Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
€ 392,- per maand. Hierbij zijn de tarieven van 2025-1 gehanteerd.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Overijssel inzake de vaststelling van kinderalimentatie voor twee kinderen, waarvan één jong-meerderjarig. De man en vrouw, beiden van Kameroense nationaliteit, zijn uit elkaar sinds februari 2022. De vrouw verzocht om kinderalimentatie vanaf september 2023, de rechtbank stelde deze vast vanaf juni 2024. De man betwistte de hoogte en ingangsdatum en kwam in hoger beroep.
Het hof beoordeelde de draagkracht van partijen op basis van recente inkomensgegevens tot 2026, rekening houdend met schulden van de man en de zorgkorting. De man heeft een nieuwe relatie met een kind geboren in 2025 en een tweede verwacht in oktober 2026, wat invloed heeft op de verdeling van zijn draagkracht.
Het hof oordeelt dat de ingangsdatum van 7 juni 2024 gehandhaafd blijft, wijzigt de vastgestelde bedragen per periode, houdt rekening met een zorgkorting van 5%, en verdeelt de draagkracht van de man over zijn vier kinderen vanaf november 2026. Tevens wordt rekening gehouden met aflossing van schulden tot augustus 2027. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het hof stelt de onderhoudsbijdragen opnieuw vast met een gedetailleerde berekening per periode.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en stelt de kinderalimentatiebedragen met ingang van 7 juni 2024 opnieuw vast, rekening houdend met draagkracht, schulden en toekomstige gezinsuitbreiding.