2.4De raad heeft op 20 januari 2026 gerapporteerd. In het raadsrapport is, voor zover hier van belang, het volgende te lezen:
“
1. Wat betekenen de zorgen en krachten voor het veilig opgroeien van [de minderjarige] in de context van de scheiding?
[de minderjarige] is een kwetsbaar meisje met forse lichamelijke beperkingen als gevolg van haar aandoening, te weten spina bifida (open ruggetje). Zij kan niet lopen en laat op motorisch en cognitief gebied achterstanden zien in haar ontwikkeling. Dit maakt dat [de minderjarige] een grote zorgbehoefte heeft en dat er rekening gehouden dient te worden met verschillende hulpmiddelen in de zorg voor [de minderjarige] . Ook recent zijn er weer nieuwe zorgen over haar fysieke situatie, doordat er een bobbel op haar rug is gevonden en er toegenomen spierspanning is. Ondanks haar beperkingen wordt gezien dat zij een vrolijk meisje is, dat makkelijk contact met anderen aangaat en flexibel kan zijn in situaties waarin zij zich bevindt.
[de minderjarige] groeit op met gescheiden ouders. Ouders zijn op dit moment niet in staat om op een effectieve manier met elkaar in gesprek te gaan en afspraken te maken over de zorg voor [de minderjarige] . De RvdK heeft de indruk dat dit deels komt doordat de communicatie tussen ouders niet soepel verloopt. Er is eerder geprobeerd hulpverlening in te zetten om te werken aan de onderlinge samenwerking en communicatie, maar dit is door onduidelijke factoren niet tot stand gekomen. De betrokkenen hebben hierover verschillende visies. Op dit moment zijn ouders in contact met het [naam1] en hebben zij beiden aangegeven in te stemmen met een hulpverleningstraject om aan de onderlinge communicatie te werken. De RvdK vindt het krachtig dat ouders hiertoe bereid zijn.
Er is al langere tijd geen structureel contact tussen vader en [de minderjarige] . [de minderjarige] heeft met Kerst 2024 contact gehad met vader, maar dit is enkel een incident geweest waarover de visies ook verschillen tussen ouders. Ook is er recent in het ziekenhuis contact geweest tussen vader en [de minderjarige] . Ouders hebben hier echter verschillende verhalen over, maar dit lijkt wel rustig te zijn verlopen.
[de minderjarige] is door het lange ontbreken van contact met haar vader, niet gewend aan een vaderfiguur om zich heen. De RvdK maakt zich hier zorgen over, omdat het voor de identiteitsontwikkeling van kinderen in het algemeen van belang is dat zij de mogelijkheid hebben om hun beide ouders te kennen. Dit geldt ook voor [de minderjarige] . Moeder geeft aan dat zij inziet dat het voor [de minderjarige] fijn zou zijn wanneer zij positief contact met haar vader kan hebben. Moeder heeft echter de ervaring dat vader zich niet altijd aan afspraken gehouden heeft en wil [de minderjarige] beschermen voor teleurstelling. Daarnaast is moeder bezorgd dat vader op termijn zich kan terugtrekken, als hij zou afschrikken van de grote zorgbehoefte die [de minderjarige] heeft. Dit vraagt namelijk veel van ouders in de zorg voor [de minderjarige] en in alle zorg die om [de minderjarige] georganiseerd is.
2. Wat moet er voor [de minderjarige] gebeuren om de zorgen voor het veilig opgroeien in de context van de scheiding weg te nemen?
[de minderjarige] heeft ouders die met elkaar kunnen overleggen en tot afspraken kunnen komen over zaken rondom [de minderjarige] en zich aan deze afspraken houden.
o
Hiervoor is het van belang dat ouders het hulpverleningstraject bij [naam2] aangaan en dat zij alles op alles zetten om hierin tot een betere onderlinge samenwerking en communicatie te komen.
o
Hierbij is het nodig dat in het traject van [naam2] gewerkt wordt aan het versterken van het onderlinge vertrouwen tussen ouders en hun samenwerking.
[de minderjarige] heeft de mogelijkheid om positief contact met haar vader te hebben.
o
Hiervoor is het nodig dat er gewerkt gaat worden naar contact tussen [de minderjarige] en vader.
o
Hiervoor is het ook nodig dat vader begeleiding krijgt in de zorg die [de minderjarige] van hem nodig heeft en op welke manier vader kan aansluiten bij het niveau en de belevingswereld van [de minderjarige] . Daarnaast dient vader actief informatie te zoeken over hoe hij bijvoorbeeld kan leren te katheteriseren.
o
Ook is het nodig dat vader zich betrouwbaar toont en afspraken nakomt. (…)
Is een contactregeling tussen de vader en [de minderjarige] wenselijk en in het belang van [de minderjarige] , mede gelet op haar medische situatie?
Ja, de RvdK is van mening dat het voor [de minderjarige] wenselijk en in haar belang is dat er contact is tussen haar en haar vader. [de minderjarige] krijgt hiermee de mogelijkheid om een band op te bouwen met haar vader, wat gunstig zal zijn voor haar verdere identiteitsontwikkeling. De medische situatie van [de minderjarige] maakt dat er goed nagedacht moet worden over de locatie en de duur van het contact. Daarnaast zal er begeleiding voor vader moeten zijn in hoe hij [de minderjarige] dient te benaderen en hoe hij kan voorzien in de zorg van [de minderjarige] op de momenten dat zij contact met elkaar hebben. Mocht blijken dat [de minderjarige] op korte termijn geopereerd moet worden en dat zij hiervan lange tijd moet revalideren, dan zal gekeken moeten worden op welke manier vader in deze periode contact met [de minderjarige] kan hebben. De RvdK denkt dat hierin voldoende mogelijkheden zijn om een vorm van contact te realiseren.
Indien het antwoord op de eerste vraag bevestigend is, welke zorgregeling is dan het meest wenselijk voor [de minderjarige] , mede gelet op haar medische situatie?
Aangezien [de minderjarige] nog jong is en er aangegeven wordt dat wordt verwacht dat zij in staat is zich te voegen naar een situatie waarin er contact is tussen haar en vader, vindt de RvdK het van belang dat er zo spoedig mogelijk op een veilige en verantwoorde wijze contact wordt opgestart. Hierbij dient ook gekeken te worden naar wat realistisch is. [naam2] kan ouders hierin begeleiden. Vader heeft aangegeven naar een co-ouderschapsregeling te willen werken, maar een dergelijke regeling is op dit moment niet realistisch en in het belang van [de minderjarige] . Het is tevens de vraag of dit op de langere termijn wel haalbaar zal zijn, omdat de zorg van [de minderjarige] ook aanpassingen vraagt van de woning waar vader verblijft en aanpassingen van zijn leven vereist.
Op dit moment vindt de RvdK een regeling haalbaar waarbij [de minderjarige] eens per twee weken voor de duur van twee uur contact heeft met vader, onder begeleiding van een hulpverleningsorganisatie. De RvdK adviseert hierin een kleine opbouw, waarbij de eerste keer het contact een uur duurt, de tweede keer anderhalf uur duurt en vanaf het derde contactmoment twee uur duurt.
Wanneer een dergelijke contactregeling goed verloopt, kan gekeken worden of het haalbaar is om de regeling uit te breiden. [naam2] kan ouders hierin ondersteunen en adviseren. De RvdK adviseert dat vader al wel stappen gaat ondernemen om te leren hoe hij kan katheteriseren, zodat hij deze vaardigheid al bezit op het moment dat hij contact gaat krijgen met [de minderjarige] . Vader mag zich hierin minder afwachtend opstellen. (…)
In het belang van [de minderjarige] adviseert de RvdK dat de zorg- en opvoedtaken tussen beide ouders als volgt wordt verdeeld:
Een tijdelijke regeling waarbij [de minderjarige] eens per twee weken voor de duur van twee uur contact heeft met vader, onder begeleiding van een hulpverleningsorganisatie. De RvdK adviseert hierin een opbouw, waarbij de eerste keer het contact een uur duurt, de tweede keer anderhalf uur duurt en vanaf het derde contactmoment twee uur duurt. De RvdK adviseert een besluit over een definitieve regeling aan te houden voor de duur van zes maanden, zodat er monitoring kan plaatsvinden op de inzet van ouders aan het traject bij [naam2] . Ook kan binnen deze zes maanden duidelijk worden of eventuele uitbreiding van het contact mogelijk gaat zijn.
Deze omgangsregeling/verdeling van zorg- en opvoedtaken is in het belang van [de minderjarige] omdat [de minderjarige] hiermee de mogelijkheid krijgt om een band met haar vader op te bouwen, rekening houdend met haar fysieke beperkingen en ontwikkelingsachterstand.”