ECLI:NL:GHARL:2026:4829
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging echtscheiding wegens duurzame ontwrichting en afwijzing verzoek hoofdverblijf kinderen
De vader en moeder zijn in 2013 getrouwd en hebben vier minderjarige kinderen. De moeder heeft in april 2025 verzocht om echtscheiding, welke door de rechtbank in december 2025 is toegewezen. De kinderen zijn sinds november 2024 uit huis geplaatst en onder toezicht gesteld, met verlenging van de uithuisplaatsing tot december 2026.
De vader is in hoger beroep gekomen tegen de echtscheiding en het afwijzen van zijn verzoek om het hoofdverblijf van de kinderen bij hem te bepalen na afloop van de uithuisplaatsing. Hij betwist de duurzame ontwrichting en stelt dat de moeder psychische problematiek heeft die haar wil beïnvloedt.
Het hof oordeelt dat de moeder voldoende heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en dat zij in staat is haar wil te bepalen. De echtscheiding wordt daarom bekrachtigd. Ten aanzien van het hoofdverblijf van de kinderen kan het hof geen beslissing nemen omdat de uithuisplaatsing nog loopt en het perspectiefonderzoek door de gecertificeerde instelling nog niet is afgerond. De samenwerking tussen vader en GI is slecht en de vader heeft momenteel geen omgang met de kinderen.
Het hof wijst het verzoek van de vader af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank. De beslissing is op 23 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheiding wegens duurzame ontwrichting en wijst het verzoek van de vader af om het hoofdverblijf van de kinderen bij hem te bepalen.