Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn ouders van twee minderjarige kinderen en waren geregistreerd partners, waarvan het partnerschap is ontbonden. De rechtbank had een zorgregeling en kinderalimentatie vastgesteld, maar de vrouw kwam in hoger beroep om de zorgregeling en alimentatie te wijzigen. De man stelde verweer en stelde incidenteel hoger beroep in.
Het hof oordeelde dat de huidige week-op-week-af zorgregeling het meest in het belang van de kinderen is en dat de vrouw onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de regeling te onrustig is. Het hof nam het advies van de raad voor de kinderbescherming over en bepaalde dat de kinderen wekelijks videobelcontact met de andere ouder kunnen hebben. Ook werd bepaald dat de man zijn adres aan de vrouw moet kenbaar maken.
Ten aanzien van de kinderalimentatie werd vastgesteld dat de draagkracht van de vrouw en man samen €1.351 per maand bedraagt, terwijl de behoefte van de kinderen €1.439 is. De man moet daarom €101 per kind per maand betalen vanaf 7 januari 2026. De kosten van het geding in hoger beroep worden gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: Het hof wijzigt de zorgregeling en stelt de kinderalimentatie vast op €101 per kind per maand vanaf 7 januari 2026.