ECLI:NL:GHARL:2026:4567

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
21-000081-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 3a OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 11a OpiumwetArt. 9 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep: Voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf voor hennepkwekerij, stroomdiefstal en voorhanden hebben van middelen

In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Overijssel vernietigd en opnieuw recht gedaan. Verdachte werd bewezen dat hij op 28 september 2022 in zijn woning een hennepkwekerij met 1560 gram hennep en 450 hennepstekken had, illegaal stroom afnam van 10 januari tot 28 september 2022 en diverse middelen voorhanden had die bestemd waren voor het plegen van opiumfeiten.

De verdediging voerde aan dat anderen betrokken waren bij de kwekerij en dat sprake was van medeplegen, wat niet ten laste was gelegd. Het hof verwierp dit verweer wegens gebrek aan bewijs voor nauwe en bewuste samenwerking. Verdachte werd gehouden aan zijn eerdere verklaringen waarin hij alleen handelde.

Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van één jaar op, gecombineerd met een taakstraf van 150 uur. De straf weerspiegelt de ernst van de feiten, waaronder de gezondheidsrisico’s van softdrugs, de financiële belangen en de brandgevaarlijke illegale stroomaansluiting.

Daarnaast werd de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, een groot energiebedrijf, toegewezen tot een bedrag van €11.981,90 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 28 september 2022. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf werd afgewezen.

Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 1 juli 2026 te Zwolle.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand en een taakstraf van 150 uur voor hennepkwekerij, stroomdiefstal en voorhanden hebben van middelen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000081-25
Uitspraakdatum: 1 juli 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 9 december 2024 met parketnummer 08-258500-22 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 21-006291-18, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter zitting van het hof van 17 juni 2026 en het onderzoek ter zitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. T. van der Goot, hebben aangevoerd.

Vonnis

De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld voor:
  • opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod (feit 1);
  • diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking (feit 2);
  • stoffen of voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstig reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in de artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten (feit 3).
De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf van honderdvijftig uren. Daarnaast is beslist op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] en is de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf onder parketnummer 2100629118 afgewezen.
Het hof komt in dit arrest tot een deels andere beslissing over de bewezenverklaring dan de rechtbank. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 28 september 2022 te [plaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1560 gram hennep en/of 450 hennepstekken, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 28 september 2022 te [plaats] een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
3.
hij op of omstreeks 28 september 2022 te [plaats] stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, te weten (onder meer)
- 7, althans een of meerdere, assimilatielampen en/of
- 7, althans een of meerdere, armaturen met lamp en/of
- 1 armatuur zonder lamp en/of
- 5, althans een of meerdere, koolstoffilters en/of
- 6, althans een of meerdere, ventilatoren en/of
- 2, althans een of meerdere, slakkenhuizen en/of
- een canacutter en/of
- 379, althans een of meerdere, plantenbakken en/of potgrond en/of
- een of meerdere droognetten en/of
- 2 hennepplanten en/of
- een of meerdere schakelborden en/of
- een of meerdere aan- en afzuiginstallaties en/of
- Mobiele telefoon Samsung en/of
- Mobiele telefoon Nokia en/of
- Mobiele telefoon Nokia
dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden, andere betaalmiddelen en/of gegevens voorhanden heeft gehad, te weten
- Muntgeld 552,77 euro en/of
- Briefgeld 535 euro,
waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsbeslissing

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde heeft de advocaat-generaal gesteld dat de pleegperiode vanaf 10 januari 2022 bewezen kan worden.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat er anderen betrokken waren bij de kwekerij van de verdachte. Hierbij is gewezen op de verklaring van [naam] , de in verdachtes telefoon aangetroffen berichten en de omstandigheid dat het rijbewijs van de verdachte ten tijde van de feiten ongeldig was verklaard. Dat betekent dat ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde niet tot een bewezenverklaring van het ‘plegen’ van diefstal kan worden gekomen, omdat hier sprake is van medeplegen, hetgeen niet ten laste is gelegd.
De verdediging heeft geen bewijsverweren gevoerd ten aanzien van het onder 1 en 3 tenlastegelegde.
Oordeel van het hof
De verdachte heeft aangevoerd dat vrijspraak moet volgen. Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. De rechtbank heeft in haar vonnis uitvoerige overwegingen gewijd aan het bewijs. Het hof maakt die overwegingen grotendeels tot de zijne en zal die – voor zover het hof de overwegingen van de rechtbank overneemt – hierna citeren en cursief weergeven. Waar in de hierna cursief weergegeven tekst ‘de rechtbank’ staat vermeld, moet in dat geval ‘het hof’ worden gelezen. Aanvullingen van het hof worden niet-cursief weergegeven.
Bewijsmiddelen [1]
Op 28 september 2022 werden in de woning van verdachte in [plaats] op de eerste verdieping twee kweekruimtes voor hennep aangetroffen. Op de eettafel in de woonkamer lag een grote zak met henneptoppen. In de eerste kweekruimte lagen zeven assimilatielampen, twee koolstoffilters, drie ventilatoren, een cannacutter, 117 plantenbakken en twee hennepplanten. In de tweede kweekruimte hingen zeven armaturen met daarin een lamp en één zonder lamp, drie koolstoffilters, drie ventilatoren, twee slakkenhuizen en er stonden 262 lege plantenbakken. Ook stonden er vijf dozen met daarin hennepstekjes. [2] De elektriciteitsvoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht door een fraude-inspecteur van [benadeelde] (hierna: [benadeelde] ). Hierbij werd geconstateerd dat er illegaal elektriciteit werd afgenomen. [3] [benadeelde] heeft hiervan aangifte gedaan. Hieruit kwam naar voren dat er een illegale aansluiting was aangelegd buiten de elektriciteitsmeter om. Daarvoor is het noodzakelijk om het verzegelde deksel van de hoofdaansluitingskast te (de)monteren. [4] De eerste illegale afname is geweest vanaf 10 januari 2022. [5] In de woning zijn 450 hennepplanten en 1560 gram hennep in beslaggenomen. [6]
Verder werd in de woning potgrond, droognetten, schakelborden, aan- en afzuiginstallaties en een cannacutter aangetroffen. [7]
Verdachte heeft op 28 september 2022 bij de politie verklaard dat hij de eigenaar is van de aangetroffen hennepkwekerij. Hij verklaarde verder dat hij – zonder hulp – de kwekerij heeft opgebouwd. Hij verzorgde de planten en op 28 september 2022 stonden er 450 hennepstekken. De huidige opbrengst was 1,5 kilo. [8] Ook verklaarde verdachte dat hij de illegale aansluiting van de elektriciteit zelf heeft aangelegd. Hij had via internet opgezocht hoe hij dit moest doen. “Het was een kwestie van een paar draden aansluiten” op de aansluiting van de hoofdzekering. [9] Op 24 november 2022 is verdachte opnieuw verhoord en
heeft hij aangegeven dat het klopte dat hij in februari of maart 2022 is begonnen met de
bouw van de hennepkwekerij. [10]
Bewijsoverwegingen
De verdachte heeft ter zitting bij de rechtbank en het hof verklaard dat hij samen met anderen (voor het hof onbekend gebleven) personen de hennepkwekerij heeft gerund. Ook heeft hij verklaard dat hij atechnisch is en niet zelf de illegale stroomaansluiting kan hebben aangelegd.
De verdachte is op verschillende momenten uitgebreid door de politie ondervraagd. Op 28 september 2022, tijdens het eerste politieverhoor, is nadrukkelijk aan de verdachte voorgehouden of hij mensen uit de wind hield. Daarop heeft hij destijds geantwoord dat hij dat niet deed. Hij heeft nadrukkelijk verklaard dat hij alleen de eigenaar van de kwekerij was. De kwekerij is bovendien in zijn eigen koopwoning aangetroffen. Ook heeft hij verklaard geen uitspraken te willen doen hoe hij aan een kweekschema en hennepstekken was gekomen en aan wie hij een eerdere opbrengst van 1,2 kilo had verkocht. Op 24 november 2022 heeft de verdachte bij de politie verklaard dat hij niet wenste terug te komen op zijn eerder afgelegde verklaring. Ten aanzien van de diefstal van stroom heeft de verdachte in zijn verklaringen bij de politie behoorlijk gedetailleerd verklaard over de aanleg van deze stroom. Zo heeft hij verklaard dat het een kwestie is van een paar draden aansluiten op de hoofdzekering, dat hij de stroom zelf heeft aangelegd door een kabel naar boven te trekken. Hij heeft via internet opgezocht hoe het moest. In de verklaringen bij de politie heeft de verdachte expliciet verklaard dat hij alleen heeft gehandeld.
De verdachte kan geen concrete verifieerbare verklaring geven over betrokkenheid van anderen. Bovendien wordt de verklaring van de verdachte ter zitting ook niet onderbouwd of ondersteund door ander bewijs in het dossier. [naam] heeft dan wel verklaard dat hij een keer ongure types heeft gezien in de straat, maar dit was in 2021 (of langer geleden) dus in ieder geval (ruim) voor de periode dat de verdachte een hennepkwekerij in zijn woning had. Ook blijkt geen verder verband tussen deze personen en (de woning van) de verdachte. De enkele aanwezigheid van “ongure types” in de straat biedt overigens geen ondersteuning voor de verklaring van de verdachte. De door de verdediging genoemde berichten in verdachtes telefoon zijn voorts onvoldoende om te komen tot een dusdanige betrokkenheid van andere personen dat een voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking met de verdachte aannemelijk is geworden. Datzelfde geldt voor hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht over de ongeldigheid van het rijbewijs van de verdachte. Mogelijk zijn er andere mensen op enige wijze betrokken geweest bij de handelingen van de verdachte met betrekking tot de door hem gerunde hennepkwekerij, maar het dossier bevat onvoldoende om tot het bewijs van een nauwe en bewuste samenwerking met deze anderen te komen. Van enige vorm van medeplegen is dan ook geen sprake.
Gelet op voorgaande schuift het hof de verklaring van de verdachte ter zitting terzijde. Het hof houdt de verdachte aan zijn eerder bij de politie afgelegde verklaringen.
Uit het hiervoor genoemde volgt dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft gepleegd. Het hof zal de onder 2 tenlastegelegde periode – evenals de rechtbank – beperken tot 10 januari 2022 tot en met 28 september 2022. Uit de bewijsmiddelen volgt immers dat [benadeelde] sinds 10 januari 2022 meerdere 12-uurspatronen heeft gemeten, welke patronen zijn gestopt op de datum van de inval van 28 september 2022.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op
of omstreeks28 september 2022 te [plaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer1560 gram hennep en
/of450 hennepstekken,
in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij
, op een of meerdere tijdstippen,in
of omstreeksde periode van 10 januari 2022 tot en met 28 september 2022 te [plaats] een hoeveelheid elektriciteit,
in elk geval enig goed,dat
/die geheel of ten deleaan [benadeelde] ,
in elk geval aan een andertoebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte
zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/ofdie
/datweg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van
braak en/ofverbreking;
3.
hij op
of omstreeks28 september 2022 te [plaats] stoffen en
/ofvoorwerpen heeft
bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd ofvoorhanden gehad, te weten (onder meer)
- 7
, althans een of meerdere,assimilatielampen en
/of
- 7
, althans een of meerdere,armaturen met lamp en
/of
- 1 armatuur zonder lamp en
/of
- 5
, althans een of meerdere,koolstoffilters en
/of
- 6
, althans een of meerdere,ventilatoren en
/of
- 2
, althans een of meerdere,slakkenhuizen en
/of
- een canacutter en
/of
- 379
, althans een of meerdere,plantenbakken en
/ofpotgrond en
/of
-
een of meerderedroognetten en
/of
- 2 hennepplanten en
/of
-
een of meerdereschakelborden en
/of
-
een of meerdereaan- en afzuiginstallaties
en/of
- Mobiele telefoon Samsung en/of
- Mobiele telefoon Nokia en/of
- Mobiele telefoon Nokia

dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden, andere betaalmiddelen en/of gegevens voorhanden heeft gehad, te weten

- Muntgeld 552,77 euro en/of
- Briefgeld 535 euro,
waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.
Het hof spreekt de verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
stoffen en voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en/of vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat de verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf en/of maatregel

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van één maand voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar, en een taakstraf van honderdvijftig uren.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.
Oordeel van het hof
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft in zijn woning een aanzienlijke hoeveelheid softdrugs voorhanden gehad, stroom gestolen en kweekbenodigdheden voorhanden gehad. Hierdoor heeft hij een aandeel geleverd in de handel in softdrugs. Hennep is een softdrug die bij langdurig of veelvuldig gebruik een gevaar vormt voor de gezondheid. Bovendien is het een feit van algemene bekendheid dat met de handel in softdrugs aanzienlijke financiële belangen zijn gemoeid en grote winsten worden behaald en dat deze niet zelden gepaard gaan met geweld, bedreigingen en ripdeals. De verdachte heeft met zijn handelen hieraan bijgedragen. Bovendien heeft de verdachte ter zitting verklaard dat hij zich niet enkel schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van softdrugs, maar dat hij ook hennep heeft gekweekt in zijn woning over een langere periode. De diefstal van de stroom door het maken van een illegale aftakking van de meterkast levert bovendien risico’s voor brand op. Dit laatste zal het hof in strafverzwarende zin meewegen.
Dit soort feiten rechtvaardigt vanwege de aard en ernst in beginsel een gevangenisstraf.
Het hof heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 18 mei 2026. Hieruit blijkt dat hij sinds onderhavig feit niet wederom in aanraking is gekomen met politie en justitie (op twee APV-overtredingen na).
Door het algehele tijdsverloop en het strafblad van de verdachte ziet het hof geen reden voor oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Om uiting te geven aan de strafwaardigheid van de door het hof bewezenverklaarde feiten zal het hof in dit geval een voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een onvoorwaardelijke taakstraf opleggen. Vanwege de ouderdom van de feiten zal het hof aan de voorwaardelijke gevangenisstraf een proeftijd van één jaar verbinden.
Alles afwegende is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van één jaar, in combinatie met een taakstraf van honderdvijftig uren passend en geboden is.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van materiële schade ingediend. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:
  • administratiekosten tot een bedrag van € 407,40;
  • 1 fase kWh meter tot een bedrag van € 21,74;
  • netwerkkosten tot een bedrag van (203 dagen x € 1.66466 =) € 337,93;
  • verbruik elektriciteit tot een bedrag van (59.799 kWh x € 0,20286 =) € 12.130,83;
  • uurtarief inspecteur tot een bedrag van (3 uur x € 78,- =) € 234,-;
Van dit totaalbedrag van € 13.131,90 is volgens [benadeelde] door de verdachte € 1.150, - betaald, wat maakt dat de totale vordering uitkomt op € 11.981,90. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente.
Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 2 bewezenverklaarde strafbare handelen van de verdachte. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De verdachte moet die schade vergoeden. De vordering wordt daarom toegewezen, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, te weten 28 september 2022.
Schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De advocaat-generaal heeft desgevraagd niet gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Het hof legt – in overeenstemming met de rechtbank – de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht niet op, aangezien de benadeelde partij, een groot professioneel bedrijf in de energiesector, zelf de middelen heeft om de vordering op de verdachte te verhalen en het hof de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel om die reden niet opportuun acht.

Vordering tot tenuitvoerlegging

In de zaak met parketnummer 21-006291-18 is de verdachte op 10 juni 2021 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld. Aan de verdachte is toen een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd van tien dagen, met een proeftijd van twee jaren. Het Openbaar Ministerie heeft schriftelijk de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde.
De advocaat-generaal heeft ter zitting gevorderd de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.
Het hof wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af, omdat het hof toewijzing van de vordering niet opportuun acht.

Wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 3, 11 en 11a van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 1 (één) maand.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
1 (één) jaaraan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvan
150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 11.981,90 (elfduizend negenhonderdeenentachtig euro en negentig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 28 september 2022.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Wijst af de vordering van de officier van justitie van het parket Oost-Nederland van 14 oktober 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 juni 2021, onder parketnummer 21-006291-18, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van tien dagen.
Aldus gewezen door
mr. A.J. Smit, voorzitter,
mr. G. Mintjes en mr. D. Stikkelbroeck, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.S. Janssen, griffier,
en op 1 juli 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie-eenheid Oost-Nederland met nummer [nummer] , gesloten op 2 december 2022. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
2.Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, pagina’s 1 en 2.
3.Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, pagina 3.
4.Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende de tot het bewijs gebezigde bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, pagina 130.
5.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht, pagina 7 en een ander geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende het tot het bewijs gebezigde Rapport van [benadeelde] , pagina 127.
6.Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 57 en andere geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende de tot het bewijs gebezigde kennisgevingen van inbeslagneming, pagina’s 52, 53 en 55.
7.Andere geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende de tot het bewijs gebezigde kennisgevingen van inbeslagneming, pagina’s 59, 61, 63 t/m 65, de tot het bewijs gebezigde ruimlijst hennep, pagina 54 en het tot het bewijs gebezigde fotoblad, pagina 178.
8.Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina’s 35 t/m 37.
9.Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 38.
10.Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina’s 41 en 42.