ECLI:NL:GHARL:2026:4363
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens ontbreken bezwaren
De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 19 oktober 2018. Tijdens de terechtzittingen van 17 januari 2023 en 10 juni 2026 heeft het gerechtshof het dossier bestudeerd en de standpunten van partijen gehoord.
De advocaat-generaal vorderde dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaart op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. De raadsman van de verdachte gaf aan niet gemachtigd te zijn om inhoudelijk op de zaak in te gaan, terwijl namens de benadeelde partij werd gereageerd.
Het hof constateerde dat door of namens de verdachte geen bezwaren tegen het vonnis van de rechtbank waren opgegeven en zag geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep en deed dit direct na de zitting van 10 juni 2026 mondeling bekend.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van bezwaren tegen het vonnis van de rechtbank.