ECLI:NL:GHARL:2026:3392
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- R.W.E. van Leuken
- J. Steenbrink
- C.T. Tjauw-Foe
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk wegens te laat instellen hoger beroep na elektronische betekening
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 21 mei 2026 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter van 7 februari 2025.
De dagvaarding voor de politierechter was elektronisch betekend via de Berichtenbox van MijnOverheid op 28 november 2024, waarbij verdachte diezelfde dag nog heeft ingelogd. Dit geldt als betekening in persoon, waardoor het hoger beroep binnen veertien dagen na het vonnis had moeten worden ingesteld.
Het hoger beroep werd echter pas op 27 november 2025 ingesteld, ruim na de wettelijke termijn. De verdediging voerde aan dat verdachte de dagvaarding nooit had gezien, maar het hof oordeelde dat de verdachte zelf verantwoordelijk is voor het lezen van gerechtelijke mededelingen in zijn Berichtenbox.
Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep wegens overschrijding van de termijn.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens te late indiening na elektronische betekening.