Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:3735

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
21-003900-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 57 SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor belediging van ambtenaren met taakstraf en hechtenis

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 9 juni 2026 het vonnis van de politierechter in hoger beroep vernietigd en opnieuw recht gedaan. Verdachte werd primair vrijgesproken van mishandeling door spugen, maar subsidiair veroordeeld voor het beledigen van een politieagent door hem in het gezicht te spugen en voor het mondeling beledigen van een gemeentehandhaver.

De bewezenverklaring betreft twee afzonderlijke feiten: het spugen in het gezicht van een hoofdagent op 28 januari 2024 en het uiten van meerdere beledigende woorden richting een handhaver op 8 december 2022. Het hof achtte de bewijsmiddelen overtuigend en verwierp het verweer van verdachte dat hij niet bewust had gespuugd.

Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de aard en ernst van de feiten, de moeilijke persoonlijke omstandigheden van verdachte waaronder een GHB-verslaving en zijn verblijf in een kliniek. Het hof legde een taakstraf van 40 uur op, subsidiair 20 dagen hechtenis. Tevens werden diverse vorderingen tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijke gevangenisstraffen toegewezen, deels omgezet in taakstraffen, en één vordering afgewezen ten behoeve van lopend reclasseringstoezicht.

Het hof onttrok een inbeslaggenomen basepijpje aan het verkeer en gelastte de teruggave van een betonschaar en twee schroevendraaiers aan verdachte. De strafrechtelijke beoordeling vond plaats op basis van de artikelen 9, 22c, 22d, 57, 63, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis voor belediging van ambtenaren.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003900-24
Uitspraakdatum: 9 juni 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen , van 9 september 2024 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 18-029764-24 en 18-032068-24, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging met parketnummers 18-113021-22, 18-311499-22, 18-299179-21 en 21-000486-20, tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] ,
thans uit anderen hoofde verblijvende in [P.I.] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zittingen van het hof van 9 september 2025, 23 oktober 2025 en 26 mei 2026 en op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van twee beledigingen tot een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. Ten aanzien van het beslag vordert de advocaat-generaal teruggave van de inbeslaggenomen betonschaar en twee schroevendraaiers aan verdachte en onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen verdovende middelen.
Daarnaast vordert de advocaat-generaal als volgt met betrekking tot de vorderingen tot tenuitvoerlegging:
  • parketnummer 18-113021-22: tenuitvoerlegging van 28 dagen gevangenisstraf;
  • parketnummer 18-299179-21: tenuitvoerlegging van 4 weken gevangenisstraf;
  • parketnummer 21-000486-20: tenuitvoerlegging met omzetting van de opgelegde gevangenisstraf naar een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis;
  • parketnummer 18-311499-22: afwijzing.
De vordering van de advocaat-generaal is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J.B. Pieters, en mevrouw [naam] van de reclassering hebben aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte ter zake van twee beledigingen van ambtenaren in functie (éénmaal door in het gezicht te spugen en éénmaal mondeling) veroordeeld tot een taakstraf van 70 uren, subsidiair 35 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de politierechter de aangetroffen verdovende middelen (een basepijpje) aan het verkeer onttrokken en de teruggave gelast van de betonschaar en 2 schroevendraaiers aan verdachte. Ook heeft de politierechter 2 vorderingen tenuitvoerlegging afgewezen (parketnummers 18-113021-22 en 18-311499-22) en 2 vorderingen tenuitvoerlegging toegewezen (parketnummers 18-299179-21 en 21-000486-20).
Het hof vernietigt het vonnis om redenen van doelmatigheid en doet daarom opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Zaak met parketnummer 18-029764-24:
primair
hij op of omstreeks 28 januari 2024 te [plaats] , althans in de gemeente [gemeente] , een ambtenaar, [naam] , gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door die [naam] te spugen in zijn gezicht;
subsidiair
hij op of omstreeks 28 januari 2024 te [plaats] , althans in de gemeente [gemeente] , opzettelijk een ambtenaar, te weten [naam] , hoofdagent Politie Noord-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, door feitelijkheden heeft beledigd door die [naam] te spugen in zijn gezicht.
Zaak met parketnummer 18-032068-24:
hij op of omstreeks 8 december 2022 te [plaats] , althans in de gemeente [gemeente] , opzettelijk een ambtenaar,te weten [naam] , handhaver gemeente [gemeente] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar (meermalen) de woorden toe te voegen: "Kankelijer" en/of "Wat een vieze kankerhond ben je" en/of "Vieze vuile klootzak" en/of "Wat ben jij een vieze vuile teringlijer" en/of "Opkankeren vieze kankerlijer" en/of "Pak me op dan of ik stomp je vieze flikker" en/of "Vieze honden" en/of "Je maakt me helemaal kankergek" en/of "Kom maar 1 op 1, ik maak je helemaal dood", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18-029764-24 primair tenlastegelegde heeft begaan. Daarom spreekt het hof verdachte daarvan vrij.
Overwegingen met betrekking tot het bewijs ten aanzien van het onder parketnummer 18-029764-24 subsidiair tenlastegelegde
Het hof is van oordeel dat het door de verdediging gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak, inhoudende dat verdachte ontkent bewust te hebben gespuugd, wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals die later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van die bewijsmiddelen. Het hof verwerpt het verweer en acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belediging van een ambtenaar in functie, te weten door een hoofdagent van de politie Noord-Nederland in zijn gezicht te spugen.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18-029764-24 subsidiair en in de zaak met parketnummer 18-032068-24 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Zaak met parketnummer 18-029764-24:
hij op 28 januari 2024 te [plaats] opzettelijk een ambtenaar, te weten [naam] , hoofdagent Politie Noord-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid door feitelijkheden heeft beledigd door die [naam] te spugen in zijn gezicht.
Zaak met parketnummer 18-032068-24:
hij op 8 december 2022 te [plaats] opzettelijk een ambtenaar, te weten [naam] , handhaver gemeente [plaats] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd door hem (meermalen) de woorden toe te voegen: "Kankerlijer" en "Wat een vieze kankerhond ben je" en "Vieze vuile klootzak" en "Wat ben jij een vieze vuile teringlijer" en "Opkankeren vieze kankerlijer" en "Pak me op dan of ik stomp je vieze flikker" en "Vieze honden" en "Je maakt me helemaal kankergek" en "Kom maar 1 op 1, ik maak je helemaal dood".
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het in de zaak met parketnummer 18-029764-24 subsidiair bewezenverklaarde levert op:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Het in de zaak met parketnummer 18-032068-24 bewezenverklaarde levert op:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het beledigen van een hoofdagent van de politie door hem in zijn gezicht te spugen, en het mondeling beledigen van een handhaver, werkzaam bij de gemeente.
Uit het strafblad van verdachte van 24 april 2026 volgt dat verdachte weliswaar veelvuldig met politie en justitie in aanraking is gekomen, maar niet ten aanzien van soortgelijke feiten als de onderhavige. Het hof weegt dit daarom niet ten nadele mee.
Ter zitting in hoger beroep is gebleken dat de bewezenverklaarde feiten hebben plaatsgevonden in een moeilijke periode in het leven van verdachte. Hij was verslaafd aan GHB. Inmiddels is hij daarvan afgekickt.
Verdachte heeft, in het kader van een opgelegde bijzondere voorwaarde in een andere strafzaak, ongeveer 3,5 maand in de [kliniek] in [plaats] verbleven (van begin september 2025 tot en met eind december 2025). Verdachte heeft zelf verklaard dat hij daar lang moest wachten tot hij daadwerkelijk met behandelingen kon starten. Daarna heeft hij geprobeerd mee te werken, maar kon hij het naar eigen zeggen niet volhouden. Sinds januari 2026 zit hij daarom de vervangende hechtenis uit, omdat hij niet (geheel) heeft voldaan aan de opgelegde bijzondere voorwaarde. Mevrouw [naam] van de reclassering heeft ter zitting in hoger beroep het voorgaande bevestigd en aangegeven dat verdachte is vertrokken uit de kliniek. Zij geeft ook aan dat samen met verdachte wordt gekeken waar hij na zijn vrijlating zou kunnen gaan wonen. Er wordt op dit moment gezocht naar een geschikte woonplek in de vorm van beschermd wonen, op een plek waar hij niet terugvalt naar omgang met zijn oude netwerk van gebruikers. Ook is het voor verdachte belangrijk dat hij structuur behoudt, onder andere in de vorm van dagbesteding. Mocht er een gevangenisstraf worden opgelegd, dan is het voor verdachte beter als die aansluitend aan de huidige detentie kan worden uitgevoerd. Oplegging van een taakstraf kan voor verdachte ook positief zijn, omdat het goed voor hem is als hij structuur heeft en bezig kan blijven.
Gelet op het voorgaande acht het hof, evenals de advocaat-generaal, oplegging van een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, passend en noodzakelijk.

Beslag parketnummer 18-029764-24

Het hof onttrekt het inbeslaggenomen basepijpje aan het verkeer, nu dit een voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang. Het hof gelast de teruggave van de betonschaar en de schroevendraaiers aan verdachte.

Vorderingen tot tenuitvoerlegging

Verdachte heeft binnen de geldende proeftijden van onderstaande voorwaardelijk opgelegde straffen nieuwe strafbare feiten begaan. Gelet daarop komen de vorderingen tenuitvoerlegging voor toewijzing in aanmerking. Daarbij is – anders dan door de raadsvrouw bepleit – niet vereist dat het nieuw gepleegde strafbare feit een soortgelijk feit is als de feiten waarvoor eerder een voorwaardelijke straf werd opgelegd.
Het hof ziet aanleiding om op de hiernavolgende wijze te beslissen over de vorderingen. Het hof acht het daarbij voor verdachte van belang dat zoveel als mogelijk ervoor wordt gezorgd dat hij de gevangenisstraffen die ten uitvoer gelegd zullen worden, aansluitend aan zijn huidige gevangenisstraf uitzit. Op deze manier heeft verdachte eventueel nog tijd om samen met de reclassering een passende woonplek te regelen en kan hij na zijn detentie met een zoveel als mogelijk schone lei zijn leven verder opbouwen.
Parketnummer 18-299179-21
In de zaak met parketnummer 18-299179-21 is verdachte op 24 februari 2022 door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken met een proeftijd van 3 jaren (waarbij de proeftijd eerder al is verlengd). Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke gevangenisstraf.
Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde. Het hof beveelt de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijk opgelegde straf.
Parketnummer 21-000486-20
In deze zaak is verdachte op 15 oktober 2021 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 3 jaren (waarbij de proeftijd eerder al is verlengd). Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke gevangenisstraf.
Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde. Het hof beveelt de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijk opgelegde straf, waarbij het hof in hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen, reden ziet om de opgelegde gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf van 120 uren.
Parketnummer 18-113021-22
In deze zaak is verdachte op 23 mei 2022 door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 28 dagen met een proeftijd van 2 jaren (waarbij de proeftijd eerder al is verlengd). Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke gevangenisstraf.
Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde. Het hof beveelt de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijk opgelegde straf.
Parketnummer 18-311499-22
In deze zaak is verdachte op 7 april 2023 door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 120 dagen, met een proeftijd van 3 jaren. Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde.
Het hof wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af, evenals de politierechter dat heeft gedaan en zoals de advocaat-generaal heeft gevorderd, zodat het in het kader van deze zaak lopende reclasseringstoezicht behouden blijft.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 57, 63, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-029764-24 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-029764-24 subsidiair en in de zaak met parketnummer 18-032068-24 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 18-029764-24 subsidiair en in de zaak met parketnummer 18-032068-24 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis.
Beveelt de
onttrekking aan het verkeervan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1. STK Verdovende Middelen (goednummer G1684719), parketnummer 18-029764-24.
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1. STK Betonschaar (goednummer G1684714), parketnummer 18-029764-24.
2 STK Schroevendraaier (goednummer G1684716), parketnummer 18-029764-24.
Beveelt de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 24 februari 2022, parketnummer 18-299179-21, voorwaardelijk opgelegde straf, te weten van een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) weken.
Gelast in plaats van het bevelen van de tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2021 met parketnummer 21-000486-20, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, een
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis.
Beveelt de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 23 mei 2022, parketnummer 18-113021-22, voorwaardelijk opgelegde straf, te weten van:
gevangenisstrafvoor de duur van
28 (achtentwintig) dagen.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket OVJ Noord-Nederland van 23 februari 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 7 april 2023, parketnummer 18-311499-22, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen.
Dit arrest is gewezen door mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, mr. G.A. Versteeg en mr. H.K. Elzinga, in aanwezigheid van de griffier mr. J.R. Sotthewes-de Jonge en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 9 juni 2026.