Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 17 december 2025;
- een journaalbericht namens de man van 28 januari 2026 met producties;
- het verweerschrift;
- een journaalbericht namens de man van 4 juni 2026 met producties;
- een journaalbericht namens de vrouw van 5 juni 2026 met als bijlage een begeleidende brief van diezelfde datum;
- een journaalbericht namens de man van 10 juni 2026 met producties;
- een journaalbericht namens de man van 12 juni 2026 met een productie.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk,
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en een tolk.
3.De feiten
- [kind1] , geboren [in] 2008 in [plaats1] , Egypte, en
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2010 in [plaats1] , Egypte.
- de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
- de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw vast te stellen;
- de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen (hierna ook: kinderalimentatie) vast te stellen op € 400,- per kind per maand; en
- de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud (hierna ook: partneralimentatie) vast te stellen op € 1.330,- per maand.
4.De omvang van het geschil
- de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
- de partneralimentatie bepaald op € 1.330,- per maand vanaf de dag dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
- de hoofdverblijfplaats van de dan nog beide minderjarige kinderen bij de vrouw bepaald;
- de kinderalimentatie bepaald op € 400,- per kind per maand met ingang van de datum van de beschikking.
- primair: de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen dan wel al haar verzoeken af te wijzen; dan wel
- subsidiair: die beschikking te vernietigen ten aanzien van de daarin vastgestelde kinder- en partneralimentatie en, opnieuw beschikkende, deze bijdragen vast te stellen als het hof juist oordeelt en wel met ingang van de datum van de door het hof te wijzen beschikking;
- met compensatie van de kosten in die zin dat elk van partijen zijn eigen kosten draagt.
- primair: het verzoek in hoger beroep van de man af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen;
- subsidiair: de bestreden beschikking te bekrachtigen ten aanzien van de daarin uitgesproken echtscheiding en de vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw; en
- bij nieuwe beschikking een kinder- en partneralimentatie vast te stellen als het hof juist oordeelt en wel met ingang van (primair) 1 oktober 2024 dan wel met ingang van (subsidiair) 17 december 2025.