kijken of daar nog sprake was van gewelddadigheden of andere ordeverstoringen en dat hij zelf daar (dus) om dezelfde reden heen ging. Hij kwam samen met die persoon aan bij de hekken en daar eenmaal aangekomen liep de andere persoon direct door naar de hekken en hij gooide iets over het hek. Vervolgens is op de beelden te zien dat verdachte op een aantal meters afstand van het hek staat, iets van de grond opraapt en dit over het hek gooit. Te zien is voorts dat hetgeen hij gooit aanmerkelijk groter is dan grind. Het hof concludeert dat verdachte niet alleen was toen hij terug liep en bij de hekken aankwam, dat verdachte in navolging van het eerder door hem waargenomen geweld door een grote groep personen en door de andere persoon die in zijn aanwezigheid vlak voor zijn neus ook een steen over het hek heeft gegooid. Verdachte heeft zich met die gedraging niet alleen aangesloten bij het gewelddadige gedrag van de persoon met wie hij bij de hekken aankwam, maar ook bij het meer massale geweld dat kort daarvoor plaatsvond bij diezelfde hekken en ook bestond uit het gooien van allerlei voorwerpen over het hek. Dat laatste wordt gesteund door het feit dat verdachte en de andere persoon met wie hij later opnieuw bij de hekken stond “terug” gingen, zijnde terug naar de plek waar zeer kort daarvoor massale ongeregeldheden plaatsvonden die zich richtten op supporters in de dezelfde ruimte als waar verdachte een steen heen gooide.
Op grond van het bovenstaande staat voor het hof vast dat het handelen van verdachte niet op zichzelf staat maar dat hij in vereniging gehandeld heeft, en dat hij met zijn handelen een voldoende significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de ten laste gelede geweldshandelingen. Het hof acht de ten laste gelegde openlijke geweldpleging daarom wettig en overtuigend bewezen. Het verweer van de raadsvrouw wordt dan ook verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op 19 februari 2023 te [plaats] (na de gespeelde wedstrijd [BVO 1] - [BVO 2] ) openlijk, te weten op het (VIP-parkeer)terrein bij het [stadionnaam] gelegen aan of bij [straatnaam] , op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen (te weten supporters van [BVO 2] ) en goederen, te weten een hokje/gebouw en hekken van het [stadionnaam] en op het VIP-parkeerterrein van het [stadionnaam] aanwezige containers en andere aldaar aanwezige goederen,
immers heeft verdachte in vereniging met zijn mededaders, deel uitmakende van een grote groep personen (zijnde supporters van [BVO 1] ), meermalen, opzettelijk gewelddadig op een moment dat personen (supporters van [BVO 2] ) uit het zogenoemde gastenvak kwamen en zich richting het parkeerterrein voor de gasten begaven alwaar de bussen waren geparkeerd, waarmee zij naar de wedstrijd waren gekomen en huiswaarts zouden keren en zich achter het hekwerk bevonden welke de afscheiding vormt met het VIP-parkeerterrein
- zich al dan niet (gedeeltelijk) onherkenbaar gemaakt, door gezamenlijk (veelal) zwarte kleding te dragen en een capuchon/hoodie van een veelal zwart kledingstuk over het hoofd te trekken en een sjaal en mutsen te dragen, vervolgens
- het door dranghekken afgescheiden VIP-parkeerterrein al rennend te betreden en (vervolgens) zich begeven in de richting van het naastgelegen parkeerterrein bestemd voor de bussen en auto's van de supporters van de uitspelende voetbalclub (in dit geval [BVO 2] ) en welk terrein middels een hekwerk is afgescheiden van het VIP-parkeerterrein en vervolgens op dat VIP-parkeerterrein aldaar,
- een aldaar aanwezig hokje/gebouw beklommen en planken van dat hokje/gebouw afgetrokken/afgesloopt en vervolgens
- die voornoemde plank over het hekwerk in de richting van de voornoemde personen (supporters van [BVO 2] ) gegooid en
- op dat VIP-parkeerterrein aanwezige grind en freesasfalt en stenen over het hekwerk in de richting van de voornoemde personen (supporters van [BVO 2] ) gegooid en
- een balk en een witte lat en een cilindervormige staaf en een houten plank over dat hekwerk in de richting van de voornoemde personen (supporters van [BVO 2] ) gegooid en
- op dat VIP-parkeerterrein aanwezige (blauwe)containers en delen daarvan tegen en over het hekwerk in de richting van de voornoemde personen (supporters van [BVO 2] ) gegooid.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft, mocht het hof tot een bewezenverklaring van het feit komen, verzocht om er rekening mee te houden dat de rol van verdachte beperkt is geweest, met het ontbreken van handelen in groepsverband, dat hij first offender is en als supporter niet behoort tot de harde kern. Daarnaast heeft de raadsvrouw verzocht om rekening te houden met de straffen die medeverdachten opgelegd hebben gekregen. Die medeverdachten hebben – in vergelijking met wat verdachte heeft gedaan – ernstiger geweld gepleegd, terwijl verdachte wel dezelfde straf heeft gekregen. Gelet hierop heeft de raadsvrouw verzocht om een taakstraf van dertig uren op te leggen en daarbij niet een stadionverbod als bijzondere voorwaarde op te leggen.
Het oordeel van het hof
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich op 19 februari 2023 bij het [stadionnaam] in [plaats] samen met andere personen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen politieambtenaren en goederen. Dit feit vond plaats nadat [BVO 1] had verloren van [BVO 2] . Er barstten na de wedstrijd bij het stadion en in de directe omgeving van het stadion ernstige rellen los. Een grote groep relschoppers richtte vernielingen aan en keerde zich tegen de [uitsupporters] en de aanwezige politie. Doelbewust werden stenen, vuurwerk en/of fakkels gegooid naar de [uitsupporters] en de politieambtenaren. Verdachte heeft een bijdrage geleverd aan dit geweld door met een steen in de richting van de hekken bij de uitgang van het uitvak te gooien, waarachter zich op dat moment [uitsupporters] bevonden. De kans dat verdachte hiermee iemand ernstig kon verwonden was groot. Verdachte en zijn mededaders hebben door hun handelen de openbare orde op ernstige wijze verstoord. Het hof rekent dit verdachte en zijn mededaders zwaar aan. Daarnaast heeft verdachte bij het publiek dat hier ongewild en ongewenst getuige van is geweest, gevoelens van angst teweeggebracht. Verdachte heeft door zijn handelen hieraan bijgedragen.
Bij de op te leggen straf heeft het hof gekeken naar het strafblad van verdachte van 15 december 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.
Bij de straftoemeting heeft het hof een aantal uitgangspunten gehanteerd. Het hof heeft vooral gekeken naar de straffen die doorgaans in soortgelijke zaken worden opgelegd, zoals die tot uitdrukking komen in de zogeheten oriëntatiepunten van het LOVS. De oriëntatiepunten nemen voor meerderjarigen als uitgangspunt een taakstraf tussen de honderdtwintig en honderdvijftig uren, wanneer dat geen of (slechts) enig lichamelijk letsel tot gevolg heeft. Voor zover het feit is begaan tegen een politieagent, indien het misdrijf is gepleegd gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn of haar bediening kan de in het oriëntatiepunt genoemde straf worden verhoogd. In dit geval is sprake van strafverzwarende omstandigheden.
Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde feit en de ernst van de rellen niet worden volstaan met de door raadsvrouw verzochte straf.
Dit alles leidt ertoe dat het hof het passend acht om een taakstraf op te leggen van honderdtwintig uren subsidiair zestig dagen hechtenis, waarvan zestig uren subsidiair dertig dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Het hof verbindt, anders dan de politierechter, aan de voorwaardelijke straf geen bijzondere voorwaarden. Gelet op het tijdsverloop en dat verdachte reeds van de gemeente en de KNVB een stadion- en/of stadiongebiedsverbod opgelegd heeft gekregen, acht het hof het niet meer nodig om dit ook op te leggen.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door mr. H.J. Deuring, mr. T.H. Bosma en mr. W. Geelhoed, in aanwezigheid van de griffier mr. A. Abdulkarim en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 28 januari 2026.