Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis
- medeplegen van het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel (feiten 1, 3, 4, 5 en 7);
- medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel (feit 2);
- opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod (feit 6);
- deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11 derde Pro lid van de Opiumwet (feit 8).
- enkele gronden van het vonnis zullen worden verbeterd en aangevuld, zoals hieronder uiteengezet;
- de kwalificatie van de bewezenverklaring van het onder 1, 3, 4, 5 en 7 tenlastegelegde verbeterd dient te worden gelezen, zoals hieronder uiteengezet;
- het vonnis ten aanzien van de opgelegde straf en de beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen zal worden vernietigd, waarna het hof een straf zal bepalen.
Verbetering en aanvulling van gronden
Uit onderzoek blijkt dat het pand sinds juli 2012 wordt gehuurd door eenmanszaak [bedrijf 2] , vertegenwoordigd door [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ). [5] ”
“gedurende een lange tijd”schrappen.
Verbetering van de kwalificatie
Oplegging van straf
Vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2]
Wetsartikelen
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
26 (zesentwintig) maanden.