ECLI:NL:GHARL:2026:4685

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
21-001961-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 SrArt. 33 SrArt. 33a SrArt. 57 SrArt. 62 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep verkeersdelicten met drugsgebruik en rijden zonder geldig rijbewijs

In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan. Verdachte is veroordeeld voor veertien verkeersfeiten, waaronder rijden onder invloed van diverse drugs zoals amfetamine, cocaïne, GHB en MDMA, rijden zonder geldig rijbewijs en het weigeren van een bloedonderzoek. De feiten vonden plaats tussen 2022 en 2024 op verschillende locaties in Nederland.

Het hof achtte bewezen dat verdachte herhaaldelijk onder invloed van drugs heeft gereden terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was of hem was ontzegd. Ook weigerde hij meerdere keren mee te werken aan bloedonderzoeken. Het gedrag van verdachte werd als zeer kwalijk beoordeeld vanwege de gevaren voor de verkeersveiligheid en zijn recidive, ondanks eerdere veroordelingen en een lopende proeftijd.

De strafoplegging bestond uit een gevangenisstraf van zes maanden voor de misdrijven en viermaal twee weken hechtenis voor de overtredingen. Daarnaast werden drie inbeslaggenomen personenauto's, die aan verdachte toebehoren, verbeurd verklaard. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke ontzegging werd afgewezen omdat het vonnis waarop die was gebaseerd was vernietigd.

Het hof wees een verzoek om een reclasseringsrapportage af, omdat het zich voldoende geïnformeerd achtte over de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De straf werd passend geacht gezien de ernst van de feiten, het strafblad en het taakstrafverbod dat op verdachte van toepassing is.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf en viermaal twee weken hechtenis met verbeurdverklaring van drie personenauto's.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001961-25
Uitspraakdatum: 16 juli 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 10 april 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 96-290464-24 en 96-006569-24, 96-006602-24, 96-006665-24, 96-006681-24, 96-290508-24, 96-294533-23, 96-309715-23, 96-323267-23, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-012023-20, tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 2 juli 2026 en het onderzoek op de terechtzitting van de politierechter.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
  • vernietiging van het vonnis van de politierechter;
  • veroordeling van verdachte voor alle ten laste gelegde misdrijven tot een gevangenisstraf van zes maanden;
  • veroordeling van verdachte voor de ten laste gelegde overtredingen (viermaal) tot een hechtenis van twee weken per overtreding;
  • ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaren;
  • verbeurdverklaring van de drie inbeslaggenomen en niet teruggeven personenauto’s;
  • afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging met het parketnummer 18-012023-20.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. B.P.M. Canoy, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter heeft, zoals volgt uit het hiervoor genoemde vonnis waartegen het hoger beroep gericht is:
  • verdachte voor alle ten laste gelegde misdrijven veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden;
  • verdachte voor de ten laste gelegde overtredingen (viermaal) veroordeeld tot een hechtenis van twee weken per overtreding;
  • verdachte de bevoegdheid ontzegd om motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaren;
  • de drie inbeslaggenomen en niet teruggegeven personenauto’s verbeurdverklaard;
  • de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 18-012023-20 toegewezen.
Het hof komt in dit arrest tot een enigszins andere beslissing over het bewijs dan de politierechter, te weten ten aanzien van het ten laste gelegde feit in de zaak met parketnummer 96-290464-24, nu deze tenlastelegging op de zitting van het hof is gewijzigd. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Op de zitting in hoger beroep is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:
Zaak met parketnummer 96-290464-24:
hij op of omstreeks 6 september 2024 te [plaats] , in elk geval in Nederland, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend.
Zaak met parketnummer 96-006665-24 (gevoegd):
hij op of omstreeks 25 april 2023 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] een voertuig, te weten een brommobiel, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten GHB, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 30 milligram GHB per liter bloed bedroeg, in elk geval een gehalte hoger dan de in artikel 3 van Pro het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde.
Zaak met parketnummer 96-006602-24 (gevoegd):
1.
hij op of omstreeks 5 februari 2023 te [plaats] een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen, na gebruik van een of meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine en/of cocaïne en/of GHB, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen vermelde meetbare stoffen 120 microgram amfetamine per liter bloed en/of 19 migrocram cocaïne per liter bloed en/of 51 milligram GHB per liter bloed bedroeg, in elk geval (telkens) zijnde hoger dan de in artikel 3 van Pro het genoemd Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde;
2.
hij op of omstreeks 5 februari 2023 te [plaats] , als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, het [locatie] , terwijl het rijbewijs, dat voor het besturen van die categorie motorrijtuigen was vereist, te weten categorie B, en voornoemd rijbewijs (ingevolge artikel 25a van het Reglement rijbewijzen) voor een beperkte termijn was afgegeven, zijn geldigheid had verloren.
Zaak met parketnummer 96-006681-24 (gevoegd):
hij op of omstreeks 16 mei 2023 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] een voertuig, te weten een brommobiel, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen, na gebruik van een of meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine en/of MDMA en/of cocaïne en/of GHB, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen vermelde meetbare stoffen 100 microgram amfetamine per liter bloed en/of 45 microgram MDMA per liter bloed en/of 18 microgram cocaïne per liter bloed en/of 58 milligram GHB per liter bloed bedroeg, in elk geval (telkens) zijnde hoger dan de in artikel 3 van Pro het genoemd Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde.
Zaak met parketnummer 96-294533-23 (gevoegd):
1.
hij op of omstreeks 11 augustus 2022 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, [locatie] , een motorrijtuig, (brommobiel), heeft bestuurd;
2.
hij op of omstreeks 11 augustus 2022 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] een voertuig, te weten een brommobiel, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen, na gebruik van een of meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegensverkeerswet 1994, te weten amfetamine en/of cocaïne, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen vermelde meetbare stoffen 700 microgram amfetamine per liter bloed en/of 13 microgram cocaïne per liter bloed bedroeg, in elk geval (telkens) zijnde hoger dan de in artikel 3 van Pro het genoemd Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde.
Zaak met parketnummer 96-323267-23 (gevoegd):
1.
hij op of omstreeks 16 december 2022 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] , als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de [locatie] , terwijl het rijbewijs, dat voor het besturen van die categorie motorrijtuigen was vereist, te weten categorie B, en voornoemd rijbewijs (ingevolge artikel 25a van het Reglement rijbewijzen) voor een beperkte termijn was afgegeven, zijn geldigheid had verloren;
2.
hij op of omstreeks 16 december 2022 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 180 microgram amfetamine per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van Pro het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde.
Zaak met parketnummer 96-309715-23 (gevoegd):
hij op of omstreeks 27 september 2022 te [plaats] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [locatie] , een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd.
Zaak met parketnummer 96-006569-24 (gevoegd):
1.
hij op of omstreeks 1 februari 2023 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] , als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de [locatie] , terwijl het rijbewijs, dat voor het besturen van die categorie motorrijtuigen was vereist, te weten categorie B, en voornoemd rijbewijs (ingevolge artikel 25a van het Reglement rijbewijzen) voor een beperkte termijn was afgegeven, zijn geldigheid had verloren;
2.
hij op of omstreeks 1 februari 2023 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen, na gebruik van een of meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine en/of GHB, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen vermelde meetbare stoffen 120 microgram amfetamine per liter bloed en/of 14 milligram GHB per liter bloed bedroeg, in elk geval (telkens) zijnde hoger dan de in artikel 3 van Pro het genoemd Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde.
Zaak met parketnummer 96-290508-24 (gevoegd):
1.
hij op of omstreeks 5 februari 2024 te [plaats] , gemeente [gemeente 2] , in elk geval in Nederland, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend;
2.
hij op of omstreeks 5 februari 2024 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] , als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de [locatie] , terwijl het rijbewijs, dat voor het besturen van die categorie motorrijtuigen was vereist, te weten categorie B, en voornoemd rijbewijs (ingevolge artikel 25a van het Reglement rijbewijzen) voor een beperkte termijn was afgegeven, zijn geldigheid had verloren.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaken met parketnummers 96-290464-24, 96-006665-24, 96-006602-24 onder 1 en 2, 96-006681-24, 96-294533-23 onder 1 en 2, 96-323267-23 onder 1 en 2, 96-309715-23, 96-006569-24 onder 1 en 2 en 96-290508-24 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Zaak met parketnummer 96-290464-24:
hij op 6 september 2024 te [plaats] als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en geen medewerking daaraan heeft verleend.
Zaak met parketnummer 96-006665-24 (gevoegd):
hij op 25 april 2023 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] , een voertuig, te weten een brommobiel, heeft bestuurd na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten GHB, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro genoemde Wet het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 30 milligram GHB per liter bloed bedroeg, een gehalte hoger dan de in artikel 3 van Pro het genoemd Besluit bij die stof vermelde grenswaarde.
Zaak met parketnummer 96-006602-24 (gevoegd):
1.
hij op 5 februari 2023 te [plaats] een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd na gebruik van een of meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine en cocaïne en GHB, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro genoemde Wet het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen vermelde meetbare stoffen 120 microgram amfetamine per liter bloed en 19 microgram cocaïne per liter bloed en 51 milligram GHB per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van Pro het genoemd Besluit bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde;
2.
hij op 5 februari 2023 te [plaats] , als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), heeft gereden op de weg, het [locatie] , terwijl het rijbewijs dat voor het besturen van die categorie motorrijtuigen was vereist, te weten categorie B, en voornoemd rijbewijs (ingevolge artikel 25a van het Reglement rijbewijzen) voor een beperkte termijn was afgegeven, zijn geldigheid had verloren.
Zaak met parketnummer 96-006681-24 (gevoegd):
hij op 16 mei 2023 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] , een voertuig, te weten een brommobiel, heeft bestuurd na gebruik van een of meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine en MDMA en cocaïne en GHB, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro genoemde Wet het gehalte in zijn bloed 100 microgram amfetamine per liter bloed en 45 microgram MDMA per liter bloed en 18 microgram cocaïne per liter bloed en 58 milligram GHB per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van Pro het genoemd Besluit bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde.
Zaak met parketnummer 96-294533-23 (gevoegd):
1.
hij op 11 augustus 2022 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] , terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, [locatie] , een motorrijtuig (brommobiel) heeft bestuurd;
2.
hij op 11 augustus 2022 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] , een voertuig, te weten een brommobiel heeft bestuurd, na gebruik van een of meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine en cocaïne, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed 700 microgram amfetamine per liter bloed en 13 microgram cocaïne per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van Pro het genoemd Besluit bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde.
Zaak met parketnummer 96-323267-23 (gevoegd):
1.
hij op 16 december 2022 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] , als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de [locatie] , terwijl het rijbewijs dat voor het besturen van die categorie motorrijtuigen was vereist, te weten categorie B, en voornoemd rijbewijs (ingevolge artikel 25a van het Reglement rijbewijzen) voor een beperkte termijn was afgegeven, zijn geldigheid had verloren;
2.
hij op 16 december 2022 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] , een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed 180 microgram amfetamine per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van Pro het genoemd Besluit bij die stof vermelde grenswaarde.
Zaak met parketnummer 96-309715-23 (gevoegd):
hij op 27 september 2022 te [plaats] , terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [locatie] , een motorrijtuig (personenauto) heeft bestuurd.
Zaak met parketnummer 96-006569-24 (gevoegd):
1.
hij op 1 februari 2023 te [plaats] . gemeente [gemeente 1] , als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de [locatie] , terwijl het rijbewijs, dat voor het besturen van die categorie motorrijtuigen was vereist, te weten categorie B, en voornoemd rijbewijs (ingevolge artikel 25a van het Reglement rijbewijzen) voor een beperkte termijn was afgegeven, zijn geldigheid had verloren;
2.
hij op 1 februari 2023 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] , een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd na gebruik van een of meer in artikel 2, van het Besluit alcohol drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8 eerste Pro lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine en GHB, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed 120 microgram amfetamine per liter bloed en 14 milligram GHB per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van Pro het genoemd Besluit bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde.
Zaak met parketnummer 96-290508-24 (gevoegd):
1.
hij op 5 februari 2024 te [plaats] , gemeente [gemeente 2] , als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en geen medewerking daaraan heeft verleend;
2.
hij op 5 februari 2024 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] , als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de [locatie] , terwijl het rijbewijs, dat voor het besturen van die categorie motorrijtuigen was vereist, te weten categorie B, en voornoemd rijbewijs (ingevolge artikel 25a van het Reglement rijbewijzen) voor een beperkte termijn was afgegeven, zijn geldigheid had verloren.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het in de zaken met parketnummers 96-290464-24 en 96-290508-24 onder 1 bewezenverklaarde levert telkens op:
overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaken met parketnummers 96-006665-24, 96-006602-24 onder 1, 96-006681-24, 96-294533-23 onder 2, parketnummer 96-323267-23 onder 2 en 96-006569-24 onder 2 bewezenverklaarde levert telkens op:
overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaken met parketnummers 96-006602-24 onder 2, 96-323267-23 onder 1, 96-006569-24 onder 1 en 96-290508-24 onder 2 bewezenverklaarde levert telkens op:
overtreding van artikel 107, tweede lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaken met parketnummers 96-294533-23 onder 1 en 96-309715-23 bewezenverklaarde levert telkens op:
overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft – kort samengevat – verzocht om aan verdachte geen straf op te leggen die zou betekenen dat hij lang gedetineerd zal raken. Verdachte heeft geleerd van zijn verleden en hij heeft een positieve wending aan zijn leven gegeven. Daarnaast heeft verdachte een bedrijf. Mocht verdachte weer voor een lange tijd gedetineerd raken, dan kan dit een negatief effect op zijn bedrijf hebben. Gelet hierop hoort verdachte een taakstraf opgelegd te krijgen. Het is niet de bedoeling van de wetgever geweest dat in het geval iemand geleerd heeft van zijn fouten het taakstrafverbod van toepassing is. Mocht het hof vanwege het taakstrafverbod toch een vrijheidsstraf opleggen, dan wordt verzocht om een korte vrijheidsstraf te combineren met een taakstraf.
Het oordeel van het hof
Bij het bepalen van de straffen houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een groot aantal strafbare feiten, te weten veertien verkeersfeiten. Verdachte heeft de verkeersveiligheid op een onacceptabele wijze in gevaar gebracht door meermalen onder invloed van harddrugs te gaan rijden. Verder heeft verdachte dit gedaan in een periode waarin hij wist dat hij een rijontzegging had, wat zijn gedrag des te kwalijker maakt. Door telkens toch een auto te besturen, heeft verdachte zijn eigen belangen laten prevaleren boven het maatschappelijk belang van de verkeersveiligheid. Ook is ten laste van verdachte bewezen verklaard dat hij zich meermalen schuldig heeft gemaakt aan het weigeren van een bevel tot medewerking aan een bloedonderzoek en aan het rijden zonder geldig rijbewijs. De verplichting om in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs is ter bescherming van de verkeersveiligheid. Het weigeren van een bevel tot bloedonderzoek betreft een obstructie van de bevoegdheid van een opsporingsambtenaar om na te gaan of en zo ja, in welke mate een bestuurder van een motorrijtuig de door de wetgever gestelde norm betreffende drugs in het verkeer heeft overschreden. Dit is ook ter bescherming van de verkeersveiligheid.
Bij de op te leggen straf heeft het hof gekeken naar het omvangrijke strafblad van verdachte van 2 juni 2026, bestaande uit 37 pagina’s. Hieruit blijkt dat hij voorafgaand aan het bewezenverklaarde meermalen onherroepelijk voor strafbare feiten is veroordeeld, met name voor overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994. Daarnaast liep verdachte ten tijde van het plegen van de onderhavige feiten ook in een proeftijd van een eerdere veroordeling. Hieruit spreekt een onverbeterlijkheid in het gedrag van verdachte, die zich kennelijk ook niets gelegen laat liggen aan een voorwaardelijke veroordeling en een lopende proeftijd. Ook volgt uit dat strafblad dat het zogenoemde taakstrafverbod van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) van toepassing. Verder blijkt dat het bepaalde in artikel 63 Sr Pro van toepassing is.
Gelet op de hardnekkige recidive en met inachtneming van artikel 22b Sr kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van geruime duur. In de aangevoerde persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet het hof geen redenen om anders te oordelen dan de politierechter heeft gedaan.
Alles afwegende acht het hof ten aanzien van de bewezen verklaarde misdrijven oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, passend en geboden. Ten aanzien van de bewezen verklaarde overtredingen acht het hof voor iedere overtreding een hechtenis van twee weken passend en geboden. Dit betekent dat het hof aan verdachte viermaal een hechtenis van twee weken oplegt.
Omdat aan verdachte een vrijheidsstraf voor lange duur wordt opgelegd, hij recent niet meer met justitie in aanraking is geweest, zijn rijbewijs nu na twee jaren nog steeds ongeldig is en gelet op de uitkomst in de andere zaak waarin het hof op dezelfde datum als deze uitspraak doet, ziet het hof geen aanleiding meer om aan verdachte een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen op te leggen.
Voorwaardelijk verzoek
De raadsman heeft verzocht om, indien het hof van oordeel is dat de persoonlijke omstandigheden van verdachte onvoldoende onderbouwd zijn, alsnog een reclasseringsrapportage op te laten maken. Het hof heeft dit opgevat als een voorwaardelijk verzoek, in het geval het hof overgaat tot oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.
Het hof acht zich op basis van wat door verdachte en zijn raadsman ter zitting is toegelicht over de persoonlijke omstandigheden van verdachte voldoende voorgelicht en daarmee het opmaken van een reclasseringsrapportage niet noodzakelijk. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Beslag

Personenauto Seat Ibiza ( [kenteken 1] )
Het in de zaak met parketnummer 96-006569-24 onder 1 en 2 bewezenverklaarde is begaan met behulp van de inbeslaggenomen en niet teruggegeven personenauto, van het merk/type Seat Ibiza, met het kenteken [kenteken 1] , zoals hierna nader omschreven. Die behoort verdachte toe en wordt daarom verbeurdverklaard.
Hierbij is rekening gehouden met de financiële draagkracht van verdachte.
Personenauto Ford Ka ( [kenteken 2] )
Het in de zaak met parketnummer 96-290464-24 bewezenverklaarde is begaan met behulp van de inbeslaggenomen en niet teruggegeven personenauto, van het merk/type Ford Ka, met het kenteken [kenteken 2] , zoals hierna nader omschreven. Die behoort verdachte toe en wordt daarom verbeurdverklaard.
Hierbij is rekening gehouden met de financiële draagkracht van verdachte.
Personenauto Seat Ibiza ( [kenteken 3] )
Het in de zaak met parketnummer 96-006602-24 onder 1 en 2 bewezenverklaarde is begaan met behulp van de inbeslaggenomen en niet teruggegeven personenauto, van het merk/type Seat Ibiza, met het kenteken [kenteken 3] , zoals hierna nader omschreven. Die behoort verdachte toe en wordt daarom verbeurdverklaard.
Hierbij is rekening gehouden met de financiële draagkracht van verdachte.

Vordering tot tenuitvoerlegging

In de zaak met parketnummer 18-012023-20 is verdachte op 17 juli 2020 door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland veroordeeld. Aan verdachte is toen een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen opgelegd van zes maanden, met een proeftijd van drie jaren. Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen. Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde.
Het hof wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af, omdat uit het uittreksel van de Justitiële Documentatie van 2 juni 2026 volgt dat verdachte tegen voornoemd vonnis van de politierechter een rechtsmiddel heeft ingesteld en het hof Arnhem-Leeuwarden op 15 december 2021 dit vonnis heeft vernietigd en opnieuw recht heeft gedaan. Nu het vonnis van de politierechter is vernietigd (inclusief de strafoplegging) kan de in dat vonnis opgelegde voorwaardelijke bijkomende straf niet ten uitvoer gelegd worden.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 24, 33, 33a, 57, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 9, 107, 163, 176 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 96-290464-24 en in de zaak met parketnummer 96-006665-24 en in de zaak met parketnummer 96-006602-24 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-006681-24 en in de zaak met parketnummer 96-294533-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-323267-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-309715-23 en in de zaak met parketnummer 96-006569-24 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-290508-24 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 96-290464-24 en in de zaak met parketnummer 96-006665-24 en in de zaak met parketnummer 96-006602-24 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-006681-24 en in de zaak met parketnummer 96-294533-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-323267-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-309715-23 en in de zaak met parketnummer 96-006569-24 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-290508-24 onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 96-290464-24 onder 1 en in de zaak met parketnummer 96-006665-24 onder 1 en in de zaak met parketnummer 96-006602-24 onder 1 en in de zaak met parketnummer 96-006681-24 onder 1 en in de zaak met parketnummer 96-294533-23 onder 1 en onder 2 en in de zaak met parketnummer 96-323267-23 onder 2 en in de zaak met parketnummer 96-309715-23 onder 1 en in de zaak met parketnummer 96-006569-24 onder 2 en in de zaak met parketnummer 96-290508-24 onder 1 bewezenverklaarde:
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 96-006602-24 onder 2 bewezenverklaarde:
veroordeelt de verdachte tot hechtenisvoor de duur van
2 (twee) weken.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 96-323267-23 onder 1 bewezenverklaarde:
veroordeelt de verdachte tot hechtenisvoor de duur van
2 (twee) weken.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 96-006569-24 onder 1 bewezenverklaarde:
veroordeelt de verdachte tot hechtenisvoor de duur van
2 (twee) weken.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 96-290508-24 onder 2 bewezenverklaarde:
veroordeelt de verdachte tot hechtenisvoor de duur van
2 (twee) weken.
Verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- een personenauto, merk/type Seat Ibiza, kenteken [kenteken 1] (omschrijving: PL0100-2023028866-G299641, blauw, merk: Seat, chassisnr: [nummer 1] , bouwjaar 2003).
Verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- een personenauto merk/type Ford Ka, kenteken [kenteken 2] (omschrijving: PL0100-2024243559-G1750978, rood, merk: Ford, chassisnr: [nummer 2] , bouwjaar 2007).
Verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- een personenauto merk/type Seat Ibiza, kenteken [kenteken 3] (omschrijving: PL0100-2023032626-G1572898, blauw, merk: Seat, chassisnr: [nummer 3] , bouwjaar 2004).
Wijst af de vordering van de officier van justitie van 7 februari 2025, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 17 juli 2020, parketnummer 18-012023-20, voorwaardelijk opgelegde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.
Dit arrest is gewezen door mr. J.A.M. Kwakman, mr. G.A. Versteeg en mr. L. Pieters, in aanwezigheid van de griffier mr. A. Abdulkarim en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 16 juli 2026.
Mr. Kwakman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.