AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor gewapende overval, poging diefstal, ontploffingen en overtreding milieuwet
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland vernietigd en doet opnieuw recht in de zaak tegen verdachte. Verdachte is veroordeeld voor diefstal in vereniging met braak en bedreiging met geweld, poging tot diefstal in vereniging met braak en bedreiging, medeplegen van opzettelijk ontploffingen met gemeen gevaar voor goederen en het opzettelijk overtreden van een milieuwetvoorschrift.
De feiten betreffen een gewapende overval op een juwelier waarbij horloges ter waarde van ruim €32.000 zijn weggenomen, een mislukte poging tot een soortgelijke overval, twee ontploffingen met zwaar vuurwerk bij een woning en een politievoertuig, en het bezit van professioneel vuurwerk. Verdachte speelde een belangrijke rol als bestuurder van vluchtauto en als mededader bij de ontploffingen.
Het hof oordeelt dat er voldoende bewijs is, waaronder camerabeelden, verklaringen, en digitale gegevens van een inbeslaggenomen telefoon. De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van een strafbare poging, maar het hof verwierp dit en stelde vast dat het handelen van verdachte en mededaders concreet gericht was op voltooiing van het misdrijf.
De strafoplegging houdt rekening met de ernst van de feiten, de impact op slachtoffers, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn jonge leeftijd, bekentenis, en positieve gedragsontwikkeling. Het hof legt een gevangenisstraf van 5 jaar op met aftrek van voorarrest, verklaart de inbeslaggenomen telefoon verbeurd en veroordeelt verdachte tot betaling van €555 schadevergoeding aan de benadeelde partij.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, verbeurdverklaring van een telefoon en betaling van schadevergoeding.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003807-25
Uitspraakdatum: 2 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad , van 27 augustus 2025 met parketnummer 16-277619-24 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans gedetineerd in P.I. [locatie] .
Hoger beroep
De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van het hof van 19 mei 2026 en het onderzoek op de zitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot veroordeling van verdachte voor het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. T.S.S. Overes, advocate te Almere, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De rechtbank heeft bij bovengenoemd vonnis het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 ten laste gelegde bewezenverklaard. Hierbij gaat het om diefstal in vereniging met braak en bedreiging met geweld (feit 1), poging tot diefstal in vereniging met braak en bedreiging met geweld (feit 2), medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is (feiten 3 en 4) en het opzettelijk overtreden van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer (feit 5). De rechtbank heeft verdachte hiervoor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren opgelegd, met aftrek van het voorarrest zoals bedoeld in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Het hof vernietigt het vonnis omdat het deels gebruikmaakt van andere bewijsmiddelen en omdat het tot een andere strafmotivering komt. Het hof doet daarom opnieuw recht.
Tenlastelegging
Op de zitting bij de rechtbank is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:
1. primair
hij op of omstreeks 17 augustus 2024 in [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid horloges (met een nieuwwaarde van in totaal €32.147,-), in elk geval enige goederen, die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan [winkel] , hebben weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte(n) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking terwijl deze diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit het met een vuurwapen, in elk geval met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de hand lopen in de richting van één of meer voornoemde personen en/of het richten, althans gericht houden van voornoemd vuurwapen/voorwerp, op één of meer voornoemde personen;
1. subsidiair
[naam] en/of één of meer tot op heden onbekend gebleven personen op of omstreeks 17 augustus 2024 in [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid horloges (met een nieuwwaarde van in totaal €32.147,-), in elk geval enige goederen, die geheel of ten dele aan een ander dan aan voornoemde verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan [winkel] , hebben weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte(n) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking terwijl deze diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit het met een vuurwapen, in elk geval met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de hand lopen in de richting van één of meer voornoemde personen en/of het richten, althans gericht houden van voornoemd vuurwapen/voorwerp, op één of meer voornoemde personen, bij en/of tot het plegen van welk misdrijfverdachte op of omstreeks 17 augustus 2024 in [plaats] opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- voornoemde personen tijdens de uitvoering van het delict met een voertuig op te wachten in de nabije omgeving van de plaats delict, en/of
- na die overval (één van) de vluchtauto('s) te besturen, en/of
- na die overval een pakketje (met onbekende) inhoud over te nemen;
2. primair
hij op of omstreeks 8 augustus 2024 in [plaats] , althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid sieraden en/of horloges, in elk geval enige goederen, die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan [winkel] , weg te nemen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te doen verschaffen en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te doen brengen door middel van braak en/of verbreking en deze voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen één of meer personeelsleden en/of aanwezige klanten van/bij voornoemde [winkel] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- met gezichtsbedekkende en/of verhullende kleding en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een hamer en/of een tas en/of een auto (Toyota) (dienend als vluchtauto) en/of een tweede voertuig (Volkswagen) (dienend als voertuig om (een deel van) de buit te vervoeren) naar [plaats] en/of de ingang van [locatie] is/zijn gereden,
- vervolgens is/zijn uitgestapt,
- in de richting van de ingang van [locatie] en/of [winkel] is/zijn gelopen,
- ( na te zijn geschrokken van één of meer bewakers) is/zijn omgedraaid en/of
- Om de hoek van een muur bij de ingang van [locatie] naar voornoemde bewakers en/of juwelier heeft/hebben gekeken terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2. subsidiair
[naam] en/of één of meer tot op heden onbekend gebleven personen op of omstreeks 8 augustus 2024 in [plaats] , ter uitvoering van het door [naam] en/of één of meer tot op heden onbekend gebleven personen voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid sieraden en/of horloges, in elk geval enige goederen, die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte [naam] en/of zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan [winkel] , weg te nemen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te doen verschaffen en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te doen brengen door middel van braak en/of verbreking en deze voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen één of meer personeelsleden en/of aanwezige klanten van/bij voornoemde [winkel] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- met gezichtsbedekkende en/of verhullende kleding en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een hamer en/of een tas en/of een auto (Toyota) (dienend als vluchtauto) en/of een tweede voertuig (Volkswagen) (dienend als voertuig om (een deel van) de buit te vervoeren) naar [plaats] en/of de ingang van [locatie] is/zijn gereden,
- vervolgens is/zijn uitgestapt,
- in de richting van de ingang van [locatie] en/of [winkel] is/zijn gelopen,
- ( na te zijn geschrokken van één of meer bewakers) is/zijn omgedraaid en/of
- Om de hoek van een muur bij de ingang van [locatie] naar voornoemde bewakers en/of juwelier heeft/hebben gekeken terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 8 augustus 2024 in [plaats] opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- voornoemde personen tijdens bovengenoemde handelingen met een voertuig op te wachten in de nabije omgeving van de plaats delict, en/of
- met voornoemde personen mee te reizen naar [plaats] , en/of
- voornoemde personen van instructies te voorzien;
2. meer subsidiair
hij op of omstreeks 8 augustus 2024 in [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen ter voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld in vereniging (artikel 312 lid 1 enPro/of lid 2 onder 2 WvSr) en/of diefstal tezamen en in vereniging met een ander of anderen, waarbij de schuldige(n) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf verschaft/verschaffen door middel van braak en/of verbreking (artikel 311 lid 1 subPro 4 en 5 WvSr en/of artikel 312 lid 2 onderPro 3 WvSr) opzettelijk - een personenauto van het merk Toyota (voorzien van gestolen/valse kentekenplaten),
- een (tweede) personenauto van het merk Volkswagen,
- een hamer,
- één of meer vuurwapens, althans (een) op een vuurwapen gelijkend voorwerp(en),
- één of meer telefoons (met hierop adresgegevens van [winkel] in [plaats] en/of gegevens van juwelen/sieraden die worden verkocht bij [winkel] en/of contactgegevens van mededaders) bestemd tot het begaan van die misdrijven/dat misdrijf heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad;
3. primair
hij op of omstreeks 8 oktober 2024 in [locatie 2] , in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht aan/bij een woning aan de [adres] door (zwaar) vuurwerk, althans een brandbaar en/of explosief voorwerp bij de voordeur van voornoemde woning te plaatsen en/of te ontsteken, althans met (open) vuur in aanraking te brengen, en/of tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten voor voornoemde woning en/of één of meer goederen in die woning en/of in de directe omgeving van die woning te duchten was;
3. subsidiair
één of meer tot op heden onbekend gebleven personen op of omstreeks 8 oktober 2024 in [locatie 2] , in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht aan/bij een woning aan de [adres] door (zwaar) vuurwerk, althans een brandbaar en/of explosief voorwerp bij de voordeur van voornoemde woning te plaatsen en/of te ontsteken, althans met (open) vuur in aanraking te brengen, en/of tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten voor voornoemde woning en/of één of meer goederen in die woning en/of in de directe omgeving van die woning te duchten was, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 8 oktober 2024 in [locatie 2] en/of in [plaats] , althans in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- voornoemde personen op te halen,
- voornoemde personen af te zetten bij, althans in de buurt van de [adres] en/of de [adres] in [plaats] ,
- ( zwaar) vuurwerk, althans een brandbaar en/of explosief voorwerp mee te nemen en/of op te halen,
- een gasbrander en/of een aansteker mee te nemen en/of op te halen en/of
- Van ene ' [naam] ' via Signal instructies te ontvangen en deze door te geven aan voornoemde personen;
4. primair
hij op of omstreeks 10 oktober 2024 te ' [plaats] , in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een stuk (zwaar) vuurwerk, althans een brandbaar en/of explosief voorwerp, onder/bij een politievoertuig (geparkeerd op de [locatie] ) te leggen en/of te ontsteken, althans met (open) vuur in aanraking te brengen, en/of tot ontploffing te brengen en daarvan
- gemeen gevaar voor dat politievoertuig en/of een of meerdere in de omgeving van het politievoertuig geparkeerde voertuigen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;
4. subsidiair
[naam] en/of één of meer tot op heden onbekend gebleven personen op of omstreeks 10 oktober 2024 te [plaats] , in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht door een stuk (zwaar) vuurwerk, althans een brandbaar en/of explosief voorwerp, onder/bij een politievoertuig (geparkeerd op de [locatie] ) te leggen en/of te ontsteken, althans met (open) vuur in aanraking te brengen, en/of tot ontploffing te brengen en daarvan - gemeen gevaar voor dat politievoertuig en/of een of meerdere in de omgeving van het politievoertuig geparkeerde voertuigen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was; bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 8 oktober 2024 tot en met 10 oktober 2024 te [plaats] en/of in [plaats] , in ieder geval in Nederland, (meermalen) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- voornoemde personen op te halen,
- voornoemde personen af te zetten bij, althans in de buurt van, de [adres] ,
- ( zwaar) vuurwerk, althans een brandbaar en/of explosief voorwerp mee te nemen en/of op te halen en/of te bewaren,
- een gasbrander en/of een aansteker mee te nemen en/of op te halen en/of
- Van ene ' [naam] ' via Signal instructies te ontvangen en deze door te geven aan voornoemde personen;
5. Hij op of omstreeks 11 december 2024 te [plaats] , althans in Nederland, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten 6 (zes) cobra's 6, heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsoverweging
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde heeft de advocaat-generaal zich meer in het bijzonder op het standpunt gesteld dat sprake is van een poging, nu een begin van uitvoering op basis van de bewijsmiddelen kan worden vastgesteld en daaruit volgt dat het handelen van verdachte naar de uiterlijke verschijningsvorm gericht was op het voltooien van het misdrijf.
Standpunt van de verdediging
Verdachte heeft de feitelijke handelingen zoals deze onder 1 tot en met 5 ten laste zijn gelegd op de zitting in hoger beroep bekend. Ten aanzien van het onder 1 primair, 3 primair, 4 primair en 5 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw van verdachte geen verweer gevoerd.
Ten aanzien van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken nu geen sprake is van een strafbare poging, waardoor verdachte noch medepleger noch medeplichtige is aan die poging. De verdediging refereert zich ten aan zien van het onder 2 meer subsidiair ten laste gelegde.
Oordeel van het hof
Allereerst dient de vraag of sprake is geweest van een strafbare poging in de zin van artikel 45 vanPro het Wetboek van Strafrecht beantwoord te worden.
In dit kader stelt het hof voorop dat in zijn algemeenheid sprake is van een strafbare poging als er gedragingen zijn verricht die kunnen worden beschouwd als een begin van uitvoering van het voorgenomen misdrijf. Dat is het geval bij gedragingen die naar hun uiterlijke verschijningsvorm zijn gericht op de voltooiing van het voorgenomen misdrijf. De vraag of sprake is van zulke gedragingen laat zich niet in algemene zin beantwoorden. Het komt aan op een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. Algemene regels kunnen daarvoor niet worden gegeven. Een belangrijke beoordelingsfactor is daarbij hoe dicht de vastgestelde gedragingen bij de voltooiing van het voorgenomen misdrijf lagen, bijvoorbeeld in tijd en/of plaats, en hoe concreet deze daarop waren gericht. Verder kan het bij een poging gaan om een samenstel van gedragingen, met inbegrip van die van eventuele deelnemers. Ook de aard van het misdrijf kan van belang zijn, maar niet noodzakelijk is dat al een bestanddeel van het misdrijf is vervuld. [1]
Verdachte heeft op de zitting van het hof verklaard dat hij samen met zijn mededaders het voornemen had om een gewapende overval te plegen op de [winkel] in [locatie] op 8 augustus 2024. Het plegen van deze gewapende overval zou op dezelfde wijze moeten plaatsvinden als bij de gewapende overval op 17 augustus 2024. Net als op 17 augustus 2024 gingen verdachte en zijn mededaders op pad richting de juwelier, althans in de buurt daarvan. Beide keren liepen de mededaders van verdachte naar de juwelier. De bedoeling was om de vitrines in te slaan, om op deze wijze horloges, althans waardevolle goederen, mee te kunnen nemen. Zij droegen op 8 augustus 2024 vermommende, gezichtsbedekkende kleding. Het hof merkt op dat op de camerabeelden van 8 augustus 2024 is te zien dat één van de twee mededaders van verdachte een capuchon over zijn gezicht heeft getrokken en de ander een felrode jas aan heeft. Het dragen van gezichtsbedekkende kleding onder deze omstandigheden – midden in de zomer – is naar het oordeel van het hof op zijn minst merkwaardig te noemen. Bovendien heeft verdachte verklaard dat hij wist dat op zowel 8 augustus 2024 als 17 augustus 2024 een gewapende overval zou plaatsvinden op deze juwelier. Beide keren waren verdachte en zijn mededaders rond hetzelfde tijdstip in [locatie] aanwezig. Verdachte stond op beide dagen klaar, op een afgesproken plek, om de buit in ontvangst te nemen en als vluchtauto te dienen. De mededaders van verdachte zijn op 8 augustus 2024 in de richting van de [winkel] gelopen en waren binnen het winkelgebied van [locatie] . Op een gegeven moment zagen de mededaders beveiligers staan. Hierop zijn zij teruggegaan naar de auto waarmee zij waren gekomen en zijn zij teruggereden. Uit een bericht op de inbeslaggenomen telefoon van verdachte volgt eveneens dat het de bedoeling was ‘om wat te pakken’. Zo zegt verdachte in het bericht: "De boys waren daar, ze zien 3 bewakers lopen. Nieteens vóór die juwa. Ze lopen alweer terug. Niks gepakt.”.
Op grond van deze omstandigheden is het hof van oordeel dat sprake is geweest van een strafbare poging. Het samenstel van de voornoemde gedragingen van verdachte waren naar hun uiterlijke verschijningsvorm concreet en rechtstreeks gericht op voltooiing van het voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging de [winkel] in [locatie] op 8 augustus 2024 gewapend te overvallen. Dat samenstel kan worden beschouwd als een begin van uitvoering van dit voorgenomen misdrijf en levert een strafbare poging op. Bovendien volgt uit de bewijsmiddelen dat de vastgestelde gedragingen van verdachte en mededaders in tijd en plaats dicht lagen bij en concreet gericht waren op de voltooiing van het voorgenomen misdrijf. Dat de mededaders geen zichtbare wapens bij zich droegen, zoals de raadsvrouw naar voren heeft gebracht, schetst het hof geen verbazing. Ook is onbegrijpelijk waarom dit een omstandigheid zou moeten opleveren dat geen sprake is van een poging. Het hof verwerpt daarmee het verweer van de raadsvrouw en is van oordeel dat het onder 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Het hof volstaat ten aanzien van het onder 1 primair, 3 primair, 4 primair en 5 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en de raadsvrouw van verdachte ten aanzien van deze feiten geen vrijspraak heeft bepleit. Ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde heeft het hof hieronder de bewijsmiddelen uitgewerkt.
De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 19 mei 2026;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 17 augustus 2024, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] , opgenomen op de pagina’s 125 tot en met 127 van het procesdossier;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 17 augustus 2024, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] , opgenomen op de pagina’s 128 tot en met 131 van het procesdossier;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van 17 augustus 2024, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3] , opgenomen op de pagina’s 143 tot en met 146 van het procesdossier;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 23 augustus 2024, inhoudende de verklaring van [verbalisant] , opgenomen op de pagina’s 213 tot en met 238 van het procesdossier;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 24 augustus 2024, inhoudende de verklaring van [verbalisant] , opgenomen op de pagina’s 176 tot en met 194 van het procesdossier;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van doorzoeking van 11 december 2024 door verbalisant [verbalisant] en verbalisant [verbalisant] , opgenomen op de pagina’s 312 tot en met 314.
Het onder 2 primair ten laste gelegde
1. De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 19 mei 2026;
Op 8 augustus 2024 was het de bedoeling dat ik samen met mijn mededaders een gewapende overval zou plegen op de [winkel] in [locatie] , deze overval is mislukt. Mijn mededaders en ik zijn op 8 augustus 2024 naar [locatie] gereden in twee verschillende auto’s. Mijn mededaders zijn uitgestapt en ik was in de buurt geparkeerd. Ik stond hier te wachten tot mijn mededaders terug zouden komen. Ik wist dat zij de overval zouden plegen. Vooraf was afgesproken dat ik een percentage van de buit zou krijgen. Mijn mededaders zagen voor de [winkel] bewakers staan en zijn daarom teruggegaan. De overval zou moeten plaatsvinden op dezelfde wijze als op 17 augustus 2024.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 30 april 2025, opgenomen als bijlage bij het proces-verbaal ter terechtzitting van de rechtbank Midden-Nederland van 20 juni 2025, opgenomen op de pagina’s 15 tot en met 27;
O: Op jouw telefoon werd ook een video aangetroffen van 8 augustus 2024, omstreeks 8-8-2024 12:08:23 uur. Op basis van ANPR-gegevens lijkt deze gemaakt te zijn vanuit jouw auto.
O: Verbalisanten laten een screenshot van video cplAdkz90mfE1uCsdcdbil4p6R7KFQv.mp4, zoals omschreven in proces-verbaalnummer MD2R024118-189, zien aan verdachte.
V: Het lijkt erop dat jij met jouw auto achter de Toyota Yaris aanreed op weg naar [plaats] Hoe zit dat?
A: Dat klopt. Ik reed achter hem.
V: Waarom?
A: Onderweg naar [locatie] .
[…]
V: Dus je wist wat er die 8 augustus 2024 had moeten gebeuren. Waarom besloot je op 17 augustus 2024 opnieuw mee te gaan?
A: Ja omdat er zou een overval plaatsvinden ik deed er gewoon aan mee.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 25 augustus 2024, inhoudende de verklaring van [verbalisant] , opgenomen op de pagina’s 302 tot en met 311 van het procesdossier;
Ik, verbalisant, [verbalisant] , brigadier werkzaam bij de Eenheid Midden-Nederland, verklaar het volgende:
Uit een getuigenverklaring blijkt dat er op 8 augustus 2024 een blauwe Toyota op de parkeerplaats van [locatie] stond aan de zijde van het losperron. Hier zaten drie personen in. De getuige verklaarde dat zij hier een vreemd gevoel bij had en heeft een foto van dit voertuig gemaakt. Op de foto is te zien dat dit voertuig een blauwe Toyota Yaris Hybrid betrof en voorzien was van het [kenteken] . Het blijkt dat dit kenteken is gestolen en niet thuishoort op een blauwe Toyota. Op basis hiervan zijn de beelden van 8 augustus 2024 gevorderd en bekeken.
Op de camerabeelden van 8 augustus 2024 zie ik dat de blauwe Toyota om 12:38 uur komt aanrijden vanaf de [locatie] . […] Om 12:49 uur zie ik twee personen uitstappen uit de Toyota welke weglopen in de richting van de ingang aan de [locatie] . Persoon 1 draagt een rode jas, een donkere broek en schoenen van het merk New Balance. Hij heeft een blauwe rugtas om. Persoon 2 draagt een zwarte jas en grijze broek en heeft een grijs met zwartkleurige rugtas om. […] De twee personen lopen om 12:51 uur in de richting van de [locatie] ingang. Persoon 1 kijkt om de hoek. Persoon 1 loopt terug naar persoon 2. Persoon 2 kijkt vervolgens om de hoek. Persoon 1 en 2 lopen weer richting het losperron waar de blauwe Toyota staat te wachten. Ik zie dat om 12:52 uur persoon 1 en 2 aan komen lopen bij de blauwe Toyota. Te zien is dat deze nu andersom is geparkeerd. Persoon 1 en 2 stappen achter in de Toyota. Deze rijdt vervolgens weg.
4. De eigen waarneming van het hof ter terechtzitting van 19 mei 2025 ten aanzien van de uitgewerkte camerabeelden in het proces-verbaal van bevindingen van 25 augustus 2024, zoals hiervoor opgenomen onder bewijsmiddel 3:
Het hof ziet dat de blauwe Toyota komt aanrijden en keert. Het hof ziet twee mannen bij de blauwe Toyota lopen, zij dragen gezicht bedekkende kleding. Beide mannen dragen capuchons over het hoofd. Eén van de mannen draagt een rode jas. De andere man heeft een zwarte jas aan en draagt iets voor zijn gezicht.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 14 december 2024, inhoudende de verklaring van [verbalisant] , opgenomen op de pagina’s 348 tot en met 383 van het procesdossier.
Ik, verbalisant, [verbalisant] , hoofdagent werkzaam bij de Eenheid Midden-Nederland, verklaar het volgende:
Op zaterdag 17 augustus 2024 heeft er een gewapende overval plaatsgevonden bij de [winkel] in winkelcentrum [locatie] . In het onderzoek naar deze overval werd op 11 december 2024 als verdachte aangehouden: [verdachte] . Op 11 december 2024 vond ook een doorzoeking plaats in de woning waar [verdachte] verbleef. Bij deze doorzoeking werden drie telefoons inbeslaggenomen die mogelijk van [verdachte] zouden zijn. Een van deze telefoons betrof een iPhone 15 pro die werd aangetroffen achter de verwarming in de slaapkamer van [verdachte] . Door de Officier van Justitie werd ten aanzien van deze inbeslaggenomen iPhone telefoon bevel afgegeven tot het verrichten van onderzoek in deze telefoon. Vervolgens heb ik een eerste onderzoek uitgevoerd naar de veiliggestelde gegevens van eerdergenoemde iPhone middels de forensische software van Cellebrite Reader versie 10.4.0.3378.
Ik zag dat er een tweetal telefoonnummers aan de telefoon gekoppeld waren. Dit betroffen de telefoonnummers [nummer] en [nummer] . Deze telefoonnummers bleken naar aanleiding vorderingen in onderzoek Goudsbloem in gebruik te zijn bij en op naam te staan van [verdachte] .
[…] Bij het bekijken van de afbeeldingen op de telefoon zag ik dat er op 6 augustus 2024 verschillende schermafbeeldingen te zien zijn van de website [winkel] . […] Tussen de afbeeldingen zag ik op 6 augustus 2024 ook een screenshot van een zoekslag op Google Maps naar de [winkel] in [plaats] , die later op 17 augustus 2024 werd overvallen.
[…] Tussen de video's op de telefoon zag ik een video van 8 augustus 2024 omstreeks 11.51 uur. Op deze 8 augustus 2024 vond de verdachte situatie plaats bij [locatie] [plaats] . Die dag rond 12.38 uur stopte er een blauwe Toyota Yaris met gestolen kentekenplaten bij [locatie] in [plaats] waar twee personen uitstapten met gezicht bedekkende kleding die om de hoek van [locatie] keken en weer weg gingen. Bij het bekijken van deze video met de duur van 3 seconden zag ik het volgende:
Ik zie dat er vanuit een donkerkleurig voertuig gefilmd wordt. Het lijkt dat de filmer als bestuurder in deze donkerkleurige auto zit. Ik zie dat naast dit voertuig een blauwe Toyota Yaris Hybrid staat. Ik zie dat deze Toyota qua kleur en type volledig overeenkomt met de Toyota Yaris die werd gezien bij de verdachte situatie op 8 augustus 2024 en de overval op 17 augustus 2024. […] Ik zag tussen de afbeeldingen van 8 augustus 2024 vervolgens een afbeelding. Ik zag dat deze afbeelding van 11.51 uur was. Ik zag dat op deze afbeelding een frame uit de hierboven omschreven video IMG_3156.MP4 te zien was. Ik zag dat op deze afbeelding een tekstbalk geplaats was met de tekst: "Het gaat gebeuren man".
[…] Ik zag tussen de video's van 8 augustus 2024 vervolgens een video van 12.08 uur. Op deze video is te zien hoe een voertuig over de A6 rijdt. De filmer filmt vanachter het stuur een blauwe Toyota Yaris die voor het voertuig rijdt. […] Ik zie dat er ingezoomd wordt op het blauwe voertuig wat voor de filmer op de snelweg rijdt. Ik zie dat dit een blauwe Toyota Yaris betreft met [kenteken] . Dit betreft het voertuig wat op 8 augustus 2024 betrokken was bij de verdachte situatie bij [locatie] . Bij het bekijken van bovenstaande video zag ik dat deze gemaakt is op de snelweg A6. Hierop heb ik onderzoek gedaan naar bij welke hectometerpaal de video gemaakt is. Ik vond hierbij via Google Maps dat de foto gemaakt is ter hoogte van de [hectometerpaal] op de A6 rechts. Uit de ANPR-gegevens van 8 augustus 2024 op de A1 rechts [hectometerpaal] bij [locatie] bleek dat om 12.03 uur de Volkswagen Golf met [kenteken] van [verdachte] langs deze ANPR reed. Op datzelfde moment reed ook de Toyota Yaris met [kenteken] langs deze ANPR.
[…] Ik zag tussen de afbeeldingen van 8 augustus 2024 een afbeelding van 16.00 uur. Dit is enkele uren na de verdachte situatie in [locatie] die dag. […] Ik zag dat op deze afbeelding de volgende tekst stond: "De boys waren daar, ze zien 3 bewakers lopen. Nieteens voor die juwa. Ze lopen alweer terug. Niks gepakt" Juwa betreft bekende straattaal voor juwelier. […] Het lijkt in deze tekst erop dat de overval mogelijk al op 8 augustus 2024 had moeten plaatsvinden maar dat de personen die de overval moesten uitvoeren 3 bewakers zagen lopen en toen terug zijn gelopen zonder iets te pakken.
[…] Tussen de afbeeldingen van 9 augustus 2024 zag ik ook een afbeelding van 21.47 uur. Dit betrof een afbeelding met tekst. Ik zag dat de tekst op de afbeelding als volgt was: "Tamara is die juwa model weer. Het moet lukken morgen man". Tamara is veelgebruikte straattaal voor morgen. Juwa is veelgebruikte straattaal voor juwelier. Met model wordt in straattaal vaak gedoeld op een situatie.
Het onder 3 primair ten laste gelegde
De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 19 mei 2026;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 8 oktober 2024, inhoudende de verklaring van [naam] , opgenomen op de pagina’s 599 tot en met 601 van het procesdossier.
Het onder 4 primair ten laste gelegde
De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 19 mei 2026;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 10 oktober 2024, inhoudende de verklaring van [naam] , opgenomen op de pagina’s 655 tot en met 657 van het procesdossier;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte van 18 februari 2025, inhoudende de verklaring van [naam] , onderzoek 30MAGENTIS/DH3R024090, proces-verbaal nummer 39, opgemaakt door [verbalisanten] , respectievelijk brigadier en inspecteur van politie [plaats] , opgenomen op de pagina’s 15 tot en met 19.
Het onder 5 ten laste gelegde
De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 19 mei 2026;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van 11 december 2024, opgenomen op de pagina’s 312 tot en met 314 van het procesdossier.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat hij:
1. primair
op 17 augustus 2024 in [plaats] tezamen en in vereniging met anderen horloges (met een nieuwwaarde van in totaal € 32.147,-) die toebehoorden aan [winkel] , heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachten die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking, terwijl deze diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit het met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de hand lopen in de richting van één of meer voornoemde personen en het richten van voornoemd voorwerp op één of meer voornoemde personen;
2. primair
op 8 augustus 2024 in [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met anderen, een hoeveelheid sieraden en/of horloges die toebehoorden aan [winkel] , weg te nemen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, en die weg te nemen goederen onder hun bereik te doen brengen door middel van verbreking en deze voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen één of meer personeelsleden en/of aanwezige klanten van/bij voornoemde [winkel] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, immers zijn verdachte en zijn mededader(s)
- met een tas en een auto (Toyota) (dienend als vluchtauto) en een tweede voertuig (Volkswagen) (dienend als voertuig om (een deel van) de buit te vervoeren) naar [plaats] en de ingang van [locatie] gereden,
- vervolgens uitgestapt,
- in de richting van de ingang van [locatie] en [winkel] gelopen en
- ( na te zijn geschrokken van één of meer bewakers) zijn omgedraaid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3. primair
op 8 oktober 2024 in [locatie 2] tezamen en in vereniging met een of meer anderen opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een woning aan de [adres] door (zwaar) vuurwerk bij de voordeur van voornoemde woning te plaatsen en te ontsteken en tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voor voornoemde woning en goederen in die woning en in de directe omgeving van die woning te duchten was;
4. primair
op 10 oktober 2024 te ' [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door (zwaar) vuurwerk onder/bij een politievoertuig (geparkeerd op de [locatie] ) te leggen en te ontsteken en tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor dat politievoertuig en in de omgeving van het politievoertuig geparkeerde voertuigen te duchten was;
5. op 11 december 2024 in Nederland opzettelijk professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten 6 (zes) cobra's 6, voorhanden heeft gehad.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
Het onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:
poging tot diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
Het onder 3 primair en 4 primair bewezenverklaarde leveren telkens op:
medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
Het onder 5 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer, opzettelijk begaan.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie is in hoger beroep gegaan, omdat het zich niet kan verenigen met de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren. De advocaat-generaal heeft in hoger beroep een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van het voorarrest gevorderd gelet op de aard en de ernst van de feiten. Hierbij is door het Openbaar Ministerie acht geslagen op de straffen die worden opgelegd in soortgelijke zaken.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om, als het hof tot een bewezenverklaring komt, een straf op te leggen die lager is of gelijk is aan de straf die de rechtbank heeft opgelegd. Bovendien heeft de verdediging verzocht om bij de oplegging van de straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte ten tijde van de pleegperiode, de proceshouding van verdachte en de positieve ontwikkelingen binnen de penitentiaire inrichting.
Oordeel van het hof
Het hof begrijpt de reden van het hoger beroep van het Openbaar Ministerie nu de strafmotivering in het vonnis van de rechtbank erg summier is. Bij de strafoplegging wijkt de rechtbank in aanzienlijke mate af van de eis van het Openbaar Ministerie, zonder daar op expliciete wijze een motivering aan te wijden. Weliswaar heeft de rechtbank in de strafmotivering forse bewoordingen gebruikt om de aard en de ernst van de feiten aan te duiden, maar heeft naar het oordeel van het hof onvoldoende gemotiveerd wat de strafmatigende aspecten zijn en hoe de rechtbank uiteindelijk tot de opgelegde lagere gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren is gekomen.
Aard en ernst van de feiten
Allereerst heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het tezamen en in vereniging plegen van een gewapende overval op een juwelier in [locatie] . Verdachte diende onder andere als bestuurder van een vluchtauto, terwijl zijn mededaders – vermomd en met een vuurwapen – het winkelpersoneel bedreigden en een moker gebruikten om vitrines kapot te slaan. Vervolgens hebben de mededaders waardevolle horloges meegenomen en deze aan verdachte gegeven, zodat hij de buit veilig kon stellen. Dit nadat verdachte en zijn mededaders een aantal dagen eerder al een poging hadden gedaan tot het plegen van een gewapende overval, op dezelfde juwelier. Met zijn handelen heeft verdachte veel slachtoffers gemaakt en angst gecreëerd onder het winkelpersoneel en winkelend publiek van [locatie] . Het is een feit van algemene bekendheid dat een dergelijke gebeurtenis een grote impact heeft op slachtoffers en zelfs kan leiden tot traumatische ervaringen met langdurige psychische gevolgen. Het staat buiten kijf dat verdachte een belangrijke rol heeft gehad bij het plegen van de overval, hetgeen meer betreft dan enkel een faciliterende rol. Desalniettemin verdient opmerking dat verdachte heeft gehandeld in opdracht en niet fysiek aan de gewelddadige overval deelnam.
Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het tot ontploffing brengen van zwaar vuurwerk op twee locaties binnen een kort tijdsbestek. In [plaats] haalde verdachte op aanwijzing van een ander een cobra en een gasbrander op, bracht hij een mededader naar de woning waar de aanslag moest plaatsvinden en wees deze woning aan. De mededader liet daar een cobra ontploffen, wat aanzienlijke schade aan de woning veroorzaakte en gevaar opleverde voor de omgeving. Twee dagen later handelde verdachte op een vergelijkbare wijze in [plaats] . Na het zien van een politiebus werd het plan gewijzigd en werd de ‘shell’ onder of bij deze bus geplaatst, met schade aan het voertuig tot gevolg. Verdachte en zijn mededaders hebben met hun handelen laten zien dat zij geen enkel respect hebben voor de eigendommen en veiligheid van anderen. Het tot ontploffing brengen van een explosief bij een woning en onder een politieauto veroorzaakt niet alleen aanzienlijke schade, maar zorgt ook voor angst en een gevoel van onveiligheid bij de bewoners en omwonenden. Daar komt bij dat het bestoken van eigendommen van politie en andere hulpverleners met zwaar vuurwerk het zoveelste bewijs is van diep disrespect voor mensen met een hulpverlenende functie.
Als laatste heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van zes cobra’s in zijn woning. Dat hij deze explosieven onveilig bewaarde, namelijk in een kastje naast het bed in de slaapkamer – waar hij samen met zijn zwangere vriendin en hun zoontje sliep – toont duidelijk aan dat verdachte het gevaar hiervan zwaar heeft onderschat. Bovendien beperkte dit risico zich niet alleen tot de woning waarin hij verbleef, maar strekte zich ook uit tot de aangrenzende panden en de bewoners hiervan. Mochten de cobra’s onverhoopt zijn ontploft dan zouden de gevolgen onvoorstelbaar zijn geweest.
Persoonlijke omstandigheden
Het hof heeft bij de bepaling van de straf rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden, zoals die onder meer naar voren komen uit het strafblad van verdachte van 15 april 2026 en het reclasseringsrapport van 22 april 2026. Uit het strafblad van verdachte komt naar voren dat hij een zogeheten ‘first offender’ is. Het hof neemt dit in beginsel niet in strafverzwarende of strafmatigende zin mee. Desalniettemin omschrijft de reclassering de donkere periode van verdachte, waarin hij plots in een korte periode strafbare feiten begint te plegen, als een duidelijke gedragsescalatie. Het hof kan zich verenigen met deze analyse. Ook blijkt uit het reclasseringsrapport dat de kans op herhaling laag is. Verdachte heeft verscheidene beschermende factoren, zoals een familie die hem steunt en een gegarandeerde werkplek na afloop van zijn detentie. Het hof weegt dit in strafmatigende zin mee.
Ook hebben verdachte en zijn raadsvrouw op de zitting van het hof een verdere toelichting gegeven over de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hieruit komt naar voren dat het goed gaat met verdachte in de penitentiaire inrichting. Verdachte heeft een volledige bekentenis afgelegd en daarbij getoond dat hij daar verantwoordelijkheid voor neemt. Verdachte zegt zich bewust te zijn van criminogene invloeden binnen de inrichting en sluit zich daarvoor af. Hij is actief bezig met het verbeteren van zijn leven en wordt daarbij gesteund door zijn familie en vriendin. Door het volgen van verschillende cursussen is verdachte zich aan het voorbereiden op het leven na detentie. Bovendien volgt verdachte een CoVa-training [3] , zodat verdachte in de toekomst niet weer in het criminele circuit terecht komt. Het hof erkent deze positieve ontwikkeling. Daarnaast heeft verdachte een oprechte spijtbetuiging afgelegd en heeft verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Hierbij heeft verdachte zijn handelen niet gebagatelliseerd noch geëxternaliseerd. Gezien zijn jonge leeftijd en kwetsbaarheid ten tijde van het plegen, verdient dit aandacht bij de strafoplegging.
De op te leggen straf
Naar het oordeel van het hof kan – gelet op de aard en de ernst van de feiten – niet worden volstaan met iets anders dan een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Enkel hiervan uitgaand, is de eis van het Openbaar Ministerie voorstelbaar en ook passend. Het hof komt echter tot een andere uitkomst, omdat verdachtes proceshouding en zijn persoonlijke omstandigheden in dit geval ook een belangrijk gewicht in de schaal leggen. Verdachte is zich bewust van de ernst van de door hem gepleegde feiten. Ook ziet het hof in de persoonlijke omstandigheden van verdachte positieve ontwikkelingen, die het hof met de strafoplegging niet in de weg wil staan. Gelet hierop en op wat hierboven is overwogen, acht het hof passend en noodzakelijk de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Tenuitvoerlegging van deze gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 PenitentiairePro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 WetboekPro van Strafvordering, aan de orde is.
Beslag
Het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 bewezenverklaarde is met behulp van een telefoon, Apple iPhone 15 Pro, goednummer PL0900-2024259771-3450727, begaan. Dit goed is inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven. Die behoort verdachte toe. De telefoon zal daarom verbeurd worden verklaard.
Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 555,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen.
Op basis van het dossier en dat wat naar voren is gekomen de zitting in hoger beroep stelt het hof vast dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 4 primair bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. Verdachte moet die schade dan ook vergoeden; de vordering zal geheel worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2024. Verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor het hele bedrag aansprakelijk is.
Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
Het hof zal aan verdachte geen verplichting opleggen tot betaling van het toe te wijzen bedrag aan de Staat, zoals door [benadeelde] is gevorderd. De ratio van de schadevergoedingsmaatregel zoals bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht is bedoeld om natuurlijke personen te ontlasten bij de inning van schadevergoeding en mag van rechtspersonen worden verwacht dat zij zelf de wegen kennen om een toegewezen vordering te incasseren.
Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op de artikelen 33, 33a, 45, 157, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2, 6 en 39 van de Wet op de economische delicten en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaartzoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaartniet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaarthet onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.
Beveeltdat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
Telefoon, Apple iPhone 15 Pro (goednummer PL0900-2024259771-3450727).
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Wijst toede vordering tot schadevergoeding van de [benadeelde] ter zake van het onder 4 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 555,00 (vijfhonderdvijfenvijftig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeeltde verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Bepaaltde aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 10 oktober 2024.
Dit arrest is gewezen door mr. J. Hielkema, voorzitter, mr. L. Pieters en mr. G. Souer, in aanwezigheid van de griffier mr. B.S. Hofstede en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 2 juni 2026.
Voetnoten
1.Zoals de Hoge Raad opnieuw uiteen heeft gezet in HR 10 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:189.
2.Wanneer hierna wordt verwezen naar processen-verbaal betreft dit op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn (tenzij anders is vermeld) als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal