Betrokkene is in hoger beroep gegaan tegen de ontnemingsvordering van de rechtbank Overijssel, die het wederrechtelijk verkregen voordeel had vastgesteld op €31.228,08. Het hof heeft het vonnis vernietigd en een nieuwe berekening gemaakt, mede gebaseerd op de veroordeling voor deelname aan een criminele organisatie en betrokkenheid bij hennepkwekerijen.
Het hof heeft vastgesteld dat betrokkene financieel voordeel heeft behaald uit de hennepkwekerij in een plaats, waarbij één oogst is aangenomen in plaats van twee. De opbrengst van betrokkene is berekend op €28.964,04 na toepassing van een verdeelsleutel van 40%. Na aftrek van aannemelijk gemaakte kosten, waaronder waarborgsom, huur en loonkosten, komt het hof tot een wederrechtelijk verkregen voordeel van €9.764,04.
De redelijke termijn voor de procedure is overschreden, maar compensatie vindt plaats in de strafzaak. Het hof legt de betalingsverplichting aan de Staat vast op €9.500 en bepaalt de maximale gijzeling op 95 dagen. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht zoals van toepassing ten tijde van de procedure.