Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De zaak is behandeld op de zitting van 14 januari 2026. De betrokkene is verschenen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene is gesanctioneerd met een boete van €120 wegens het overtreden van een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op 23 maart 2024 in Amsterdam. Hij stelde dat zijn inzagerecht was geschonden omdat de gemeente Amsterdam, als bekeurende instantie, het originele dossier niet ter inzage gaf. De betrokkene vorderde vernietiging van de sanctie op grond van deze vermeende schending.
Het hof oordeelt dat het inzagerecht in de beroepsfase geregeld is in artikel 7:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De officier van justitie heeft op 13 juni 2024 een afschrift van de relevante stukken aan de betrokkene verstrekt. De enkele suggestie dat het dossier niet volledig zou zijn, is onvoldoende om te concluderen dat het inzagerecht is geschonden.
Daarnaast wijst het hof erop dat de Wet open overheid een bredere mogelijkheid biedt om publieke informatie op te vragen, maar dat de beoordeling van een weigering door de gemeente buiten de reikwijdte van deze procedure valt. Ook is een schending van het inzagerecht geen grond voor vernietiging van de inleidende beschikking. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en de beslissing van de kantonrechter bevestigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en verklaart het hoger beroep ongegrond wegens geen schending van het inzagerecht.