Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:3358

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
200.361.444/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:385 lid 1 onder d BWArt. 1:379 BWArt. 27 lid 1 Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen afwijzing ontslag curator wegens ontbreken gewichtige redenen

De betrokkene, onder curatele gesteld vanwege haar verstandelijke beperking, verzocht de kantonrechter om ontslag van de curator Quadrans B.V. en benoeming van een opvolgend curator. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de betrokkene in hoger beroep ging.

Het hof overwoog dat de curator haar taken naar behoren heeft uitgevoerd en dat er geen gewichtige redenen zijn voor ontslag. De betrokkene had zonder toestemming van de curator verhuisd naar een zorginstelling, wat de curator terecht betwistte vanwege zorgen over haar welzijn en toezicht.

Hoewel de betrokkene zich inmiddels op haar plek voelt bij de zorginstelling, is het verblijf niet formeel geregeld met de curator. Het hof benadrukte dat overleg tussen curator en zorginstelling noodzakelijk is. De bestreden beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot ontslag van de curator af wegens het ontbreken van gewichtige redenen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.361.444/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 11711326)
beschikking van 28 mei 2026
in de zaak van
[verzoekster](de betrokkene),
die staat ingeschreven in [woonplaats1] ,
verzoekster in hoger beroep,
advocaat: mr. J.S. Visser te Stadskanaal.
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:
[belanghebbende1](de partner van de betrokkene),
die woont in [woonplaats2] , en
Quadrans B.V.(de curator),
gevestigd te Nijmegen.

1.De procedure in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 15 september 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 13 november 2025;
- een brief namens de betrokkene van 1 december 2025 met bijlage(n);
- een brief namens de betrokkene van 11 februari 2026 met bijlage(n).
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 22 april 2026 plaatsgevonden. Aanwezig waren de betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, en een vertegenwoordiger van de curator.

3.De feiten

3.1
Bij beschikking van de kantonrechter van 8 oktober 2008 zijn de goederen en
gelden van betrokkene onder bewind gesteld als gevolg van de lichamelijke of
geestelijke toestand van de betrokkene.
3.2
Bij beschikking van de kantonrechter van 10 maart 2016 is de onderbewindstelling
van betrokkene gewijzigd in een ondercuratelestelling.
3.3
Bij beschikking van de kantonrechter van 31 augustus 2018 heeft de
kantonrechter het verzoek tot omzetting van de curatele in bewind en mentorschap
afgewezen en beslist dat de curatele zou worden voortgezet met benoeming van Proteccio
bewind (thans Quadrans B.V.) als curator.
3.4
Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 16 mei 2025, heeft de betrokkene verzocht om Quadrans B.V. te ontslaan als curator en een opvolgend curator te benoemen.

4.De omvang van het geschil

4.1
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van de betrokkene tot ontslag van Quadrans B.V. als curator en benoeming van een opvolgend curator afgewezen.
4.2
De betrokkene is in hoger beroep gekomen. De betrokkene verzoekt het hof de bestreden beschikking te herroepen, Quadrans B.V. te ontslaan als curator en Fikara Bewindvoering B.V. tot opvolgend curator te benoemen.

5.De motivering van de beslissing

5.1
Op grond van artikel 1:385, eerste lid, onder d, van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt een curator ontslag verleend hetzij op eigen verzoek hetzij wegens gewichtige redenen of omdat de curator niet meer voldoet aan de eisen om curator te kunnen worden, zulks op verzoek van een medecurator of degene die gerechtigd is curatele te verzoeken als bedoeld in artikel 1:379 BW Pro, dan wel ambtshalve. In hoger beroep is de vraag aan de orde of er gewichtige redenen zijn om de curator ontslag te verlenen.
5.2
Gelet op de processtukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken verenigt het hof zich, na eigen weging daarvan, met het oordeel van de kantonrechter dat niet is gebleken dat de curator haar taken niet naar behoren heeft uitgevoerd of dat andere gewichtige redenen een ontslag van de curator rechtvaardigen.
In hoger beroep zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen die leiden tot een andere beslissing. Hierop vult het hof nog het volgende aan.
5.3
Uit de stukken en wat tijdens de mondelinge behandeling bij het hof is besproken, komt naar voren dat de betrokkene, met name door haar verstandelijke beperking, een zeer kwetsbare vrouw is en dat zij in verband daarmee onder curatele is gesteld.
De betrokkene woonde aanvankelijk bij [naam1] ( [naam1] ) in [plaats1] . Dat daar volgens de betrokkene sprake was van onrust, calamiteiten en overlast door drank en drugs, was één van de redenen dat zij wilde verhuizen naar het adres van haar (toenmalige) partner bij zorginstelling [naam2] B.V. ( [naam2] ) in [plaats2] . Omdat de betrokkene daarvoor van de curator geen toestemming kreeg, is zij op eigen initiatief verhuisd naar [plaats2] . Inmiddels is de relatie van de betrokkene beëindigd en woont zij in een andere zorginstelling van [naam2] in [plaats3] .
Vanwege het ontbreken van toestemming van de curator voor de verhuizingen, staat de betrokkene nog steeds ingeschreven op het adres van [naam1] in [plaats1] en ontvangt zij geen vergoeding voor haar verblijf in de zorginstelling(en) van [naam2] . Volgens de betrokkene heeft de curator niet in haar belang gehandeld door haar te dwingen om op de onveilige locatie van [naam1] te blijven wonen, goed te vinden dat de verstrekking van medicijnen pas zou worden voortgezet als ze terugkwam bij [naam1] en haar onwetend te houden van de zitting bij de kantonrechter op 25 augustus 2025.
5.4
Het hof is van oordeel dat de curator terecht bezwaar heeft gemaakt tegen het eigenmachtig verblijf van de betrokkene bij [naam2] , gelet op de zorgen die er waren over het samenwonen van de betrokkene met haar toenmalige partner. Bij [naam1] waren er duidelijke afspraken gemaakt over de momenten waarop zij elkaar konden zien. Toen de betrokkene naar de zorginstelling van [naam2] in [plaats2] is vertrokken, hadden [naam1] en de curator geen zicht meer op dat contact. Niet is gebleken dat de woonsituatie bij [naam1] onveilig was. Daarentegen was door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (de inspectie) aan [naam2] in [plaats2] een aanwijzing gegeven op grond van artikel 27, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, nadat uit een inspectieonderzoek was gebleken van tekortkomingen op verschillende gebieden. De aanwijzing is op 25 november 2025 door de inspectie beëindigd. Achteraf bezien begrijpt de betrokkene het bezwaar van de curator bij haar verhuizing daarom wel. Gelet op het voorgaande en de kwetsbaarheid van de betrokkene is het naar het oordeel van het hof begrijpelijk dat [naam1] de medicijnverstrekking in eigen hand heeft willen houden. De handelwijze van de betrokkene heeft ertoe geleid dat zij ondanks haar vertrek nog steeds staat ingeschreven op het adres van [naam1] en daar haar post ontvangt. Omdat de betrokkene niet meer bij [naam1] verbleef, ligt het voor de hand dat zij daardoor de uitnodiging voor de zitting bij de kantonrechter is misgelopen. Niet is gebleken dat zij onwetend is gehouden van die zitting, zoals de betrokkene stelt. Ook nadien is niet gebleken van gewichtige redenen die het ontslag van de curator rechtvaardigen. Dat er kosten voor huur en zorg zijn gemaakt bij [naam2] , en daardoor ondertussen een schuld is ontstaan, die volgens [naam2] voor rekening van de betrokkene komen, leidt niet tot een ander oordeel. Het hof overweegt in dat kader dat de curator niet heeft ingestemd met het verblijf van de betrokkene bij [naam2] en dat er door de curator geen overeenkomst is getekend wat betreft dat verblijf en de zorg voor de betrokkene bij [naam2] , zodat zij ook niet gehouden is om die kosten te voldoen.
5.5
Tijdens de zitting bij het hof heeft de betrokkene kenbaar gemaakt dat zij zich op haar plek voelt bij [naam2] (in [plaats3] ) en tevreden is met de ambulante zorg die zij daar krijgt. Om het verblijf van de betrokkene bij [naam2] te kunnen formaliseren (als dat door de curator in haar belang wordt geacht), zal [naam2] contact moeten opnemen met de curator en met haar samen moeten werken. De curator heeft verklaard dat zij al eerder heeft geprobeerd om in gesprek te gaan met [naam2] , maar dat dat niet is gelukt. De curator heeft zich bereid verklaard alsnog overleg over de ontstane situatie met [naam2] te voeren.

6.De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen.

7.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 15 september 2025.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. van Dijk, mr. L. Pieters en mr. M.A.L.M. Willems, bijgestaan door mr. S.C. Lok als griffier, en is op 28 mei 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.