Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[buitenlandse woonplaats](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Groningen(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende heeft tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2008 tot en met 2012, inclusief heffingsrente en vergrijpboeten, bezwaar gemaakt. De Inspecteur heeft het bezwaar ongegrond verklaard, waarna belanghebbende in beroep is gegaan bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep deels gegrond verklaard door de vergrijpboeten met 20% te verminderen, maar de navorderingsaanslagen gehandhaafd.
Belanghebbende stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de belastingaanslagen, heffingsrente en boeten te schorsen. Het Gerechtshof heeft het verzoek behandeld tijdens een digitale zitting op 12 mei 2026, waarbij ook de Inspecteur en belanghebbende met echtgenote aanwezig waren.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek niet spoedeisend is omdat een financieel belang op zichzelf geen reden is voor een voorlopige voorziening. Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat ernstige en onomkeerbare gevolgen dreigen. Daarnaast is de bestuursrechter niet bevoegd om de grieven tegen de invorderingsmaatregelen te beoordelen; dit behoort tot de civiele rechter. Ook is niet evident dat de aanslagen en boeten onrechtmatig zijn opgelegd.
Daarom wijst het hof het verzoek tot voorlopige voorziening af. Er wordt geen griffierecht vergoed en geen proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak staan geen rechtsmiddelen open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen navorderingsaanslagen, heffingsrente en vergrijpboeten wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisendheid en bevoegdheidsbeperkingen.