Uitspraak
Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Beslissing waarvan beroep
Vordering
Grondslag
- medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel (feit 1);
- de eendaadse samenloop van medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd
- het als leider deelnemen aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde lid van de Opiumwet (feit 3) en
- de eendaadse samenloop van medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd (feiten 4 en 6).
Verplichting tot betaling aan de Staat
Wetsartikelen
BESLISSING
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 558.000,00 (vijfhonderdachtenvijftigduizend euro).
gijzelingdie ten hoogste kan worden gevorderd op
1.080 dagen.