Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:3579

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
21-003080-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens diefstal, vernieling en diefstal met braak met voorwaardelijke straf en schadevergoeding

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor diefstal van een fiets, vernieling van een ruit en diefstal met braak van een autosleutel en computer. In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis wegens ontbreken van een proces-verbaal van de politierechter en doet opnieuw recht.

Het hof verklaart bewezen dat verdachte de genoemde feiten heeft gepleegd en acht deze strafbaar. Verdachte is recidivist en heeft meerdere strafbare feiten op zijn naam staan. Gezien zijn persoonlijke problematiek, waaronder depressieve klachten en het uitvoeren van een ISD-maatregel, legt het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden op met een proeftijd van 3 jaar.

De vorderingen van de benadeelde partijen worden deels toegewezen. De schade aan de fiets en overige materiële schade wordt toegewezen, exclusief btw omdat deze kan worden teruggevraagd. De wettelijke rente wordt berekend vanaf de datum van de feiten of de laatst gedateerde factuur. Verdachte wordt veroordeeld in de proceskosten en de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd met gijzeling als stok achter de deur.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 3 jaar en moet schadevergoedingen betalen aan benadeelden.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003080-25
Uitspraakdatum: 2 juni 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle , van 3 juni 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 08-036639-25 en
08-106317-25, tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] ,
op dit moment vanwege een andere strafzaak verblijvende in P.I. [locatie]
.

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep.

De dagvaarding in eerste aanleg met parketnummer 08-036639-25 is aan het openbaar ministerie betekend en de mededeling uitspraak dateert van 26 juni 2025. Het hoger beroep is ingesteld op 10 juli 2025 en derhalve ontvankelijk.
De dagvaarding in eerste aanleg met parketnummer 08-106317-25 is op 7 april 2025 in persoon betekend. Blijkens aantekening op de akte is de dagvaarding daarna per post geretourneerd. Ook in deze zaak dateert de mededeling uitspraak van 26 juni 2025. Hoewel het hof uit gaat van een betekening in persoon acht het hof het hoger beroep, ingesteld op 10 juli 2025, ontvankelijk omdat niet duidelijk is dat verdachte, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze blijken uit het dossier, de betekening in persoon in volle omvang heeft begrepen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 19 mei 2026.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
  • het schuldig verklaren van verdachte voor de diefstal, de vernieling en de diefstal met braak zonder oplegging van een straf of maatregel;
  • het geheel toewijzen van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] ;
  • het gedeeltelijk toewijzen van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] , te weten de door de politierechter toegewezen schadeposten exclusief btw;
  • het niet-ontvankelijk verklaren van de benadeelde partij [benadeelde 2] in de gevorderde schade van de koperbuizen;
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens verdachte door zijn raadsman,
mr. J.R.T. Jonker, en de benadeelde partij [benadeelde 2] , is aangevoerd.

Het vonnis

In het vonnis is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een diefstal van een fiets, een vernieling van een ruit en een diefstal met braak van een (auto)sleutel en een computer. De politierechter heeft verdachte hiervoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] geheel toegewezen, bestaande uit € 165,00 aan materiële schade. Verder heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] gedeeltelijk toegewezen, bestaande uit een bedrag van € 1.387,66 aan materiële schade. Deze schadebedragen zijn vermeerderd met de wettelijke rente en de politierechter heeft ter hoogte van dezelfde bedragen de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. De benadeelde partij [benadeelde 2] is in het meer materieel gevorderde niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof vernietigt het vonnis omdat er geen proces-verbaal van de terechtzitting van de politierechter van 3 juni 2025 is opgemaakt. Ook komt het hof tot een andere uitkomst. Het hof doet daarom opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Zaak met parketnummer 08-036639-25:
1.
hij op of omstreeks 26 december 2024 te [plaats] een fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij in of omstreeks 27 oktober 2024 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk en ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Zaak met parketnummer 08-106317-25:
hij op of omstreeks 26 december 2024 te [plaats] een (auto)sleutel en/of een computer/laptop, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Verdachte heeft de aan hem ten laste gelegde feiten ondubbelzinnig bekend en namens hem is geen vrijspraak bepleit. Om die reden behoeft de bewezenverklaring geen nadere motivering. Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08-036639-25 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 08-106317-25 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Zaak met parketnummer 08-036639-25:1.
hij op 26 december 2024 te [plaats] een fiets, die aan [benadeelde 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op 27 oktober 2024 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, die aan [bedrijf 1] toebehoorde heeft vernield.
Zaak met parketnummer 08-106317-25:
hij op 26 december 2024 te [plaats] een (auto)sleutel en een computer die aan [benadeelde 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het in de zaak met parketnummer 08-036639-25 onder 1 bewezenverklaarde levert op:
diefstal.
Het in de zaak met parketnummer 08-036639-25 onder 2 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
Het in de zaak met parketnummer 08-106317-25 bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en verdachte schuldig te verklaren zonder daarbij een straf of maatregel op te leggen. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat verdachte momenteel een ISD-maatregel uitvoert. De oplegging van een gevangenisstraf staat een succesvol ISD-traject en daarmee zijn re-integratie in de weg.
Oordeel van het hof
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het volgende meegewogen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere hinderlijke strafbare feiten waardoor bij de betrokkenen overlast en financiële schade is veroorzaakt. Verdachte heeft met zijn handelen er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendommen van anderen. Wel neemt verdachte zijn verantwoordelijkheid.
Hij bekent de feiten te hebben gepleegd.
Strafblad
Het hof heeft bij de strafoplegging gelet op het strafblad van verdachte van 15 april 2026, waaruit blijkt dat hij in het verleden eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder voor vermogensdelicten en vernielingen. Dit weegt het hof in strafverzwarende zin mee. Verder blijkt uit het strafblad dat verdachte na de bewezenverklaarde feiten onherroepelijk is veroordeeld wegens het plegen van andere strafbare feiten. Gelet hierop is artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing.
Persoon van verdachte
Verder neemt het hof in aanmerking de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die op de zitting door de raadsman van verdachte naar voren zijn gebracht, en zoals die ook blijken uit het dossier.
Het hof heeft onder meer gelet op het reclasseringsadvies van 15 mei 2026, waaruit blijkt dat verdachte depressief is geraakt tijdens zijn detentie ten behoeve van de ISD-maatregel. Verdachte verblijft daarom momenteel op het [locatie] . Vanwege het verloop van de ISD-maatregel en de gewenste impact daarvan op duurzame gedragsverandering acht de reclassering de oplegging van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf onwenselijk. De reclassering adviseert daarom tot de oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf of een taakstraf.
Op de zitting in hoger beroep is door de raadsman van verdachte naar voren gebracht dat het op dit moment niet goed gaat met verdachte. Hij heeft depressieve klachten. Daarnaast is zijn toekomst onzeker. Verdachte heeft geen directe familie of vrienden waar hij op terug kan vallen en ook geen financiële middelen. Het uitvoeren van de ISD-maatregel is zijn enige hoop op een stabiele overgang naar de maatschappij.
Strafoplegging
Anders dan de advocaat-generaal en de verdediging, is het hof van oordeel dat de combinatie van de bewezenverklaarde feiten, mede gelet op de recidive van verdachte, te ernstig is om geen enkele straf of maatregel op te leggen. Desondanks ziet het hof gezien de persoonlijke problematiek van verdachte en het gegeven dat verdachte momenteel een
ISD-maatregel uitvoert, aanleiding om in dit geval te volstaan met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient daarbij als stok achter de deur, om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst nieuwe strafbare feiten te plegen. Gelet op de recidive van verdachte, acht het hof een proeftijd van 3 jaren noodzakelijk.
Rekening houdend met het bovenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, met een proeftijd van 3 jaren, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 165,00 ingediend, bestaande uit materiële schade. De politierechter heeft dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing te nemen over de bij de politierechter gevorderde schadevergoeding.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft primair verzocht de vordering in zijn geheel af te wijzen. Subsidiair heeft de verdediging verzocht het bedrag te matigen naar € 100,00. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de benadeelde partij geen enkele onderbouwing heeft gegeven over hoe de gevorderde € 165,00 tot stand is gekomen.
Oordeel van het hof
De benadeelde partij heeft op het schadevergoedingsformulier aangegeven dat zijn fiets (mountainbike) is gestolen. De benadeelde partij vordert € 150,00 voor de mountainbike en €15,00 voor het hangslot.
Hoewel de benadeelde partij zijn vordering niet heeft onderbouwd, is op de zitting voldoende gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het in de zaak met parketnummer 08-036639-25 onder 1 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. Het staat immers vast dat verdachte de fiets (mountainbike) van de benadeelde partij heeft gestolen. Het hof maakt gebruik van zijn schattingsbevoegdheid en schat de schade op het gevorderde bedrag van € 165,00, nu dat bedrag het hof niet onredelijk voorkomt voor een mountainbike en een hangslot. Verdachte moet die schade vergoeden. De vordering wordt toegewezen.
Schadevergoedingsmaatregel
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.
Gijzeling
Als verdachte niet betaalt, kan hij gegijzeld worden voor ten hoogste 1 dag. De gijzeling heft zijn betalingsverplichting niet op.
Wettelijke rente
Het hof bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 26 december 2024, de dag waarop verdachte de fiets (mountainbike) van de benadeelde partij heeft gestolen.
Proceskosten
Gelet op het vorenstaande wordt verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van totaal € 2.150,30 ingediend, bestaande uit materiële schade: € 961,95 voor de overheaddeur, € 524,06 voor de bedrijfsbus, € 78,65 voor de alarmopvolging, € 382,36 voor de koperbuizen en € 203,28 voor de computer.
De politierechter heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 1.387,66. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de politierechter gevorderde schadevergoeding.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de benadeelde partij een rechtspersoon is, die alleen een vordering kan indienen door een persoon die gerechtigd is deze rechtspersoon te vertegenwoordigen. Er is geen KvK-uittreksel overgelegd en uit het dossier blijkt eveneens niet dat de persoon die aangifte heeft gedaan, bevoegd was om een vordering in te dienen. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de schade te schatten op € 592,50 en de vordering voor het overige af te wijzen, dan wel de benadeelde partij in het overige niet-ontvankelijk te verklaren.
Oordeel van het hof
De heer [naam] heeft namens [benadeelde 2] aangifte gedaan van de diefstal met braak. In de aangifte is verwezen naar het KvK-nummer en het vestigingsnummer van het bedrijf. Op de zitting in hoger beroep heeft [naam] nogmaals aangegeven dat hij bevoegd is om het bedrijf te vertegenwoordigen.
Gelet op het vorenstaande, is [naam] bevoegd om als vertegenwoordiger van [benadeelde 2] een vordering tot schadevergoeding in te dienen.
Op de zitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.709,11 door het in de zaak met parketnummer 08-106317-25 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte.
Het hof overweegt ten aanzien van de verschillende schadeposten het volgende.
De overheaddeur
Tijdens de diefstal met braak is schade ontstaan aan een ruit in de overheaddeur. De benadeelde partij vordert hiervoor een bedrag van € 961,95. Ter onderbouwing heeft de benadeelde partij een factuur overgelegd van [bedrijf 2] van 5 maart 2025. Het factuurbedrag exclusief btw is € 795,00. Dit bedrag wijst het hof toe. Omdat de benadeelde partij de gevorderde btw van € 166,95 kan terugvragen, wijst het hof dit bedrag af.
De bedrijfsbus
Verdachte heeft tijdens de diefstal met braak de (auto)sleutel van de bedrijfsbus weggenomen. De benadeelde partij heeft hierdoor de sloten van de bedrijfsbus moeten vervangen, waarvoor kosten zijn gemaakt. Ter onderbouwing van de gemaakte kosten heeft de benadeelde partij een factuur overgelegd van [bedrijf 3] van 26 februari 2025. Het factuurbedrag exclusief btw is € 1.305,03. Het factuurbedrag inclusief btw is € 1.579,09. De benadeelde partij heeft reeds € 1.055,03 vergoed gekregen vanuit de verzekering. De benadeelde partij vordert daarom een bedrag van € 524,06. Dit bedrag is inclusief 21% btw. Omdat de benadeelde partij de gevorderde btw kan terugvragen, komt het hof tot een bedrag van € 433,11 exclusief btw. Dit bedrag wijst het hof toe. De gevorderde btw van € 90,95 wijst het hof af.
De alarmopvolging
Doordat het alarm binnen het bedrijf was afgegaan, heeft de benadeelde partij kosten gemaakt voor de alarmopvolging. De benadeelde partij vordert hiervoor een bedrag van € 78,65. Ter onderbouwing van de gemaakte kosten heeft de benadeelde partij een factuur overgelegd van [bedrijf 4] van 27 december 2024. Het factuurbedrag exclusief btw is € 65,00. Dit bedrag wijst het hof toe. Omdat de benadeelde partij de gevorderde btw van € 13,65 kan terugvragen, wijst het hof dit bedrag af.
De koperbuizen
Uit het dossier blijkt dat tijdens de diefstal met braak meerdere koperbuizen zijn verbogen. De benadeelde partij heeft tijdens de zitting in hoger beroep aangegeven dat de koperbuizen daardoor onverkoopbaar zijn geworden.
Hoewel het beschadigen van de koperbuizen niet ten laste is gelegd, is de schade wel ontstaan in het kader van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. De benadeelde partij heeft daardoor rechtstreeks schade geleden. Ter onderbouwing van de schade heeft de benadeelde partij een factuur overgelegd van [bedrijf 5] van 19 maart 2025. De factuur ziet op 350 meter aan koperbuizen, inhoudende een bedrag van € 1.338,26 inclusief btw. De benadeelde partij heeft op de factuur aangegeven dat de vordering ziet op 100 meter aan koperbuizen. Er wordt daarom een bedrag gevorderd van € 382,36 inclusief btw. Omdat de benadeelde partij de gevorderde btw kan terugvragen, komt het hof tot een bedrag van € 316,00 exclusief btw. Dit bedrag wijst het hof toe. De gevorderde btw van € 66,36 wijst het hof af.
De computer
Verdachte heeft tijdens de diefstal met braak een computer weggenomen. De benadeelde partij heeft hierdoor schade geleden en vordert een bedrag van € 203,28. Ter onderbouwing heeft de benadeelde partij een factuur overgelegd van [bedrijf 6] van 21 december 2023. Met de verdediging acht het hof de dagwaarde van de computer toewijsbaar. Het hof maakt gebruik van zijn schattingsbevoegdheid en schat de schade, anders dan de raadsman, op een bedrag van € 100,00. De vordering wordt in zoverre toegewezen. Het meer gevorderde, te weten een bedrag van € 103,28, wijst het hof af.
Conclusie
Het hof wijst in totaal een bedrag van € 1.709,11 toe. Dat deel moet door verdachte worden vergoed. De rest van de schade, te weten een bedrag van € 441,19, wijst het hof af. Dat deel hoeft verdachte niet te vergoeden.
Schadevergoedingsmaatregel
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.
Gijzeling
Als verdachte niet betaalt, kan hij gegijzeld worden voor ten hoogste 17 dagen. De gijzeling heft zijn betalingsverplichting niet op.
Wettelijke rente
Het hof bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 19 maart 2025. De benadeelde partij heeft ter onderbouwing van zijn verzoek tot schadevergoeding verschillende facturen overgelegd. De wettelijke rente wordt berekend vanaf de laatst gedateerde factuur, te weten de factuur van Roba van 19 maart 2025.
Proceskosten
Gelet op het vorenstaande wordt verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 08-036639-25 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 08-106317-25 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 08-036639-25 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 08-106317-25 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-036639-25 onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 165,00 (honderdvijfenzestig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-036639-25 onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 165,00 (honderdvijfenzestig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 26 december 2024.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-106317-25 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 1.709,11 (duizend zevenhonderdnegen euro en elf cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-106317-25 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.709,11 (duizend zevenhonderdnegen euro en elf cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 17 (zeventien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 19 maart 2025.
Dit arrest is gewezen door mr. L. Pieters, mr. J. Hielkema en mr. G. Souer, in aanwezigheid van de griffier mr. S.A. van der Zwaag en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 2 juni 2026.