ECLI:NL:GHARL:2026:4193

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
200.365.414
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:266 lid 1 onder a en b BWArtikel 3 Verdrag inzake de rechten van het kindArtikel 20 Verdrag inzake de rechten van het kind
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezag moeder over minderjarige na langdurige ondertoezichtstelling

De rechtbank Gelderland heeft het gezag van de moeder over haar minderjarige kind beëindigd omdat het kind ernstig in zijn ontwikkeling werd bedreigd en de moeder niet binnen een aanvaardbare termijn zelf voor het kind kon zorgen. Het kind verblijft sinds 2022 in een netwerkpleeggezin en is onder toezicht gesteld tot 2027.

De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing en stelde dat zij een traject was gestart om haar problematiek aan te pakken en dat de aanvaardbare termijn nog niet was verstreken. Zij gaf aan dat zij niet aan meerdere therapieën tegelijk kon deelnemen en dat de communicatie met de pleegmoeder moeizaam verliep, wat haar belemmerde in het geven van toestemming voor gezagsbeslissingen.

De raad voor de kinderbescherming, de gecertificeerde instelling en de pleegmoeder wilden dat het gezag werd beëindigd, omdat het kind zich goed ontwikkelt in het pleeggezin en de moeder geen inzicht toont in de behoeften van het kind. Het hof oordeelde dat het belang van het kind voorop staat en dat de aanvaardbare termijn ruimschoots is verstreken. Het kind heeft behoefte aan stabiliteit en duidelijkheid, die het pleeggezin biedt.

Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en benadrukte dat het contact tussen moeder en kind belangrijk blijft. Het hof hoopt dat de moeder haar behandeling voortzet en een positieve rol in het leven van het kind kan blijven spelen.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over het minderjarige kind vanwege het belang van het kind en de verstreken aanvaardbare termijn.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.365.414
zaaknummer rechtbank Gelderland 452145
beschikking van 25 juni 2026
over de beëindiging van het gezag over [de minderjarige1]
in de zaak van
[verzoekster](de moeder)
die woont in [woonplaats1]
advocaat: mr. E.E.M. Messink
en
de raad voor de kinderbescherming(de raad)
regio Gelderland, locatie Arnhem
en
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Gelderland(de GI)
die is gevestigd in Arnhem
en
[belanghebbende1](de pleegmoeder)
die woont in [woonplaats2] .
Het hof merkt als informant aan:
[informant1](de vader)
die woont in [woonplaats3] , gemeente [gemeentenaam] .

1.Samenvatting

De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft het gezag van de moeder over [de minderjarige1] beëindigd. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
De ouders hebben een kind: [de minderjarige1] ( [de minderjarige1] ), die is geboren [in]
2019.
2.2.
De moeder heeft het gezag over [de minderjarige1] .
2.3.
[de minderjarige1] verblijft sinds [datum1] 2022 bij de pleegmoeder in een netwerkpleeggezin.
2.4
[de minderjarige1] is op 13 januari 2023 onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn verlengd tot 13 januari 2027.

3.De procedure bij de rechtbank

3.1.
De raad heeft de rechtbank verzocht het gezag van de moeder te beëindigen.
3.2.
De rechtbank heeft het verzoek van de raad toegewezen. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 19 november 2025. De beslissing is niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat de ondertoezichtstelling en (machtiging tot) uithuisplaatsing zijn blijven doorlopen.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De moederis het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt.
4.2.
De raadwil dat de beslissing in stand blijft.
4.3.
De GIwil dat de beslissing in stand blijft. Ook de pleegmoeder wil dat de beslissing in stand blijft.
De informatie die het hof heeft ontvangen
4.4.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift ontvangen op 9 februari 2026
  • de spreekaantekeningen van de raad
4.5.
De zitting bij het hof was op 28 mei 2026. Aanwezig waren:
  • de moeder met haar advocaat
  • een vertegenwoordiger van de raad
  • een vertegenwoordiger van de GI
  • de dochter van de pleegmoeder, als informant

5.Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?
5.1.
De rechtbank kan het gezag van een ouder beëindigen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Daarbij moet duidelijk zijn dat de ouder de verzorging en opvoeding niet binnen een aanvaardbare termijn weer zelf op zich kan nemen. De aanvaardbare termijn is de periode van onzekerheid, die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade in zijn ontwikkeling op te lopen. De rechtbank kan het gezag van een ouder ook beëindigen als de ouder het gezag misbruikt. [1]
5.2.
Het belang van het kind staat voorop. Een kind dat niet bij zijn ouders kan wonen heeft recht op zekerheid over waar het woont en blijft wonen. [2]
Wat vinden partijen?
5.3.
Volgens de moeder is de zogenoemde ‘aanvaardbare termijn’ nog niet verstreken. De moeder vindt dat er onvoldoende rekening is gehouden met het feit dat zij een traject bij [naam1] is gestart om aan haar persoonlijke problematiek te werken. De moeder heeft goede hoop dat zij op enig moment weer zelf voor [de minderjarige1] kan zorgen. Voor de moeder werkt het niet om meerdere therapieën en trajecten tegelijk te volgen. Zij wil eerst focussen op haar therapie bij [naam1] , daarom heeft zij niet meegewerkt aan het NIKA-traject en de begeleide omgang. Inmiddels is er volgens de moeder wel een intakegesprek ingepland met een instantie die de omgang gaat begeleiden. Volgens de moeder ontvangt zij niet altijd alle informatie over [de minderjarige1] en verloopt de communicatie met de pleegmoeder niet goed. Hierdoor is het voor haar lastig om toestemming te geven voor gezagsbeslissingen. De moeder heeft geen toestemming gegeven voor speltherapie van [de minderjarige1] , omdat zij vindt dat de problemen van [de minderjarige1] voortkomen uit het feit dat [de minderjarige1] niet meer bij haar woont. Het uitbreiden van het contact is volgens de moeder de oplossing voor de problemen van [de minderjarige1] .
5.4.
De raad vindt dat is voldaan aan de voorwaarden voor het beëindigen van het gezag. De raad benadrukt dat binnen het kader van de ondertoezichtstelling veel hulpverlening is ingezet, gericht op de behandeling van de moeder, het versterken van de opvoedvaardigheden van de moeder en het onderzoeken van een terugplaatsing. Veel van de ingezette hulpverlening heeft de moeder vroegtijdig stopgezet. Volgens de raad ontwikkelt [de minderjarige1] zich goed in het gezin van de pleegmoeder en ligt zijn perspectief daar. Dat de moeder weigert toestemming te geven voor de speltherapie van [de minderjarige1] baart de raad zorgen. Volgens de raad laat de moeder hiermee zien dat zij geen inzicht heeft in wat [de minderjarige1] nodig heeft. De raad vindt het positief dat de moeder hulpverlening bij [naam1] is aangegaan, maar dit traject is niet meer van invloed op het perspectief van [de minderjarige1] . [de minderjarige1] heeft een instabiel verleden en er is sprake van hechtingsproblematiek. Hij heeft daardoor extra behoefte aan stabiliteit, structuur en duidelijkheid. Volgens de raad is het daarom ook in het belang van [de minderjarige1] dat het gezag van de moeder wordt beëindigd en dat duidelijk is dat zijn perspectief binnen het pleeggezin ligt.
5.5.
De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling bij het hof verteld dat het contact tussen de moeder en [de minderjarige1] heel belangrijk is. Hier heeft de GI twee jaar lang op ingezet, maar dit komt nog niet goed van de grond. Volgens de GI is het een terugkerend patroon dat de moeder de hulpverlening en de omgang stopt op het moment dat het te dichtbij komt. Dit is volgens de GI heel moeilijk voor [de minderjarige1] . Volgens de GI is het belangrijk dat de moeder de hulpverlening afrondt.
Hoe oordeelt het hof?
5.6.
De rechtbank heeft het gezag van de moeder op goede gronden beëindigd. Het hof is, net als de rechtbank, van oordeel dat het gezag van de moeder moet worden beëindigd. Het hof zal de beslissing van de rechtbank daarom in stand laten (bekrachtigen). Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank over, maakt deze na eigen onderzoek tot de zijne en voegt hieraan het volgende toe.
5.7.
Het hof overweegt, zoals de rechtbank dat ook heeft gedaan, dat het voor [de minderjarige1] , voor de pleegmoeder, maar ook voor de moeder belangrijk is dat er duidelijkheid komt over het opgroeiperspectief van [de minderjarige1] . Dit is vooral belangrijk, omdat bij de moeder de - heel begrijpelijke - wens blijft bestaan dat zij zelf voor [de minderjarige1] zal zorgen. Het hof vindt dat echter niet in het belang van [de minderjarige1] , omdat de aanvaardbare termijn [3] ruimschoots is verstreken. [de minderjarige1] woont immers al sinds hij drie maanden oud is (eerst in het kader van een vrijwillige plaatsing) bij de pleegmoeder en hij kan daar ook blijven wonen. De pleegmoeder biedt [de minderjarige1] een stabiele en veilige opvoedomgeving. Aan de zijde van de moeder is - ook nu nog - geen sprake van een stabiele leefsituatie. De moeder heeft het traject bij [naam1] nog niet volledig doorlopen, zij heeft geen ruimte om mee te werken aan het NIKA-traject en tot voor kort wilde de moeder niet deelnemen aan de begeleide omgang met [de minderjarige1] . Er is hierdoor al langere tijd geen contact meer tussen [de minderjarige1] en de moeder. Ook de belafspraken tussen [de minderjarige1] en de moeder verlopen nog niet goed. De moeder kan [de minderjarige1] iedere dinsdag bellen, maar het lukt de moeder niet om die afspraak iedere week na te komen.
5.8.
Het hof vindt het een positieve ontwikkeling dat de moeder gestart is met haar behandeling bij [naam1] en dat zij inmiddels openstaat voor begeleide omgang. Het hof hoopt dat de moeder de opgaande lijn kan vasthouden zodat ook het NIKA-traject in de toekomst opgestart kan worden. De moeder speelt een belangrijke rol in het leven van [de minderjarige1] . Zij blijft altijd zijn moeder. De raad en de GI hebben tijdens de mondelinge behandeling bij het hof verteld dat zij het heel belangrijk vinden dat de moeder in het leven van [de minderjarige1] betrokken blijft. Het hof sluit zich daarbij aan. Het hof gunt het de moeder dat zij de opgaande lijn doorzet, zodat zij een belangrijke rol in het leven van [de minderjarige1] kan (blijven) spelen.

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van
19 november 2025.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E. de Boer, R. Feunekes en D.J.I. Kroezen, bijgestaan door mr. K.E. Vaartjes-de Wit als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.

Voetnoten

1.artikel 1:266 lid 1 onder Pro a en b BW
2.Artikel 3 en Pro artikel 20 Verdrag Pro inzake de rechten van het kind
3.De aanvaardbare termijn is de periode van onzekerheid die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade in zijn ontwikkeling op te lopen.