Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:4113

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
21-003717-20
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 47 SrArt. 420bis Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen witwassen contant geldbedragen tot taakstraf

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf voor medeplegen van witwassen van contante geldbedragen afkomstig uit internationale drugshandel. In hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis en doet opnieuw recht op basis van procesafspraken tussen verdachte en het Openbaar Ministerie.

De bewezenverklaring betreft het medeplegen van witwassen van ongeveer €81.700, waarbij verdachte samen met anderen contant geld ophaalde in verschillende plaatsen in het buitenland, dit verborgen in een geheime bergruimte in een auto vervoerde naar Nederland, terwijl zij wisten dat het geld afkomstig was uit misdrijf. Het hof acht dit wettig en overtuigend bewezen.

Het hof weegt de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoon van verdachte, die eerder niet recente veroordelingen heeft. Gezien de procesafspraken en de overschrijding van de redelijke termijn legt het hof een taakstraf van 150 uur op, met vervangende hechtenis van 75 dagen bij niet nakoming, en rekent de voorarresttijd in mindering.

De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 47 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht. Het arrest is gewezen door drie rechters en uitgesproken op 20 mei 2026.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 150 uur, bij niet verrichten te vervangen door 75 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer:21-003717-20
Uitspraakdatum: 20 mei 2026
TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 7 oktober 2020 met parketnummer 18-930204-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
wonende te [adres] .

Hoger beroep

verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 20 mei 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering houdt in:
  • bewezenverklaring overeenkomstig de procesafspraken; en
  • oplegging van een taakstraf van 150 uren, bij niet verrichten te vervangen door 75 dagen hechtenis, met aftrek van het door verdachte ondergane voorarrest.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.P. Eefting, hebben aangevoerd.

Het vonnis

Verdachte is bij vonnis van 7 oktober 2020 veroordeeld voor het medeplegen van witwassen. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden, met aftrek van het door verdachte ondergane voorarrest.
Het hof vernietigt het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 29 mei 2018 tot en met 30 mei 2018 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , althans (elders) in Nederland, en/of te [plaats 3] en/of [plaats 4] en/of [plaats 5] , althans (elders) in [land 1] ,
tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,
van een of meer voorwerp(en), te weten een of meer contante geldbedragen van (ongeveer) 15.000,- euro en/of 29.590,- euro en/of 37.110,- euro (in totaal (ongeveer) 81.700,- euro), althans van enig(e) (contant) geldbedrag, althans van enig voorwerp,
a) de werkelijke aard en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemd voorwerp was, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie een voorwerp voorhanden heeft gehad, en/of
b) voornoemd(e) geldbedrag(en), althans voorwerp(en), verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet,
door
- voornoemd(e) geldbedrag(en), althans voorwerp(en), in een of meer voornoemde plaatsen in [land 1] op te halen, en/of
- voornoemd(e) geldbedrag(en), althans voorwerp(en) in een verborgen/geheime (berg)ruimte/bergplaats in de kofferbak van een auto te verbergen, en/of
- aldus voornoemd(e) geldbedrag(en), althans voorwerp(en) naar Nederland te vervoeren,
terwijl hij en/of zijn medeverdachte(n) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat voornoemd(e) geldbedrag(en), althans voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Procesafspraken

Op 5 november 2025 ontving het hof een overeenkomst met procesafspraken tussen het openbaar ministerie (OM) en verdachte, waarbij het hof door de verdediging en de advocaat-generaal is verzocht te beslissen in lijn met deze afspraken.
De procesafspraken zijn op schrift gesteld en ondertekend door verdachte, de raadsman en de advocaat-generaal.
De procesafspraken houden – samengevat – het volgende in:
  • Verdachte en het OM zien af van het instellen van cassatie indien het hof komt tot een gelijke afdoening van deze zaak (inhoudende de bewezenverklaring en strafoplegging) conform de tussen de partijen gemaakte afspraken.
  • Door de verdediging zullen geen (nadere) onderzoekswensen worden ingediend.
  • Door de verdediging worden geen strafmaatverweren gevoerd.
  • Door de verdediging worden geen bewijsverweren gevoerd.
  • Het OM zal ter terechtzitting rekwireren tot een bewezenverklaring van de feiten zoals weergegeven in de procesafspraken en een taakstraf van 150 uur (te vervangen door 75 dagen vervangende hechtenis als de taakstraf niet wordt voltooid) zal vorderen.
  • Verdachte en zijn raadsman beogen door het maken van procesafspraken de opgelegde gevangenisstraf te verlagen / te veranderen van 4 maanden naar een taakstraf van 150 uur.
  • Partijen komen overeen dat zij zich kunnen vinden in de bewezenverklaring en kwalificatie zoals uitgesproken door de rechtbank.
  • Deze afspraken worden bekendgemaakt aan het hof, waarmee bij partijen de behoefte aan een grondige en volledige inhoudelijke behandeling van de strafzaak komt te vervallen. Partijen verzoeken het hof dienovereenkomstig arrest te wijzen.
  • Partijen leggen vast dat in het geval het hof overweegt een andere (hogere of lagere) straf op te leggen, ieder der partijen het hof kan verzoeken alsnog over te gaan tot de grondige en volledige inhoudelijke behandeling van deze strafzaak.

Beoordeling van de procesafspraken

De procesafspraken zijn op de zitting van het hof van 20 mei 2026 besproken.
Op de zitting in hoger beroep zijn de hoofdlijnen van de procesafspraken voorgehouden. De inhoud en de totstandkoming daarvan zijn op de zitting door beide partijen bevestigd en toegelicht. Zij hebben daarbij aangegeven dat zij zich rekenschap hebben gegeven van de inhoud, de strekking en de rechtsgevolgen van hun voorstel. De procesafspraken zijn op basis van vrijwillige wederkerigheid tot stand gekomen. Verdachte heeft op de zitting van het hof – in aanwezigheid van zijn raadsman – ondubbelzinnig aangegeven zich te kunnen vinden in de gemaakte procesafspraken en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. Dit maakt dat deze afspraken in aanmerking komen voor een beoordeling door het hof.
Voor het overnemen van de procesafspraken kijkt het hof niet alleen of zij bijdragen aan het verkorten van de procedure en het efficiënter en effectiever afdoen van de zaak waar de afspraken op zien. Het hof kijkt ook of de overeengekomen afspraken voor de beëindiging van de zaak in een redelijke verhouding staan tot de ernst van de zaak, mede gelet op de in artikel 348 en Pro 350 Sv genoemde vraagpunten.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het afdoeningsvoorstel in een redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak zoals deze blijkt uit het dossier en de zitting in hoger beroep.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij in de periode van 29 mei 2018 tot en met 30 mei 2018 te [plaats 1] en [plaats 3] en [plaats 4] en [plaats 5] ,
tezamen en in vereniging met een ander,
van voorwerpen, te weten contante geldbedragen van in totaal 81.700,- euro,
a) de vindplaats en de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en
b) voornoemde geldbedragen heeft verworven en voorhanden gehad,
door
- voornoemde geldbedragen in voornoemde plaatsen in [land 1] op te halen, en
- voornoemde geldbedragen in een verborgen bergruimte in de kofferbak van een auto te verbergen, en
- aldus voornoemde geldbedragen naar Nederland te vervoeren,
terwijl hij en zijn medeverdachte wisten dat voornoemde geldbedragen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van witwassen.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het witwassen van een groot contant geldbedrag dat afkomstig was van internationale drugshandel. Door
reguliere pakketdiensten werden vanuit Nederland en [land 2] pakketten met meerdere kilo’s
softdrugs en harddrugs verzonden naar afnemers in verschillende steden in [land 1] . Vervolgens werden de contante betalingen voor deze pakketten met drugs van [land 1] naar Nederland vervoerd in auto’s met een verborgen bergruimte. Op grond van de bewijsmiddelen stelt het hof vast dat verdachte tenminste eenmaal aan een dergelijk geldtransport heeft deelgenomen. Witwassen heeft een ontwrichtende werking op het financieel en economisch verkeer en faciliteert de onderliggende (drugs)criminaliteit. Ook levert witwassen een aantasting op van de legale economie.
Uit het strafblad van verdachte van 20 april 2026 volgt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van andersoortige strafbare feiten. Daarbij is relevant dat dit geen recente veroordelingen zijn.
De door de rechtbank opgelegde straf is in beginsel een passende en noodzakelijke reactie op de (ernst van het) in deze zaak bewezen verklaarde strafbare feit. Op basis van de zitting in hoger beroep van 20 mei 2026 ziet het hof echter redenen om de procesafspraken over te nemen. Alles afwegend en in het bijzonder ook gelet op wat ter zitting in hoger beroep met betrekking tot de persoon van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn naar voren is gekomen, acht het hof – in lijn met hetgeen is overeengekomen in de procesafspraken – oplegging van een taakstraf van 150 uren, bij niet verrichten te vervangen door 75 dagen hechtenis, met aftrek van het door verdachte ondergane voorarrest, passend en noodzakelijk.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 47 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door mr. L.J. Hofstra, mr. J.A.M. Kwakman en mr. M.J.F. van der Wolf, in aanwezigheid van de griffier mr. K.M. Diender en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 20 mei 2026.