ECLI:NL:GHARL:2026:485

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
21-002975-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Openlijke geweldpleging na een voetbalwedstrijd met ernstige rellen

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 28 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland. De verdachte, geboren in 1996, was betrokken bij openlijke geweldpleging na een voetbalwedstrijd tussen twee BVO's op 19 februari 2023. Tijdens de rellen, die ontstonden na de wedstrijd, heeft de verdachte samen met anderen geweld gepleegd tegen supporters van de tegenpartij en goederen vernield. Het hof heeft de ernst van de rellen en de rol van de verdachte in deze geweldsuitbarsting zwaar meegewogen. De politierechter had eerder een gevangenisstraf van acht weken opgelegd, waarvan vier weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van 200 uren. Het hof heeft deze straf bevestigd, maar zonder de bijzondere voorwaarden van een stadionverbod, omdat de verdachte al een stadionverbod van de gemeente en de KNVB had gekregen. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf is afgewezen. Het hof heeft de straf gebaseerd op verschillende artikelen van het Wetboek van Strafrecht, waarbij het de omstandigheden van de verdachte en de ernst van het delict in overweging heeft genomen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer:21-002975-24
Uitspraakdatum:28 januari 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden , zittingsplaats Leeuwarden , gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden van 12 juli 2024 met parketnummer 18-185258-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 21-001085-20, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 14 januari 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
  • vernietiging van het vonnis van de politierechter;
  • veroordeling van verdachte voor de ten laste gelegde openlijke geweldpleging tot een gevangenisstraf van acht weken waarvan vier weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;
  • toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 21-001085-20.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. T.W. Delhaye, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter heeft, zoals volgt uit het hiervoor genoemde vonnis:
  • verdachte voor de ten laste gelegde openlijke geweldpleging veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht weken waarvan vier weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en daaraan twee bijzondere voorwaarden verbonden, namelijk een stadion- en locatieverbod;
  • de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 21-001085-20 afgewezen.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 19 februari 2023 te [plaats] (na de gespeelde wedstrijd ( [BVO 1] - [BVO 2] ) openlijk, te weten op het (VIP-parkeer)terrein bij het [stadion] gelegen aan of bij [straatnaam] , in elk geval op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer perso(o)n(en) (te weten supporters van [BVO 2] ) en/of een of meer goed(eren) (te weten een hok(je)/gebouw en/of hekken van het [stadion] en/of een of meer op het (VIP-parkeer)terrein van het [stadion] aanwezige containers en/of (een) andere aldaar aanwezige goed(eren),
immers heeft/is verdachte in vereniging met een of meer van zijn mededader(s), deel uitmakende van een (grote) groep personen, (zijnde supporters van [BVO 1] ), meermalen, althans eenmaal, opzettelijk gewelddadig
(op een moment dat een of meer perso(o)n(en) (supporters van [BVO 2] ) uit het zogenoemde gastenvak kwamen en zich richting het (parkeer)terrein voor de gasten begaven (alwaar de bussen waren geparkeerd, waarmee zij naar de wedstrijd waren gekomen en huiswaarts zouden keren), althans zich achter het hekwerk bevonden welke de afscheiding vormt met het (VIP-parkeer)terrein)
- zich al dan niet (gedeeltelijk) onherkenbaar gemaakt, door gezamenlijk (veelal) zwarte kleding te dragen en/of een capuchon/hoodie van een (veelal zwart) kledingstuk over het hoofd te dragen/trekken en/of een sjaal en/of mutsen te dragen, althans (veelal) gezichtsbedekking te dragen,en/of (vervolgens)
- het (door dranghekken afgescheiden) (VIP-parkeer)terrein al rennend, in elk geval lopend, betreden en (vervolgens) zich begeven in de richting van het naastgelegen (parkeer) terrein bestemd voor de bussen en/of auto’s van de supporters van de uitspelende voetbalclub (in dit geval [BVO 2] ) en welk terrein middels een hekwerk is afgescheiden van het (VIP-parkeer)terrein en/of (vervolgens) op dat (VIP-parkeer)terrein aldaar,
- een aldaar aanwezig hok(je)/gebouw beklommen en/of een/of meer plank(en) van dat hok(je)/gebouw afgetrokken/afgesloopt en/of (vervolgens)
- die voornoemde plank over het hekwerk in de richting van de voornoemde perso(o)n(en) (supporters van [BVO 2] ) gegooid en/of
- op dat (VIP-parkeer)terrein aanwezig(e) grind en/of freesasfalt en/of ste(e)n(en) over het hekwerk in de richting van de voornoemde perso(o)n(en) (supporters van [BVO 2] ) gegooid en/of - een balk en/of een (witte) lat en/of een cilindervormige staaf en/of een (houten) plank en/of een of meer (andere) voorwerp(en) over dat hekwerk in de richting van de voornoemde perso(o)n(en) (supporters van [BVO 2] ) gegooid en/of
- een of meer op dat (VIP-parkeer) terrein aanwezige (blauwe)containers en/of (een) de(e)l(en) daarvan tegen en/of op en/of over het hekwerk in de richting van de voornoemde perso(o)n(en) (supporters van [BVO 2] ) gegooid en/of
- met een plastic buis, althans een lang voorwerp, op en/of tegen dat hekwerk geslagen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op 19 februari 2023 te [plaats] (na de gespeelde wedstrijd [BVO 1] - [BVO 2] ) openlijk, te weten op het (VIP-parkeer)terrein bij het [stadion] gelegen aan of bij [straatnaam] , op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen (te weten supporters van [BVO 2] ) en goederen, te weten een hokje/gebouw en hekken van het [stadion] en op het VIP-parkeerterrein van het [stadion] aanwezige containers en andere aldaar aanwezige goederen,
immers heeft verdachte in vereniging met zijn mededaders, deel uitmakende van een grote groep personen, zijnde supporters van [BVO 1] , meermalen, opzettelijk gewelddadig
op een moment dat personen (supporters van [BVO 2] ) uit het zogenoemde gastenvak kwamen en zich richting het parkeerterrein voor de gasten begaven alwaar de bussen waren geparkeerd, waarmee zij naar de wedstrijd waren gekomen en huiswaarts zouden keren en zich achter het hekwerk bevonden welke de afscheiding vormt met het VIP-parkeerterrein
- zich al dan niet (gedeeltelijk) onherkenbaar gemaakt, door gezamenlijk (veelal) zwarte kleding te dragen en een capuchon/hoodie van een veelal zwart kledingstuk over het hoofd te trekken en een sjaal en mutsen te dragen, vervolgens
- het door dranghekken afgescheiden VIP-parkeerterrein al rennend te betreden en (vervolgens) zich begeven in de richting van het naastgelegen parkeerterrein bestemd voor de bussen en auto's van de supporters van de uitspelende voetbalclub (in dit geval [BVO 2] ) en welk terrein middels een hekwerk is afgescheiden van het VIP-parkeerterrein en vervolgens op dat VIP-parkeerterrein aldaar,
- een aldaar aanwezig hokje/gebouw beklommen en planken van dat hokje/gebouw afgetrokken/afgesloopt en vervolgens
- die voornoemde plank over het hekwerk in de richting van de voornoemde personen (supporters van [BVO 2] ) gegooid en
- op dat VIP-parkeerterrein aanwezige grind en freesasfalt en stenen over het hekwerk in de richting van de voornoemde personen (supporters van [BVO 2] ) gegooid en
- een balk en een witte lat en een cilindervormige staaf en een houten plank over dat hekwerk in de richting van de voornoemde personen (supporters van [BVO 2] ) gegooid en
- op dat VIP-parkeerterrein aanwezige (blauwe)containers en delen daarvan tegen en over het hekwerk in de richting van de voornoemde personen (supporters van [BVO 2] ) gegooid.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om rekening te houden met verdachtes bekennende proceshouding en zijn gewijzigde persoonlijke omstandigheden. Daarnaast was verdachte enkel bij het geweld aanwezig dat in en rondom het [stadion] plaatsvond en niet bij het geweld elders in de stad. Hij kreeg van de ME een klap met een wapenstok en hij heeft hier letsel aan overgehouden, waar hij tot op de dag van vandaag last van heeft. Hierdoor kan verdachte zich weinig herinneren van die dag. Toch neemt hij zijn verantwoordelijkheid voor wat er is gebeurd. Dit alles hoort strafmatigend te werken. Door de klap kan hij ook niet meer zijn arbeidscapaciteit volledig benutten. Verder zal een gevangenisstraf op financieel vlak vergaande negatieve gevolgen voor hem hebben. Verder heeft de raadsman verzocht om rekening te houden met het tijdsverloop. Mocht het hof een gebiedsverbod opleggen, dan verzoekt de raadsman om dit op te leggen voor een kleinere omgeving dan de politierechter heeft opgelegd. Alles overziend heeft de raadsman verzocht om een taakstraf van zestig uren op te leggen en geen voorwaardelijke straf op te leggen.
Het oordeel van het hof
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich op 19 februari 2023 bij het [stadion] in [plaats] samen met andere personen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen politieambtenaren en goederen. Dit feit vond plaats nadat [BVO 1] had verloren van [BVO 2] . Er barstten na de wedstrijd bij het stadion en in de directe omgeving van het stadion ernstige rellen los. Een grote groep relschoppers richtte vernielingen aan en keerde zich tegen de [uitsupporters] en de aanwezige politie. Doelbewust werden stenen, vuurwerk en/of fakkels gegooid naar de politieambtenaren, maar ook naar de [uitsupporters] . Verdachte heeft een bijdrage geleverd aan dit geweld door planken van een hokje naast het uitvak te slopen en planken in de richting van het uitvak te gooien. Verdachte en zijn mededaders hebben door hun handelen de openbare orde op ernstige wijze verstoord. Het hof rekent dit verdachte en zijn mededaders zwaar aan. Daarnaast heeft verdachte bij het publiek dat hier ongewild en ongewenst getuige van is geweest, gevoelens van angst teweeggebracht. Verdachte heeft door zijn handelen hieraan bijgedragen.
Bij de op te leggen straf heeft het hof gekeken naar het strafblad van verdachte van 15 december 2025. Hieruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Verder heeft het hof geconstateerd dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Bij de straftoemeting heeft het hof een aantal uitgangspunten gehanteerd. Het hof heeft vooral gekeken naar de straffen die doorgaans in soortgelijke zaken worden opgelegd, zoals die tot uitdrukking komen in de zogeheten oriëntatiepunten van het LOVS. De oriëntatiepunten nemen voor meerderjarigen als uitgangspunt een taakstraf tussen de honderdtwintig en honderdvijftig uren, wanneer dat geen of (slechts) enig lichamelijk letsel tot gevolg heeft. Voor zover het feit is begaan tegen een politieagent, indien het misdrijf is gepleegd gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn of haar bediening kan de in het oriëntatiepunt genoemde straf worden verhoogd. In dit geval is sprake van strafverzwarende omstandigheden. Voor wat betreft de taakstraf neemt het hof tot uitgangspunt een taakstraf van tweehonderd uren voor meerderjarigen. Het hof heeft echter, gezien de ernst van de rellen, de beeldbepalende rol die verdachte aan het begin daarvan heeft gespeeld, en met name het geweld tegen politiemensen, als uitgangspunt genomen dat niet kan worden volstaan met een taakstraf, en zal daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.
Het hof houdt bij de strafoplegging verder rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals door verdachte en zijn raadsman naar voren is gebracht op de zitting van het hof. Verdachte staat onder bewind. Mocht verdachte gedetineerd raken, dan zal dit financieel grote negatieve gevolgen voor hem hebben.
Het geheel overziend acht het hof de oplegging van een straf die zou inhouden dat verdachte nu nog (geruime tijd) gedetineerd zou raken niet meer passend. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal leiden tot een negatieve doorkruising van de ontwikkelingen die verdachte doormaakt. Toch kan naar het oordeel van het hof gelet op de ernst van het bewezen verklaarde feit en de ernst van de rellen niet worden volstaan met de door raadsman verzochte straf.
Dit alles leidt ertoe dat het hof het passend en geboden acht om een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van acht weken met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van tweehonderd uren subsidiair honderd dagen hechtenis. Het hof verbindt, anders dan de politierechter, aan de voorwaardelijke gevangenisstraf geen bijzondere voorwaarden. Gelet op het tijdsverloop en dat verdachte reeds van de gemeente en de KNVB een stadion- en/of stadiongebiedsverbod opgelegd heeft gekregen, acht het hof het niet meer nodig om dit ook op te leggen.

Vordering tot tenuitvoerlegging

In de zaak met parketnummer 21-001085-20 is verdachte op 10 februari 2022 door het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden veroordeeld. Aan verdachte is toen een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd van twee weken, met een proeftijd van twee jaren. Het Openbaar Ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde.
Gelet op wat hiervoor is overwogen in het kader van de strafoplegging acht het hof tenuitvoerlegging van de vordering tot tenuitvoerlegging niet langer opportuun. Het hof zal de vordering daarom afwijzen.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
100 (honderd) dagen hechtenis.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket Noord-Nederland van 12 juni 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden van 10 februari 2022, parketnummer 21-001085-20, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.
Dit arrest is gewezen door mr. H.J. Deuring, mr. T.H. Bosma en mr. W. Geelhoed, in aanwezigheid van de griffier mr. A. Abdulkarim en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 28 januari 2026.