ECLI:NL:GHARL:2026:4269

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
21-000233-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Leerplichtwet 1969Art. 2.107b Wet op het voortgezet onderwijsArt. 2.107I Wet op het voortgezet onderwijsArt. 2.100 Wet op het voortgezet onderwijsArt. 2.109 Wet op het voortgezet onderwijs
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ongeoorloofd schoolverzuim onder leerplichtwet

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter Noord-Nederland, die verdachte had veroordeeld voor overtreding van de Leerplichtwet 1969 wegens ongeoorloofd schoolverzuim. De kantonrechter had een voorwaardelijke werkstraf van 40 uur opgelegd, met een proeftijd van twee jaar.

Tijdens het onderzoek stelde het hof vast dat verdachte in de ten laste gelegde periode kampte met een angststoornis en een langdurige migraineaanval, waardoor zij meerdere dagen niet aanspreekbaar was. Deze omstandigheden werden door de ouders van verdachte aan de school gemeld, hoewel er sprake was van onenigheid tussen ouders en school over de ziekmelding.

Het hof oordeelde dat op basis van de beschikbare wettige bewijsmiddelen onvoldoende overtuigend bewijs was geleverd dat verdachte het ten laste gelegde feit had begaan. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de kantonrechter en sprak verdachte vrij. Tevens wees het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf af.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van ongeoorloofd schoolverzuim.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000233-25
Uitspraakdatum: 11 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden , zittingsplaats Leeuwarden , gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden , van 21 januari 2025 met parketnummer 18-239963-24 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-065567-23, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] .

Hoger beroep

Verdachte, [verdachte] , heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 juni 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de kantonrechter.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat [verdachte] en haar raadsman, mr. H.C.L. Crozier, hebben aangevoerd.
Na het sluiten van het onderzoek op de terechtzitting, heeft het hof meteen mondeling uitspraak gedaan in het bijzijn van [verdachte] en haar raadsman.

Het vonnis

De kantonrechter heeft bij vonnis van 21 januari 2025, waartegen het hoger beroep is gericht, [verdachte] veroordeeld voor overtreding van de Leerplichtwet 1969 - kort gezegd ongeoorloofd schoolverzuim - tot een voorwaardelijke werkstraf van 40 uren, bij niet voldoen te vervangen door 20 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van 2 jaren. Verder heeft de kantonrechter de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling toegewezen.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over de bewezenverklaring dan de kantonrechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zij in of omstreeks de periode van 20 maart 2024 t/m 4 april 2024 te [plaats] , [gemeente] en/of te [plaats] , [gemeente] , meermalen, althans eenmaal, als jongere, die als leerling, vavo-student of mbo-student van een school of instelling, te weten [school] , stond ingeschreven, niet heeft voldaan aan haar verplichting het volledige onderwijsprogramma, het volledige programma van de combinatie leren en werken en/of het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 2.107b, tweede lid en/of 2.107I, tweede lid en/of 2.100, eerste lid en/of 2.109, derde lid van de Wet op het voortgezet onderwijs, dat door die school of instelling werd aangeboden, te volgen, terwijl ten aanzien van haar de leerplicht, bedoeld in paragraaf 2 van de Leerplichtwet 1969 was beëindigd en zij de leeftijd van 18 jaar niet had bereikt en zij geen startkwalificatie had behaald.

Vrijspraak

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat, mede gelet op het door de leerplichtambtenaar opgemaakte proces-verbaal leerplicht van 25 juli 2024, bewezen kan worden verklaard dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.
Oordeel van het hof
De strafoplegging is bij de mondelinge uitspraak, zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd.
Het hof heeft uit het onderzoek op de terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat [verdachte] het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt haar daarom daarvan vrij. Daartoe overweegt het hof als volgt.
Op grond van het dossier en het onderzoek op de terechtzitting stelt het hof vast dat [verdachte] in de ten laste gelegde periode van 20 maart 2024 tot en met 4 april 2024 kampte met een angststoornis en dat zij last had van een migraineaanval die bij haar enige weken kan duren. Deze migraineaanval was dusdanig heftig dat zij daardoor meerdere dagen op bed lag en niet tot nauwelijks aanspreekbaar was. Vervolgens zou [verdachte] door (één van) haar ouders zijn ziekgemeld bij school. Tussen de ouders van [verdachte] en de school bestond al langere tijd onenigheid. Het hof is van oordeel dat het
[verdachte]niet verweten kan worden dat voornoemde ziektemelding al dan niet (op juiste wijze) door de ouders is doorgegeven, dan wel door de school is geregistreerd. Het hof spreekt [verdachte] daarom vrij van het ten laste gelegde feit.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het parket Noord-Nederland van 31 oktober 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kantonrechter Leeuwarden van 6 februari 2024, parketnummer 18-065567-23, voorwaardelijk opgelegde werkstraf van 22 (tweeëntwintig) uren, subsidiair 11 (elf) dagen jeugddetentie.
Dit arrest is gewezen door mr. L. Pieters, mr. J. Hielkema en mr. J.A.M. Kwakman, in aanwezigheid van de griffier mr. A.M.J. Flach en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 11 juni 2026.