Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:3740

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
21-001781-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 41 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens geslaagd beroep op noodweer bij vermeende mishandeling en openlijk geweld

Op 15 november 2023 ontstond een conflict in de binnenstad waarbij verdachte een nekklem toepaste op de benadeelde partij. De politierechter veroordeelde verdachte voor openlijk geweld en mishandeling en kende een schadevergoeding toe.

In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis en spreekt verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Het hof oordeelt dat onvoldoende bewijs is voor poging tot zwaar lichamelijk letsel en dat geen sprake is van in vereniging plegen van openlijk geweld. Het hof acht het handelen van verdachte proportioneel en noodzakelijk als verdediging van de medeverdachte tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.

De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat verdachte is vrijgesproken. Het hof veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten. Het arrest is gewezen door drie rechters en uitgesproken op 9 juni 2026.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens geslaagd beroep op noodweer; vordering schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001781-25
Uitspraakdatum: 9 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen , van 7 april 2025 met parketnummer 18-014747-24 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum verdachte] in [ geboorteplaats verdachte] ,
wonende te [adres verdachte] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 26 mei 2026 en op de zitting van de politierechter besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ten aanzien van het hem subsidiair tenlastegelegde feit, te weten het in vereniging plegen van openlijk geweld, tot een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. Daarnaast vordert de advocaat-generaal toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 500,00. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. P. Scholte, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte ter zake van het subsidiair tenlastegelegde in vereniging plegen van openlijk geweld veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De politierechter heeft de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs en de vordering van de benadeelde partij dan de politierechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Op de zitting bij de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:
primair
hij op of omstreeks 15 november 2023 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer] bij de nek/keel heeft vastgepakt en/of heeft vastgehouden en/of (vervolgens) de nek/keel van die [slachtoffer] middels een wurggreep en/of nekklem dicht heeft geknepen en/of dichtgeknepen heeft gehouden, in elk geval verstikkend geweld op de nek/keel van die [slachtoffer] heeft uitgeoefend, terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer] naar de grond heeft gewerkt en/of bovenop die [slachtoffer] heeft gezeten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair
hij op of omstreeks 15 november 2023 te [plaats] openlijk, te weten, op of aan het [straat] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten [slachtoffer] door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal
- te roepen: 'Hey [verdachte] , slopen' en/of 'opkankeren', en/of
- bij de nek/keel vast te pakken en/of vastgepakt te houden en/of (vervolgens) de nek/keel van die [slachtoffer] middels een wurggreep en/of nekklem dicht te knijpen en/of dichtgeknepen te houden, in elk geval door verstikkend geweld op de nek/keel van die [slachtoffer] uit te oefenen, terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer] naar de grond werkte en/of bovenop die [slachtoffer] zat, en/of
- te schoppen en/of te trappen op/tegen het hoofd en/of de benen en/of de buik en/of de borst, althans op/tegen het lichaam;
meer subsidiair
hij op of omstreeks 15 november 2023 te [plaats] [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] bij de nek/keel vast te pakken en/of vastgepakt te houden en/of (vervolgens) de nek/keel van die [slachtoffer] middels een wurggreep en/of nekklem dicht te knijpen en/of dichtgeknepen te houden, in elk geval door verstikkend geweld op de nek/keel van die [slachtoffer] uit te oefenen, terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer] naar de grond werkte en/of bovenop die [slachtoffer] zat.
Vrijspraak ten aanzien van de primair tenlastegelegde poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel
Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het primair tenlastegelegde, inhoudende een poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel, heeft begaan. Daarom spreekt het hof verdachte daarvan vrij.

Bewijsoverwegingen

Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het subsidiair tenlastegelegde in vereniging plegen van openlijk geweld wettig en overtuigend kan worden bewezen. De advocaat-generaal heeft zich verder op het standpunt gesteld dat geen sprake is geweest van een noodweersituatie.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat vanuit verdachte en de medeverdachte alleen verdedigend is gehandeld. Er was geen sprake van nauwe en bewuste samenwerking in de zin van het in vereniging plegen van openlijk geweld. De verdediging heeft, zowel met betrekking tot de subsidiair tenlastegelegde openlijke geweldpleging als ten aanzien van de meer subsidiair tenlastegelegde mishandeling, een beroep gedaan op noodweer. Hiertoe heeft de verdediging aangevoerd dat sprake was van een dreigende wederrechtelijke aanranding door aangever richting [medeverdachte] . Verdachte heeft die dreigende aanranding willen afslaan door aangever in een nekklem te nemen en hem naar de grond te brengen. Zodra het kon, heeft verdachte aangever losgelaten. De verdediging heeft bepleit dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging dan wel dat hij moet worden vrijgesproken, wegens een geslaagd beroep op noodweer.
Oordeel van het hof
Feiten en omstandigheden
Op 15 november 2023 waren verdachte en medeverdachte [medeverdachte] (hierna: de medeverdachte [1] ) samen op stap in de binnenstad van [plaats] . Op enig moment kwamen ze daar [naam] (hierna: aangever) en [naam] (hierna: [naam] ) tegen. Zowel verdachte als de medeverdachte hebben verklaard dat ze werden uitgenodigd door aangever en [naam] om mee te gaan naar hun [locatie] voor een afterparty.
Voor de deur van het [locatie] van aangever en [naam] ontstond volgens de medeverdachte een discussie. De medeverdachte heeft verklaard dat [naam] tegen hem zei dat aangever en hij een pitcher bier moesten leegdrinken voordat ze naar binnen mochten. Toen hij dit weigerde, ontstond tussen hem en [naam] duw- en trekwerk.
De beelden van de Ring-deurbelcamera (met een duur van 21 seconden) die aan de voordeur van het betreffende [locatie] hing, starten op het moment dat het duw- en trekwerk tussen [naam] en de medeverdachte al begonnen is. Verdachte is, op een klein afstandje van hen, ook in beeld te zien. Vervolgens is te zien dat aangever op [naam] en de medeverdachte afgaat. Daarop gaat verdachte naar aangever en werkt hij hem in een nekklem naar de grond. Tussen verdachte en aangever ontstaat een worsteling, waarbij verdachte op enig moment ook onderop komt te liggen. Terwijl zij naar de grond gaan, schopt de medeverdachte aangever. Vlak daarna zegt de medeverdachte tegen verdachte dat hij moet loslaten. Verdachte doet dit ook en loopt dan weg, net als de medeverdachte. Het hele incident speelt zich binnen het korte tijdsbestek van ongeveer 21 seconden af.
Vrijspraak ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde in vereniging plegen van openlijk geweld
Uit de vastgestelde feiten en omstandigheden blijkt dat zowel verdachte, door middel van de door hem toegepaste nekklem bij aangever, als de medeverdachte (zowel tegen [naam] als tegen aangever, door hem te schoppen) geweld hebben gebruikt. Het hof is van oordeel dat uit de beelden noch uit het dossier of het verhandelde ter zitting is vast te stellen dat sprake is geweest van een zodanige nauwe en bewuste samenwerking dat van ‘in vereniging’ plegen kan worden gesproken.
Nadat tussen de medeverdachte en [naam] duw- en trekwerk ontstond, gaat aangever op hen af. Dat is het moment waarop verdachte naar aangever toegaat en hem met een nekklem naar de grond brengt. Naar het oordeel van het hof kan niet worden geconcludeerd dat verdachte daarmee aan het gevecht tussen de medeverdachte en [naam] heeft willen meedoen. Ook ten aanzien van de trappen die vervolgens door de medeverdachte aan aangever worden gegeven, kan niet worden gesproken van een nauwe en bewuste samenwerking. Dit gebeurde namelijk al enkele seconden nadat de medeverdachte met [naam] in gevecht was geraakt terwijl verdachte, op het moment waarop de medeverdachte de trappen uitdeelt, met aangever naar de grond gaat. Verdachte kon niet voorzien dat dit zou gebeuren. Het hof concludeert dat geen sprake is van nauwe en bewuste samenwerking in de zin van het in vereniging plegen van openlijk geweld.
Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting aldus niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. Daarom spreekt het hof verdachte daarvan vrij.
Mishandeling
Het hof stelt vast dat niet ter discussie staat dat verdachte aangever in een nekklem naar de grond heeft gebracht. Naar het oordeel van het hof kan, onder meer gelet op de verklaring van aangever en de foto van plekken in zijn hals, worden vastgesteld dat deze handeling heeft geleid tot pijn dan wel letsel bij aangever. Gelet daarop is sprake van mishandeling.
Noodweer
De vraag die voorligt is of verdachte heeft gehandeld uit noodweer, waardoor geen sprake is van wederrechtelijkheid van zijn handelen.
Het hof stelt voorop dat voor een geslaagd beroep op noodweer vereist is dat de verdedigingshandeling is geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding of een onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor. Enkele vrees voor zo'n aanranding is daartoe echter niet voldoende. De gestelde aanranding moet in redelijkheid beschouwd, zodanig bedreigend zijn voor de verdachte dat deze kan worden aangemerkt als een ogenblikkelijke aanranding in de zin van artikel 41 van Pro het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).
De vraag die het hof moet beantwoorden is of op het moment waarop verdachte geweld gebruikte, namelijk door aangever in een nekklem naar de grond te brengen, sprake was van een dergelijke dreigende aanranding.
Uit de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden volgt dat aangever zich in de richting van de op dat moment in een worsteling verkerende medeverdachte en [naam] begaf. Het hof is van oordeel dat hetgeen verdachte heeft verklaard over het incident - inhoudende dat hij aangever wilde tegenhouden om te voorkomen dat een 2-tegen-1-situatie ontstond ( [naam] en aangever ten opzichte van de medeverdachte) - gelet op de omschreven feiten en omstandigheden en hetgeen te zien is op de beelden, aannemelijk is geworden. Verdachte werd geconfronteerd met een onmiddellijk dreigend gevaar voor een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van het lijf van de medeverdachte. Het handelen van verdachte door aangever in een nekklem naar de grond te brengen en hem daar even vast te houden acht het hof proportioneel in verhouding tot het genoemde dreigende gevaar. Dat aangever aan de nekklem een schuurplek in zijn hals overhield en dat hij zich benauwd heeft gevoeld, zijn omstandigheden die het hof in dit geval, mede gelet op het feit dat het hele incident zich binnen een heel kort tijdsbestek heeft afgespeeld, niet tot de conclusie brengen dat verdachte te stevig is geweest in zijn optreden. Ook kon van hem in de hiervoor omschreven situatie niet worden gevergd dat hij zich daaraan eerder onttrok dan hij heeft gedaan.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het beroep op noodweer slaagt. Nu verdachte een beroep op noodweer toekomt en de wederrechtelijkheid van zijn handelen daarmee niet is komen vast te staan, spreekt het hof verdachte vrij van de hem tenlastegelegde mishandeling.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.371,48 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 500,00. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Verdachte wordt vrijgesproken van het hem tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.
Dit arrest is gewezen door mr. G.A. Versteeg, mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper en mr. H.K. Elzinga, in aanwezigheid van de griffier mr. J.R. Sotthewes-de Jonge en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 9 juni 2026.

Voetnoten

1.[medeverdachte] is inmiddels onherroepelijk veroordeeld. Voor de leesbaarheid van dit arrest spreekt het hof hier van medeverdachte.