ECLI:NL:GHARL:2026:4343

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
21-002497-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WvSr (oud)Art. 22c WvSr (oud)Art. 22d WvSr (oud)Art. 246 WvSr (oud)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewezenverklaring feitelijke aanranding eerbaarheid en oplegging taakstraf

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en doet opnieuw recht in de zaak tegen verdachte die wordt beschuldigd van feitelijke aanranding van de eerbaarheid van een minderjarige aangever.

De bewezenverklaring betreft het onverhoeds aanraken en knijpen in de billen en het kussen van de nek en wang van de aangever, waarbij het hof het onderdeel van het grijpen naar het kruis niet bewezen acht. Het hof baseert zich op de verklaring van de aangever, getuigenverklaringen en omstandigheden zoals het grote leeftijdsverschil en het alcoholgebruik van verdachte.

Verdachte ontkent de aantijgingen, erkent slechts een knuffel te hebben gegeven na toestemming, maar het hof acht haar verklaring minder betrouwbaar. Het hof kwalificeert het bewezenverklaarde als feitelijke aanranding van de eerbaarheid en acht verdachte strafbaar.

Bij de strafoplegging weegt het hof de ernst van het feit, het leeftijdsverschil, de minderjarigheid van de aangever en het feit dat het min of meer in de openbare ruimte plaatsvond. Verdachte heeft geen strafblad dat verzwarend werkt. Het hof bevestigt de door de politierechter opgelegde straf van een taakstraf van 40 uur, bij niet verrichten te vervangen door 20 dagen hechtenis.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot taakstraf van 40 uur, bij niet verrichten te vervangen door 20 dagen hechtenis wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer:21-002497-25
Uitspraakdatum:2 juli 2026
TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 27 mei 2025 met parketnummer 18-102274-23 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 18 juni 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze houdt in:
  • vernietiging van het vonnis van de politierechter;
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit; en
  • veroordeling van verdachte tot een taakstraf van 30 uren, bij niet verrichten te vervangen door 15 dagen hechtenis.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en haar raadsman, mr. W.G. ten Have, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter heeft in het vonnis de volgende beslissingen genomen:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit; en
  • veroordeling van verdachte tot een taakstraf van 40 uren, bij niet verrichten te vervangen door 20 dagen hechtenis.
Het hof komt in dit arrest tot een gedeeltelijk andere bewezenverklaring dan de politierechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 4 mei 2022 te [plaats] , althans in Nederland door geweld en/of andere feitelijkheden iemand, te weten [slachtoffer] , meermaals, althans eenmaal, heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, namelijk
- het aanraken van en/of knijpen in de billen van die [slachtoffer] , en/of
- het kussen van de nek en/of de wang van die [slachtoffer] , en/of
- het met haar hand grijpen naar het kruis van die [slachtoffer] ,
waarbij het geweld en/of andere feitelijkheden heeft/hebben bestaan uit het onverhoeds aanraken van en/of onverhoeds knijpen in de billen en/of het onverhoeds kussen van de nek en/of het onverhoeds met haar hand grijpen naar het kruis van die [slachtoffer] .
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Verdachte wordt verweten dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid van aangever [slachtoffer] . Dat zou zij hebben gedaan door onverhoeds zijn billen aan te raken en/of daarin te knijpen, door hem te kussen in zijn nek en/of wang, en/of door met haar hand naar zijn kruis te grijpen. Verdachte ontkent dit te hebben gedaan. Ze erkent wel dat ze aangever een knuffel heeft gegeven. Hierover verklaart verdachte dat ze dit heeft gedaan omdat ze te doen had met aangever en ook dat ze dit pas heeft gedaan nadat ze toestemming van hem had gevraagd en gekregen.
De verdediging heeft vrijspraak van verdachte bepleit. De verklaring van aangever wordt onvoldoende ondersteund door het dossier. Uit de getuigenverklaringen in het dossier komt naar voren dat verdachte aangever alleen een knuffel heeft gegeven. Er zijn geen getuigen die de andere handelingen op de tenlastelegging hebben gezien.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is. Als cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de bewijsmiddelen op in een aanvulling op dit arrest. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs.
In het bijzonder overweegt het hof hierover als volgt.
Aangever was destijds 17 jaar oud, terwijl verdachte 47 jaar was. Dit is een leeftijdsverschil waarbij intiem contact op voorhand niet voor de hand ligt. Daarnaast heeft die dag alcoholgebruik bij verdachte een rol gespeeld. Verder volgt uit het dossier dat die dag verschillende seksueel getinte opmerkingen zijn gemaakt in de contacten tussen verdachte en aangever. Aangever liep een dag mee met [getuige 1] . [getuige 1] was aan het werk in de tuin van de buurvrouw van verdachte.
Aangever verklaart consistent en gedetailleerd over wat er is gebeurd met verdachte en over de manier waarop zij hem heeft aangeraakt. Hij verklaart dat hij door verdachte is aangeraakt en dat hij dat als ongewenst en onprettig heeft ervaren. Dat heeft hij die dag ook tegen meerdere getuigen gezegd die in de buurt waren. Het was voor deze getuigen ook zichtbaar dat aangever zich (minst genomen) ongemakkelijk voelde en overstuur was. Daar komt het hof hierna verder op terug.
Steun voor de verklaring van aangever kan worden gevonden in de getuigenverklaringen in het dossier. Getuigen hebben verklaard dat verdachte aangever meermalen knuffelde en hem in zijn billen kneep. Zij hebben bovendien gezien dat aangever vervolgens overstuur was. Aangever rende bijvoorbeeld snel naar binnen bij de buurvrouw van verdachte, belde huilend met zijn moeder en vertelde haar wat er was gebeurd en hij kon in de auto toen hij met [getuige 1] vertrok zijn eigen gordel niet omdoen. Ook trok hij wit weg, moest hij huilen en was hij bang voor aangeefster. Het hof acht de verklaring van aangever betrouwbaar en voldoende ondersteund door ander bewijs.
Het hof heeft – anders dan verdachte – geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de toenmalige vriend van verdachte, [getuige 2] en aan de verklaring van de stratenmaker met wie aangever mee was, eerder genoemde [getuige 1] . Relevant hiervoor is onder andere dat zij niet de gehele verklaring van aangever bevestigen. Dat had voor de hand gelegen wanneer zij enkel uit een oogpunt van wraak of ‘het erbij lappen’ van verdachte, zoals verdachte heeft gesuggereerd, in strijd met de waarheid zouden hebben verklaard dat zij hebben gezien dat verdachte aangever zou hebben aangerand.
De getuigen bevestigen bovendien de verklaring van aangever dat verdachte heel veel alcohol had gedronken. Dat verdachte dit zelf ontkent en verklaart aangever slechts éénmaal een knuffel te hebben gegeven zorgt ervoor dat het hof wel redenen heeft om aan haar verklaring te twijfelen. [getuige 2] heeft bovendien verklaard dat verdachte handtastelijk werd als ze veel had gedronken.
Dit alles betekent dat het hof verdachte niet volgt in haar ontkennende verklaring. Dat verdachte zelf niet kan herinneren dat ze aangever die dag ongewenst heeft aangeraakt, betekent niet dat het niet is gebeurd. Het is vanwege het alcoholgebruik die dag heel goed mogelijk dat verdachte het zich niet goed kan herinneren of dat zij zich daardoor niet goed heeft beseft dat zij een strafbare grens overging bij het herhaaldelijk opzoeken van fysiek contact met aangever.
Het hof kwalificeert de door de verdachte verrichte handelingen onder beschreven omstandigheden als ontuchtig. Vast staat dat aangever ongewenst intimiteiten heeft ondervonden en dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere lichamelijke aanrakingen met een ontuchtig karakter. De aard en het karakter van deze aanrakingen maken dat het ontuchtige handelingen zijn. Deze handelingen waren voor aangever onverhoeds. Het was voor aangever niet mogelijk om zich hieraan te onttrekken. Hij liep een dag mee met [getuige 1] , bevond zich onder oudere volwassenen en kon zich niet uit de situatie onttrekken. Aangever beschrijft: “ik stond verstijfd”. Het hof neemt mee dat aangever nadat hij is aangerand door verdachte wel degelijk heeft geprobeerd aan verder contact met verdachte te ontkomen. Zo is hij weggevlucht naar de woning van de buurvrouw van verdachte, waar hij zijn moeder heeft gebeld. Het verweer wordt verworpen.
Andere bewezenverklaring dan in eerste aanleg
Anders dan de politierechter zal het hof in de bewezenverklaring het onderdeel van de tenlastelegging laten staan waarin wordt uitgelegd waaruit de andere feitelijkheden hebben bestaan. Dat maakt dat het hof het vonnis vernietigt, ondanks dat het hof grotendeels dezelfde beslissingen neemt ten aanzien van het bewijs.
Partiële vrijspraak grijpen naar het kruis
Net als de rechtbank spreekt het hof verdachte partieel vrij van het onderdeel van de tenlastelegging dat verdachte met haar hand heeft gegrepen naar het kruis van aangever.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
zij op 4 mei 2022 te [plaats] door andere feitelijkheden iemand, te weten [slachtoffer] , meermaals heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, namelijk
- het aanraken van en knijpen in de billen van die [slachtoffer] , en
- het kussen van de nek en de wang van die [slachtoffer] ,
waarbij de andere feitelijkheden hebben bestaan uit het onverhoeds aanraken van en onverhoeds knijpen in de billen en het onverhoeds kussen van de nek van die [slachtoffer] .
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert op:
feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft met haar handelen de seksuele integriteit van aangever aangetast. Dit gedrag is onacceptabel. Verdachte is met haar handelen de (strafrechtelijke) grens overgegaan en het opleggen van een straf is daarom passend. Het hof heeft ook meegewogen dat sprake was van een groot leeftijdsverschil, dat aangever minderjarig was en dat het feit min of meer in de openbare ruimte plaatsvond.
Het hof heeft verder gelet op het strafblad van verdachte van 18 mei 2026. Daaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Haar strafblad vormt zo bezien geen strafverzwarende omstandigheid in de strafoplegging.
Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde acht het hof de straf die de politierechter heeft opgelegd passend en noodzakelijk. De politierechter heeft bij de oplegging van deze straf al de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg betrokken. Het hof ziet geen reden om in het voordeel van verdachte van deze straf af te wijken. Het hof ziet hiervoor ook geen aanleiding in de persoonlijke omstandigheden zoals naar voren zijn gebracht op de zitting van het hof. Dit betekent dan ook dat het hof een taakstraf oplegt van 40 uren, bij niet verrichten te vervangen door 20 dagen hechtenis.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d en 246 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door mr. F.E.J. Goffin, mr. A.F. van Kooij en mr. O. Anjewierden, in aanwezigheid van de griffier mr. K.M. Diender en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 2 juli 2026.