ECLI:NL:GHARL:2026:4130

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
200.364.780
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 lid 1 Brussel II-terArt. 1:253a lid 4 BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof stelt gewijzigde zorgregeling vast tussen minderjarige en vader

De vader en moeder zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind, die bij de moeder woont. Na eerdere zorgregelingen en een beschikking van de rechtbank Overijssel over de zorg- en feestdagenregeling, is de vader in hoger beroep gegaan tegen de beperkte zorgregeling.

De vader verzocht om uitbreiding van de zorgregeling met overnachtingen en een aaneengesloten week contact in de zomervakantie, terwijl de moeder en de raad voor de kinderbescherming dit niet wenselijk achtten vanwege het belang en de draagkracht van de minderjarige.

Het hof oordeelt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden en stelt een nieuwe zorgregeling vast waarbij de minderjarige eens per twee weken van zaterdag 9:30 uur tot zondag 11:00 uur contact heeft met de vader, met een opbouwschema voor overnachtingen. De verzoeken over het halen en brengen en de zomervakantieregeling worden afgewezen. De feestdagenregeling blijft ongewijzigd.

Uitkomst: Het hof wijzigt de zorgregeling en bepaalt dat de minderjarige eens per twee weken van zaterdag 9:30 uur tot zondag 11:00 uur contact heeft met de vader, met een opbouwperiode voor overnachtingen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.364.780
zaaknummer rechtbank Overijssel 328127
beschikking van 23 juni 2026
in de zaak van
[Verzoeker](de vader),
die woont in [woonplaats1] , [land1] ,
advocaat: mr. H. Versluis,
en
[verweerster](de moeder),
die woont in [woonplaats2] ( [gemeente1] ),
advocaat: mr. P. van der Zalm.

1.Samenvatting

De rechtbank Overijssel, locatie Almelo, heeft op 13 november 2025 een zorg- en feestdagenregeling tussen de vader en [de minderjarige] vastgesteld. Het hof stelt een andere zorgregeling vast dan de rechtbank en laat de feestdagenregeling in stand. Het hof legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren op [in] 2014.
2.2.
De ouders hebben samen het gezag over [de minderjarige] . Zij woont bij de moeder.
2.3.
In het ouderschapsplan [van] 2017 hebben de ouders afgesproken dat [de minderjarige] een weekend in de twee weken bij de vader verblijft. [in] 2019 hebben de ouders een aanvullend ouderschapsplan ondertekend met daarin een wijziging van de zorgregeling. De zorgregeling zou worden opgebouwd van één middag per twee weken naar de ene week een dag en een nacht bij de vader en de andere week een middag bij de vader.
2.4.
In het ouderschapsplan [van] 2022 hebben de ouders weer een andere zorgregeling afgesproken. [de minderjarige] heeft eens in de twee weken contact met haar vader op zaterdag van 10:30 uur tot 16:30 uur in het huis van de vader. Het overdrachtsmoment vindt plaats op de carpoolplaats in [woonplaats3] . De omgang tijdens de kerstdagen bepalen de ouders in overleg met elkaar en de omgang tijdens oud en nieuw blijft zoals het is.
2.5.
In de beschikking van 6 december 2022 heeft de rechtbank het ouderschapsplan [van] 2017 gewijzigd en bepaald dat de inhoud van het door de ouders [in] 2022 ondertekende ouderschapsplan daarvoor in de plaats komt.

3.De procedure bij de rechtbank

3.1.
De vader heeft de rechtbank gevraagd de zorgregeling te wijzigen. Hij wil dat:
- de rechtbank bepaalt dat de vader eens per twee weken op zaterdag contact heeft met [de minderjarige] van 8:30 uur tot na het avondeten, rond 19:00 uur. De vader brengt [de minderjarige] terug naar de moeder;
- [de minderjarige] in het contactweekend bij hem mag overnachten, wanneer [de minderjarige] aangeeft dat zij dit wil. Wanneer dit twee nachten goed gaat, moet het contactweekend worden uitgebreid met een overnachting, waarbij de vader [de minderjarige] op zondag om 11:00 uur weer naar de moeder brengt;
- [de minderjarige] met de kerstdagen, oud en nieuw, Pasen en Pinksteren in de oneven jaren telkens op de eerste dag bij de vader is en in de even jaren telkens op de tweede dag, van 8:30 uur tot 19:00 uur;
- [de minderjarige] in de zomervakantie een aaneengesloten week contact heeft met de vader.
3.2.
De rechtbank heeft op 23 april 2025 een voorlopige zorgregeling vastgesteld. [de minderjarige] heeft eens per twee weken op zaterdag contact met de vader van 9:30 uur tot 19:00 uur, waarbij het overdrachtsmoment op de carpoolplaats in [woonplaats3] plaatsvindt. De rechtbank heeft de definitieve beslissing over de zorg- en vakantieregeling aangehouden.
3.3.
De rechtbank heeft op 13 november 2025 een definitieve zorg- en feestdagenregeling vastgesteld. [de minderjarige] heeft eens per twee weken op zaterdag contact met de vader van 9:30 uur tot 19:00 uur, waarbij het overdrachtsmoment op de carpoolplaats in [woonplaats3] plaatsvindt.
Verder heeft de rechtbank bepaald dat [de minderjarige] en de vader contact hebben in de oneven jaren op eerste kerstdag, oudejaarsdag, eerste paasdag en eerste pinksterdag. In de even jaren hebben zij contact op tweede kerstdag, nieuwjaarsdag, tweede paasdag en tweede pinsterdag. Voor de feestdagen gelden dezelfde tijden en overdrachtslocatie als voor de reguliere zorgregeling. Verder heeft de rechtbank bepaald dat de ouders hun eigen proceskosten moeten betalen.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De vader is het niet eens met de beslissing van de rechtbank over de reguliere zorgregeling. Hij komt daarvan in hoger beroep. Hij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank op dit onderdeel ongedaan maakt en bepaalt dat [de minderjarige] en de vader eens per twee weken van zaterdag 9:30 uur tot zondag 11:00 uur contact hebben.
De vader wil dat de moeder [de minderjarige] op zaterdag naar hem brengt en dat hij [de minderjarige] op zondag weer naar de moeder brengt. Verder wil de vader dat [de minderjarige] en hij in de zomervakantie een week aaneengesloten contact hebben. De vader is het wel eens met de feestdagenregeling, zoals door de rechtbank is vastgesteld.
4.2.
De moeder is het wel eens met de beslissing van de rechtbank. Zij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank in stand laat.
4.3.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift, ontvangen op 9 februari 2026;
  • het verweerschrift.
4.4.
[de minderjarige] heeft op 18 mei 2026 gesproken met een rechter en een griffier van het hof. Zij heeft verteld wat zij vindt van de zorgregeling.
4.5.
De zitting bij het hof was op 26 mei 2026. Aanwezig waren:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (de raad).

5.Het oordeel van het hof

Rechtsmacht en toepasselijk recht
5.1.
De zaak heeft een internationaal karakter, omdat de vader in [land1] woont. Het hof zal dan ook eerst moeten beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om de verzoeken te beoordelen.
5.2.
Het verzoek van de vader gaat over de ouderlijke verantwoordelijkheid. Op grond van artikel 7 lid 1 Brussel Pro II-ter (Verordening (EU) 2019/1111) is de Nederlandse rechter in zaken over de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd als een kind op het moment van indiening van het verzoekschrift bij de rechtbank zijn of haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Op 30 januari 2025 heeft de vader het verzoekschrift bij de rechtbank ingediend. [de minderjarige] had toen haar gewone verblijfplaats in Nederland. De Nederlandse rechter heeft daarom rechtsmacht en is bevoegd het verzoek te beoordelen.
5.3.
De rechtbank heeft Nederlands recht toegepast. De ouders hebben daartegen geen bezwaren aangevoerd. Het hof zal daarom bij de beoordeling van de verzoeken ook het Nederlandse recht toepassen.
Wat in de wet staat
5.4.
Op grond van artikel 1:253a lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing over de uitoefening van het ouderlijk gezag of een door de ouders onderling getroffen regeling daarover wijzigen, wanneer de omstandigheden zijn gewijzigd of als bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Deze gewijzigde regeling kan gaan over een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders.
De standpunten van de vader en de moeder
5.5.
De vader voert aan dat de huidige zorgregeling te beperkt is. Uitbreiding van de zorgregeling met een overnachting zal bijdragen aan de hechting tussen [de minderjarige] , de vader en zijn gezin. Dit is in het belang van [de minderjarige] . Volgens de vader wil [de minderjarige] bij hem overnachten, maar geeft de moeder haar hier geen emotionele toestemming voor. Wanneer de overdracht
op de carpoolplaats wordt vervangen door een regeling waarin de ouders [de minderjarige] brengen en halen, zal [de minderjarige] die emotionele toestemming meer ervaren.
5.6.
De moeder voert aan dat het niet in het belang van [de minderjarige] is om de zorgregeling uit te breiden met een overnachting. De vader heeft geen echte interesse in [de minderjarige] . Hij informeert nergens naar en onderneemt niets met [de minderjarige] als ze bij hem is. [de minderjarige] moet zichzelf dan vermaken. De moeder staat niet onwelwillend tegenover een overnachting, maar alleen als dit in het belang van [de minderjarige] is. Dat is het op dit moment niet. [de minderjarige] wil niet overnachten bij de vader en haar wens moet worden gevolgd. Er is een risico dat uitbreiding van de zorgregeling leidt tot spanningen en een afnemende bereidheid tot contact, omdat uitbreiding niet aansluit bij de draagkracht van [de minderjarige] .
Het advies van de raad
5.7.
De raad heeft geadviseerd om de zorgregeling niet te wijzigen. De raad benadrukt dat [de minderjarige] een broos meisje is dat richting de puberteit gaat. De huidige zorgregeling loopt en lijkt het maximale te zijn dat [de minderjarige] op dit moment aankan. Wanneer zij tegen haar zin in bij de vader moet overnachten, kan zij dit haar ouders kwalijk gaan nemen.
Het oordeel van het hof
5.8.
Het hof is van oordeel dat uit de aangevoerde feiten volgt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Het hof komt vervolgens toe aan het oordeel over de zorgregeling.
5.9.
Het hof is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat het in het belang van [de minderjarige] is dat zij en de vader na een korte opbouwperiode eens per twee weken van zaterdag 9:30 uur tot zondag 11:00 uur contact hebben. Het hof zal daarom op dit onderdeel de beslissing van de rechtbank vernietigen en dit verzoek van de vader alsnog toewijzen. Voor het overige laat het hof de beslissing van de rechtbank in stand.
5.10.
Het hof vindt uitbreiding van deze zorgregeling met één overnachting in het belang van [de minderjarige] om de volgende redenen. Voor [de minderjarige] is het belangrijk dat de band met haar vader zich verder ontwikkelt. Het algemene uitgangspunt is namelijk dat het in het belang van kinderen is om met beide ouders een goede en stabiele relatie op te bouwen. De band tussen [de minderjarige] en de vader is in het verleden beschadigd. Dat komt enerzijds omdat de vader drie jaar afwezig is geweest in het leven van [de minderjarige] . Anderzijds hebben [de minderjarige] en haar vader ook weinig contact gehad, omdat het de ouders na hun scheiding niet lukte met elkaar daarover te overleggen. De ouders hebben hun communicatie, ondanks de hulpverlening, niet kunnen verbeteren. De huidige zorgregeling van één dag per twee weken is te beperkt om de band met haar vader te versterken. De uitbreiding met één overnachting biedt daartoe meer rust en tijd. Ook krijgt [de minderjarige] meer ruimte om haar plek in het gezin van haar vader te vinden. Het belang van [de minderjarige] bij het opbouwen van een goede relatie met de vader weegt zwaarder dan de reden die [de minderjarige] heeft om niet bij haar vader te overnachten, namelijk dat zij het spannend vindt en dat ze zich soms ook eenzaam voelt bij haar vader thuis. Dat geldt ook voor het advies van de raad dat de huidige zorgregeling het maximale lijkt te zijn wat [de minderjarige] op dit moment aankan. Daarbij weegt het hof mee dat onvoldoende is gebleken dat de uitbreiding van de zorgregeling, zoals deze in de bestreden beschikking is vastgesteld, negatief heeft uitgepakt voor [de minderjarige] . Verder zijn er geen signalen dat een overnachting bij de vader niet veilig is. Tot slot betrekt het hof in zijn oordeel dat [de minderjarige] het ook regelmatig leuk heeft bij haar vader, bijvoorbeeld als zij samen activiteiten ondernemen. Zo gaan zij regelmatig naar de speeltuin en soms naar de dierentuin. Het hof zal de reguliere regeling niet direct in laten gaan, zodat [de minderjarige] de tijd heeft om te wennen aan het idee van de overnachting. Daarom zal het hof bepalen dat [de minderjarige] het eerste contactweekend na deze beslissing nog niet bij haar vader overnacht, het contactweekend daarna wel, het contactweekend daarna niet en dat daarna de reguliere contactregeling zal gaan gelden.
5.11.
Gelet op de draagkracht van [de minderjarige] heeft de vader een belangrijke rol en verantwoordelijkheid bij het versterken van hun band, zodat [de minderjarige] zich op haar gemak zal gaan voelen bij de overnachting en in het gezin van de vader. Daarbij is het belangrijk dat [de minderjarige] voldoende één op één tijd met de vader heeft. [de minderjarige] heeft hier behoefte aan. Het is ook belangrijk dat [de minderjarige] een eigen plek bij de vader heeft. Het helpt als de vader de slaapkamer klaarmaakt, voordat het eerste contactweekend met de overnachting plaatsvindt.
5.12.
Het hof wijst het verzoek van de vader over het halen en brengen af. Dat betekent dat de carpoolplaats de haal- en brenglocatie blijft. Deze locatie is destijds afgesproken om escalatie aan de deur te vermijden. De ouders delen het halen en brengen en de carpoolplaats is een bekende plek voor [de minderjarige] . Het hof is niet gebleken dat [de minderjarige] moeite heeft met deze haal- en brenglocatie. Het hof bekrachtigt de beslissing van de rechtbank op dit onderdeel.
5.13.
Het hof wijst het verzoek van de vader over de aaneengesloten week contact in de zomervakantie ook af. Voor [de minderjarige] is het al een grote stap om eens per twee weken bij de vader te overnachten. Gelet op de draagkracht van [de minderjarige] is het niet in haar belang om direct een week in de zomervakantie bij de vader te overnachten, die stap is te groot. Het hof bekrachtigt de beslissing van de rechtbank op dit onderdeel.

6.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 13 november 2025, voor zover de beslissing over de reguliere zorgregeling, en:
stelt als zorgregeling tussen [de minderjarige] en de vader vast:
- [de minderjarige] heeft eens per twee weken op zaterdag van 9:30 uur tot zondag 11:00 uur
contact met de vader;
bepaalt dat de zorgregeling als volgt wordt opgebouwd:
- het eerste contactweekend na deze beschikking heeft [de minderjarige] contact met de vader op
zaterdag van 9:30 uur tot 19:00 uur;
  • het volgende contactweekend heeft [de minderjarige] contact met de vader op zaterdag van 9:30 uur tot zondag 11:00 uur;
  • het daarop volgende contactweekend heeft [de minderjarige] contact met de vader op zaterdag van 9:30 uur tot 19:00 uur;
  • vervolgens geldt de reguliere zorgregeling.
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 13 november 2025 voor het overige;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. L.R. Davila Talavera, E. de Boer en, D.J.M. van de Voort, bijgestaan door mr. T.F. de Ruiter als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.