ECLI:NL:GHARL:2026:3517

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
200.362.676
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:9 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming bevoegdheid tot voeren geslachtsnaam na echtscheiding

Partijen zijn van 2009 tot 2021 gehuwd geweest zonder kinderen. Na de echtscheiding verzocht de man de rechtbank om de vrouw de bevoegdheid te ontnemen zijn geslachtsnaam te blijven voeren. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de man in hoger beroep ging.

Het hof overwoog dat op grond van artikel 1:9 lid 2 BW Pro de bevoegdheid tot het voeren van de geslachtsnaam kan worden ontnomen indien gegronde redenen bestaan. De man stelde dat het gebruik van zijn achternaam door de vrouw hem belemmert in zijn persoonlijke leven, onder meer omdat zijn nieuwe partner dit niet accepteert en er spanningen zijn binnen zijn familie en geloofsgemeenschap.

Het hof achtte deze argumenten overtuigend en voldoende gegrond om de bevoegdheid van de vrouw te ontnemen. De bezwaren van de vrouw werden als praktisch van aard beoordeeld en konden het oordeel niet veranderen. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en de vrouw werd de bevoegdheid ontnomen de achternaam van de man te voeren. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vrouw wordt de bevoegdheid ontnomen om de geslachtsnaam van de man te voeren na echtscheiding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.362.676
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 581731
beschikking van 2 juni 2026
over het voeren van de geslachtsnaam [achternaam man]
in de zaak van
[appellant] (de man)
die woont in [woonplaats1]
advocaat: mr. S. van Buuren
en
[geïntimeerde] (de vrouw)
die woont in [woonplaats2] .

1.Samenvatting

De rechtbank heeft het verzoek van de man om de vrouw de bevoegdheid te ontnemen om zijn geslachtsnaam [achternaam man] te gebruiken afgewezen. Het hof beslist dat het verzoek van de man alsnog zal worden toegewezen en legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1
Partijen zijn getrouwd geweest van [-] 2009 tot [-] 2021.
2.2
Uit het huwelijk van partijen zijn geen kinderen geboren.
2.3
De vrouw is niet hertrouwd.

3.De procedure bij de rechtbank

3.1
De man heeft de rechtbank verzocht om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij
voorraad, de vrouw de bevoegdheid te ontnemen om zijn geslachtsnaam, te weten [achternaam man] , te gebruiken.
3.2
De vrouw heeft mondeling verweer gevoerd. Zij wil de naam [achternaam man]
blijven gebruiken ook zonder de toevoeging [achternaam vrouw] .
3.3
De rechtbank heeft het verzoek van de man afgewezen. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 7 oktober 2025.

4.De procedure bij het hof

4.1
De man is het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Hij komt daarvan in hoger beroep. Hij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt en alsnog zijn verzoek toewijst.
De informatie die het hof heeft ontvangen
4.2
Het hof heeft in deze zaak het beroepschrift ontvangen op 15 december 2025.
4.3
De zitting bij het hof was op 12 mei 2026. Aanwezig waren:
  • De man met mr. S. Nadari (waarnemer)
  • De vrouw.

5.Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?
5.1
Artikel 1:9 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) bepaalt dat echtgenoten en geregistreerde partners de bevoegdheid hebben de geslachtsnaam van de andere echtgenoot/geregistreerde partner te voeren of aan de eigen naam te doen voorafgaan of te doen volgen op de eigen geslachtsnaam. In het tweede lid is bepaald dat, indien het huwelijk door echtscheiding is ontbonden en daaruit geen afstammelingen in leven zijn dan wel indien het geregistreerd partnerschap op de wijze bedoeld in artikel 80c, onder c of d, is beëindigd, de rechtbank, wanneer daartoe gegronde redenen bestaan, op verzoek van de gewezen echtgenoot of de gewezen geregistreerde partner aan de vrouw de haar in het eerste lid toegekende bevoegdheid kan ontnemen.
5.2
De rechtbank heeft geoordeeld dat de belangen van de man niet van zodanig gewicht zijn, dat het door de wet erkende belang van de vrouw om de geslachtsnaam van de man te blijven voeren daarvoor moet wijken.
Hoe oordeelt het hof?
5.3
Het hof overweegt allereerst dat een gegronde reden aldus moet worden uitgelegd, dat sprake is van een overtuigend argument. Als er overtuigende argumenten zijn en aan de overige voorwaarden is voldaan, hetgeen in deze zaak het geval is, dan kan de bevoegdheid van de vrouw om de geslachtsnaam te blijven gebruiken worden ontnomen.
5.4
De man heeft aangevoerd dat hij erg veel last heeft het feit dat de vrouw zijn achternaam blijft gebruiken. De man wordt belemmerd in het verder invulling geven aan zijn eigen leven. De man wil samenwonen en trouwen met zijn huidige partner, maar zijn nieuwe partner wil dat niet zolang de vrouw nog de achternaam van de man gebruikt. Ook wonen de man en de vrouw vlak bij elkaar in een kleine, gelovige gemeenschap en blijft het voeren van de achternaam van de man door de vrouw voor onduidelijkheid zorgen over hun beëindigde huwelijk. De man voert verder aan dat de vrouw en zijn familie behoren tot dezelfde geloofsgemeenschap, waar de man vanaf 2018 geen deel meer van uitmaakt. Zijn familie ondervindt er hinder van dat de vrouw zijn geslachtsnaam blijft gebruiken om uit te drukken dat zij niet wilde scheiden en meent niet gescheiden te zijn. De man ervaart daardoor spanningen binnen zijn familie. De man heeft in eerste aanleg een verklaring van zijn schoonzus overgelegd die in haar pedicure salon regelmatig vragen krijgt over de situatie van de man en de vrouw. In het plaatselijke kerkblad staat de vrouw nog steeds met de naam [achternaam man] , wat de vraag oproept of zij zijn gescheiden. De vragen hierover ervaren de man, zijn familie en zijn huidige partner als pijnlijk.
Het hof is van oordeel dat wat de man heeft gesteld voldoende gegronde redenen zijn, zoals bedoeld in artikel 1:9 lid 2 BW Pro. De door de vrouw opgeworpen bezwaren zijn in hoofdzaak van praktische aard en voeren het hof niet tot een ander oordeel omtrent het gedane verzoek. Aan een verdere belangenafweging, zoals de rechtbank heeft gedaan, komt het hof niet toe.
5.5
De beslissing van de rechtbank zal ongedaan worden gemaakt (worden vernietigd).
Uitvoerbaar bij voorraad
5.6
De beslissing in deze uitspraak kan ook worden uitgevoerd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

6.De beslissing

Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van
7 oktober 2025 en beslist:
ontneemt de vrouw de bevoegdheid om de geslachtsnaam van de man, zijnde [achternaam man] , te gebruiken;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. D.J.M. van de Voort, P.M. Kamminga,
E.H. Schijven-Bours, bijgestaan door de griffier en is in het openbaar uitgesproken op
2 juni 2026.