ECLI:NL:GHARL:2026:4456
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van verdachte wegens te laat ingesteld hoger beroep
Verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter van 9 oktober 2025. De dagvaarding was niet persoonlijk betekend en verdachte was niet aanwezig bij de zitting, maar zijn voormalige raadsman was wel aanwezig. Uit het proces-verbaal blijkt dat verdachte op de hoogte was van de zitting en de vorderingen, maar niet is verschenen.
Volgens artikel 408, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moest het hoger beroep binnen 14 dagen na het vonnis worden ingesteld. Het hoger beroep werd echter pas op 5 november 2025 ingediend, ruim na het verstrijken van deze termijn. Het hof vond geen reden voor verontschuldiging van deze termijnoverschrijding.
Daarom verklaarde het hof verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest is gewezen door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 18 juni 2026 en is gebaseerd op de processtukken en de zitting van het hof.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens te late indiening.