Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:3872

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
21-003440-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36b SrArt. 36c SrArt. 36d SrArt. 36f SrArt. 311 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling diefstal met braak en toewijzing materiële schadevergoeding

Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor diefstal met braak in een woning waarbij een kluis met circa 76.000 euro en waardevolle goederen werd weggenomen. Het hof achtte het alternatieve scenario van verdachte, dat zijn bloed op de plaats delict zou zijn gekomen door een ander, onaannemelijk en sprak hem vrij van medeplegen.

Het bewijs bestond uit verklaringen van de benadeelde partij, camerabeelden, DNA-onderzoek, forensisch onderzoek en chatberichten van verdachte. Het hof oordeelde dat verdachte zich de toegang tot de woning had verschaft door braak en inklimming.

De straf werd vastgesteld op 3 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, rekening houdend met de ernst van het feit en persoonlijke omstandigheden. De munitie in beslag genomen bij verdachte werd onttrokken aan het verkeer, overige voorwerpen werden grotendeels teruggegeven.

De benadeelde partij vorderde ruim 75.000 euro aan materiële schade, waarvan het hof het grootste deel toewijst met wettelijke rente. De immateriële schadevordering werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De schadevergoedingsmaatregel werd opgelegd om betaling te bevorderen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf en grotendeels toegewezen materiële schadevergoeding van € 75.259,25.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003440-25
Uitspraakdatum: 10 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 25 juli 2025 met parketnummer 18-365790-24 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats] ,
[adres 1] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van de zitting van het hof van 27 mei 2026 en de zitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
  • bewezenverklaring van het aan verdachte ten laste gelegde;
  • oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;
  • onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen;
  • toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 900,00, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
  • afwijzing van de vordering van de benadeelde partij voor zover deze betrekking heeft op de kosten van het KVK-uittreksel;
  • niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in het overige deel van de vordering.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman, mr. M.A.M. Pijnenburg, is aangevoerd.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter heeft bij vonnis van 25 juli 2025, waartegen het beroep is gericht, verdachte ter zake van het aan hem ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van het voorarrest. De politierechter heeft de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen onttrokken aan het verkeer.
Verder heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 900,00, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, de vordering afgewezen voor zover deze ziet op de kosten van het KVK-uittreksel en de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in het overige deel van de vordering.
Het hof vernietigt het vonnis om redenen van doelmatigheid en doet daarom opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 23 januari 2024 te [pleegplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 2] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een kluis (met daarin onder andere een groot geldbedrag van ongeveer 76.000 euro en 1000 dollars en/of sieraden en/of horloges en/of documenten en/of USB sticks en/of een vaderschapstest), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsoverweging
Het hof acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op basis van de gebezigde bewijsmiddelen. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs.
Het hof overweegt als volgt. Verdachte heeft een alternatief scenario naar voren gebracht. Dit houdt in dat zijn bloed op de plaats delict terecht is gekomen omdat ene [naam 1] de inbraak zou hebben gepleegd met verdachtes bebloede handschoenen. Het hof acht dit onaannemelijk in het licht van de gebezigde bewijsmiddelen. Daarbij heeft verdachte omtrent het alternatieve scenario te weinig verklaard om de aannemelijkheid ervan te kunnen nagaan.
Tot slot is het hof van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bestaat voor het medeplegen. Hoewel uit de beschrijving van de camerabeelden blijkt dat zich ten tijde van de inbraak meerdere personen rondom de woning van aangever hebben begeven en dit weliswaar aanleiding geeft aan te nemen dat er anderen bij de inbraak betrokken waren, is dit onvoldoende om een nauwe en bewuste samenwerking tussen deze personen vast te stellen. Het hof zal verdachte dan ook partieel vrijspreken, namelijk van het medeplegen.
Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 23 januari 2024, opgenomen op pagina 16 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2024020508 d.d. 15 januari 2025, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] :
Op dinsdag 23 januari omstreeks 19.30 uur heb ik mijn woning verlaten. Ik heb mijn woning in goede staat achtergelaten en heb alles slotvast afgesloten. Toen ik omstreeks 22.00 uur thuiskwam, merkte ik dat er erg veel wind door de woning waaide. Ik ben vervolgens via de hal doorgelopen naar de woonkamer en zag toen dat het raam in de woonkamer, aan de achterzijde van de woning openstond. Ik wist zeker dat ik deze voor mijn vertrek niet had opengezet en vermoedde toen direct dat er een inbraak had plaatsgevonden. Ik heb vervolgens via de deur die naar de tuin leidt, naar de achtertuin gelopen. Deze deur bevindt zich naast het openstaande raam. Ik zag toen vanaf buiten dat het raam met kracht geforceerd was.
Ik ben vervolgens direct naar de eerste verdieping gelopen. Ik ben namelijk in het bezit van een kluis van het merk ''Consul''. Deze stond boven in een slaapkamer, naast mijn bed. Dit betreft de slaapkamer aan de achterzijde van de woning. De kluis stond niet verankerd. In deze kluis bewaarde ik een grote som contant geld. Naast het grote geldbedrag zaten er nog een aantal waardevolle goederen in de kluis zoals:- Dierbare foto's- Een zilveren zakhorloge dat van mijn overgrootvader was geweest- Enkele waardevolle documenten.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 10 mei 2024, opgenomen op pagina 38 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] :
V: Hoe weet je dat het precies 76.000 euro was?A: Er was 60.000 euro van mij zelf in en dat heeft de boekhouder berekend. 15.000 euro zat er in van een vriend want ik zou een nieuwe auto voor hem kopen en dit bedrag had ik alvast ontvangen. Tot slot had ik nog ongeveer voor 1000 euro aan dollars in de kluis liggen.
V: Waar bestond het bedrag uit?A: 500 biljetten, 200 biljetten, 50 biljetten, 20 biljetten en 10 biljetten. Ik had alles keurig gesorteerd en alles zat in witte enveloppen.
V: Zijn er foto's gemaakt van de overige goederen?A: Nee dat waren goedkope horloges van het merk FIAT en een zakhorloge en nog eengoedkoop horloge van mijn opa. Tevens lagen er foto's in, machete knopen van mijn vader, brieven van mijn vader, europakketje, mijn Amerikaans rijbewijs, Theorie rijbewijs, oud paspoort van mijzelf, trouwboekje, vaderschapstest van mijzelf en USB sticks 2 stuks.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 mei 2024, opgenomen op pagina 61 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant [naam 2] :
Ik, verbalisant, heb een begin gemaakt met het doornemen van alle data afkomstig uit de mobiele Samsung telefoon van verdachte [verdachte] . Ik trof onder andere een whatsapp gesprek aan tussen " [verdachte] (Owner)" met gebruikmaking van het telefoonnummer [nummer 1] en " [naam 3] " met gebruikmaking van het telefoonnummer [nummer 8] . In dit gesprek staat onder andere het volgende:
23-01-2024 20:45:59 [verdachte] : "Ik heb zojuist goed geld verdiend"23-01-2024 20:55:08 [naam 3] : "Wattan"23-01-2024 23:59:56 [verdachte] : "Is was aan het rijden man. Ik heb geld en iets extra voor je man. Maar allen cash"24-01-2024 00:14:56 [verdachte] : "Ik heb mezelf wel bl"Voor voornoemde tekst staat een foto in het genoemde chatgesprek, waardoor niet de gehele zin te lezen is. Hierna de foto opgezocht in de beschikbare data en toen was de gehele meegestuurde tekst te lezen: "Ik heb mezelf wel blesseert. Klote man". Op de genoemde foto is een hand te zien met een wond aan de palmzijde onder/op de middelvinger van de betreffende hand.
Ook trof ik een whatsapp gesprek aan tussen eerder genoemde " [verdachte] " en " [naam 4] ", waarbij " [naam 4] " gebruik maakt van het telefoonnummer [nummer 3] . In dit gesprek staat onder andere het volgende:24-01-2024 00:14:56 [verdachte] : Stuurde dezelfde foto als eerder omschreven van een hand met een wond onder/op de middelvinger, aan de palmzijde van een hand.24-01-2024 00:16:17 [verdachte] : "Ik heb het gister leuk gehad. Ik heb nu genoeg om naad Hongarije te gaan man.
Ook opvallend is een whatsapp gesprek tussen eerder genoemde " [verdachte] " en " [naam 5] ", waarbij " [naam 5] " gebruik maakt van het telefoonnummer [nummer 4] . In dit gesprek staat onder andere het volgende:
24-01-2024 00:02:26 [verdachte] : "Ik heb een cadeautje op de wasmachine gelegd voor jullie beide. Wel delen aub".24-01-2024 00:03:50 [verdachte] : "Ik wou vragen of ik 1000 euro bij jullie mag laten. In kleine briefjes. Ik heb echt genoeg liggen en ik vertrouw jullie wel".24-01-2024 03:41:52 [verdachte] : "Als jullie honderd briefjes willen ruilen voor kleiner geld, weet ik heb genoeg liggen".24-01-2024 12:40:28 [verdachte] : "Je gaat zo blij zijn met je nieuwe horloge".
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 mei 2024, opgenomen op pagina 75 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant [naam 6] :
Ik bekeek camerabeelden in het kader van een onderzoek waarin een kluis met een enorm contant geldbedrag uit een woning gelegen aan de [adres 2] is weggenomen.
Op de beelden van perceel 24 (voorzijde) zie ik, verbalisant [naam 6] , het volgende:

23.01-2024 19:46:37 (W)Op tijdstip 19:51:50 zie ik rechts in beeld op het trottoir 2 mannen het beeld inlopen. De 2 mannen lijken het zelfde postuur te hebben als Man 1, Man 2 en Persoon 3. Ik zie dat de mannen het gangpad oplopen richting de achterzijde van de woning van de aangever. Op tijdstip 19:56:02 hoor ik een geluid. Ik herken dit geluid als glasgerinkel. Ik herken dit geluid omdat ik vaker tijdens de dienst een raam heb moeten inslaan. Ik hoor dat dit geluid vrijwel hetzelfde klinkt.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juni 2024, opgenomen op pagina 89 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant [naam 7] :
Op vrijdag 14 juni 2024 deed ik onderzoek naar de digitale data die door de afdeling 'Digitaal platform' te Groningen beschikbaar werd gesteld. De data afkomstig van de mobiele telefoon, in beslag genomen onder 2024020508-38 (goednummer 1716978), werd vastgelegd op een separate server, Transferium. De telefoon, een blauwe Samsung GALAXY A53 (5G), werd in beslag genomen onder verdachte [verdachte] .
Accountnamen:Whatsapp: Naam [verdachte] , telefoonnummer [nummer 5]
Op 24/01/2024 zag ik dat [verdachte] een gesprek voerde met [naam 3] . Ik Zag verschillende foto' s van kleding en een TV. Ik zag dat [verdachte] aangaf dat hij net allemaal nieuwe kleding besteld had. Vervolgens stuurde [verdachte] om 10.37 uur een opsomming naar [naam 3] : Morgen is mijn tv er, zooitje kleding, mijn anabolen en kamagra... ik heb meer dan 1500 euro aan kleding besteld man. Tv was echt nodig, deze tv is 40 inch en geen Qled. Tv was dus echt een must.
Op 24/01/2024 om 12.39 uur stuurde [verdachte] een foto naar [naam 3] : Ik zag op de foto een tafel. Op deze tafel liggen veel biljetten in coupures van 10, 20 en 50. Ik vermoed dat dit alles om enkele duizenden euro' s gaat. Tevens staat er aan de achterkant van de foto een persoon afgebeeld. Ik zag alleen de handen en romp van deze persoon. Ik zag dat deze persoon met verschillende grote stapels met coupures van 50 en 100 in zijn handen staat. Ook lagen er verschillende witte enveloppen op tafel.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 juli 2024, opgenomen op pagina 99 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant [naam 8] :
Van alle rekeningnummers zijn door middel van 126 ND vorderingen, historische transactiegegevens opgevraagd. Dit is gedaan voor de periode 23 januari 2024 tot en met 23 februari 2024.
INGSoort product: BetaalrekeningProduct nummer: [rekeningnummer 1]
In de gevorderde periode, 23 januari 2024 tot en met 23 februari 2024, komt er in totaal 9450,77 euro binnen op dit rekeningnummer. Er gaat in dezelfde periode 9089,77 euro af.
Opvallend is dat er meerdere contante stortingen plaats vinden in deze periode:- 24/01/24, 18:55 uur, 815 euro.- 25/01/24, 20:10 uur, 900 euro.- 27/01/24, 19:10 uur, 600 euro.- 05/02/24, 16:41 uur, 290 euro.- 13/05/24, 17:25 uur, 150 euro.- 15/02/24, 13:25 uur, 3000 euro.- 17/02/24, 19:25 uur, 300 euro.- 22/02/24, 09:54 uur, 300 euro.
Ik zie dat er op 23 januari 2024, een bedrag binnen komt van 2555,43 euro. Dit betreft een salarisbetaling.
Hieronder volgt een opsomming van "opvallende" betalingen:- Op 23 januari 2024, word er een bedrag overgeboekt van 443 euro, naar Omoda. Dit betreft een online kleding webshop.- Op 23 januari 2024, word er een bedrag overgeboekt van 204 euro, naar Peek-Cloppenburg. Dit betreft een online kleding webshop.- Op 23 januari 2024, word er een bedrag overgeboekt van 826,46 euro, naar Zalando. Dit betreft een online kleding webshop.- Op 23 januari 2024, word er een bedrag overgeboekt van 100 euro. Dit wordt overgemaakt naar [naam 3] . Met de omschrijving: "bedankt voor het zo lang lenen".- Op 23 januari 2024, word er een bedrag overgeboekt van 453,94 euro, naar Bol.com.- Op 24 januari 2024, word er een bedrag overgeboekt van 153, 98 euro, naar The Stone. Dit betreft een online kleding webshop.- Er zijn meerdere betaal verzoeken afkomstig van het rekeningnummer: [rekeningnummer 2] , ten name van [verdachte] . In deze periode wordt er in totaal 755 euro doormiddel van een betaalverzoek overgemaakt op het hierboven genoemde rekeningnummer.- Op 25 januari 2024, word er een bedrag van 859 euro overgeboekt naar het CIJB.- Er worden in deze periode meerdere bedragen overgeboekt naar Alieexpress.com. Dit gaat om een totaalbedrag van 495 euro.- Op 28 januari 2024, word er een bedrag van 304 euro overgeboekt naar de Mediamarkt.- Op 29 januari 2024, word er een bedrag van 150 euro overgeboekt naar Zalando.- Op 22 februari 2024, word er een bedrag overgeboekt van 313,17 euro, naar Snappcar. Dit betreft een bedrijf waar je auto`s kunt huren.
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal identificatie n.a.v. DNA-sporen (inclusief bijlagen) d.d. 6 maart 2024, opgenomen op pagina 209 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant [naam 9] :
Het doel van het DNA-onderzoek is om vast te stellen of er DNA aanwezig is in de bemonsteringen en wie de donor kan zijn.
Tabel 1 - Sporenmateriaal
SIN
Omschrijving
AAQW3923NL
Bemonstering vegen op binnenglas van dubbelglas raam
Tabel 2 - Resultaat van het vergelijkend onderzoek
Bemonstering
DNA-profiel
Mogelijke donor van DNA
Vegen op binnenglas vandubbelglas raamAAQW3923NL
Onvolledig DNA-profiel vanminimaal één persoon.
[verdachte]
Tabel 3 - DNA-profiel(en) eenmalig vergeleken met de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken
SIN
Datum vergelijking
Mogelijke donor van DNA
Vegen op binnenglas vandubbelglas raamAAQW3923NL
29 februari 2024
[verdachte] [nummer 6]Geboren op [geboortedag] 1976SKN [nummer 7]
Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van DNA van [verdachte] [nummer 6] in de bemonstering AAQW3923NL is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen.
Hypothese 1: de bemonstering bevat DNA van [verdachte]Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van één onbekende persoon
De resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal forensisch onderzoek woning d.d. 30 januari 2024, opgenomen op pagina 216 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant [naam 10] :
Op woensdag 24 januari 2024 kwam ik, naar aanleiding van een gekwalificeerde diefstal in/uit woning, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 2] .
Aan de achterzijde van de woning zag ik, op de eerste woonlaag, meerdere ramen. Ik zag dat één van die ramen schade had en aan de binnenzijde vastgezet was met blokken hout. De aangever vertelde dat dit raam open stond toen hij thuis kwam. Dat had hij niet zo achtergelaten. Het raam bestond uit een raamkozijn met daarin dubbelglas. Ik zag dat het glas aan de buitenzijde van datzelfde raam kapot was. Enkel het glas aan de buitenzijde was kapot, het glas aan de binnenzijde was nog intact. Vermoedelijk heeft de dader geprobeerd de ruit in te slaan maar is dit niet gelukt waardoor enkel het buitenste raam gebroken is.
Op het kozijn van het verbroken raam zag ik meerdere plekken met een rechthoekige schade. Deze schade was passend bij het gebruik van een werktuig. Vermoedelijk heeft de dader het raam opengebroken met een werktuig. Van één van deze plekken heb ik een afvorming gemaakt voor een werktuig vergelijkend onderzoek.
Op het binnenste raam van het dubbelglas raam zag ik vegen. Deze vegen waren passend bij het vegen met vingers over glas. Ik zag geen papillairlijnen in de vegen. Mogelijk dat er nog DNA aanwezig is in deze vegen. Ik heb deze vegen bemonsterd voor een DNA vergelijkend onderzoek (SIN: AAQW3923NL).
Het meest waarschijnlijke scenario is dat de dader eerst de ruit heeft geprobeerd te verbreken. Hierbij is enkel de buitenste ruit van het dubbelglas verbroken. Vervolgens is het raamkozijn geforceerd en heeft de dader het glas dat nog intact was aangeraakt. Op deze manier zijn er aan de buitenzijde van de binnenste ruit vegen gekomen. Het feit dat er vegen op de buitenzijde zitten van de binnenste ruit maakt het aannemelijk dat dit gebeurd is ten tijde van de inbraak.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op 23 januari 2024 te [pleegplaats] , in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een kluis (met daarin onder andere een groot geldbedrag van ongeveer 76.000 euro en sieraden en horloges en documenten en USB sticks en een vaderschapstest), die aan [slachtoffer] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar en levert op:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dat is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal met braak. Hiermee heeft hij niet alleen materiële schade veroorzaakt, maar ook een ernstige inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van een ander.
Het hof heeft bij de strafoplegging gelet op het strafblad van verdachte van 28 april 2026. Hieruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten, hoewel dat andere soorten delicten betrof. In dit geval leidt dat niet tot strafverzwaring.
Verder heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die op de zitting van het hof naar voren zijn gekomen.
Alles afwegende acht het hof, gelet op de ernst van het feit en de hiervoor geldende oriëntatiepunten voor strafoplegging van het LOVS, het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.
Beslag
Tijdens het onderzoek naar het bewezenverklaarde zijn bij verdachte een potje en een gripzakje met daarin (brokjes) wit poeder en een hoeveelheid munitie aangetroffen en inbeslaggenomen. Het hof onttrekt de munitie aan het verkeer, omdat dit van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet en dit gebruikt kan worden tot het begaan van soortgelijke feiten. Voor het potje en de gripzakjes geldt dit niet. Deze kunnen terug naar verdachte.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 75.909,25 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 900,00. De benadeelde partij heeft de vordering in hoger beroep gehandhaafd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de oorspronkelijke vordering.
Ten aanzien van de materiële schade overweegt het hof als volgt.
De benadeelde partij heeft € 75.259,25 aan materiële schade gevorderd, bestaande uit
€ 75.000,00 aan gestolen kasgeld van zijn bedrijf, € 250,00 aan gestolen horloges en € 9,25 voor de kosten van een KVK-uittreksel, bestemd om aan te tonen dat de benadeelde partij zijn bedrijf in rechte mag vertegenwoordigen.
Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden door het bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. Het hof gaat uit van de schade zoals door de benadeelde partij gevorderd. De vordering is onderbouwd met een kasoverzicht, een financieel jaarverslag, een taxatie door een juwelier en bestelgegevens van het KVK-uittreksel. De financiële stukken zijn op de zitting van het hof door de gemachtigde boekhouder van de benadeelde partij toegelicht.
De raadsman heeft op de zitting van het hof de vordering van de materiële schade betwist. Hij stelt dat de vordering vanwege diens omvang een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, waardoor de vordering niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard.
De raadsman heeft hiertoe naar voren gebracht dat de benadeelde partij sinds zijn eerste aangifte wisselend heeft verklaard over het gestolen bedrag. Daarbij is het volgens de verdediging onduidelijk wanneer het van de totale vordering deel uitmakende bedrag van
€ 15.000,00 – dat bestemd was voor de aankoop van een auto voor een vriend van de benadeelde partij – precies in de kluis van verdachte terechtkwam en officieel is ingeboekt.
Het hof overweegt dat de grootte van het gestolen bedrag door de benadeelde partij na een overleg met zijn boekhouder is berekend en in een aanvullende verklaring is toegelicht. Bovendien is het bedrag van € 75.000,00 terug te vinden in de financiële stukken die ter onderbouwing van de schadevordering zijn ingediend en op de zitting van het hof zijn toegelicht.
Ten aanzien van het bedrag van € 15.000,00 voor de auto van een vriend van de benadeelde partij, heeft de gemachtigde boekhouder op de zitting van het hof toegelicht dat contante transacties van de benadeelde partij soms pas enige tijd later aan hem worden doorgegeven en door hem worden ingeboekt, omdat het voor het bedrijf van de benadeelde te kostbaar is om dagelijks de transacties bij te laten houden door zijn boekhouder.
In het licht van de onderbouwing van de vordering van de benadeelde partij is het hof van oordeel dat deze door de verdediging onvoldoende gemotiveerd is betwist.
Gelet op het voorgaande zal het hof de vordering van de materiële schade toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.
Ten aanzien van de immateriële schade stelt het hof voorop dat artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) meebrengt dat een benadeelde partij recht heeft op immateriële schadevergoeding, als deze ten gevolge van het strafbare feit lichamelijk letsel heeft opgelopen, in de eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in de persoon is aangetast. Van deze ‘aantasting in de persoon op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ kan ook sprake zijn als geen sprake is van naar objectieve maatstaven vastgesteld geestelijk letsel. Het is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij meebrengen dat sprake is van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ zoals bedoeld in voornoemd wetsartikel
.
Naar het oordeel van het hof is de immateriële schade – gelet op voornoemd beoordelingskader – door de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd om die te kunnen vaststellen. Het hof verklaart de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk in de vordering van de immateriële schade. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.
Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op de artikelen 36b, 36c, 36d, 36f en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Beveelt de
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 26 STK Munitie (omschrijving: doos met 22.22 patronen, zilverkleurig, merk: Rws Meisterkugeln), goednummer: -1716993
- 39 STK Munitie (omschrijving: doosje met 39.25 patronen, Peters), goednummer: -1716995
- 20 STK Munitie (omschrijving: doosje met 20.25 patronen, koperkleurig, merk: Hirtenberg), goednummer -1716997
- 11 STK Munitie (omschrijving: doosje met 8 patronen met zakje met 3 patronen), goednummer -1716998.
Beveelt de
teruggave aan verdachtevan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 1 STK Glas (omschrijving: klein glazen potje met deksel met daarin brokjes wit poeder), goednummer: -1716982
- 1 STK Zak (omschrijving: gripzakje met wit poeder), goednummer: -1716988
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 75.259,25 (vijfenzeventigduizend tweehonderdnegenenvijftig euro en vijfentwintig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 75.259,25 (vijfenzeventigduizend tweehonderdnegenenvijftig euro en vijfentwintig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 296 (tweehonderdzesennegentig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 23 januari 2024.
Dit arrest is gewezen door mr. L.J. Hofstra, mr. J. Hielkema en mr. T.H. Bosma, in aanwezigheid van de griffier mr. G. Krist en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 10 juni 2026.