Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:3502

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
21-000513-23
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte in hoger beroep wegens onvoldoende bewijs dodelijke steekpartij

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor openlijk in vereniging geweld plegen en doodslag op een slachtoffer tijdens een incident op 15 augustus 2020 in Almere. De rechtbank had verdachte vrijgesproken van doodslag maar veroordeeld voor openlijk geweld. Diverse benadeelde partijen hadden schadevergoedingen gevorderd, waarvan enkele door de rechtbank waren toegewezen.

Het hof heeft in hoger beroep uitgebreid bewijs onderzocht, waaronder getuigenverklaringen en forensisch onderzoek. Ondanks het aantreffen van bloed van het slachtoffer op de schoen van verdachte, kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat verdachte betrokken was bij het geweld. De verklaringen waren niet eenduidig en het forensisch bewijs gaf geen uitsluitsel over daderschap.

Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. Tevens verklaarde het hof alle benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun schadevorderingen, omdat verdachte niet schuldig werd bevonden aan het bewezenverklaarde handelen dat de schade zou hebben veroorzaakt. Iedere partij draagt haar eigen kosten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van doodslag en openlijk in vereniging geweld plegen wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000513-23
Uitspraakdatum: 3 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 23 januari 2023 met parketnummer 16-209024-20 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven te [adres] .

Hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van zittingen van het hof van 27 september 2023, 14 augustus 2024, 7 april 2025, 13 oktober 2025, 14 oktober 2025, 29 april 2026 en 3 juni 2026 en het onderzoek op de zittingen bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot:
  • vrijspraak van feit 2;
  • veroordeling van verdachte voor feit 1 tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar, waarvan 103 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van het voorarrest van 262 dagen;
  • niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [benadeelde 1] in haar vordering;
  • hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
  • hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
  • hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de raadsvrouw van verdachte, mr. B.H. van der Zwan, en de advocaten van de benadeelde partijen (mr. J.R. Mekkes namens [benadeelde 4] , mr. W. van Egmond namens [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , en mr. P. Meijer namens [benadeelde 3] ) hebben aangevoerd.

Het vonnis

De rechtbank heeft verdachte op 23 januari 2023 vrijgesproken van feit 2 (doodslag) en veroordeeld voor feit 1 (openlijk in vereniging geweld plegen) tot een gevangenisstraf van 1 jaar, met aftrek van het voorarrest. De benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] zijn door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen. De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 3] en [benadeelde 4] zijn door de rechtbank toegewezen (telkens € 17.500,00), met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Omdat het hof tot een andere beslissing omtrent het bewijs komt dan de rechtbank, zal het hof het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 15 augustus 2020 te [plaats] openlijk, te weten, op de [straat] , in elk geval op of aan de openbare weg in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] en/of een goed, te weten de personenauto waarin die [slachtoffer] reed, door
- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal te slaan/stompen en/of te trappen/schoppen en/of
- tegen die personenauto te trappen/schoppen;
2.
hij op of omstreeks 15 augustus 2020 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met een of meerdere messen, althans met (een) dergelijk(e) (scherp(e)) steekvoorwerp(en) in de borst, althans het bovenlichaam, te steken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverwegingen

Standpunt van de verdediging
Door de verdediging is in hoger beroep vrijspraak bepleit van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. De raadsvrouw heeft daartoe, kort gezegd, aangevoerd dat er geen sprake is van betrouwbare bewijsmiddelen waaruit met zekerheid volgt dat verdachte ook maar enige vorm van geweld heeft gebruikt. Ook is er niet gebleken van medeplegen.
Bewijsoverwegingen en het oordeel van het hof
Uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen blijkt onder meer het volgende:
  • In de nacht van 15 augustus 2020 is [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) na afloop van een verjaardagsfeest aan de [straat] in [plaats] aangevallen, terwijl hij in zijn auto zat en probeerde weg te komen. Hierbij is ook zijn auto vernield.
  • [slachtoffer] heeft tijdens de aanval zeven steekletsels opgelopen, is bloedend de auto uitgekomen en is kort erna overleden als gevolg van de steekletsels.
  • Verdachte en zijn twee broers [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waren op dat moment ter plaatse aanwezig.
  • Forensisch onderzoek wijst uit dat verdachte bloed van [slachtoffer] aan zijn rechter schoen heeft.
  • Verdachte heeft in relatie tot de aanval verklaard dat hij alleen maar zijn broer [medeverdachte 1] weg heeft getrokken bij [slachtoffer] en geen geweld heeft gepleegd jegens [slachtoffer] en/of de auto.
Het hof constateert dat er heel veel getuigen zijn gehoord in de verschillende fases van het strafproces. Ook heeft forensisch onderzoek plaatsgevonden. Of verdachte als (mede)pleger betrokken is geweest bij het geweld tegen [slachtoffer] en/of zijn auto is echter niet duidelijk geworden. De gehoorde getuigen verklaren niet eenduidig en concreet over wat verdachte zou hebben gedaan en over waar hij was op welk moment. Het forensisch bewijs geeft hier ook geen uitsluitsel over.
Het ten tijde van de aanval aanwezig zijn en het feit dat bloed van [slachtoffer] op de schoen van verdachte is aangetroffen, betekent niet (zonder meer) dat verdachte als (mede)pleger betrokken is geweest bij het geweld tegen [slachtoffer] en/of diens auto. Verdachte verklaart alleen maar gepoogd te hebben zijn broer [medeverdachte 1] weg te trekken en aldus de aanval te stoppen. Voor het bloed aan de schoen van verdachte geldt dat niet duidelijk is geworden hoe en wanneer het op de schoen van verdachte terecht is gekomen. Het hoeft daarom geen daderspoor te zijn.
Alles in aanmerking nemende is het hof van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Het hof zal verdachte daarom vrijspreken van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 20.000,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het onder 1 en 2 bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 20.000,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het onder 1 en 2 bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 17.500,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen.
Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het onder 1 en 2 bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 4]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 17.500,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen.
Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het onder 1 en 2 bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door mr. H.J. Deuring, mr. A.J. Rietveld en mr. P.S. Bakker, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Nijhuis en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 3 juni 2026.