Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep, tevens houdende schorsingsincident
- de memorie van antwoord
- de conclusie van antwoord in het incident
- een nagekomen stuk van de moeder van 18 mei 2026.
2.De kern van de zaak
In de tweede plaats heeft zij het hof gevraagd de toegewezen vorderingen – voor zover het over de voorlopige zorgregeling gaat – alsnog af te wijzen.
3.De toelichting op de beslissing van het hof
Een kortgeding procedure leent zich in beginsel niet voor de vaststelling van een omgangs- of zorgregeling omdat dit een constitutief vonnis zou opleveren. In beginsel kan alleen, als een zogenaamde ‘ordemaatregel’, de nakoming van een (door de ouders vastgelegde of door de rechtbank vastgestelde) regeling worden gevorderd. Dit kan anders zijn als er sprake is van bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld als er geen enkele vorm van contact tussen ouder en kind is. In dat geval kan nakoming van het recht op omgang worden gevorderd, omdat het recht op omgang tussen een ouder en een kind, ook zonder een regeling, rechtstreeks uit de wet voortvloeit. De voorzieningenrechter kan dan een voorlopige voorziening treffen voor een korte periode, in afwachting van een door de rechter in een bodemprocedure vast te stellen regeling of een door partijen overeen te komen regeling.
Het hof is alleen van oordeel dat, gelet op de bijzonder complexe situatie én de ver uit elkaar liggende standpunten van partijen deze zaak zich niet leent voor een beslissingin kort geding.
Er is heel veel voorgevallen tussen de partijen, de kinderen hebben daar het nodige van meegekregen, en de raad heeft – in lijn met het advies van Veilig Thuis – het hof geadviseerd eerst een (raads)onderzoek in te stellen Daarvoor is in dit kort geding echter geen plaats. De meest gerede partij zal zich, zoals tijdens de zitting ook aan de orde is geweest, tot de familie(bodem)rechter van de rechtbank moeten wenden.
Het hof kan, met andere woorden, de gevolgen van een (constitutieve) beslissing op dit moment onvoldoende overzien. [2]