Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
4 augustus 2022, de afgelegde
Mini-Mental State Examinitionop 8 april 2025, de verklaring van de betrokken case manager van het Leger des Heils en het verslag van de huisarts van
18 juli 2025 blijkt echter het tegendeel. Betrokkene is gediagnosticeerd met dementie en gezien wordt dat er in de afgelopen jaren sprake is van achteruitgang. Tijdens het gesprek op de mondelinge behandeling heeft het hof geconstateerd dat de betrokkene steeds in herhaling valt en absoluut geen reëel beeld heeft van haar mentale gesteldheid en financiële situatie. Ook is er inmiddels een CIZ-indicatie 5 afgegeven, wat betekent dat de betrokkene intensieve zorg en begeleiding (recht op 24-uurs zorg) nodig heeft. Vanwege dit ziektebeeld is de betrokkene naar het oordeel van het hof niet langer in staat om haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen zelfstandig te behartigen, zodat een bewindvoerder en mentor nodig zijn.