Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:3643

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
21-000542-22
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 57 SrArt. 63 SrArt. 285 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor grootschalige hennepteelt en bedreiging, vrijspraak diefstal stroom en gas

Verdachte werd in hoger beroep geconfronteerd met meerdere tenlasteleggingen, waaronder het telen van hennep in drie kwekerijen, diefstal van stroom en gas, en bedreiging van een medeverdachte. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht.

Uit uitgebreid bewijs, waaronder verklaringen van medeverdachten, telefoongegevens, WhatsApp-gesprekken, en forensisch onderzoek, bleek dat verdachte een leidende rol had in de opzet en exploitatie van de kwekerijen met in totaal meer dan 4000 hennepplanten. De verklaringen van medeverdachten werden als betrouwbaar beoordeeld en ondersteund door het overige bewijs. Verdachte werd vrijgesproken van de diefstal van stroom en gas wegens gebrek aan bewijs van betrokkenheid.

Daarnaast werd bewezen verklaard dat verdachte op 26 november 2017 een medeverdachte heeft bedreigd met woorden die vrees voor het leven konden veroorzaken. Gelet op de ernst van de feiten, de recidive van verdachte en de omstandigheden, legde het hof een gevangenisstraf van 6 maanden op, met aftrek van voorarrest. De vorderingen van de benadeelde partij tot schadevergoeding werden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf voor hennepteelt en bedreiging, vrijgesproken van diefstal stroom en gas.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000542-22
Uitspraakdatum: 4 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 27 januari 2022 met parketnummer
18-950095-17 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 1981 in [geboorteplaats 1] ,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van het hof van 21 mei 2026 en het onderzoek op de zitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, die inhoudt dat verdachte van het onder 5 tenlastegelegde wordt vrijgesproken en dat hij voor het onder 1, 2, 3, 4 en 6 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft zich verder op het standpunt dat de beide vorderingen van de benadeelde partij [benadeelde] conform de beslissingen van de rechtbank kunnen worden toegewezen tot bedragen van € 1.226,44 respectievelijk € 7.947,85. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman,
mr. G. A .R. Di Antonio, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De rechtbank heeft verdachte voor het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs, andere kwalificaties en tot een andere strafoplegging dan de rechtbank Noord-Nederland. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2016 tot en met 6 maart 2017 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk, in een voormalig mestsilo, althans een gebouw en/of pand, op het perceel (aan of bij) de [locatie 1] en/of [locatie 2] , heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, en/of in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad een hoeveelheid van (telkens in totaal) ongeveer 1306 hennepplanten, zijnde een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2016 tot en met 6 maart 2017 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft weggenomen, een hoeveelheid elektriciteit ( [locatie 1] en/of [locatie 2] ) en/of een hoeveelheid gas ( [locatie 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waarbij verdachte en/of zijn medeverdachte(n) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen elektriciteit, althans enig goed, onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
3.
hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 september 2016 tot en met 2 februari 2017 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk, in een (bedrijfs)loods, althans een gebouw en/of (bedrijfs)pand, op het perceel (aan of bij) de [locatie 3] , heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, en/of in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad een hoeveelheid van (telkens in totaal) ongeveer 1880 hennepplanten, zijnde een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
4.
hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 22 november 2017 te [plaats 3] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk, in een bedrijfshal, althans een gebouw en/of (bedrijfs)pand, op het perceel (aan of bij) de [locatie 4] , heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, en/of in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad een hoeveelheid van (telkens in totaal) ongeveer 1379 hennepplanten, zijnde een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
5.
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 22 november 2017 te [plaats 3] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft weggenomen, een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waarbij verdachte en/of zijn medeverdachte(n) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen elektriciteit, althans enig goed, onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
6.
hij op of omstreeks 26 november 2017 te [plaats 4] , [medeverdachte 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [medeverdachte 1] dreigend de woorden toe te voegen "ik maak jullie allemaal af" en/of "ik verbrijzel jou", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen feiten 1, 3 en 4

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 9 maart 2017, opgenomen op pagina 2254 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2017009943 (Onderzoek: NNRAA 17031 Miograna) d.d. 28 augustus 2018, inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , zakelijk weergegeven:
Door verbalisanten van het Basisteam [afdeling] van de politie-eenheid Noord-Nederland werd op maandag 6 maart 2017 een onderzoek ingesteld op de adressen [locatie 1] & [locatie 2] te [plaats 1] . Tijdens dit onderzoek werden twee in werking zijnde kweekruimtes met hennepplanten aangetroffen in een voormalige mestsilo. In het totaal werden 1306 hennepplanten aangetroffen in een beginnend groeistadium.
Locatie hennepkwekerij
Door collega's van het basisteam [afdeling] zijn verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] gewezen op de locatie van de hennepkwekerij. Verbalisant [verbalisant 2] herkent deze locatie als zijnde een mestsilo. Verbalisant zag grenzend aan de mestsilo een schuur met overkapping staan.
Begane grond mestsilo
De kweekruimte was bekleed met een witte kunststoffolie. In de kweekruimte bevonden zich 655 vierkante potten met jonge planten. In de kweekruimte lagen gebruikte gereedschappen met hennepresten.
1e verdieping mestsilo
De kweekruimte bleek toegankelijk via een trap komende vanaf de begane grond. In de kweekruimte bevonden zich 651 vierkante potten met jonge planten.
Gedurende ons verblijf in de hennepkwekerij hebben wij, verbalisanten, geconstateerd dat het aannemelijk is dat er sprake is geweest van een of meerdere eerdere oogsten van hennep. Dit bleek ons, verbalisanten, uit de navolgende feiten of omstandigheden:
Er lag dik stof op:
De kappen van de armaturen van de assimilatielampen
Het stoffilter van de koolstofcilinder
De aanwezige elektra. De gebruikte materialen vertoonden tekenen van vervuiling.
Daarnaast is er sprake van vernieuwing in materiaal.
Overig.
Vele restanten hennepplanten en materialen voor de hennepteelt die sterke vervuiling kenden. Er was oude aarde-, wortel-, plantafval in zakken/potten. Dit is veroorzaakt door wortelgroei van vorige kweekperioden. Afsluitend de aangetroffen waterbassins waarin sterke alg groei zichtbaar is.
Situatie om de woningaan de [locatie 1] .
Rondom de woning werden restanten aangetroffen die te relateren zijn aan de teelt van hennep.
Situatie achter de mestsiloop het perceel van [locatie 2] . Op het achterliggende terrein werden restanten aangetroffen die te relateren zijn aan de teelt van hennep
Situatie schuur.Aangrenzend aan de mestsilo staat een schuur met overkapping. In de schuur lagen restanten van geknipte hennepplanten. Dit lag uitgespreid op een blauw kunststofzeil.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 8 november 2017, opgenomen op pagina 2374 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 3] , zakelijk weergegeven:
Op woensdag 8 november 2017 heb ik, verbalisant [verbalisant 3] , onderzoek ingesteld naar de historische printgegevens van de volgende telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] . Hierbij heb ik gericht gekeken en onderzoek ingesteld naar de contacten op de printlijsten op de dag van en de dag na de ontdekking van beide kwekerijen gelegen aan de [locatie 2] en [locatie 3] .
Ontdekking en ontmanteling kwekerijen
Op maandag 6 maart
(het hof begrijpt: 2017)omstreeks 10.30 uur werd er aan de [locatie 2] een hennepkwekerij aangetroffen en ontmanteld.
Onderzoek historische printlijst
Uit onderzoek is gebleken dat telefoonnummer [telefoonnummer 1] in gebruik is bij verdachte [medeverdachte 1] .
Uit onderzoek is gebleken dat telefoonnummer [telefoonnummer 2] in gebruik is bij verdachte [medeverdachte 2] .
Contacten rondom ontdekking hennepkwekers [locatie 1 en 2]
Op de dag van en een dag na de ontdekking van de hennepkwekerij aan de [locatie 2] zijn de volgende contacten te zien:
uitgaand
GESPREK
06-03-2017
12: 34 :37
[telefoonnummer 1]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
uitgaand
GESPREK
06-03-2017
12: 36 :53
[telefoonnummer 1]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
uitgaand
GESPREK
06-03-2017
12:39:53
[telefoonnummer 1]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
uitgaand
GESPREK
07-03-2017
09:19:27
[telefoonnummer 2]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
uitgaand
GESPREK
07-03-2017
10:00:22
[telefoonnummer 2]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
uitgaand
GESPREK
07-03-2017
10:11:37
[telefoonnummer 2]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
Uit bovenstaande gegevens is te zien dat verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte] op de dag van de ontdekking, maandag 6 maart 2017, op meerdere momenten contact met elkaar hebben. Tevens is te zien dat verdachte [medeverdachte 2] vervolgens op de dag na de ontdekking, dinsdag 7 maart 2017, meerdere malen telefonisch contact heeft met verdachte [verdachte] .
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 november 2017, opgenomen op pagina 2500 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] :
O: Verbalisanten laten bijlage 4 zien.
V: Wie is dit?
A : [verdachte] .
V: Wat is zijn bijnaam?
A : [bijnaam verdachte] . ( ... )
V: In wat voor auto rijdt [verdachte] ?
A : Mercedes Vito.
V: Wat is zijn rol met betrekking tot de hennepteelt?
A : Leider zeg ik niet. Hij regelt eigenlijk de meeste dingen, soort projectleider. Als er betaalt moet worden, komt het van hem.
V: Uit onderzoek is gebleken dat jij gebruik maakt of maakte van het nummer [telefoonnummer 1] . (...)
V: Wat heb jij verteld aan [verdachte] over de [locatie 3] ?
A : Ik zou op een vrijdag daar heen moeten om hennep te knippen. Dat was op een donderdag dat ik dat zou horen. Vrijdag belde ik om te vragen of ik nog heen moest, maar ik kreeg geen contact. Ik werd vrijdag rond 13u gebeld door [verdachte] dat het voorbij was.
V: Wat heb jij verteld aan [verdachte] over de [locatie 1 en 2] ?
A : Dan heb ik gezegd dat het voorbij was tegen [verdachte] . Ik zag het op [televisiezender] , ik zag allemaal auto's bij het hek staan. [verdachte] wist het al, hij liet verder niks horen.
V: Hoe zit het met de onderlinge rolverdeling tussen jou, [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] ?
A : Ik sta in ieder geval voor mijn gevoel onderaan en [verdachte] bovenaan.
V: Hoe vaak is er geoogst op de [locatie 4] ?
A : Twee keer. [verdachte] zei dat het twee keer een hele slechte oogst was.
V: Wie zijn er allemaal betrokken bij de hennepteelt aan de [locatie 4] ?
A : Iedereen. [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] vind ik niet die kwam af en toe eens langs maar hij wist er wel van, [bijnaam verdachte] ( [medeverdachte 2] ) wist ervan, [persoon 1] , [persoon 2] en ik.
V: Als er geoogst werd, wie deed dat en waar ging de hennep heen?
A : Op de plek werden de bladeren eraf gehaald, en meteen werd het rap ingepakt. Ze namen het mee. Iedereen hielp wel mee om te knippen, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] niet. [verdachte] kwam ook, maar deed vrij weinig, hij keek alleen en gaf opdrachten.
V: Hoe ging de betaling dan?
A : Niet. De eerste keer kreeg ik een paar honderd. De tweede keer kreeg ik € 1.400.
V: Van wie kreeg je dat dan?
A : De laatste keer heb ik van [verdachte] gehad, ik haalde het bij hem thuis op. Ik kreeg het ook wel eens via via.
(...)
V: Wie wordt er bedoeld met " [bijnaam medeverdachte 1] "?
A : Ik dus.
V: Wie wordt er bedoeld met " [bijnaam persoon 1] "?
A : [medeverdachte 3] .
V: Wie wordt er bedoeld met " [bijnaam medeverdachte 4] "
A : Wie [bijnaam medeverdachte 4] ? Nee, [bijnaam medeverdachte 4] moet [bijnaam medeverdachte 4] zijn. Nee, ik denk dat jij [bijnaam medeverdachte 4] bedoelt. [medeverdachte 4] dus.
V: Wie wordt er bedoeld met " [bijnaam verdachte] "?
A : [verdachte] .
(...)
V: Wie heeft de plantage in pand [locatie 4] ingericht?
A : Met z'n allen. Iedereen had daar zijn rol in.
(…)
V: Wat zegt jou de naam [medeverdachte 4] ?
A : Dat is [medeverdachte 4] .
(…)
V: En wat wordt bedoelt met babies?
A : Daar worden hennepstekjes mee bedoelt.
(…)
V: Even over de [locatie 3] ; wat kun je hier over vertellen?
A : Dat het telen van hennep al bestond toen ik er kwam in juli 2016 ongeveer. Nee ik ben daar later geweest, want het is vrij snel opgerold nadat ik kwam. Ze hebben l keer geoogst, de tweede keer is gepakt.
V: Wie waren daar bij betrokken?
A : Het was [bijnaam verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] , [verdachte] , ik wist daar wat van op een gegeven moment.
(…)
V: Even over de [locatie 1] / [locatie 2] te [plaats 1] ; wat kun je hierover vertellen?
A : Alleen ik, [medeverdachte 2] en [verdachte] . Ik heb de vloer gebouwd. Ik en [medeverdachte 2] hebben de kwekerij ingericht. Het idee van een silo was een goed idee. [verdachte] zijn rol was in deze kwekerij hetzelfde als bij de andere kwekerijen.
V: Hoe lang heeft de kwekerij daar gezeten?
A : Heel kort. We hebben 1 keer geoogst, de tweede keer is al gepakt. De silo was leeg toen ik daar kwam. De tokkies die daar woonden hebben de poep er nog uitgeschept.
V: Wanneer zijn jullie begonnen met bouwen van de kwekerij?
A : In oktober 2016 zijn we begonnen met bouwen. De materialen waren tweedehands, behalve de vloerplaten. Die waren nieuw gebracht. [medeverdachte 2] wou het niet. [medeverdachte 3] wist daar niets van. [medeverdachte 4] op het laatste moment, die moest helpen van [verdachte] met het opruimen van de oogst en het plaatsen van nieuwe hennepstekken.
V: Hoeveel geld heb jij daar van ontvangen?
A : € 2.500,-, dit heb ik van [verdachte] gekregen.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 23 november 2017, opgenomen op pagina 2420 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2] :
V: Op welk telefoonnummer ben je te bereiken?
A : [telefoonnummer 4]
(…)
V: Wij zien dat jullie onderling, jij, [medeverdachte 1] en [verdachte] rondom de ontdekking van beide kwekerijen telefonisch contact met elkaar hebben. Reageer daar eens op?
A : Dat moet ik niet meer doen.
V: Wij concluderen hieruit dat jullie gewoon allemaal betrokkenheid hebben bij de kwekerijen [plaats 2] en [plaats 1] . Klopt dat?
A : Ja, dat klopt maar dat wisten jullie al.
(…)
V: Waarom noemen ze je jou CEO?
A : Dat was een geintje van [medeverdachte 3] .
V: Jij hebt wel de meeste lijfelijk contacten met de grote baas [verdachte] . Dat past wel bij je rol als CEO.
A : Ja, dat kan.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 november 2017, opgenomen op pagina 2465 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2] :
O: verdachte wordt foto [verdachte] getoond, genoemd als bijlage 4 en gevoegd bij dit verhoor
V: Wie is dit?
A : Dat is [verdachte] .
V: Wat is zijn bijnaam?
A : Ik noem hem [bijnaam verdachte] of soms [bijnaam verdachte] . Maar we kennen hem ook als [bijnaam verdachte] .
O: Onderstaand een citaat uit het verhoor van [medeverdachte 1] .
V: Waar woont [verdachte] ? (...)
V: Wat is zijn rol met betrekking tot de hennepteelt?
A : Leider zeg ik niet. Hij regelt eigenlijk de meeste dingen, soort projectleider. Ik weet niet of de hennep daar heen gaat, dat gaat altijd heel snel. Ik heb daar geen zicht op. Als er betaalt moet worden, komt het van hem. Ik kan het wel gaan ontkennen, maar jij weet toch ook wel genoeg? Einde citaat uit het verhoor van [medeverdachte 1] .
A : Dat is correct wat [medeverdachte 1] zegt in het citaat.
(...)
V: Bij de zoeking bij [medeverdachte 3] troffen wij een briefje met aantekeningen, bedragen aan, kennelijk betrekking hebbend op de hennepkwekerij aan de [locatie 4] .
O: verdachte wordt bijlage 6 getoond, en gevoegd bij dit verhoor.
V: Wat kun jij hierover verklaren?
A : Is mij niet bekend.
V: Als jij dit zo ziet op de bijlage en de bedragen, wat kan je hier over verklaren?
A : Dit is een schatting. Dit heeft betrekking op de kwekerij aan de [locatie 4] in [plaats 3] maar het zijn schattingen. De bedragen die er op staan van 3 * 12.500 Euro zijn toezeggingen aan mensen en nog niet daadwerkelijk uitbetaald.
(…)
V: [medeverdachte 1] verklaarde dat het geld van [verdachte] kwam, jij bevestigde dat, is hier ook deze geld bedragen toegezegd door [verdachte] ?
A : De bedragen worden door [verdachte] bepaald.
V: Hoe vaak was er geoogst?
A : 1 keer.
V: Waarom hebben jullie daar nog niks voor gekregen? Er is wel uitbetaald de vrijdag voordat de politie een actie heeft gehouden?
A : Dat klopt, er is een voorschot uitbetaald. [medeverdachte 1] heeft ook geld uitbetaald gekregen. Ik weet niet wat [medeverdachte 1] er in de avond nog bij heeft gekregen. Dat regelde [verdachte] .
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal (AH-100-01) d.d. 16 januari 2018, opgenomen op pagina 5 e.v. van de aanvulling op voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 3] , zakelijk weergegeven:
Op dinsdag 16 januari 2018 deed ik nader onderzoek naar de in beslag genomen digitale gegevensdragers afkomstig uit de woning van verdachte [verdachte] aan de [adres] . Tijdens de doorzoeking op woensdag 22 november 2017 waren o. a de volgende digitale gegevensdragers, D.05.02.002, D.05.01.004 en 13.01.03.002 in beslag genomen.
Bijzonderheden gegevensdrager D.05.02.002 (GSM Samsung):
Tijdens onderzoek zag ik dat er een contactpersoon genaamd " [medeverdachte 4] " opgeslagen was in de contactenlijst van de mobiele telefoon. Ik zag dat aan deze contactpersoon genaamd " [medeverdachte 4] " het telefoonnummer [telefoonnummer 5] was gekoppeld. Uit eerder onderzoek is gebleken dat het telefoonnummer [telefoonnummer 5] in gebruik is bij medeverdachte [medeverdachte 4] .
Op donderdag 2 februari 2017 was er door collega's een in werking zijnde hennepkwekerij ontdekt aan de [locatie 3] . Ik zag in het belgegevensoverzicht van de mobiele telefoon op 6 februari 2017 te 18.41 uur dat er telefonisch contact was met contactpersoon " [medeverdachte 4] " op telefoonnummer [telefoonnummer 5] . Tevens zag ik dat er op 8 en 9 februari 2017 meerdere keren telefonisch contact was geweest met contactpersoon " [medeverdachte 4] " met telefoonnummer [telefoonnummer 5] .
Bijzonderheden gegevensdrager D.05.01.004 (GSM Alcatel One touche):
Tijdens onderzoek zag ik dat er een contactpersoon genaamd " [bijnaam medeverdachte 4] " opgeslagen was in de contactlijst van de mobiele telefoon. Ik zag dat aan deze contactpersoon genaamd " [bijnaam medeverdachte 4] " het telefoonnummer [telefoonnummer 5] was gekoppeld. Uit eerder onderzoek was gebleken dat " [bijnaam medeverdachte 4] " de bijnaam van medeverdachte [medeverdachte 4] was. Tevens zag ik dat er een contactpersoon genaamd " [medeverdachte 1] " opgeslagen was in de contactlijst van de mobiele telefoon. Ik zag dat aan deze contactpersoon genaamd " [medeverdachte 1] " het telefoonnummer [telefoonnummer 6] gekoppeld was. Ik zag dat verdachte [verdachte] het volgende gesprek voerde met contactpersoon " [medeverdachte 1] ":
27-10-2016 21:49:00 uitgaand naar [telefoonnummer 6] [medeverdachte 1]
Heb jij zo een rozen schaar
27-10-2016 21:52:58 uitgaand naar [telefoonnummer 6] [medeverdachte 1]
Ok
27-10-2016 21:52:59 binnenkomend van [telefoonnummer 6] [medeverdachte 1]
Net gekeke nee alleen maar grote
07-12-2016 15: 35 :00 uitgaand naar [telefoonnummer 6] [medeverdachte 1]
Nou wat zegt die [bijnaam persoon 1]
Bijzonderheden gegevensdrager D.01.0.3.002 (GSM Samsung Galaxy J5):
Op 23 november 2017 had verdachte [verdachte] verklaard dat hij de gebruiker is van de
GSM Samsung J5 met telefoonnummer [telefoonnummer 3] .
Tijdens onderzoek in de GSM zag ik enkele afbeeldingen, welke hennepgerelateerd zijn, opgeslagen staan. Ik zag dat er een foto was opgeslagen van een bak met hennep welke op een weegschaal stond. Ik zag dat de weegschaal een brutogewicht van 83 gram aangaf. Tevens zag ik twee foto's van een vrouwelijke hennepplant. Ik zag en herkende dat de beide foto's gemaakt waren in de [persoon 9] naast de bar van verdachte [verdachte] welke woonachtig is aan de [adres]
Whatsapp gesprekken die in verband te brengen zijn met hennepgerelateerde zaken:
Bij verder onderzoek in de GSM zag ik dat er veel opgeslagen whatsapp gesprekken in de GSM stonden. Hieronder volgt een overzicht met de belangrijkste hennepgerelateerde gesprekken met een korte samenvatting en verwijzing naar de betreffende bijlagen.
Gesprek 1:
Deelnemers [telefoonnummer 3] ( [verdachte] ) en [telefoonnummer 7] (Contactpersoon genaamd " [persoon 3] " welke ingevoerd en gekoppeld is aan het telefoonnummer).
Gespreksperiode: 13-04-2017 t/ m 31-05-2017
Samenvatting gesprek:
In het gesprek geeft contactpersoon ' [persoon 3] ' aan dat Pallets 11 liter woensdag binnen zijn. [verdachte] bedankt contactpersoon en zegt tot woensdag. Enkele dagen daarna vermeld [persoon 3] "zijn binnen." [verdachte] reageert dat hij woensdag komt. [persoon 3] vermeldt vervolgens "2240st zijn 2 pallets van ca 1.20 mtr hoog." [verdachte] reageert hierop bevestigend met "Ok." Een dag later vraagt [persoon 3] hoe laat [verdachte] vandaag komt. [verdachte] geeft aan max 16.00 uur. [verdachte] vraagt vervolgens "Kun je me 2000 klaarzetten." [persoon 3] reageert hierop dat ze klaar staan. [verdachte] vraagt hierop het adres. [persoon 3] geeft hierop het volgende adres door [locatie 5] .
Tevens geeft [persoon 3] aan dat aan de overkant langs de kas is de ingang. Verderop in het gesprek vraagt [verdachte] ook nog of er 500 11 liter klaargezet kan worden. [persoon 3] reageert hierop met "Prima."
Gesprek 2:
Deelnemers [telefoonnummer 3] ( [verdachte] ) en [telefoonnummer 8] ( [persoon 4] ).
Gespreksperiode: 02-05-2017 t/ m 29-06-2017
Samenvatting gesprek: in het gesprek groet contactpersoon [persoon 4] [verdachte] en wil [verdachte] 2 dingen vragen. Verderop in het gesprek stuurt [persoon 4] [verdachte] een volgende bericht "Bro ik zie er van af je moet een andere katvanger vinden ik doe het niet heb nog teveel dingen die achter me aan gaan komen sorry even goede vrienden hoop ik beetje knipwerk wil ik wel doen maar dit niet sorry bro." [verdachte] reageert hierop met "Ok bro."
Gesprek 3:
Deelnemers 3 [telefoonnummer 3] ( [verdachte] ) en [telefoonnummer 9] ( [persoon 5] ).
Gespreksperiode: 12-10-2016 t/ m 06-04-2017
Samenvatting gesprek:
In het gesprek met contactpersoon genaamd [persoon 5] vraagt [verdachte] aan de persoon prijzen op van lampen van verschillende wattages o. a 600watt. [verdachte] vraagt hoeveel de prijzen zijn per 500 stuks. [persoon 5] geeft hierop enkele prijzen door aan [verdachte] . [persoon 5] reageert dat hij 2000 erbij wil anders schiet hij er niets mee op. Hierop zegt [verdachte] vervolgens letterlijk "Ik wil je bieden 8500 maar dan 120x en kast erby en kabels ik heb nu momenteel druk met financielle." [persoon 5] reageert hierop met "Dus je wil minder betalen voor meer lampen?" [verdachte] zegt hierop "By volgende partij maken we het goed. Ik heb echt eve rot tyd."
Ambtshalve is het mij bekend dat lampen met een wattage van 600 watt gangbaar gebruikt worden voor de kweek van hennepplanten in een hennepkwekerij.
Gesprek 4:
Deelnemers 311646918349 ( [verdachte] ) en [telefoonnummer 9] ( [persoon 5] ).
Gespreksperiode: 29-05-2017 t/ m 12-10-2017
Samenvatting gesprek:
In het gesprek geeft [verdachte] aan tegen [persoon 5] dat hij hetzelfde bij hem wil bestellen. Maar dat [verdachte] dan totaal 60 om en om wilt. [persoon 5] vraagt hierop voor wanneer en hoeveel rijen en hoeveel op een rij. [verdachte] geeft hierbij aan: "zes rij van zes, drie rij van drie en drie rij van 5." Verderop in het gesprek stuurt [verdachte] vermoedelijk een foto door en vraagt hij aan [persoon 5] of hij het verschil ziet. [persoon 5] vraagt hoe het komt. [verdachte] zegt hierop dat hij wil dat [persoon 5] anderen waarschuwt. [verdachte] zegt vervolgens dat [naam 1] (hennepsoort) moeilijk tegen 600wat kan. Laat staan tegen 750watt en dat ze vooral niet tegen dieptestralers kunnen.
Gesprek 6:
Deelnemers [telefoonnummer 3] ( [verdachte] ) en [telefoonnummer 10] ( [persoon 6] ).
Gespreksperiode: 19-06-2017 t/ m 20-06-2017
Samenvatting gesprek:
[verdachte] opent het gesprek en vraagt hoe het is aan contactpersoon [persoon 6] . [persoon 6] antwoordt met "Prima en met jou, heb nog een overschot!" Hierop vraagt [verdachte] wat zijn prijzen daar. [persoon 6] antwoordt hierop met " 35 42." [verdachte] zegt hierop dat is nog goed en vraagt kun je die [naam 1] kwijt voor 42. [verdachte] zegt dat hij nog 3 heeft van zijn neefje. [persoon 6] antwoordt hierop met " [naam 11] bedoel je, alleen als het mooi en zonder klein is." [verdachte] zegt vervolgens "Ja is mooi. Goede vettig." [persoon 6] geeft vervolgens aan dat hij ermee bezig gaat en dat [verdachte] het nog hoort. Verderop in het gesprek zegt [persoon 6] dat hij zsm een sample nodig heeft. [verdachte] stelt hierop voor dat hij alles gewoon zelf komt brengen. Hij geeft het een cijfer tussen 8 en 10.
Ambtshalve is het mij, verbalisant [verbalisant 3] , bekend dat de gemiddelde straatwaarde van een kilo hennep tussen de 3500 en 4500 euro ligt. Dit afhankelijk van de kwaliteit en vraag en aanbod. Tevens is het mij bekend dat in de hennepwereld de diverse wietsoorten aangeduid worden met een letter van het alfabet.
Gesprek 7:
Deelnemers [telefoonnummer 3] ( [verdachte] ) en [telefoonnummer 11] ( [persoon 7] ).
Gespreksperiode: 17-02-2016 Vm 07-11-2017
Samenvatting gesprek: In het gesprek stuurt contactpersoon genaamd [persoon 7] [verdachte] een berichtje met " [naam 1] ?" [verdachte] zegt hierop ja hele mooie. [verdachte] vraagt hierop de prijs en zegt tegen [persoon 7] zeg jij maar dan pakken we ieder puntje als hij akkoord is. [persoon 7] zegt hierop dat hij 3 weken terug 4.2 kreeg. [verdachte] zegt dat hij wel laag vindt. [persoon 7] zegt vervolgens maar tis ook kut overal. Niemand wil en veel te veel overal. [persoon 7] vraagt vervolgens aantal. [verdachte] zegt 9.5 en [persoon 7] zegt dat hij het gaat vragen. Vervolgens zegt [persoon 7] dat hij het kan wegbrengen voor 35 . [verdachte] reageert met Klotezooi. En zegt dat hij het voor 4 kan regelen als het mooi is. [persoon 7] zegt vervolgens "Ja goed.. alsje nog toevalig kleintjes nkdig hebt... ik heb ze .." [verdachte] vraagt hierop "Heb je [naam 2] ." "Ok prijs."
[persoon 7] zegt hierop "Nee [naam 1] . 2 euro stuk." Hierop vraagt [verdachte] of [persoon 7] veel kan leveren. Tevens vraagt [verdachte] "Is dat negen weekse." [verdachte] vraagt of [persoon 7] volgende week kan leveren en dat hij ze wel wil testen.
Ambtshalve is het mij, verbalisant, bekend dat in de hennepwereld hennepsoorten aangeduid worden met letters van het alfabet. Zo is het mij bekend dat met " [naam 1] " de wietsoort [naam 1] en " [naam 2] " de wietsoort [naam 2] worden aangeduid. Tevens is het mij bekend dat met "kleintjes" hennepstekjes bedoeld worden en dat genoemd bedrag van 2 euro per stuk een gangbare bedrag is voor een hennepstekje.
(…) whatsapp gesprekken medeverdachte [medeverdachte 2] :
Gesprek 1:
Deelnemers [telefoonnummer 3] ( [verdachte] ) en [telefoonnummer 2] (Contactpersoon [persoon 8] welke ingevoerd en gekoppeld is aan het telefoonnummer).
Gespreksperiode: 08-05-2017 t/ m 08-05-2017
Uit eerder onderzoek is gebleken dat telefoonnummer [telefoonnummer 2] in gebruik is bij medeverdachte [medeverdachte 2] . Ook heeft [medeverdachte 2] verklaard dat hij de gebruiker is van het telefoonnummer. Als contactpersoon in de telefoon van verdachte [verdachte] is de naam " [persoon 8] " gekoppeld aan het telefoonnummer [telefoonnummer 2] .
Samenvatting gesprek: In het gesprek zegt [verdachte] tegen [persoon 8] dat hij gesproken heeft met [naam 3] . Dat hij helemaal niet tevreden was met [bijnaam medeverdachte 4] . Hierop reageert [persoon 8] met " [bijnaam medeverdachte 4] is in opleiding." [verdachte] zegt hierop dat hij het snapt maar dat het zo niet kan. [verdachte] geeft aan dat hij hem zo spreekt. [verdachte] zegt hierop letterlijk: "Ik moet die vent hard aanspreken. Ga ik doen. Laatste waarschuwing voor [medeverdachte 4] ." Hierop zegt [persoon 8] dat het wel goed komt en dat hij even zijn plek moet weten.
Gesprek 3:
Deelnemers [telefoonnummer 3] ( [verdachte] ) en [telefoonnummer 2] ( [persoon 8] ).
Gespreksperiode: 16-02-2017 t/ m 16-02-2017
Samenvatting gesprek: In het gesprek vraagt contactpersoon [persoon 8] aan [verdachte] : "Even andere vraagt. Kun je morgen nou even wat geld missen voor [bijnaam medeverdachte 4] ." Hierop reageert [verdachte] met "Ok."
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 7 februari 2017, opgenomen op pagina 3097 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 4] :
Op donderdag 2 februari 2017 stelde ik een onderzoek in op het adres de [locatie 3] , vanwege een verdenking van overtreding van de Opiumwet.
Huurder;
Op het genoemde adres [locatie 3] , staat de volgende persoon als huurder vermeld
Achternaam: [medeverdachte 4]
Voornamen: [medeverdachte 4]
Geboren: [geboortedag 2] 1967
Geboorteplaats: [geboorteplaats 2] in Nederland
Omschrijving pand
Het bleek dat op genoemd adres een hennepkwekerij met planten aanwezig was.
Het pand betreft een bedrijfspand, namelijk:
Betreft een grote loods met kantoorgedeelte aan voorzijde/wegkant.
Kweekruimte 1
In totaal stonden er 960 hennepplanten. De gemiddelde hoogte van de planten was ongeveer 90 cm.
Per m2 stonden er 15 planten.
De plantenbakken waren gevuld met steenvol.
In totaal hingen er in de kweekruimte 36 assimilatielampen.
In de kweekruimte bevonden zich 5 koolstof filters.
De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie.
De temperatuur in de kweekruimte bedroeg 28 Celsius.
Kweekruimte 2
In totaal stonden er 920 hennepplanten. De gemiddelde hoogte van de planten was ongeveer 90 cm. Per m2 stonden er 15 planten.
De plantenbakken waren gevuld met steenvol.
In totaal hingen er in de kweekruimte 34 assimilatielampen.
In de kweekruimte bevonden zich 3 koolstoffilters.
De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie.
De temperatuur in de kweekruimte bedroeg 28 Celsius.
Vaststelling hennep
Ik, verbalisant, constateerde op grond van mijn kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren.
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 november 2017, opgenomen op pagina 2076 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 4] :
V: Over welk bedrijfspand welke jij had gehuurd, sprak jij in je eerste verhoor?
A : Ik heb een huurcontact op mijn naam gezet van de [locatie 3] . Ik heb daarin bemiddeld. Het geldt trouwens ook voor het pand aan de [locatie 4] .
(…)
V: [medeverdachte 1] zegt jou dus te kennen van het pand [locatie 3] in juli 2016, waar een hennepkwekerij in zat, en zegt dus dat jij pandjes op naam neemt en altijd bij de pandjes zit. Reageer daar eens op?
(…)
V: Sinds wanneer zat er wel een hennepkwekerij in het pand aan de [locatie 3] ?
A : Ik heb zelf meegeholpen met opbouwen (…)
(…)
V: Met welk doel heb jij dat huurcontract op naam genomen
A : Om een kwekerij op te starten.
(…)
V: Hoe vaak kwam jij daar in [plaats 2] ?
A : Elke dag behalve de weekenden.
V: Waaruit bestonden jouw werkzaamheden daar
A : Ik controleerde de stroom. Ik heb water gegeven en ik zat op kantoor om het pand te bewaken.
(…)
V: Jij was ook de huurder van het pand [locatie 4] , als ook de contractant van de Stroomleverancier.
(…)
V: Wie waren er verder nog meer betrokken bij die hennepkwekerij in [plaats 3] ?
A : [medeverdachte 2] en ik. Maar ook [medeverdachte 1] . Die kwam daar wel.
V: Wat waren jullie rol daar?
A : Opbouw en inrichten. En mijn rol was daar ook de huurcontract en dat ik daar bijna elke dag aanwezig was.
9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 februari 2017, opgenomen op pagina 3096 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 4] , zakelijk weergegeven:
Op verzoek van politie ambtenaar [naam 4] werd door mij verbalisant [verbalisant 4] op donderdag 2 februari 2017 een toegangsdeur in een roldeur geopend van perceel [locatie 3] .
In de loods werden twee kweekruimten met nagenoeg volgroeide zaadloze vrouwelijke hennepplanten aangetroffen. De planten werden geteeld vanuit stek en waren gepot in potten gevuld met potgrond en steenwol.
De elektra werd op legale wijze van het net afgenomen echter waren er door de gebruiker verzwaarde zekeringen geplaatst.
In november 2016 was door een meteropnemer van de [netbeheerder] de meterstand nog opgenomen hetgeen nu vermeerderd was met circa 40 duizend kilowatt.
Bovenstaande duidt op 1 kweekcyclus.
10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 8 november 2017, opgenomen op pagina 2374 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 3] , zakelijk weergegeven:
Op woensdag 8 november 2017 heb ik, verbalisant [verbalisant 3] , onderzoek ingesteld naar de historische printgegevens van de volgende telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] . Hierbij heb ik gericht gekeken en onderzoek ingesteld naar de contacten op de printlijsten op de dag van en de dag na de ontdekking van beide kwekerijen gelegen aan de [locatie 2] en [locatie 3] .
Ontdekking en ontmanteling kwekerijen
Op donderdag 2 februari 2017 omstreeks 14.00 uur werd er aan de [locatie 3] een hennepkwekerij aangetroffen en ontmanteld.
Onderzoek historische printlijst [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2]
Uit onderzoek is gebleken dat telefoonnummer [telefoonnummer 1] in gebruik is bij verdachte [medeverdachte 1] .
Uit onderzoek is gebleken dat telefoonnummer [telefoonnummer 2] in gebruik is bij verdachte [medeverdachte 2] .
Contacten rondom ontdekking hennepkwekerij [locatie 3] :
Op de dag van en een dag na de ontdekking van de hennepkwekerij aan de [locatie 3] zijn de volgende contacten te zien;
Inkomend
SMS
02-02-2017
17:59:43
[telefoonnummer 1]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
Inkomend
SMS
02-02-2017
17:59:43
[telefoonnummer 1]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
Inkomend
SMS
02-02-2017
17:59:44
[telefoonnummer 1]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
Uitgaand
SMS
02-02-2017
18:06:41
[telefoonnummer 1]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
Uitgaand
SMS
02-02-2017
18:06:41
[telefoonnummer 1]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
Inkomend
SMS
02-02-2017
21:21:53
[telefoonnummer 1]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
Inkomend
SMS
02-02-2017
21:21:53
[telefoonnummer 1]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
Inkomend
SMS
02-02-2017
21:21:54
[telefoonnummer 1]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
Inkomend
SMS
02-02-2017
21:22:00
[telefoonnummer 1]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
Inkomend
SMS
02-02-2017
21:22:00
[telefoonnummer 1]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
Inkomend
SMS
02-02-2017
21:22:01
[telefoonnummer 1]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
Uitgaand
SMS
02-02-2017
21:23:26
[telefoonnummer 1]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
Inkomend
GESPREK
03-02-2017
10:09:37
[telefoonnummer 2]
[telefoonnummer 12]
[medeverdachte 4]
Inkomend
GESPREK
03-02-2017
22:22:23
[telefoonnummer 2]
[telefoonnummer 3]
[verdachte]
Uit bovenstaande gegevens is te zien dat verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte] op de dag van de ontdekking, donderdag 2 februari 2017, op meerdere momenten contact met elkaar hebben.
Uit bovenstaande gegevens is er te zien dat verdachte [medeverdachte 2] vervolgens op de dag na de ontdekking, vrijdag 3 februari 2017, telefonisch contact heeft met telefoonnummer [telefoonnummer 12] en verdachte [verdachte] .
Uit onderzoek in het politiesysteem BVI-IB bleek dat het telefoonnummer [telefoonnummer 12] in gebruik is bij verdachte [medeverdachte 4] . Verdachte [medeverdachte 4] betreft de toenmalige huurder van het pand aan de [locatie 3] alwaar de hennepkwekerij ontdekt was.
11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor [persoon 9] , d.d. 8 november 2017, opgenomen op pagina 57 van de aanvulling op voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [persoon 9] :
V: Wie is [verdachte] ?
(het hof begrijpt: verdachte [verdachte] )
A : Dat is de persoon die mij heeft gebeld voor [plaats 2] . Hij vroeg mij of ik een uitbereiding wilde maken in een meterkast in [plaats 2] . ik heb jullie dit pand toen aangewezen.
V: In je eerder verklaring geeft je aan dat je in [plaats 2] ook een meterkast hebt gemanipuleerd, wij zijn met jou naar dit adres gereden, dit betrof de [locatie 3] . Uit onderzoek is gebleken dat deze hennepkwekerij in februari 2017 al door de politie is geruimd. Jij hebt telefonisch contact gehad met [verdachte] medio maart en april 2017, [verdachte] is een van de verdachten van de hennepkwekerij die jij ons hebt aangewezen in [plaats 2] . Waarom had jij na februari nog contact met deze [verdachte] ?
A : Dan was het eerder dat ik die meterkast heb gedaan. Ik denk dat hij mij nadien nog wel gebeld heeft met een vraag of zo.
V: Kom op [persoon 9] , waarom belde hij jou?
A : ....... hij belde mij voor lampen ofzo .... hij wilde iets weten over aansluitingen... over stoom
(het hof begrijpt: stroom)en over ampères ofzo voor lampen. Hij noemde een aantal lampen en dan moest ik zeggen hoeveel ampère hij moest hebben ... dit ging om 8 lampen. Ik heb hem daarin toen geadviseerd. In totaal kwam het voor 8 van 600 watt dit komt op 2,6 ampère per lamp, dit keer 8 en dan heb je watje nodig hebt voor de zekering. Dit was het enige wat hij wilde weten.
V: Hoeveel meterkasten heb jij voor deze [verdachte] omgebouwd voor de teelt van hennep?
A : Geen een, ik heb alleen 1 meterkast uitgebreid voor de hennep.
V: Wat kreeg je voor deze meterkast?
A : Gewoon 500 euro, dat was een vaste van mij.
12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij (met bijlagen) d.d. 22 januari 2018, opgenomen op pagina 3961 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :
Ter zake een verdenking van overtreding van de Opiumwet stelde ik op woensdag 22 november 2017 een onderzoek in op het adres [locatie 4] . Op woensdag 22 november 2017 constateerde ik het volgende:
Binnentreden pand [locatie 4]
Vervolgens ben ik verbalisant naar het pand aan de [locatie 4] gereden waar ik omstreeks 07:00 uur aankwam en samen met collega's, middels de verkregen sleutels van verdachte [medeverdachte 4] , het pand binnengetreden via de hoofdtoegang van het pand. Toen ik het pad door de hal volgde kwam ik al snel bij, na telling 325 vuilniszakken, gevuld met gebruikt teelaarde met daarin afgeknipte hennepplanten, gemiddeld 4 hennepplanten per vuilniszak, (totaal 1300 afgeknipte hennepplanten).
(…)
Rechts van deze vaten was een stalen trap naar een boven ruimte welke was afgesloten met een deur, welke niet op slot zat. Na het openen van deze deur kwam ik in een tussenruimte met een zwart zeil, na het verwijderen van het zeil zag ik een in werking zijnde hennepkwekerij, ruimte 1.
Rechts achterin hing nog een zwart zeil, bij het opzij trekken van dit zeil zag ik verbalisant nog een in werking zijnde hennepkwekerij, ruimte 2.
Kweekruimte 1
In deze ruimte stonden plantenbakken van 25x25 cm gevuld met teelaarde en jonge hennepplanten, ongeveer 1 week oud. In totaal stonden er 641 hennepplanten. De gemiddelde hoogte van de planten was ongeveer 10 cm. Per m2 stonden er 16 planten.
Kweekruimte 2
In deze ruimte stonden plantenbakken van 25x25 cm gevuld met teelaarde en jonge hennepplanten, ongeveer 2 week oud. In totaal stonden er 738 hennepplanten. De gemiddelde hoogte van de planten was ongeveer 15 cm. Per m2 stonden er 16 planten.
Vaststelling hennep
Ik, verbalisant, constateerde op grond van mijn kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren.
13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 november 2017, opgenomen op pagina 3911 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :
In het onderzoek Miograna is gebleken dat er in het pand aan de [locatie 4] vermoedelijk een hennepkwekerij is gevestigd. Naar aanleiding van dit vermoeden zijn de energiegegevens van het pand opgevraagd. Van de gevorderde gegevens is vervolgens proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. Uit deze gegevens kon blijken dat het energie contract van het pand op naam stond van een persoon genaamd:
[medeverdachte 4]
[locatie 4]
[postcode woonplaats]
Telefoon [telefoonnummer 5]
E-mail: [e-mailadres]
Rekeningnummers: [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 2]
In het onderzoek Miograna zijn onder BOB-032-02 de historische telefoongegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 5] gevorderd. Van de historische telefoongegevens is onder AH-044-01 een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt waaruit blijkt dat het telefoonnummer [telefoonnummer 5] vermoedelijk in gebruik is bij verdachte [medeverdachte 4] .
Vervolgens bleek uit AH-045-01 en AH-058-01, proces-verbaal van bevindingen van de rekeningnummers [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 2] , dat deze op naam staan van verdachte [medeverdachte 4] .
Uit tapgesprekken, TA006 doelproductnummer 141, wat plaats had gevonden op maandag 13 november 2017 om 14:04:27 en TA006 Productnummer 265, wat plaats had gevonden op donderdag 16 november om 12.37 uur, bleek dat verdachte [medeverdachte 4] gesprekken had met energiebeheerder [netbeheerder] en met [energieleverancier] waarbij hij aangeeft [medeverdachte 4] te heten. Gezien al deze feiten en omstandigheden blijkt dat [medeverdachte 4] in werkelijkheid verdachte [medeverdachte 4] is.
14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2018, opgenomen op pagina 4061 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :
Op woensdag 10 januari 2018 deed ik onderzoek naar de in beslag genomen goederen afkomstig uit de woning van verdachte [medeverdachte 3] aan de [locatie 6] . Tijdens de doorzoeking op woensdag 22 november 2017 is een notitie, C.04.02.001, in beslag genomen. Deze notitie werd aangetroffen in de oud papierbak in de keuken. Ik verbalisant zag dat er op de notitie de volgende dingen stonden:
3x 12.500
1x 7.500 ± 53.000
[naam 5] 4.500
[naam 6] 2.000
[naam 7] ?
[naam 8] 1.000
Huur/elec. ± 10.000
Cocos 2.500
Stek ± 6.000
Voeding 1.500
--------
20
Opbrengst ± 75.000/90.000
Nw. Loc. ± 10.000
Stek/coco/voeding ± 10.000
Materiaal 1.000
--------
21.000 zonder lampen, filters enz
15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 maart 2018, opgenomen op pagina 3912 e.v., inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 6] :
Sessienummer 135:
Verdachte [medeverdachte 3] belt met verdachte [medeverdachte 4] (13/11/2017 11.15.1511)
Er wordt door [medeverdachte 3] gevraagd of [medeverdachte 4] op kantoor is. Ook vraagt [medeverdachte 3] , of [medeverdachte 4] nog wat van de [bijnaam verdachte] heeft gehoord. De [bijnaam verdachte] was nog even langs geweest volgens [medeverdachte 4] en had nog even alles nagekeken en is weer vertrokken. Hij was met de trainingsbroekenman, [naam 5] . Hiermee wordt [naam 5] bedoelt. [medeverdachte 2] komt ook aan de lijn en spreekt met [medeverdachte 4] . [medeverdachte 2] vraagt of hij weet of de [bijnaam medeverdachte 1] zijn geld al heeft gehad en wanneer het spul weggehaald moet worden. Uit mastgegevens van [medeverdachte 4] blijkt dat de mast aangestraald wordt aan de [locatie 7] . Dit is vlakbij de [locatie 4] .
Sessienummer 2846:
Verdachte [medeverdachte 3] belt met verdachte [medeverdachte 1] (13/11/2017 12.04.45u)
[medeverdachte 1] vertelt dat hij onze [bijnaam verdachte] vriend nog heeft gesproken. [medeverdachte 1] heeft nog steeds niets ontvangen. [medeverdachte 3] zegt dat hij ook nog niets heeft gekregen. [medeverdachte 3] gaat nog wat pandjes bekijken. Als ze wat nieuws hebben, dat hoort [medeverdachte 1] dat wel.
Sessienummer 3553:
Verdachte [medeverdachte 3] belt met verdachte [medeverdachte 1] (13/11/2017 17.42.36u)
[medeverdachte 3] zegt dat ze morgen wat krijgen allemaal. [medeverdachte 1] zegt dat hij op zwart zaad zit. "Hij" stelt de betalingen steeds uit. [medeverdachte 3] zegt dat hij verwacht dat [medeverdachte 3] nog wat rond gaat knallen. [medeverdachte 3] gaat dat wel doen, maar niet meer dan dat.
Sessienummer 45:
Verdachte [medeverdachte 1] belt verdachte [medeverdachte 3] (1 33/11/2017 20.26.12u)
[medeverdachte 3] vertelt tegen [medeverdachte 1] , dat alles er weer uitgetrokken is, omdat het schijnt niet goed te zijn. [medeverdachte 1] weet alweer wat voor verhaal er gaat komen. Dus alles wat zij met z'n allen hadden gedaan was niet goed. Volgens [medeverdachte 3] scheen het niet naar zijn zin te zijn geweest. Hij weet niet of er nieuwe komen. Dit heeft de directeur zelf gezegd.
Sessienummer 3649: Verdachte [medeverdachte 3] belt met verdachte [medeverdachte 1] (13/11/2017 20.33.56u)
[medeverdachte 3] vertelt dat de babies niet goed zijn. [medeverdachte 3] zegt dat die jongen beter alleen kan werken. Uit het verhoor met verdachte [medeverdachte 1] blijkt dat er met babies, nieuwe hennepstekjes wordt bedoeld.
Sessienummer 208: Verdachte [medeverdachte 4] belt met verdachte [medeverdachte 2] ( 13/11/2017 20. 35 .36u)
Vanavond rond half 6 stond ie met zijn trainingspakkie voor de deur, zegt [medeverdachte 4] . Ze hebben alles eruit gehaald, want de kleur was niet goed. [medeverdachte 2] zegt dat ie gek is, want dat kan je nog niet zien na drie dagen. Ze hebben om 14 uur afgesproken op 14 november 2017, om de nieuwe er in te zetten. [medeverdachte 4] heeft alles alleen ingepakt met die [bijnaam verdachte] met het trainingspakkie. Het lijkt [medeverdachte 2] sterk dat ie het omruilt.
Sessienummer 52: Verdachte [medeverdachte 1] belt met verdachte [medeverdachte 3] (14/11/2017 10.06.22u )
[medeverdachte 1] zegt tegen [medeverdachte 3] dat die vent het steeds uitstelt en dat bij nog steeds niets heeft. [medeverdachte 3] vindt het schandalig. [bijnaam medeverdachte 4] en [naam 6] hebben alles eruit gehaald en er weer ingezet.
16. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal onderzoek crypto telefoon d.d. 6 februari 2018, opgenomen op pagina 4070 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 3] :
Op dinsdag 30 januari 2018 deed ik nader onderzoek naar de in beslag genomen digitale gegevensdrager afkomstig uit de woning van verdachte [verdachte] aan de [adres] . Tijdens de doorzoeking op woensdag 22 november 2017 werd de volgende digitale gegevensdrager 13.01.03.003 in beslag genomen.
Uit onderzoek bleek dat de gegevensdrager een zogenaamde crypto telefoon, merk bq Aquaris X5, betrof. De gegevensdrager is in een veilige en afgeschermde ruimte van het Nederlands Forensisch Instituut onderzocht en bekeken. Van de gegevens zijn schermafbeeldingen gemaakt. Hieronder volgt een overzicht van schermafbeeldingen met relevante informatie voor het onderzoek. De betreffende bijlagen zijn bijgevoegd bij dit proces-verbaal van bevindingen.
Bijlage 1:
Schermafbeelding van hoofdgebruikersaccount van de telefoon genaamd " [account 1] "
Op de schermafbeelding zijn daaronder de verschillende subgebruikersaccount te zien welke gebruikt worden voor de verschillende "apps. Voor EncoChat is dat " [account 2] ," EncroMail " [account 3] " en EncroTalk " [account 4] ."
Bijlage 2:
Schermafbeelding van een bericht welke is gestuurd door contactpersoon genaamd " [naam 9] " aan gebruikersaccount van telefoon genaamd " [account 5] ." Tevens te zien dat het originele bericht gestuurd was naar " [account 6] ." Het bericht is gestuurd in de Servo- Kroatische taal en is later via " [naam 10] " doorgestuurd naar de versleutelde gebruikeraccount " [account 7] ". Aannemelijk is dat verdachte [verdachte] dus de gebruiker is van de gebruikersaccount " [account 8] " en de daarbij horende namen welke gebruikt worden voor de verschillende diensten.
Samenvatting bijlagen 4 t/ m 16:
Ik verbalisant heb de overige schermafbeeldingen bekeken en gelezen. Ik zag dat de meeste berichten in de Engelse taal gestuurd waren. Ik ben de Engelse taal voldoende machtig om een globale samenvatting te geven van de inhoud van deze berichten. In de gesprekken wordt er gesproken over verschillende wietsoorten zoals " [naam 1] " en " [naam 11] ." De gebruiker van de telefoon geeft aan dat hij goede wiet heeft en vraagt aan de ontvanger of deze klanten daarvoor heeft. Tevens wordt er gevraagd door de gebruiker van de telefoon of de ontvanger klanten heeft in Duitsland. Er worden in berichten gesproken over de kwaliteit van de wiet, hoeveelheden en prijzen per kilo. Ook vraagt een ontvanger aan de gebruiker van de telefoon voor welke producten de klanten moeten zijn. De gebruiker van de telefoon geeft hierbij aan wiet, wit of speed. De gesprekken gaan verder over de levering van 4000 kilo Albanese wiet aan [plaats 5] . Verder geeft de gebruiker van de telefoon aan in [plaats 6] is en daar probeert " [naam 1] " te verkopen en vraagt tevens aan de ontvanger of hij klanten in [plaats 7] heeft.
Samenvatting bijlagen 17 t/ m 23:
De bijlagen 17 t/ m 23 waren schermafbeeldingen van berichten in de Servo-Kroatische taal. Al deze schermafbeeldingen zijn aangeleverd en vertaald door de Servo-Kroatische tolk [tolk] . Hieronder volgt een globale samenvatting van de inhoud van deze berichten.
In de gesprekken worden bedragen genoemd voor " [naam 1] " (wietsoort). Tevens wordt er gevraagd wat 1400 "kleintjes" kosten. Mij is het ambtshalve bekend dat met kleintjes hennepstekjes bedoeld worden.
17. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 september 2017, opgenomen op pagina 3937 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 3] :
Op vrijdag 15 september 2017 omstreeks 08.00 uur bevond ik mij aan het politiebureau in [plaats 1] gelegen aan de [locatie 8] . Uit eerder onderzoek naar de bakengegevens, afkomstig van het voertuig voorzien van het kenteken [kenteken 1] , bleek dat het voertuig op vrijdag 8 september 2017 en maandag l 1 september 2017 stil had gestaan aan de [adres] . Het voertuig zou ter hoogte van nummer [nummer 1] en [nummer 2] hebben stilgestaan.
Omstreeks 08.20 uur zag ik, middels liveview van het baken, dat het eerdergenoemd voertuig in beweging was. Ik zag dat het voertuig vanaf de [locatie 9] richting de N33 reed. Ik zag hierop dat het voertuig richting [plaats 1] reed. Hierop ben ik in een onopvallend voertuig richting de [adres] gereden. Aangekomen op de [adres] heb ik mijn voertuig in de nabije omgeving van nummer [nummer 1] en [nummer 2] geparkeerd. Ik zag dat nummer [nummer 2] een hoekwoning betrof. Ik zag tevens dat er op de oprit naast de woning een donkerkleurige Mercedes-Benz, type Vito bestelauto, voorzien van het kenteken [kenteken 2] geparkeerd stond.
Ik zag dat er meerdere registraties waren op het voertuig in ons politieregistratiesysteem. Ik zag dat er door collega’s vaker was geconstateerd dat het voertuig op de oprit geparkeerd stond aan de [straat 1] [nummer 2] . Het is mij ambtshalve bekend dat op het adres woonachtig is;
Identiteit: [verdachte] ( [verdachte] )
Geboren: [geboortedag 1] 1981 ( [nummer 2] ) te [geboorteplaats 1]
Ik zag omstreeks 08.52 uur dat er een zwarte Meredes-Benz [naam 11] 160 de [straat 1] in kwam rijden. Ik zag dat het voertuig voorzien was van het kenteken [kenteken 1] . Ik zag dat het voertuig voor de woning aan de [straat 1] [nummer 2] parkeerde. Ik zag dat de bestuurder van het voertuig uitstapte en herkende deze als de voor mij ambtshalve bekende [medeverdachte 2] . Ik zag dat [medeverdachte 2] naar de hoekwoning, gelegen aan de [straat 1] [nummer 2] , liep en uit het zicht verdween.
Omstreeks 09.17 uur zag ik dat [medeverdachte 2] weer naar zijn voertuig liep en instapte. Ik zag dat hij hierop wegreed richting [straat 2] in [plaats 1] . Ongeveer 10 seconden hierna zag ik dat de eerdere genoemde bestelauto, de Mercedes-Benz Vito voorzien van het kenteken [kenteken 2] , achteruit de oprit afreed. Ik zag en herkende de bestuurder als de voor mij ambtshalve bekende [verdachte] welke woonachtig is aan de [straat 1] [nummer 2] in [plaats 1] . Ik zag dat het voertuig de straat uitreed en uit het zicht verdween.
Uit eerder onderzoek van de bakengegevens bleek dat het voertuig voorzien van [kenteken 1] , na stil te hebben gestaan aan de [straat 1] in [plaats 1] , hierop richting de [locatie 4] reed. Hierop ben ik richting [plaats 3] gereden.
Omstreeks 10.00 uur bevond ik mij aan de [locatie 4] . Omstreeks 10.02 uur zag ik dat het voertuig, de Mercedes-Benz voorzien van het kenteken [kenteken 1] , de [locatie 4] in kwam rijden. Ik zag dat het voertuig naast het bedrijfspand aan de [locatie 4] parkeerde. Ik zag dat de bestuurder uitstapte. Ik zag en herkende de bestuurder als zijnde [medeverdachte 2] . Ik zag dat [medeverdachte 2] hierop het pand binnen ging via de voordeur.
18. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal administratie hennepgerelateerde goederen [verdachte] d.d. 22 januari 2018, opgenomen op pagina 4064 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Op maandag 22 januari 2018 stelde ik een onderzoek in naar de inbeslaggenomen administratie van verdachte [verdachte] . De administratie werd in beslag genomen in zijn woning gelegen aan de [adres] .
Ik zag een rekening van het bedrijf [bedrijf 1] , op het adres [locatie 10] . De rekening was gericht aan: [persoon 10] . Het in rekening gebrachte bedrag betrof 2300 euro voor 120 x Gavita + kabels.
Ik heb de openbare bron Google geraadpleegd en de bovenstaande bedrijfsnaam en het bijbehorende adres opgezocht. Vervolgens zag ik dat het bedrijf [bedrijf 1] heet en gevestigd is aan de [locatie 10] . Dit bedrijf is gespecialiseerd in kassensloop, kassenbouw en levering van kasinstallaties en kasmaterialen.
Ik heb vervolgens het product wat afgenomen is opgezocht op de openbare bron Google. Gavita is een type lamp van het merk Philips. Vervolgens zag ik een factuur van het bedrijf " [bedrijf 2] ". Dit betreft een Growshop welke gevestigd is aan de [locatie 11] . De factuur is opgemaakt op 13-04-2017, op de factuur staan allemaal goederen welke gebruikt worden in een hennepkwekerij.
Het totaalbedrag wat op de factuur staat is 4.199,79 euro.
(...)
Vervolgens zag ik een factuur waarop geen bedrijfsnaam stond, deze factuur dateert van 17-10-2017. Te zien is dat er 240 zakken Cocos substraat van 50 liter is besteld. Hiervoor werd een bedrag berekend van 1826,91 euro. ( ... ) Ambtshalve weet ik dat deze Cocossubstraat vaak gebruikt wordt als "potgrond" in hennepkwekerijen.
19. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 november 2017, opgenomen op pagina 2518 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [verdachte] :
V: [verdachte] , gisteren heb jij verklaard dat je bereikbaar bent op nummer [telefoonnummer 3] , hoe lang heb jij dat nummer al in gebruik?
A : Oef, hoe lang heb ik dat abonnement, al jaren heb ik dat nummer.

Bewijsoverwegingen feiten 1, 3 en 4

Verdachte wordt onder de feiten 1, 3 en 4 kortgezegd verweten dat hij in 2016 en 2017 samen met anderen hennep heeft geteeld in hennepkwekerijen in respectievelijk [plaats 1] , [plaats 2] en [plaats 3] .
Verdachte heeft strafbare betrokkenheid bij deze kwekerijen ontkend en namens hem is dan ook vrijspraak bepleit. Daartoe is, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] niet betrouwbaar zijn en daarom niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Ook is betoogd dat verdachte enkel wat adviezen heeft gegeven en op grond van het dossier niet als medepleger kan worden aangemerkt.
Het hof overweegt hieromtrent als volgt.
De betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] .
In strafzaken geldt als uitgangspunt dat aangiftes en andere verklaringen kritisch en zorgvuldig worden bezien. Verklaringen dienen te worden beoordeeld op consistentie, accuraatheid en volledigheid. Het enkele feit dat in verklaringen op onderdelen verschillen voorkomen, maakt deze verklaringen op zichzelf niet onbetrouwbaar. Dat verklaringen - op onderdelen of op detailniveau – niet geheel overeenkomen, kan immers te wijten zijn aan de feilbaarheid van het menselijk geheugen, teweeggebracht onder invloed van emoties ontstaan door het delict of door tijdsverloop. Het gaat om de totale indruk die de verklaringen maken en de wijze waarop zij zijn afgelegd.
Medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben zichzelf verregaand belast met hun verklaringen en hebben daarnaast ook over de rol van verdachte bij de hennepkwekerijen verklaard. [medeverdachte 2] heeft daarbij niet alleen de verklaring van [medeverdachte 1] over de rol van verdachte bevestigd, maar heeft ook verklaard over de financiële rol die verdachte vervulde. Beide medeverdachten zijn op 11 maart 2021 bij de rechter-commissaris en op 13 augustus 2024 bij de raadsheer-commissaris nogmaals gehoord. Zij hebben toen weliswaar niet nader willen verklaren over de rol van verdachte, maar hebben bij de rechter-commissaris verwezen naar hun verklaring bij de politie en zijn niet teruggekomen op hun eerdere verklaringen. Op 15 oktober 2025 is [medeverdachte 1] door de raadsheer-commissaris opnieuw gehoord op een moment dat hem geen verschoningsrecht meer toekwam. Ook toen heeft hij grotendeels in overeenstemming met zijn eerdere politieverklaring verklaard, onder meer over de rol die verdachte bij de hennepkwekerijen heeft gehad.
Naar het oordeel van het hof hebben [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op essentiële onderdelen gedetailleerd en consistent verklaard over de opbouw en de exploitatie van de hennepkwekerij. Het hof acht het niet aannemelijk geworden dat zij enig belang hadden bij het afleggen van een onjuiste, voor verdachte belastende verklaring.
Dat de verklaringen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] ook accuraat zijn, volgt uit de steun die daarvoor in ander bewijsmateriaal is te vinden met betrekking tot de rol van verdachte bij elk van de drie aangetroffen hennepkwekerijen, zoals hieronder uiteengezet.
[locatie 1] / [locatie 2] te [plaats 1]
Uit onderzoek van telefoongegevens blijkt dat verdachte rondom de ontdekking door de
politie van de hennepkwekerij aan de [locatie 1] / [locatie 2] op 6 maart 2017 veelvuldig contact heeft gehad met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . De rol van verdachte wordt tevens bevestigd
in een WhatsApp-gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 2] op 3 februari 2017, de
dag na de ontdekking van de hennepkwekerij aan de [locatie 3] . In dit gesprek wordt onder meer gesproken over die 'tokkies.' Naar het oordeel van het hof wordt daarmee verwezen naar de bewoners van [locatie 2] , die door [medeverdachte 1] in een eerder gesprek ook zijn aangeduid als 'tokkies' die nog hebben meegeholpen in de mestsilo. Op het moment van dat WhatsApp-gesprek was de hennepkwekerij aan de [locatie 1 en 2] nog in werking.
[locatie 3]
Uit onderzoek van telefoongegevens blijkt dat verdachte in de periode direct rondom de ontdekking door de politie van de hennepkwekerij aan de [locatie 3] op 2 februari 2017 veelvuldig contact heeft gehad met medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] , die allen een bekennende verklaring hebben afgelegd over hun eigen rol in het opzetten en exploiteren van deze hennepkwekerij. Verdachte heeft geen plausibele verklaring gegeven voor deze (veelvuldige) contacten. Dat verdachte een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan deze hennepkwekerij vindt ook steun in de verklaring van [persoon 9] , waarin hij heeft aangegeven dat hij in opdracht van verdachte de meterkast aan de [locatie 3] heeft uitgebreid. Voor deze werkzaamheden zou [persoon 9] € 500,- hebben ontvangen van verdachte. De verklaring van verdachte dat hij [persoon 9] alleen in contact zou hebben gebracht met [medeverdachte 4] acht het hof in het licht van de overige bewijsmiddelen niet geloofwaardig.
[locatie 4]
Ten aanzien van de hennepkwekerij aan de [locatie 4] blijkt uit tapgesprekken dat verdachte, die ook wel ' [bijnaam verdachte] ' wordt genoemd, op 13 november 2017 langs is geweest bij deze hennepkwekerij en toen heeft besloten dat de reeds geplaatste stekjes allemaal vervangen moesten worden omdat ze niet goed zouden zijn aangelegd. Verdachte had dus een zodanige positie binnen de groep dat hij kon besluiten om reeds geplaatste stekjes te laten vervangen.
Bij verdachte zijn meerdere facturen aangetroffen, waaruit blijkt dat er door hem hennepgerelateerde goederen zijn aangeschaft. Eén van deze facturen met een totaalbedrag van € 4.199,79 is gedateerd op 13 april 2017, terwijl de hennepkwekerij aan de [locatie 4] rond die datum is opgebouwd en ingericht. De verklaring van verdachte dat de betreffende facturen niet van hem zijn en dat hij bonnetjes bewaart voor vrienden, acht het hof reeds op zichzelf - maar zeker in het licht van de overige bewijsmiddelen - niet geloofwaardig.
Bij verdachte zijn door de politie ook meerdere telefoons en digitale gegevensdragers in
beslag genomen, waaronder een PGP-telefoon. Deze toestellen gebruiken een type
versleuteling of encryptie die maakt dat berichten niet onderschept kunnen worden door
bijvoorbeeld overheden, veiligheidsdiensten of de politie. Deze telefoons en de overige
gegevensdragers zijn onderzocht en daarop zijn meerdere (WhatsApp-)gesprekken
aangetroffen die hennepgerelateerd zijn. Zo blijkt onder meer dat verdachte heeft
geïnformeerd naar het gebruik van lampen in combinatie met bepaalde soorten hennep. Ook
heeft verdachte rond de datum waarop de hennepkwekerij aan de [locatie 4] is
aangetroffen contact gehad met mensen over het leveren van hennepgerelateerde goederen.
Verder bood iemand zich aan om knipwerk voor verdachte te doen en voerde verdachte gesprekken over verschillende soorten wiet, de kwaliteit daarvan, hoeveelheden en prijzen per kilo. Het hof leidt uit de inhoud van deze gesprekken en de overige bewijsmiddelen af dat verdachte zich in de periode van de tenlastelegging onmiskenbaar heeft beziggehouden met het telen van hennep.
De door medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] omschreven aansturende rol van
verdachte wordt door het bovenstaande eveneens bevestigd. Zo blijkt uit een aangetroffen
WhatsApp-gesprek op de telefoon van verdachte dat verdachte op 8 mei 2017 in gesprek met medeverdachte [medeverdachte 2] aangeeft dat ` [bijnaam medeverdachte 4] ', oftewel medeverdachte [medeverdachte 4] , aangesproken moet worden en dat het zijn laatste waarschuwing wordt. [medeverdachte 2] heeft daarbij aangegeven dat [medeverdachte 4] nog in opleiding is. [medeverdachte 4] was in die periode bijna dagelijks in het pand aan de [locatie 4] aanwezig om de hennepkwekerij in de gaten te houden en was ook de huurder van het pand. Op 16 februari 2017 heeft medeverdachte [medeverdachte 2] aan verdachte gevraagd of hij geld kan missen voor ' [bijnaam medeverdachte 4] .'
Nu de verklaringen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] gedetailleerd en consistent zijn en deze bovendien steun vinden in de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, ziet het hof geen enkele reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van hun verklaringen te twijfelen. Het hof gebruikt deze dan ook voor het bewijs.
Medeplegen
[medeverdachte 1] heeft verdachte als een soort 'projectleider' van de hennepkwekerijen omschreven en wanneer medeverdachte [medeverdachte 2] met die omschrijving wordt geconfronteerd, bevestigt hij deze. Uit de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] blijkt tevens dat verdachte opdrachten gaf, betalingen verrichtte en regelmatig aanwezig was bij de locatie van de hennepkwekerijen. Deze door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] omschreven rol van verdachte vindt bevestiging in een WhatsApp-gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 2] op de dag na de ontdekking van de hennepkwekerij aan de [locatie 3] , waarin verdachte spijt zegt te hebben van het niet aanschaffen van ozon. Uit algemene bron is bekend dat ozon ook wel in hennepkwekerijen gebruikt wordt om de geur te onderdrukken. Ook blijkt uit een Whatsappgesprek dat verdachte bezig was om een ‘katvanger’ te regelen. Dit alles duidt op een actieve, organisatorische en aansturende rol bij de inrichting van de kwekerij.
Het hof stelt op grond van de bewijsmiddelen dan ook vast dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking en dus van medeplegen tussen verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en (met betrekking tot de kwekerijen in [plaats 2] en [plaats 3] ) [medeverdachte 4] .
Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat sprake was van professionele en
grootschalige hennepkwekerijen, gericht op het verwerven van zoveel mogelijk inkomsten dan wel winst. De kwekerijen waren dus beroeps- of bedrijfsmatig van aard.
Gelet op het voorgaande acht het hof de onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Vrijspraak feiten 2 en 5

Verdachte wordt onder de feiten 2 en 5 verweten, kortgezegd, dat hij zich heeft schuldig
gemaakt aan de diefstal (in vereniging) van stroom (feit 2 en 5) en gas (feit 2). Daarbij gaat het blijkens het dossier om stroom/gas die/dat ten behoeve van de hennepkwekerijen in [plaats 1] (stroom/gas) en [plaats 3] (stroom) illegaal is afgetapt.
Het hof heeft hiervoor overwogen dat verdachte een aanzienlijke rol heeft gehad bij de
hennepteelt in deze kwekerijen. Die vaststelling is echter op zichzelf niet zonder meer
voldoende voor een bewezenverklaring van de diefstal van stroom en/of gas. Bij hennepkwekerijen wordt immers niet per definitie stroom/gas op illegale wijze weggenomen, getuige ook de kwekerij die in het onderhavige onderzoek in [plaats 2] is ontmanteld.
Het dossier bevat geen aanwijzingen dat verdachte zelf bij de meterkasten is geweest. Ook anderszins is op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting niet gebleken dat verdachte op enige wijze opdracht heeft gegeven tot of wetenschap heeft gehad van het feit dat er stroom/gas illegaal werd weggenomen. Nu van enige betrokkenheid van verdachte bij de diefstal van stroom en/of gas niet is gebleken, zal het hof verdachte van het onder feit 2 en 5 tenlastegelegde vrijspreken.

Bewijsmiddelen feit 6

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28
november 2017, opgenomen op pagina 5895 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 7] :
Op zondag 26 november 2017 werd ik aan het begin van de middag gebeld door [medeverdachte 1] . Hij vertelde mij - kort samengevat- dat [verdachte] zaterdagavond (de avond ervoor) twee keer bij hem thuis was geweest aan de [locatie 12] en hem had bedreigd. In dat telefoongesprek hoorde ik [medeverdachte 1] zeggen:
  • [verdachte] kwam de eerste keer om 9 uur 's avonds. Hij was boos en wilde weten wat ik over hem verklaard had. Hij zei dat hij ons allemaal af zou maken als ik over hem zou hebben verklaard en dat ik zou worden verbrijzeld.
  • Terwijl hij binnen was hield hij steeds een hand in zijn broek zak. Omdat ik niet wist wat hij daar in had zitten, was ik erg bang. Ik heb ontkend dat ik iets over hem heb verklaard. Ik kan niet anders joh.
  • Toen ging hij weg, maar [verdachte] kwam twee uur later om elf uur weer. Hij zei dat hij moest weten wat ik verklaard had. Hij zei dat ik mijn verklaring moest opvragen en aan hem moest laten zien. Hij zei dat hij ook met zijn rug tegen de muur stond.
  • Hij zei mij dat ik maandagavond naar zijn huis moest komen. Ik moet mijn auto dan ver bij zijn huis vandaan parkeren en het laatste stuk lopen.
In dit telefoongesprek klonk [medeverdachte 1] erg angstig. Ik hoorde hem ook o. a . zeggen:
- Ik ben zo bang jongen. Ik ben zo bang. Hij is gek. Ik wil niet dood.
Op dezelfde dag belde [medeverdachte 1] mij nogmaals net na vier uur 's middags. Ik hoorde hem zeggen dat [verdachte] weer was langs geweest en weer had gevraagd wat hij verklaard had. [medeverdachte 1] heeft daarop opnieuw ontkend dat hij iets over hem verklaard had. [verdachte] zou nog naar medeverdachte [medeverdachte 2] gaan in [plaats 8] om te horen wat hij had verklaard, of wat hij wist.
Op maandag 27 november 2017 had ik opnieuw telefonisch contact met [medeverdachte 1] . In dit gesprek (…) hoorde ik hem nog over de bedreiging zeggen:
- Ik was zaterdagavond zo bang joh, dat ik het ook even heb laten lopen. Dat ik in mijn broek gepist heb. Ik ben bang dat zij dat ook hebben gezien.”
2. De verklaring van verdachte ter zitting in hoger beroep van 21 mei 2026, inhoudende:
U vraagt mij of ik op 25 november 2017 bij [medeverdachte 1] thuis ben geweest en hem heb bedreigd. Ik ben toen wel bij hem thuis geweest. Ik wilde weten wat er speelde.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 12 februari 2018, opgenomen op pagina 5900 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [persoon 11]
De tweede keer was rond 23.00 uur. Ik was thuis, [medeverdachte 1]
(het hof begrijpt: [medeverdachte 1] )en [persoon 12] . [medeverdachte 1] ging naar buiten met [verdachte] . Hij heeft hem niet binnen gelaten. Ik heb niet gehoord wat er gezegd werd. [persoon 12] en ik zijn naar boven gegaan om te kijken waar ze heen liepen. Ik zag dat ze bij het fietspad bleven staan praten. Ik wist dat het [verdachte] was, omdat ik hem door het raam zag en zijn stem had gehoord. [medeverdachte 1] vertelde mij dat [verdachte] wilde weten wat [medeverdachte 1] had verklaard. [verdachte] zou gezegd hebben: 'zweer je het op je dochter?' (….) de bedreiging was duidelijk.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 december 2017, opgenomen op pagina 5891 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 8] :
Op donderdag 23 november 2017 werd ik, verbalisant [verbalisant 8] , aangesproken door de collega's van de arrestantenwacht in het cellencomplex [locatie 13] . Ik bevond mij daar in verband met het horen van de verdachte [verdachte] . Er werd mij verteld dat de schoonmaker tekst had aangetroffen op de luchtplaats in het cellencomplex en de naam " [verdachte] " daar op de grond stond geschreven. Ik sloeg daarop aan omdat de verdachte welke ik zou gaan horen: [verdachte] heet. Samen met een collega ben ik naar de luchtplaats gelopen. Op de grond zag ik inderdaad tekst staan. Er was in het midden van de luchtplaats op de grond het volgende geschreven:
" [verdachte] , vol houden, niet praten, ze zijn vals, beter hier week zitten dan praten."
Na het aantreffen op de luchtplaats ben ik, verbalisant naar de chef van dienst gelopen om de beelden te bekijken van de luchtplaats. Ambtshalve weet ik dat daar camera's hangen. Ik zag op de beelden dat:
Op woensdag 22 november 2017 om 04.27 uur. (04.27 uur is 16.24 uur)
Er komt een manspersoon de luchtplaats oplopen. De manspersoon draagt slippers, witte sokken, een donker jack en een donkere trainingsbroek. Ambtshalve herken ik de manspersoon als zijnde: [verdachte] . Op dinsdag 21 November heb ik [verdachte] (
het hof begrijpt, ook in het hierna volgende: [verdachte] )gehoord als verdachte en zag dat hij dezelfde kleding droeg. Ook zie ik het aan het haar en de houding dat het om [verdachte] gaat die de luchtplaats op komt lopen en op de grond schrijft.
Om 04.28.25 uur zie ik dat
- [verdachte] zijn linkerhand in zijn jaszak gaat.
- Zijn rechterhand naar de muur gaat en bewegingen maakt.
Om 04.30 uur zie ik dat:
- [verdachte] door zijn knieën gaat en knielt
- Zijn rechterhand naar de grond gaat en bewegingen maakt wat lijkt op het schrijven van tekst.
- Hij hierna weer op staat en naar de tekst kijkt.
Om 04.31 zie ik dat:
- [verdachte] door zijn knieën gaat en knielt
- Weer met zijn rechterhand bewegingen maakt wat lijkt op het schrijven van tekst
- Hij weer op staat en kijkt naar de geschreven tekst
- Hij hierna weer rondje loopt.
Dit gaat een aantal malen zo en later omstreeks 08.09 uur komt [verdachte] weer de luchtplaats oplopen met een deken om. Ook hier herken in [verdachte] . Ook tijdens dit bezoek knielt hij meerdere malen en maakt bewegingen met zijn rechterhand op de vloer wat lijkt op het schrijven van tekst.
Op donderdag 22 november is verdachte [verdachte] geconfronteerd met wat hier boven op papier staat geschreven. Verdachte [verdachte] geeft aan: "Mag dat niet dan? Jullie hebben aangegeven dat er hier meer mensen zitten. Dus dan doe ik het zo. Ik heb nare ervaringen dat verklaringen tegen je gebruikt kunnen worden. Dus verklaar geen dingen die je de kop kunnen kosten. Ik weet niet wie hier zit. Maar sowieso die personen wil ik waarschuwen."
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 november 2017, opgenomen op pagina 5897 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van [verbalisant 9] en [verbalisant 3] :
Op dinsdag 28 november 2017, omstreeks 11.20 uur, werd door ons, verbalisanten, een bezoek gebracht aan de verdachte [medeverdachte 2] . Gevraagd aan [medeverdachte 2] of hij mogelijk bezoek had gehad van [verdachte] , gaf [medeverdachte 2] aan dat dit inderdaad het geval was. Op de vraag hoe dit contact was verlopen, verklaarde [medeverdachte 2] dat [verdachte] van hem wilde weten wat hij tegen hem had verklaard.

Bewijsoverwegingen feit 6

Uit de bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 1] op 26 november 2017 de politie heeft gebeld en heeft gemeld dat hij de dag daarvoor thuis door verdachte is bedreigd en dat verdachte
wilde weten wat [medeverdachte 1] over hem had verklaard tegenover de politie. [medeverdachte 1] heeft gedetailleerd uit de doeken gedaan hoe zijn ontmoeting met verdachte is verlopen. Dit houdt onder meer in dat verdachte bezig was met de vraag wat er door anderen (over hem) verklaard is tegenover de politie. Verdachte deed dit nadat hij ook zelf aangehouden was geweest in verband met betrekking tot de aangetroffen hennepkwekerijen.
Dat dit verdachte bezighield vindt steun in de tekst die verdachte op 22 november 2017 heeft aangebracht op de luchtplaats van het politiebureau. Daarnaast is verdachte blijkens de verklaring van [medeverdachte 2] ook bij hem, [medeverdachte 2] , langs geweest om te informeren naar zijn verklaringen tegenover de politie.
Verder benoemt [medeverdachte 1] in zijn telefoongesprek met de politie meermalen dat hij angstig is. De verbalisant die dit gesprek met [medeverdachte 1] voert, heeft ook zelf waargenomen dat [medeverdachte 1] zeer angstig klonk. Daarnaast biedt de verklaring van [persoon 11] , de partner van [medeverdachte 1] , steun aan diens melding. Zij heeft niet heeft kunnen horen wat er onderling tussen verdachte en [medeverdachte 1] is gewisseld, maar heeft het gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] wel van een afstand gezien. Naar haar inzicht is duidelijk sprake geweest van een bedreiging.
De melding van [medeverdachte 1] vindt voldoende steun in andere bewijsmiddelen en het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid daarvan te twijfelen. Het hof stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde, dan wel soortgelijke, bewoordingen in de richting van [medeverdachte 1] heeft geuit.
Gelet op de context waarin deze bedreigingen hebben plaatsgevonden, te weten de nasleep
van de ontdekking en ontmanteling van meerdere hennepkwekerijen waar verdachte en
[medeverdachte 1] bij betrokken waren, is het hof van oordeel dat bij [medeverdachte 1] in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen. Het hof acht het onder 6 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 3, 4 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij in de periode van 1 oktober 2016 tot en met 6 maart 2017 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, in een voormalig mestsilo op het perceel bij de [locatie 1] en [locatie 2] , heeft geteeld een hoeveelheid van 1306 hennepplanten, zijnde een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.
3.
hij in de periode van 1 september 2016 tot en met 2 februari 2017 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, in een bedrijfspand op het perceel aan de [locatie 3] , heeft geteeld een hoeveelheid van 1880 hennepplanten, zijnde een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.
4.
hij in de periode van 1 mei 2017 tot en met 22 november 2017 te [plaats 3] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, in een bedrijfspand op het perceel aan de [locatie 4] , heeft geteeld een hoeveelheid 1379 hennepplanten, zijnde een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.
6.
hij op 26 november 2017 te [plaats 4] , [medeverdachte 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [medeverdachte 1] dreigend de woorden toe te voegen "ik maak jullie allemaal af" en "ik verbrijzel jou", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1, 3 en 4 bewezenverklaarde levert telkens op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.
Het onder 6 bewezenverklaarde levert op:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich in 2016 en 2017 schuldig gemaakt aan het telen van hennep in drie
verschillende hennepkwekerijen, waarin in totaal meer dan 4000 hennepplanten stonden. Het gaat dus om teelt op grote schaal, waarbij verdachte een prominente rol heeft gespeeld bij het opzetten van de hennepkwekerijen en de exploitatie daarvan. Dit zijn strafbare feiten die overlast en schade veroorzaken voor de samenleving. De kweek van hennep gaat bovendien vaak gepaard met vele andere vormen van (gewelds) criminaliteit. Met zijn handelen heeft verdachte zijn eigen financiële gewin boven de belangen gesteld die door strafbaarstelling van hennepteelt worden gediend.
Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging van een van de medeverdachten bij de hennepkwekerijen. Verdachte wilde weten wat medeverdachte over hem had verklaard tegenover de politie en heeft zich daarbij zeer intimiderend opgesteld en medeverdachte bedreigd.
Het hof heeft gelet op het strafblad van verdachte van 20 april 2026. Daaruit blijkt onder meer dat verdachte in het verleden ook al eens onherroepelijk is veroordeeld voor hennepteelt en dat hem in verband daarmee niet alleen een straf maar ook een ontnemingsmaatregel is opgelegd. Dit heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden om zich opnieuw met hennepteelt in te laten. Het hof weegt deze eerdere veroordeling in strafverzwarende zin mee.
Ter zitting in hoger beroep is over de persoon van verdachte gebleken dat hij samenwoont met zijn vriendin en zijn zoon en dat hij ook goed contact heeft met zijn dochter en kleinkind. Verdachte heeft een eigen montagebedrijf en heeft daarnaast de zorg voor zijn moeder. Uit de eerdere ontnemingsmaatregel staat nog een bedrag van ongeveer
€ 19.000,- open en daarnaast heeft verdachte nog enkele andere schulden. Hij is bezig deze af te lossen. Met zijn gezondheid gaat het volgens verdachte nu stukken beter dan in rapportages van 2017 en 2021 is vermeld. Hij gebruikt geen medicijnen en geen drugs meer.
Gelet op de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten en de recidive van verdachte, is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere dan een vrijheidsbenemende straf. Wat betreft de hoogte van de straf zou een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden op zichzelf genomen passen bij de aard en ernst van de feiten. Het hof houdt er echter rekening mee dat de bewezen verklaarde feiten bijna 10 jaar geleden hebben plaatsgevonden en dat het leven van verdachte er intussen heel anders uitziet. Voor een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf ziet het hof geen aanleiding. Niet is gebleken dat verdachte zich in de tussentijd opnieuw met hennepteelt of andere Opiumwetfeiten heeft beziggehouden. Het hof acht daarom oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden in beginsel passend.
Het hof constateert ten slotte dat zowel in eerste aanleg als in hoger beroep de redelijke termijn voor het behandelen van de strafzaak fors is overschreden. Het hof zal daarom de op te leggen straf verminderen en een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden opleggen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

Vorderingen van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft twee vorderingen tot schadevergoeding ingediend, die beide betrekking hebben op diefstal van elektriciteit/gas ten behoeve van hennepkwekerijen.
Met betrekking tot de hennepkwekerij [locatie 1] / [locatie 2] te [plaats 1] is met de indiening van 2 afzonderlijke vorderingen een bedrag van in totaal € 5.620,01 gevorderd.
Met betrekking tot de hennepkwekerij aan de [locatie 4] is een bedrag van € 8.285,75 gevorderd. Daarnaast is in beide vorderingen een vergoeding van proceskosten gevorderd.
De rechtbank heeft de vorderingen gedeeltelijk toegewezen. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoedingen.
Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan de onder 2 en 5 ten laste gelegde feiten waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de beide vorderingen.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 57, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 en 5 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 3, 4 en 6 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 3, 4 en 6 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vorderingen tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door mr. L.T. Wemes, mr. M .C. Fuhler en mr. G. A . Versteeg, in aanwezigheid van de griffier, D.D. Drost, en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 4 juni 2026.