ECLI:NL:GHARL:2026:3698
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: verjaring en draagkracht niet aannemelijk, verzoek nihilstelling afgewezen
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland over kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen, geboren in 2004 en 2005. De man verzocht om de kinderalimentatie met ingang van 5 augustus 2009 op nihil te stellen, stellende dat de alimentatievordering verjaard is en dat de behoefte van de kinderen en zijn draagkracht niet rechtvaardigen dat hij de alimentatie betaalt. De vrouw en de kinderen kwamen met grieven tegen deze beschikking, onder meer over verjaring en draagkracht.
Het hof oordeelt dat de vraag van verjaring in deze procedure niet hoeft te worden beantwoord, omdat er geen verklaring voor recht is gevraagd en een executiegeschil pas kan ontstaan bij inning van alimentatie. De man heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de behoefte van de kinderen in 2009 lager was dan de vastgestelde € 500 per kind per maand. Ook heeft hij onvoldoende bewijs geleverd van zijn draagkracht, waarbij zijn financiële situatie onduidelijk blijft door het ontbreken van relevante stukken zoals belastingaanslagen en faillissementsverslagen.
De vrouw stelde dat de man wel degelijk wist van zijn onderhoudsverplichting, mede omdat hij een derde kind financieel ondersteunde. Het hof concludeert dat de man onvoldoende heeft aangetoond dat de rechtbank destijds onjuiste gegevens gebruikte bij het vaststellen van de draagkracht. Het verzoek van de man wordt daarom afgewezen. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man om kinderalimentatie met ingang van 5 augustus 2009 op nihil te stellen af wegens onvoldoende bewijs van draagkracht en behoefte.