ECLI:NL:GHARL:2026:4251

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
200.363.321
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder na beëindiging gezamenlijk gezag

De moeder en vader zijn gezamenlijk gezagdragers over twee minderjarige kinderen die bij de moeder wonen. De kinderen zijn sinds 2020 onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling, die de hulpverlening begeleidt.

De moeder verzocht bij de rechtbank om het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. De rechtbank wees dit verzoek af na meerdere aanhoudingen in afwachting van hulpverleningstrajecten. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing.

Het hof oordeelt dat het gezamenlijk gezag moet worden beëindigd omdat de ouders onvoldoende met elkaar communiceren en de kinderen het risico lopen klem te raken tussen de ouders. De vader heeft een verleden van huiselijk geweld en heeft hiervoor een gevangenisstraf uitgezeten, wat de verstoorde verhoudingen verklaart. Ondanks hulpverlening is geen duurzame verbetering in communicatie bereikt.

Het hof kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder, waarbij de vader een belangrijke rol blijft spelen in het leven van de kinderen. De omgang tussen vader en kinderen verloopt goed en er wordt gekeken naar onbegeleide omgang. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend.

Uitkomst: Het hof kent de moeder het eenhoofdig gezag toe en beëindigt het gezamenlijk gezag vanwege ernstige communicatieproblemen en risico op klemraken van de kinderen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.363.321
zaaknummer rechtbank Overijssel 302469
beschikking van 30 juni 2026
in de zaak van
[verzoekster](de moeder),
die woont in [woonplaats1] ,
advocaat: mr. A.S.M. Oude Breuil,
en
[verweerder](de vader),
die woont in [woonplaats2] ,
advocaat: mr. T. Geerdink.
Als informant is aangemerkt:
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Overijssel(de GI),
die is gevestigd in Hengelo (O).

1.Samenvatting

De rechtbank Overijssel, locatie Almelo, heeft het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag over de kinderen te beëindigen en te bepalen dat zij voortaan alleen het gezag over de kinderen heeft, afgewezen. Het hof beslist dat niet zo moet blijven en zal het verzoek van de moeder alsnog toewijzen. Het hof legt hierna uit waarom het zo beslist.

2.De feiten

2.1.
De moeder en de vader zijn de ouders van:
  • [minderjarige1] , geboren [in] 2017 in [geboorteplaats] , en
  • [minderjarige2] , geboren [in] 2018 in [geboorteplaats] .
2.2.
De ouders hebben samen het gezag over de kinderen. [minderjarige1] en [minderjarige2] wonen bij de moeder.
2.3.
Op 10 februari 2020 heeft de kinderrechter in de rechtbank Overijssel de kinderen onder toezicht van de GI gesteld. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 10 augustus 2026.

3.De procedure bij de rechtbank

3.1.
De moeder heeft de rechtbank op 15 september 2023 verzocht om te bepalen dat zij alleen het gezag over de kinderen heeft.
3.2.
De rechtbank heeft de beslissing over het gezag op 20 december 2023, 26 september 2024 en 10 februari 2025 aangehouden, telkens in afwachting van lopende hulpverleningstrajecten en nader onderzoek.
3.3.
De rechtbank heeft het verzoek van de moeder uiteindelijk afgewezen. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 13 oktober 2025.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Zij komt daarvan in hoger beroep. De moeder wil dat het hof het gezamenlijk gezag van de ouders alsnog beëindigt en bepaalt dat de moeder alleen het gezag over de kinderen heeft.
4.2.
De vader is het eens met de beslissing van de rechtbank. Hij wil dat het hof het verzoek van de moeder afwijst en de beslissing van de rechtbank in stand laat.
4.3.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift, ontvangen op 7 januari 2026;
  • het verweerschrift.
4.4.
[minderjarige1] en [minderjarige2] hebben op 30 maart 2026 gesproken met een rechter van het hof en een griffier van het hof. Zij hebben verteld wat zij vinden van het gezag.
4.5.
De zitting bij het hof was op 2 juni 2026. Aanwezig waren:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de advocaat van de vader;
  • twee vertegenwoordigers van de GI;
  • een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (de raad).

5.Het oordeel van het hof

Wat in de wet staat
5.1.
De rechter kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of van een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing op grond waarvan het gezamenlijk gezag is ontstaan van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter kan dan bepalen dat het gezag over een kind aan één van hen toekomt indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. [1]
Hoe oordeelt het hof?
5.2.
Het hof is van oordeel dat de moeder alleen het gezag over de kinderen moet krijgen. De kinderen dreigen klem te raken tussen de ouders en het is niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering in komt. De beslissing van de rechtbank zal dan ook ongedaan worden gemaakt (worden vernietigd). Het hof overweegt daartoe als volgt.
5.3.
Voor een succesvolle uitoefening van gezamenlijk gezag is nodig dat de ouders in ieder geval op enige wijze met elkaar kunnen communiceren over zaken die te maken hebben met de kinderen. Gebleken is dat de ouders daar nog steeds onvoldoende toe in staat zijn. De vader en de moeder hebben een zeer belast verleden met elkaar. De vader pleegde huiselijk geweld tegen de moeder en hij heeft hiervoor zeven maanden in detentie gezeten. De verhoudingen tussen de ouders zijn als gevolg daarvan ernstig verstoord. Voldoende duidelijk is dat de moeder spanningen ervaart in de communicatie met de vader en dat de kinderen hier op momenten het nodige van meekrijgen. Zoals de raad tijdens de zitting heeft benadrukt, is het risico aanwezig dat [minderjarige1] en [minderjarige2] als gevolg hiervan klem raken tussen beide ouders. Gebleken is dat de ouders op dit moment niet rechtstreeks met elkaar communiceren en dat het contact over de kinderen via de GI loopt. Hoewel de moeder tijdens de zitting heeft laten weten dat zij door deze tussenkomst van de GI meer rust ervaart, is het laten verlopen van communicatie over de kinderen via een GI naar het oordeel van het hof geen duurzame oplossing.
5.4.
Naar het oordeel van het hof is ook niet te verwachten dat de communicatie tussen de ouders binnen afzienbare tijd voldoende zal verbeteren. Hoewel de GI tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat zij nog mogelijkheden ziet om te werken aan de communicatie tussen de ouders, geldt dat er de afgelopen jaren al veel hulpverlening is ingezet voor de ouders. Zowel op individueel niveau, als ook gezamenlijke trajecten om de communicatie tussen de ouders te verbeteren. De hulpverlening op individueel niveau heeft tot verbetering geleid. Als gevolg van de stappen die de moeder heeft gezet is de machtiging tot uithuisplaatsing niet meer verlengd. Dat geldt echter niet voor de hulpverlening die is ingezet om de onderlinge communicatie te verbeteren. Er is op dit moment immers geen rechtstreeks contact en samenwerking tussen de ouders en de GI blijft onmisbaar als buffer.
5.5.
Gelet op het voorgaande acht het hof het ook in het belang van de kinderen noodzakelijk dat het gezamenlijk gezag zal worden beëindigd en zal het hof bepalen dat de moeder voortaan alleen de gezagsbeslissingen over de kinderen kan nemen. Dit neemt niet weg dat ook de vader een belangrijke rol speelt in het leven van de kinderen en dat het belangrijk is dat hij betrokken blijft in het leven van de kinderen. Zoals in het raadsrapport van 7 oktober 2025 is benadrukt, is van belang dat [minderjarige1] en [minderjarige2] onbelast en structureel contact kunnen hebben met hun vader. Positief is dan ook dat uit de stukken en wat op de zitting is besproken, blijkt dat de omgang tussen de vader en de kinderen goed verloopt. De GI heeft in dat kader laten weten dat de vader warm is en betrokken is bij de kinderen en dat zal worden gekeken naar onbegeleide omgang.

6.De beslissing

Het hof:
6.1.
vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 13 oktober 2025 en beslist:
6.2.
beëindigt het gezamenlijk gezag van de vader en de moeder en belast de moeder met het eenhoofdig gezag over [minderjarige1] , geboren [in] 2017 in [geboorteplaats] , en [minderjarige2] , geboren [in] 2018 in [geboorteplaats] .
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. L.R. Davila Talavera, E. de Boer en D.J.M. van de Voort, en is in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.

Voetnoten

1.artikel 1:253n BW