Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:3736

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
21-000612-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep: openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens ontbrekend strafdossier

In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging. Dit omdat het strafdossier van verdachte incompleet is en vrijwel alle essentiële stukken ontbreken.

Het hof constateerde dat het dossier niet meer te vinden is bij de rechtbank en ook het openbaar ministerie kon het dossier niet aanleveren. Het dossier bevatte slechts enkele stukken over de benadeelde partijen en een uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte. Essentiële stukken zoals het volledige proces-verbaal van het politieonderzoek en de betekeningsstukken van de dagvaarding in eerste aanleg ontbreken.

Gezien de ouderdom van de zaak en de reeds ondernomen pogingen om het dossier te vinden, acht het hof aanhouding van de zaak niet meer opportuun. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging.

Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van het strafdossier.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000612-25
Uitspraakdatum: 9 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 13 november 2015 met parketnummer 18-920257-14 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1970 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 26 mei 2026 besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie in de vervolging. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman,
mr. J.A.C. van den Brink, is aangevoerd. Namens benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] is de heer mr. H.J. de Groot verschenen.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Het hof constateert dat het strafdossier van verdachte niet compleet is. Het dossier bevat een bericht van de rechtbank waaruit blijkt dat het dossier niet meer te vinden is en dat er geen kopieën beschikbaar zijn. Naspeuringen bij het openbaar ministerie hebben het dossier evenmin opgeleverd.
Het dossier waarover het hof nu beschikt bevat slechts enkele stukken met betrekking tot de benadeelde partijen en een uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 24 april 2026. Het hof overweegt dat, hoewel in hoger beroep via de gemachtigde van de benadeelde partijen de dagvaarding nog aan het dossier is toegevoegd, nog altijd sprake is van een dossier waarin (zo goed als alle) essentiële stukken ontbreken. Zo ontbreekt het volledige proces-verbaal van het politieonderzoek. Daarnaast ontbreken de betekeningsstukken van de dagvaarding in eerste aanleg. Aanhouding van de zaak om (opnieuw) pogingen te doen om het dossier boven water te krijgen, is naar het oordeel van het hof niet meer aan de orde, gelet op de ouderdom van de zaak en de al ondernomen pogingen om het dossier te vinden.
Gelet op het voorgaande verklaart het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging.
Dit arrest is gewezen door mr. mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, mr. G.A. Versteeg en
mr. H.K. Elzinga, in aanwezigheid van de griffier mr. J.R. Sotthewes-de Jonge en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 9 juni 2026.