ECLI:NL:GHARL:2026:3933

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
200.366.416
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 1:265g lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging voorlopige plaatsing kinderen bij vader met regie door gecertificeerde instelling

De moeder en vader zijn gescheiden en hebben samen het gezag over hun twee minderjarige kinderen. Na jaren van contactverlies tussen vader en kinderen, waarbij de moeder onvoldoende meewerkte aan hulpverlening, stelde de kinderrechter de kinderen onder toezicht van de gecertificeerde instelling (SAVE) en droeg deze op de voorlopige plaatsing bij de vader voor te bereiden en uit te voeren.

De moeder verzocht in hoger beroep om de beschikking te vernietigen en bijzondere curatoren te benoemen, stellende dat het plan van aanpak niet in het belang van de kinderen is en zij onterecht geen contact mag hebben. Het hof oordeelde dat de regeling noodzakelijk is in het belang van de kinderen, gelet op de ernstige ontwikkelingsbedreiging door het contactverlies en de complexe dynamiek tussen moeder, kinderen en vader.

Het hof volgde het advies van de raad en de gecertificeerde instelling, die positieve ontwikkelingen in het contact tussen vader en kinderen constateerden. Het benoemen van bijzondere curatoren werd afgewezen vanwege de belasting voor de kinderen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

De beschikking van de kinderrechter wordt daarmee bekrachtigd, waarbij SAVE de regie houdt over de zorgregeling en het contact tussen kinderen en ouders, met als doel het contactherstel en het welzijn van de kinderen te waarborgen.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking waarbij de gecertificeerde instelling de regie houdt over de voorlopige plaatsing van de kinderen bij de vader en wijst het verzoek van de moeder tot benoeming van bijzondere curatoren af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummers gerechtshof 200.366.416/01 en 200.367.616
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 605735
beschikking van 16 juni 2026
over [de minderjarige1] en [de minderjarige2]
in de zaak van
[verzoekster](de moeder),
die woont in [woonplaats1] ,
advocaat: mr. P.K. de Blieck-Willemsen,
en
de gecertificeerde instelling
Stichting Samen Veilig Midden-Nederland(SAVE),
die is gevestigd in Utrecht ,
en
[belanghebbende1](de vader),
die woont in [woonplaats2] ,
advocaat: mr. J. van Vonderen-Jagersma.

1.Samenvatting

De kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (hierna: de kinderrechter), heeft in de beschikking van 19 februari 2026 (hierna ook: de bestreden beschikking) voor zover relevant in deze zaak:
  • SAVE opgedragen de voorlopige plaatsing van de kinderen bij de vader voor te bereiden en uit te voeren met inzet van passende hulpverlening bij de vader thuis;
  • de uitvoering van de (voorlopige) zorgregeling tussen de kinderen en de moeder in handen van SAVE gelegd, waarbij SAVE zelfstandig de aanvang, plaats en duur van het contact mag bepalen, en
  • het verzoek van de moeder om twee bijzondere curatoren te benoemen, afgewezen.
Het hof beslist dat dit zo moet blijven en dat de moeder, SAVE en de vader ieder hun eigen proceskosten moeten betalen. Het hof legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
De moeder en de vader zijn met elkaar gehuwd geweest. Zij zijn de ouders van
[de minderjarige2] en [de minderjarige1] . [de minderjarige2] is geboren [in] 2011 en [de minderjarige1] [in] 2014.
2.2.
De ouders hebben samen het gezag over de kinderen.
2.3.
De ouders hebben in een ouderschapsplan afgesproken dat de kinderen hun
hoofdverblijf bij de moeder hebben en dat de kinderen om de week van vrijdag uit school tot
maandag naar school bij de vader zijn.
2.4.
De kinderen staan sinds 1 december 2023 onder toezicht van SAVE. De ondertoezichtstelling loopt vooralsnog tot 1 september 2026.
2.5.
In een beschikking van 15 augustus 2025 heeft de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht , als zorgregeling vastgesteld dat:
  • de kinderen elke vrijdag uit school tot het avondeten bij de vader thuis verblijven;
  • die regeling binnen een half jaar onder regie van SAVE wordt opgebouwd naar een week-op-week-af-regeling, waarbij het wisselmoment plaatsvindt op vrijdag uit school.
2.6.
SAVE heeft op 30 oktober 2025 aan de moeder een schriftelijke aanwijzing gegeven over de verzorging en opvoeding van de kinderen. De kinderrechter heeft
deze schriftelijke aanwijzing op 9 december 2025 bekrachtigd. In de schriftelijke aanwijzing
is het volgende opgenomen:
“Je bent aanwezig bij het startmoment (zolang [naam1] dit in het belang van de kinderen acht) om van daaruit samen met [naam1] de kinderen te begeleiden naar de omgangslocatie. Je hebt met [naam1] wekelijks een vast moment voor een hulpverleningsgesprek ruim voor de omgang. Het is belangrijk dat de hulpverleningsgesprekken een op een met jou plaatsvinden. Een vertrouwenspersoon kan hierbij niet aanwezig zijn. Je komt deze afspraak na. Mocht je onverhoopt verhinderd zijn, neem je het initiatief om de afspraak op een haalbaar tijdstip in dezelfde week door te laten gaan. Je komt de zorgregeling na zoals door de rechtbank is vastgelegd in de beschikking van 15 augustus 2025.”
2.7.
Op het moment van de bestreden beschikking van 19 februari 2026 was er bijna vier jaar geen contact meer geweest tussen de vader en de kinderen, op drie korte contactmomenten onder begeleiding van de hulpverlening na.
2.8.
De voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (hierna: de voorzieningenrechter), heeft op 19 februari 2026 in een kortgedingprocedure de kinderen met ingang van 9 maart 2026 voorlopig toevertrouwd aan de vader. Op 31 maart 2026 heeft het hof het vonnis van 19 februari 2026 bekrachtigd.
2.9.
De kinderen zijn op 9 maart 2026 overgedragen aan de vader. Zij verblijven sinds die datum bij hem.

3.De procedure bij de kinderrechter

3.1.
SAVE heeft de kinderrechter verzocht de zorgregeling te wijzigen in die zin dat SAVE de regie voert op het proces van contactherstel tussen de vader en de kinderen, waarbij SAVE handelt op het advies van de behandelaren van [naam1] (en er dus zorgvuldig wordt bekeken hoe kan worden toegewerkt naar een contactmoment in samenspraak met de (trauma)behandelaar en vervolgens kan worden geobserveerd hoe de kinderen op dit contactmoment reageren en hoe de mogelijke vervolgcontacten kunnen worden vormgegeven).
3.2.
De vader heeft verweer gevoerd en de kinderrechter gevraagd SAVE niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek dan wel het verzoek van SAVE af te wijzen. Daarnaast heeft hij zelfstandige verzoeken ingediend die gaan over zorgregeling en heeft hij de kinderrechter verzocht de moeder te veroordelen in de proceskosten.
3.3.
De moeder heeft ook verweer gevoerd en de kinderrechter gevraagd het verzoek van SAVE af te wijzen. Daarnaast heeft zij zelfstandige verzoeken ingediend die gaan over het doen van nader onderzoek (een NIFP-onderzoek dan wel afname van een Verklarende Analyse van [naam2] ) en het benoemen van twee bijzondere curatoren voor de kinderen.
3.4.
De kinderrechter heeft in de bestreden beschikking:
  • de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn zelfstandige verzoeken;
  • de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar zelfstandige verzoek ten aanzien van het NIFP-onderzoek;
  • SAVE opgedragen de voorlopige plaatsing van de kinderen bij de vader voor te bereiden en uit te voeren met inzet van passende hulpverlening bij de vader thuis;
  • de uitvoering van de (voorlopige) zorgregeling tussen de kinderen en de moeder in handen gelegd van SAVE, waarbij SAVE zelfstandig de aanvang, plaats en duur van het
contact mag bepalen;
- het meer of anders verzochte afgewezen.
De kinderrechter heeft ook beslist dat de beschikking mag worden uitgevoerd, ook al is er hoger beroep ingesteld (de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard).

4.De procedure bij het hof

4.1.
De moeder is het niet eens met de bestreden beschikking. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen, de verzoeken van SAVE alsnog af te wijzen en haar eigen verzoek om twee bijzondere curatoren te benoemen alsnog toe te wijzen. Daarnaast verzoekt de moeder het hof te bepalen dat de vader, SAVE en zijzelf elk de eigen proceskosten moeten betalen.
4.2.
SAVE vraagt het hof de verzoeken van de moeder af te wijzen en de bestreden beschikking in stand te laten.
4.3.
De vader vraagt het hof de verzoeken van de moeder af te wijzen en de bestreden beschikking in stand te laten, met een veroordeling van de moeder in de proceskosten.
4.4.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift, ontvangen op 12 maart 2026, met bijlagen;
  • het verweerschrift van SAVE, met bijlagen;
  • het verweerschrift van de vader;
  • stukken van de moeder van 21 mei 2026 en 28 mei 2026.
4.5.
Het hof heeft de kinderen uitgenodigd om hun mening te geven over de zorgregeling. De kinderen hebben allebei een brief aan het hof geschreven. Het hof heeft deze brieven op 30 april 2026 ontvangen. Daarnaast hebben de kinderen op 18 mei 2026 afzonderlijk van elkaar gesproken met een rechter van het hof, in het bijzijn van een griffier.
4.6.
De zitting bij het hof was op 29 mei 2026. De zaken zijn op verzoek van de vader en met instemming van de moeder en SAVE gelijktijdig behandeld met de zaak tussen de ouders die gaat over vervangende toestemming voor inschrijving van de kinderen op scholen (zaaknummer 200.368.349). Aanwezig waren:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de vader met zijn advocaat;
  • twee vertegenwoordigers van SAVE;
  • een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (hierna: de raad) als adviseur voor het hof.
4.7.
Op de zitting bij het hof hebben partijen ermee ingestemd dat het hof in de beoordeling van de voorliggende verzoeken ook de stukken mag betrekken die zijn ingediend in de zaak met zaaknummer 200.368.349.

5.Het oordeel van het hof

Achtergrond van de zaak5.1. De moeder en de vader zijn in 2016 gescheiden. Na de scheiding hebben zij afgesproken dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben en dat de kinderen één weekend in de veertien dagen bij de vader verblijven. Op een gegeven moment hebben de kinderen gezegd dat ze niet meer bij de vader willen blijven slapen. Op 10 april 2022 is het contact tussen de vader en de kinderen verbroken.
5.2.
Er is daarop hulp ingezet, van [naam3] en van [naam4] , om het contact tussen de vader en de kinderen te herstellen. [naam3] heeft in 2022 geconstateerd dat de kinderen bij aanvang van het traject positief en liefdevol waren over de vader maar dat in de loop van het traject er geen enkele loyaliteit meer was van de kinderen naar de vader. [naam4] heeft in 2023 geconstateerd dat er geen direct aannemelijke aanwijzingen zijn die kunnen duiden op een vader die opzettelijk agressie (geestelijk of fysiek) inzet richting zijn kinderen. [naam4] heeft aangegeven dat bij de kinderen sprake is van zwart-wit denken, waarbij de moeder helemaal goed is en de vader helemaal fout. Zowel de hulpverlening van [naam3] als die van [naam4] is gestopt door de moeder.
5.3.
De kinderrechter heeft de kinderen op 1 december 2023 onder toezicht gesteld van SAVE. In de beschikking heeft de kinderrechter onder meer overwogen dat het volledig afwijzen van één van de ouders meerdere ontwikkelingsbedreigingen met zich meebrengt en dat de kinderrechter er geen vertrouwen in heeft dat de ontwikkelingsbedreigingen bij de kinderen in het vrijwillig kader kunnen worden weggenomen, omdat de moeder het advies van [naam4] – dat de kinderrechter onderschrijft – niet, althans niet volledig, wil volgen.
5.4.
De raad heeft in 2024 onderzoek gedaan naar de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling en het gezag. De raad heeft onder meer het volgende geconcludeerd. De loyaliteitsproblematiek die beide kinderen hebben ervaren is zo groot geworden dat zij niet anders konden dan de vader afwijzen. De kinderen hebben ten aanzien van de vader geen enkele positieve beleving en zij uiten zich extreem negatief ten aanzien van hem. De kinderen hebben niet geleerd dat zij van allebei hun ouders mogen houden. Het contactverlies met de vader belemmert hun sociale en emotionele ontwikkeling. Het heeft een negatieve invloed op hun zelfvertrouwen en het vertrouwen in anderen. Het stilstaan van het contact duurt al lang en dat maakt dat standpunten en ‘waarheden’ verharden en een eigen leven gaan leven. De raad herkent de zorgen zoals [naam4] deze heeft benoemd in het hulpverleningsrapport en in de informatie zoals gegeven tijdens het onderzoek: de moeder en de kinderen hebben met elkaar een alliantie gevormd. Zij hebben geen anderen nodig en zijn zorgzaam voor elkaar. De keerzijde is dat zij alle drie angstig zijn. Het leek voor de moeder onmogelijk om de kinderen los te laten. Dit is geen bewust proces, maar het zorgt wel voor problemen in de opvoedsituatie. Iedere actie van de vader naar de scholen van de kinderen, of doordat de vader niet direct toestemming geeft als gezaghebbende ouder, wordt vertaald als een directe aanval op de alliantie van de moeder en de kinderen. De vader kan het niet goed doen. Wanneer hij zich terughoudend opstelt, wordt hem verweten dat hij geen interesse heeft en niet van de kinderen houdt. De sleutel tot verandering ligt bij de moeder. Zij zal met ondersteuning moeten komen tot bewustwording en dan tot beweging. Er is een ondertoezichtstelling omdat de moeder niet heeft meegewerkt aan de geadviseerde en dringend noodzakelijke hulpverlening (het genoemde traject van [naam4] ).
5.5.
In december 2024 is bij [naam4] een traject gestart, gericht op contactherstel tussen de kinderen en de vader. Tijdens het traject werd volgens [naam4] zichtbaar dat de overtuigingen van de moeder lijken vast te zitten en dat de moeder geen eigen verantwoordelijkheid kan zien voor de situatie. In maart 2025 hebben twee contactmomenten tussen de vader en de kinderen plaatsgevonden, onder begeleiding van [naam4] . [naam4] heeft het traject gestopt nadat de moeder dreigberichten richting de hulpverlening op Facebook had geplaatst en haar netwerk had opgeroepen om de berichten te delen. [naam4] was van mening dat de kinderen schade zou worden toegebracht als het traject tot contactherstel zou worden voortgezet, zonder steun van de sociale omgeving van de kinderen.
5.6.
In de beschikking van 15 augustus 2025 over de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling en het gezag heeft de rechtbank overwogen dat de situatie moet worden doorbroken en dat moet worden doorgepakt: gelet op de aard van de problematiek werkt het niet om het contact tussen de vader en de kinderen met kleine stapjes op te bouwen, omdat daarmee te veel ruimte wordt geboden voor tegenwerking. De rechtbank heeft daarom beslist dat de kinderen per direct elke vrijdag bij de vader verblijven en dat de regeling binnen een half jaar onder regie van SAVE wordt opgebouwd naar een week-op-week-af-regeling. De rechtbank heeft overwogen dat het contact in het begin zal worden begeleid, om het contact zoveel mogelijk te normaliseren. De rechtbank heeft in de beschikking van 15 augustus 2025 benadrukt dat het voor de kinderen van essentieel belang is dat de moeder naar de kinderen uitstraalt dat het goed is bij de vader. Op 3 oktober 2025 heeft een contactmoment plaatsgevonden tussen de vader en de kinderen, dat werd begeleid door [naam1] . Het tweede contactmoment was gepland op 10 oktober 2025. Dat is niet doorgegaan, omdat het de begeleiders van [naam1] niet is gelukt de kinderen mee te krijgen.
5.7.
Op 20 november 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van de kinderen met negen maanden verlengd omdat de kinderen vanwege het uitblijven van het contactherstel met de vader nog steeds ernstig worden bedreigd in hun ontwikkeling.
5.8.
In de beschikking van 9 december 2025 heeft de kinderrechter de schriftelijke aanwijzing van SAVE aan de moeder van 30 oktober 2025 bekrachtigd, over het meewerken aan de hulpverlening gericht op het contactherstel met de vader en de uitvoering van de zorgregeling die is vastgelegd in de beschikking van 15 augustus 2025. De kinderrechter heeft in de beschikking van 9 december 2025 onder meer overwogen dat sprake is van een ernstige vorm van contactverlies tussen de kinderen en de vader, zonder dat hier in de vader gelegen redenen voor zijn, en dat dit een constante vorm van kindermishandeling is. De kinderrechter heeft benoemd dat de ingezette hulpverleningstrajecten steeds voortijdig door de moeder worden gestopt en dat getwijfeld moet worden aan de toezegging van de moeder dat zij de zorgregeling wil nakomen en wil meewerken aan het hulpverleningstraject, aangezien de moeder blokkades opwerkt voor de verdere uitvoering. Verder heeft de kinderrechter erop gewezen dat een uithuisplaatsing aan de orde kan komen als de moeder niet alsnog haar volledige medewerking verleent aan contactherstel met de vader en de daarop gerichte hulpverlening.
5.9.
In het vonnis in kort geding van 19 februari 2026 heeft de voorzieningenrechter de kinderen met ingang van 9 maart 2026 voorlopig toevertrouwd aan de vader. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat dit de enige optie is om verandering te brengen in de situatie. De voorzieningenrechter heeft erkend dat het niet makkelijk zal zijn en dat rekening moet worden gehouden met grote weerstand bij de kinderen. De voorzieningenrechter heeft overwogen dat daarom aan SAVE opdracht wordt gegeven om hiervoor een plan op te stellen en uit te voeren, welke opdracht in de zaak over de zorgregeling verder zal worden uitgewerkt.
5.10.
In de bestreden beschikking heeft de kinderrechter SAVE opgedragen de voorlopige plaatsing van de kinderen bij de vader voor te bereiden en uit te voeren met inzet van passende hulpverlening bij de vader thuis. Daarnaast heeft de kinderrechter de uitvoering van de (voorlopige) zorgregeling tussen de kinderen en de moeder in handen gelegd van SAVE, waarbij SAVE zelfstandig de aanvang, plaats en duur van het contact mag bepalen. SAVE heeft vervolgens [naam4] gevraagd een plan te maken om de voorlopige plaatsing van de kinderen bij de vader te begeleiden. [naam4] heeft een plan van aanpak opgesteld, dat bestaat uit drie fasen. Volgens het plan van aanpak mag er gedurende de eerste en de tweede fase geen contact plaatsvinden tussen de moeder en de kinderen. In fase 3 wordt toegewerkt naar het hervatten van contactmomenten met de moeder.
Waar het nu over gaat5.11. De moeder is het niet eens met de werkwijze van SAVE en [naam4] . Zij vindt dat het plan van aanpak van [naam4] niet in het belang van de kinderen is. Zij wijst erop dat de kinderen zeggen dat ze bang en ongelukkig zijn bij de vader. In haar visie is het onterecht dat zij voorlopig geen contact mag hebben met de kinderen en dat SAVE bepaalt wanneer zij wel weer contact mag hebben. Volgens haar komt de weerstand van de kinderen tegen contact met de vader door de eigen belevingen en emoties van de kinderen en niet door haar. De moeder wil dat SAVE niet meer de regie heeft over de uitvoering van de zorgregeling, dat zij weer contact heeft met de kinderen en dat de kinderen therapie krijgen. Daarnaast is het volgens de moeder noodzakelijk dat twee bijzondere curatoren de belangen van de kinderen bij beslissingen over contact, zorg en begeleiding waarborgen.
5.12.
Zowel SAVE als de vader zijn het niet eens met de verzoeken van de moeder. SAVE vindt dat zij de regie moet blijven voeren over de uitvoering van de zorgregeling, omdat de moeder niet inziet dat zij zelf een rol heeft gehad in de situatie die is ontstaan en zij onvoldoende meewerkt aan de hulpverlening. Volgens SAVE zijn er inmiddels voorzichtige positieve ontwikkelingen in het contact tussen de vader en de kinderen. De vader is het daarmee eens. SAVE vindt het te belastend voor de kinderen om twee bijzondere curatoren te benoemen, omdat de kinderen dan weer in de positie worden gebracht dat zij zich afzetten tegen de vader. De vader ziet geen aanleiding voor het benoemen van twee bijzondere curatoren, omdat [naam4] de kinderen al begeleidt. Verder is de vader van mening dat de moeder deze procedure onnodig is begonnen en dat zij daarom moet worden veroordeeld in proceskosten.
5.13.
De raad heeft het hof geadviseerd de bestreden beschikking in stand te laten. De raad is van mening dat het ingezette traject onder regie van SAVE moet worden voortgezet, met als doel dat de kinderen uiteindelijk met beide ouders een band kunnen opbouwen.
Het oordeel van het hof
5.14.
Het hof stelt volgende voorop. De moeder heeft het hof alleen verzocht de verzoeken van SAVE alsnog af te wijzen. Zij heeft het hof niet verzocht een nieuwe zorgregeling vast te stellen. Uit de toelichting van de moeder op de zitting bij het hof blijkt dat de moeder met het hoger beroep wil bereiken dat zij weer contact heeft met de kinderen en dat de kinderen therapie krijgen, maar de moeder heeft niet concreet gemaakt hoe dat volgens haar moet worden vormgegeven. Als het hof de verzoeken van SAVE alsnog zou afwijzen, zou de zorgregeling van 15 augustus 2025 herleven. Die zorgregeling had echter betrekking op de situatie dat de kinderen bij de moeder woonden en die situatie is inmiddels veranderd. Daarnaast had SAVE ook bij die zorgregeling de regie over de uitvoering daarvan, terwijl de moeder zegt dat juist niet te willen. Dit alles daargelaten, is het hof van oordeel dat de regeling die de kinderrechter in de bestreden beschikking heeft vastgesteld noodzakelijk is in het belang van de kinderen (artikel 1:265g lid 1 BW). Het hof legt hierna uit waarom.
5.15.
Uit de hiervoor weergegeven bevindingen van [naam4] en de raad blijkt dat sprake is van een ingewikkelde dynamiek tussen enerzijds de kinderen en de moeder en anderzijds de vader. Zolang die dynamiek aan de orde is, kunnen de kinderen niet anders dan de vader afwijzen. Het contactverlies tussen de vader en de kinderen vormt een ernstige ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen. De afgelopen jaren is op allerlei manieren geprobeerd om die ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. Hoewel de moeder diverse waarschuwingen heeft gehad, heeft zij onvoldoende meegewerkt aan de ingezette hulpverlening die is gericht op contactherstel. Uiteindelijk heeft de voorzieningenrechter geen andere mogelijkheid gezien dan de kinderen voorlopig toe te vertrouwen aan de vader. Die beslissing heeft een grote impact op de kinderen. Zij zijn uit hun vertrouwde omgeving gehaald en zij ervaren angst en verdriet. Toch is het hof van oordeel dat de ingeslagen weg moet worden gevolgd. Om de beschreven dynamiek te doorbreken, is het noodzakelijk dat de kinderen uit de invloedsfeer van de moeder (en haar netwerk) worden gehaald en dat zij dus voorlopig geen contact met haar hebben. Deze forse ingreep wordt gerechtvaardigd door de ernst van de zorgen over de kinderen, de lange voorgeschiedenis en het (gebleken) gebrek aan andere mogelijkheden. De kinderen moeten de ruimte krijgen om een band op te bouwen met de vader en een eigen beeld van hem te vormen. SAVE en [naam4] hebben geen zorgen over de veiligheid van de kinderen in de opvoedsituatie bij de vader. Uit onder meer de weekverslagen van [naam4] blijkt dat sprake is van een voorzichtige positieve ontwikkeling in het contact tussen de kinderen en de vader. Het is belangrijk dat dit proces niet wordt verstoord door inmenging van de moeder en/of haar netwerk. Verstoringen leiden ertoe dat de kinderen terugvallen in hun oude gedrag en dat het langer duurt voordat de moeder en de kinderen weer contact met elkaar kunnen hebben. Omdat de moeder zich niet kan vinden in de ingeslagen weg en zij niet inziet dat zij zelf (bewust dan wel onbewust) een rol heeft gehad in de ontstane situatie, dient SAVE de regie te houden over de uitvoering van de zorgregeling. SAVE heeft (juridische) mogelijkheden om in te grijpen als dat nodig is. Net als de kinderrechter acht het hof het niet in het belang van de kinderen noodzakelijk om twee bijzondere curatoren te benoemen (artikel 1:250 BW Pro). Het hof is van oordeel dat het te belastend is voor de kinderen om weer met iemand te moeten praten over hun situatie. De kinderen hebben rust nodig. Het hof zal de bestreden beschikking daarom in stand laten. Het hof volgt daarmee het advies van de raad.
5.16.
Het hof zal in een brief aan de kinderen uitleggen welke beslissing het hof heeft genomen over de zorgregeling.
5.17.
Het hof ziet geen reden voor een proceskostenveroordeling, zoals de vader het hof verzoekt. Het staat de moeder vrij om in hoger beroep te gaan tegen de beslissing van de kinderrechter. Het hof zal de proceskosten compenseren, omdat de moeder en de vader met elkaar gehuwd zijn geweest en deze rechtszaak over hun kinderen gaat. Dit betekent dat de moeder, SAVE en de vader ieder hun eigen proceskosten moeten betalen.

6.De beslissing

Het hof:
6.1.
bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht , van 19 februari 2026 waarover de moeder een beslissing heeft gevraagd;
6.2.
compenseert de proceskosten;
6.3.
wijst af wat verder is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.H.F. van Vugt, R. Feunekes en C.M. Schönhagen, en is in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.