ECLI:NL:GHARL:2026:3699
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen nihilstelling kinderalimentatie wegens verjaring en draagkracht
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland waarin de man verzocht had om de kinderalimentatie vanaf 5 augustus 2009 op nihil te stellen, met als grond verjaring en gewijzigde draagkracht. De rechtbank had de alimentatie voor een deelperiode op nihil gesteld en een lage bijdrage vastgesteld vanaf september 2024.
In hoger beroep hebben zowel de vrouw en kinderen als de man grieven ingediend, waarbij de vrouw en kinderen de verjaring betwisten en de draagkracht van de man aanvechten, terwijl de man ook de behoefte van de kinderen betwist. Het hof oordeelt dat de verjaring niet in deze procedure hoeft te worden beoordeeld, omdat er geen executiegeschil is.
De man heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de behoefte van de kinderen lager was dan de vastgestelde alimentatie en heeft zijn draagkracht niet overtuigend onderbouwd. Zijn financiële situatie is onduidelijk, met ontbrekende stukken over inkomsten en faillissementen. Het hof concludeert dat de man niet heeft aangetoond dat hij niet in staat was om de alimentatie te betalen.
Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de man af. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man om kinderalimentatie vanaf 5 augustus 2009 op nihil te stellen af wegens onvoldoende bewijs van gewijzigde draagkracht en behoefte.