Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[naam1],
[naam2],
verzoeker in hoger beroep,
[naam2],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het door verzoeker ingediende beroepschrift met producties, ingekomen op 14 januari 2026;
- het door mr. Klomp namens verzoeker ingediende beroepschrift met producties, ingekomen op 28 januari 2026.
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- verzoeker met ingang van 1 januari 2026 ontslagen als bewindvoerder;
- de beoogd bewindvoerder met ingang van 1 januari 2026 benoemd tot opvolgend bewindvoerder;
- vastgesteld dat de beoogd bewindvoerder maximaal 30% van het vastgestelde tarief, zoals is opgenomen in de Regeling voor de aanvangswerkzaamheden in rekening mag brengen ten laste van het vermogen van [belanghebbende1] ;
- bepaald dat de beoogd bewindvoerder voor haar overige werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van [belanghebbende1] mag brengen; en
- de beslissing over het door verzoeker in rekening brengen van de kosten voor de eindrekening en -verantwoording aangehouden.
- de bestreden beschikking te vernietigen, voor zover deze ziet op het niet volledig in rekening mogen brengen van het forfaitaire tarief voor de eindrekening en -verantwoording;
- te bepalen dat het volledige tarief voor het opstellen van de eindrekening en
- privéaangelegenheden niet in de beschikking op te nemen; en
- waar nodig te beslissen als het hof juist oordeelt.