Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven
- de memorie van antwoord
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader zijn de ouders van een minderjarige die bij de moeder woont, die het gezag heeft. Na het beëindigen van hun relatie is afgesproken dat de vader het kind om het weekend en op enkele avonden per week ziet. De moeder heeft de omgang in oktober 2025 eenzijdig beperkt.
De voorzieningenrechter veroordeelde de moeder tot nakoming van de omgangsregeling met een dwangsom van €500 per dagdeel bij niet-nakoming, met een maximum van €10.000. De moeder ging in hoger beroep tegen de dwangsom en verzocht tevens een verbod voor de vader om het kind te dwingen tot kickboksen.
Het hof oordeelt dat de dwangsom noodzakelijk is om nakoming af te dwingen, gezien eerdere eenzijdige beperkingen door de moeder. Het verzoek tot verbod op kickboksen wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang, mede omdat het kind inmiddels is aangemeld voor een andere sport. Het hof bekrachtigt het vonnis en bepaalt dat partijen hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de dwangsom voor nakoming van de omgangsregeling en wijst het verbod op kickboksen af.