Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
.De echtscheiding is op 25 juni 2025 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen waren gehuwd in wettelijke gemeenschap van goederen en zijn gescheiden. De vrouw ontving schenkingen van haar moeder met uitsluitingsclausule, die de man betwistte. Het hof stelde vast dat de schenkingen voldoende waren onderbouwd met schenkingsovereenkomsten, belastingaangiften en verklaringen van de accountant.
De man voerde aan dat de schenkingen waren gebruikt voor huishoudkosten en dat de vrouw daarom niet hoefde te vergoeden. Het hof oordeelde dat onvoldoende feiten waren gesteld over inkomens en kosten, waardoor niet kon worden vastgesteld dat de vrouw vanuit privévermogen moest bijdragen.
Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid faalde, omdat geen afspraken waren dat de vrouw afstand deed van haar vergoedingsrecht. De man stelde dat de vrouw de schenkingsbelasting had betaald, maar dit was niet bewezen; de moeder had deze belasting voldaan.
Het hof vernietigde het bestreden deel van de beschikking en bepaalde dat de vrouw recht heeft op vergoeding van € 75.133,-, rekening houdend met een schenking aan de kinderen die in mindering kwam. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vrouw heeft recht op vergoeding van € 75.133,- van de ontbonden gemeenschap van goederen voor de schenkingen met uitsluitingsclausule.