Uitspraak
[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis
ne bis in idemen heeft daarom het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging
Tenlastelegging
hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2018, te [plaats] , althans in Nederland, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten (de inlichtingenplicht op grond van) artikel 17 Wet Pro Werk en Bijstand en/of artikel 17 Participatiewet Pro, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een bijstandsuitkering, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, door (telkens) opzettelijk niet tijdig en/of volledig en/of uit eigen beweging te melden aan (medewerkers van) de gemeente [plaats] , zakelijk weergegeven,
hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 maart 2016 tot en met 31 oktober 2017, te [plaats] , althans in Nederland, een of meerdere geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen - te weten een of meerdere aanvraagformulieren (voor de Participatiewet) van de gemeente [plaats] , waarop opgave moest worden gedaan (onder meer) van vermogen en/of inkomsten - valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, immers heeft verdachte (telkens) valselijk vermeld dat hij, verdachte en/of zijn gezinsleden geen inkomsten (anders dan uit uitkering) hebben ontvangen, en/of heeft hij, verdachte, die formulieren ondertekend, zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
“Indien terzake van het feit aan de verdachte een bestuurlijke boete is opgelegd, (…), heeft dit dezelfde rechtsgevolgen als een kennisgeving van niet verdere vervolging.”
tot en met 29 februari 2016. Verdachte heeft tijdens zijn verhoor bij de sociale recherche [2] verklaard dat hij wist dat hij het bij de gemeente moest melden als hij aan het werk ging. Uit het dossier blijkt onder meer dat verdachte op zijn eigen naam advertenties plaatste, op pad ging om spullen op te halen en klanten te woord stond. Verdachte heeft ter zitting in hoger beroep erkend dat hij deze handelingen heeft verricht in de tenlastegelegde periode. Gelet op de inhoud van het dossier overweegt het hof dat het niet aannemelijk is dat de daar beschreven Marktplaatshandel gezien de aard en de omvang de handel van een jongen van 10 tot 16 jaar oud was (de leeftijd van de zoon van verdachte in de betreffende periode).
Bewezenverklaring
hij, op een of meerdere tijdstippen, in de periode van 1 januari 2010 tot en met 29 februari 2016, te [plaats] ,
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Oplegging van straf
Wetsartikelen
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis.
1 (één) jaaraan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.